Wat ik heb geleerd/bevestigd gezien tijdens mijn eerste semester als docent

Een tijd geleden schreef ik een blogpost over wat studenten moeten doen als ze willen slagen voor hun (mondelinge) examens. Die blogpost schreef ik na de examens. Studenten wezen me er op de deliberatie-avond op dat ik dat misschien had moeten doen voor ik examens gaf.

Terecht misschien. Hoewel ik dan nog niet wist hoe ze het zouden doen. Makkelijk ook. Omdat ik niet schreef wat docenten moeten doen zodat studenten slagen voor hun mondelinge examens. Daarom even een aanvulling.

Wat heb ik geleerd van mijn eerste semester als docent?

  1. Zeg niets wat je niet kan waarmaken
  2. Als je een week voor de lessen beginnen te horen krijgt dat je ze moet geven, hang dan niet de held uit door te verklaren dat je wel even een nieuwe cursus in elkaar zal lassen. Dat lukt je niet. Als de eerder gebruikte cursus beperkt is, geef die dan eerst en bouw er dan op verder.

  3. Timing en planning is king
  4. Want 40u, inclusief oefeningen en examen is niet hetzelfde als 40u les zonder meer. Zo maakte ik het mee dat er wat minder les was dan ik had gedacht. Als je je dan al scherp hebt gesteld, dan moet je dingen gaan schrappen die je misschien liever niet wil.

  5. Ga uit van de kennis van je studenten, niet van je eigen kennis
  6. Het is niet altijd makkelijk in te schatten wat studenten al weten. Zeker als ze al andere modules hebben gevolgd of ze zijn op één of andere manier zeer in voor het onderwerp van je lessen. Ik ging misschien uit van iets teveel kennis. Van iets teveel kunde ook. Dat heb ik naarmate de cursus vorderde bijgesteld.

  7. Time is knowledge
  8. Soms word je ziek. Of er is een dubbelboeking. Er komt wat tussen. De school is gesloten. Jammer voor docent en student maar een inhaalles dringt zich op. Ander momentje zoeken. Zeker als er sprake is van een een ratio 3u/40u. Een les verliezen is dan alsof je 1 op de 13 mails links laat liggen.

    Gebruik zoals ik deed Doodle en plan een nieuwe datum in samenspraak. Of wil je beweren dat iets plots minder belangrijk is geworden omdat je naar een vergadering moest op de avond dat je het wilde geven.

  9. Geef geen les tot de laatste snik
  10. Lesgeven tot een week voor het examen? Dat is voor niemand leuk. De laatste les moet er één zijn van vragen stellen en herhalingen en oefenen en voorbeeldvragen. Van twee kanten. Zo legde ik mijn studenten een niet-verplichte taak voor de voeten. Zij bereidden voor, ik verbeterde en tijdens de laatste les namen we ze door. Ideaal voor nog wat extra verlichte geesten.

  11. Slides zijn teasers, hou je daaraan
  12. Het is verleidelijk om de uitleg op de slides te laten staan en daarmee les te geven. Het enige wat je dan voor je ziet in de klas, zijn een boel pennende studenten. Op het einde van je slide heeft iedereen keurig genoteerd maar de helft heeft het maar begrepen. Gelukkig heb ik presentatie-ervaring genoeg opgedaan in vorige levens om me niet te snel te laten gaan maar soms gebeurt het je toch.

  13. Vertrek uit tastbare gegevens en abstraheer dan, niet omgekeerd
  14. Het referentiële aspect van een boodschap, de aspecten van massacommunicatie. Het zegt studenten vaak weinig. Een goed gekozen voorbeeld, liefst nog actueel, maakt één en ander aanschouwelijk. Deze techniek heb ik gelukkig toegepast. Op het examen geven studenten je dat voorbeeld. Als ze dan nog een eigen voorbeeld kunnen geven, zien ze een gelukkige docent aan de andere kant van de examentafel.

  15. Sta open voor studenten en benadruk dat ook
  16. Tijdens mijn eerste lessen heb ik mijn mailadres gedeeld, mijn twitteraccount en de plaatsen waar studenten mij konden vinden. We zijn in 2010. Ze hadden me sowieso wel weten te vinden. Elke mail van een student is beantwoord. Elk SMS’je gelezen. Elk twitterbericht verwerkt. One gets paid for that!

  17. Investeer tijd in je lessen
  18. Studenten investeren tijd om naar mij en mijn collega’s te komen luisteren. Ze verdienen dan ook respect en goede lessen. Ik heb heel veel tijd gestoken in lesvoorbereidingen, in selectie van materiaal, in analyseren van voor- en nadelen van bepaalde stukken leerstof, in het zoeken van actuele voorbeelden. Op die manier kan je je studenten ook boeien, het is net zo aangenaam lesgeven.

  19. Zorg er actief voor dat studenten ook buiten de cursus kijken
  20. Je kan op je kop gaan staan en zeggen dat je vak, hoe theoretisch het op het eerste zicht ook mag lijken, praktisch toepasbaar is, dan nog zal niet iedereen je geloven.

    Voor een eventuele tweede keer dat ik het vak zou geven, ben ik alvast aan het verzamelen geslagen. Interessante casussen, praktische toepassingen van theorieën. Het is niet de taak van de docent om studenten te verplichten iets te doen buiten de les maar een beetje stimuleren kan geen kwaad.

  • Share/Bookmark

65+

Meestal ben ik niet bezig met mijn gewicht. Lange tijd was er hier in huis zelfs geen weegschaal. Bij familiebezoek in West-Vlaanderen was het dan ook steeds mijn gewoonte om even te checken of mijn gewicht nog stabiel bleef. Heel vaak was dat het geval. 63 kilo plus of min 500 gram. Geen atoomklok maar toch…

Sedert kort hebben we wel een weegschaal. Geen idee of er een correlatie is maar feit is dat ik een beetje wintervet aan het kweken ben gegaan. Eergisteren was het dan zover. 400 gram boven de 65. Het thuiswerk brengt die frigo soms te dichtbij. Regelmatig Delhaize-bezoek (geen auto en graag vers eten) zet de deur open naar het toegeven aan oerdriften. Winter. Koud. Voorraad aanleggen. Eten.

Maar het is dus genoeg geweest. Ik heb geen nood aan een dieet of zoiets maar die beweging opnieuw wat omhoog en die calorie-opname wat omlaag. Opnieuw richting 63. Eens dat geweldige zwembad in de buurt outchecken.

  • Share/Bookmark

Onverantwoord / Interessant

Zowat vier jaar geleden zat ik tot over mijn oren in de evenementen. Ik schreef concepten voor evenementen, tekende bedrijfavonden uit, stemde marketingplannen af op budgetair haalbare evenementen. Daarnaast organiseerden we culturele activiteiten. Optredens, een operette, theater. Eén keer ook in de Roma, het bekendste gebouw van Borgerhout.

Ik was er niet bij die vrijdagavond, ik veronderstel dat ik op een andere plek aan de slag was. Mijn collega’s kwamen op maandag vragen hoe dat was zo in Borgerhout wonen. Ze hadden wat gezien, daar op de Turnhoutsebaan. Even deed ik alsof ik de vraag niet had begrepen maar er was geen ontkomen aan. “Ik voelde me daar echt niet veilig. Die gasten stonden daar gewoon op straat te staan en te babbelen.”

Het voorval kwam opnieuw bij me langswandelen toen ik de berichtgeving over Brussel las. Sinds kort doen wij dat in De Standaard. Daar las ik het volgende citaat:

Op sommige straathoeken staan intimiderende groepjes allochtone haantjes met een wie-doet-ons-wat-attidude.

Een interessante manier om de dingen te zien natuurlijk. De journalist interpreteert op kleurrijke wijze de realiteit. Maar het is ook onverantwoord. Hoe ziet dat eruit intimiderende groepjes en hoe doe je dat zo’n wie-doet-ons-wat-attidude? Ik wil niet paapser zijn dan de paus en natuurlijk weet ik dat er dingen gebeuren in Anderlecht die in de ideale wereld niet zouden gebeuren maar om nu meteen groepjes allochtone jongeren het label haantjes op te kleven, dat vind ik wat ver gaan.

De Standaard is immers wat men noemt een kwaliteitskrant. De berichtgeving die via Het Laatste Nieuws – door één van mijn studenten steevast Het Laagste Nieuws genoemd – tot het publiek zal misschien wat pittiger zijn en de titels wat groter en roder misschien. Maar de impact van een (volledig onjuist gebleken) artikel over Kalashnikov’s die te koop zouden zijn voor € 50 is kleiner dan dit soort subtiele twists aan de realiteit.

Het zijn dit soort vooroordelen die door bepaalde politieke partijen worden opgerakeld. Zoniet aan de top, dan wel aan de basis, om al wat vreemd is, meteen als verdacht te beschouwen. Wanneer elk groepje pratende jongeren een bedreiging wordt, wanneer alle pubers haantjes worden, wanneer elke persoon die jouw richting uitkijkt een wie-doet-ons-wat-attitude krijgt aangemeten, dan begrijp ik het onveiligheidsgevoel.

Door de bril waar ik mij van bedien, ziet de wereld er iets minder bedreigend uit.

  • Share/Bookmark

De dag dat ik het niet begreep

Het moest er ooit een keer van komen. Ik heb een iTunesU-abonnement waar ik niets maar dan ook niets aan ga hebben.

Toegegeven, aan ambitie heeft het me nooit ontbroken, ook niet als het gaat om het verwerken van moeilijke informatie. Nooit te beroerd om even op repeat te drukken. Geen onderwerp te gedetailleerd. Geen discipline onoverkomelijk.

Nooit teruggeschrokken om even wat achtergrondinformatie van het net te halen en dan een nieuwe poging te wagen maar dit gaat mijn petje te boven.

Schuldig zijn de mensen van de universiteit van Oxford die de ongetwijfeld heel erg interessante John Locke Lectures online hebben gezwierd. Of beter gezegd: schuldig ben ik, die met mijn jeugdige overmoed dacht dat ik filosofie voor grote mensen wel kon bevatten. In het Engels nog wel.

Ik vind dat frustrerend. Correctie. Ik vind dat onhebbelijk. Limieten hebben. Bah. Elke mens zou geboren moeten worden met genoeg verstand om alles te begrijpen. Sommigen zouden dan kiezen om minder informatie te verwerken maar als ze zich zouden bedenken en alsnog, op hun vijfenzeventigste bijvoorbeeld, naar de universiteit zouden trekken, dan zouden zij glansrijk slagen.

Kuisvrouwen zouden je bijpraten over de chemie achter het kuisproces, bandwerkers zouden je alles leren over de invloed van de lopende band op de wereldeconomie. Iedereen zou specialist zijn in zijn vakgebied en werken aan de dingen die hem of haar interesseren.

What a wonderful world, that would be

Mensen die het zelf willen proberen kunnen hier terecht. Mensen die het begrijpen mogen mij verlichten. Op barcamp Antwerpen bijvoorbeeld.

  • Share/Bookmark

Over Cobra en Twitter

Als ik op familiefeesten ben of we spreken af met vrienden die niet helemaal thuis zijn in de wereld van het digitale, komt steevast de twittervraag opgeborreld. Wat dat nu eigenlijk is. Wat je ermee doet. Wat je ermee aan kan. Hoe je dat doet. Wat de voordelen zijn.

Het zijn moeilijke vragen, vind ik. Je moet immers een barrière doorbreken die mijn studenten zullen kennen als psychologische ruis. Een ruisvorm die moeilijk te omzeilen valt omdat die zich bij de ontvanger bevindt. Nog voor je aan je evenwichtig gebalanceerde en gepersonaliseerde antwoord begint, komt de wind al van de andere kant.

“Wat heb je er nu aan dat je weet dat iemand aan het eten is”. Of het obligate: “Ik zit nu te kakken”. Het is mij een raadsel van waar dat vooroordeel is gekomen maar het zit bij velen vooraan in het geheugen. Ik ken niemand die zijn schijtgedrag wereldkundig maakt.

Waarmee we zijn aangekomen bij het onderwerp waarover ik het over wil hebben. Het zal niemand ontgaan zijn dat de VRT het Cobramerk heeft gelanceerd. De constructie spagaat met Klara-het-cultuurmerk en Klara-de-klassieke-radio-zender bleek toch niet zo handig. Wat ze hadden kunnen weten BTW.

Nu is er dus Cobra. TV, radio en (vooral) website. Op zowat elke nieuwswebsite van betekenis vond je in de week van de lancering de Cobra-banners. Voor degenen met ad-blocker of visuele of geheugenproblemen even een reminder.

Blijkbaar gaat het om een campagne die werd verzorgd door het bureau Boondoggle. Bijna perfect gedaan. Goed ingespeeld op vooroordelen, dat maakt het communiceren een stuk gemakkelijker, goede strategie, goede uitvoering, goede planning. Als lid van de doelgroep ben ik goed bereikt.

Beetje vreemd wel. Dat je als cultuurmerk in wording moet afgeven op iets om jezelf een trapje hoger te zetten. Dat terwijl heel wat cultuurinstellingen uitblinken in het wangebruik van twitter. Dat ze op de site van het reclamebureau de mogelijkheid geven om te sharen via… juist ja, twitter, is op zich opmerkelijk te noemen. (dat laatste via)

Eigenlijk zou ik in mijn gat gebeten kunnen zijn. Maar ik ben het niet. Ik ben eerder benieuwd. Naar hoe mensen die boodschap hebben begrepen. Vertelt het dat je op twitter niets interessants te lezen krijgt? Hebben niet-tweeps het eigenlijk wel door wat daar wordt gezegd? Hebben ze een statement willen maken? Ik vraag het me eerlijk gezegd allemaal een beetje af.

Dat ze nu niet afkomen met een RSS-gedreven Cobra-twitteraccount hé. Dan doe ik een kabouterwesleyke.

  • Share/Bookmark

De dag dat er een onverwacht telefoontje kwam

Een tijd terug solliciteerde ik bij het Vioe ofte Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. Toen eindigde ik op een verdienstelijke tweede plaats. Mijn teleurstelling was groot. Met name: ik was er echt het hart van in. Allez, om eerlijk te zijn: ik was er niet goed van. You don’t win silver enzovoort enzoverder.

Doch, je moet daar niet teveel over nadenken. Er moest nog les gegeven en bij iKomunikado stonden/staan ook nog enkele projectjes op stapel.

Toen gisteren zo rond kwart voor vijf mijn telefoon overging, hoorde ik iets wat ik niet echt had zien aankomen. Of ik alsnog wou komen. Voor een ander project. Halftijds en voor op z’n minst een jaar. Om het op zijn Bob de Bouwers te zeggen: “nou en of”. Perfect in lijn met één van mijn doelstellingen voor 2010.

Wat mijn takenpakket juist zal inhouden, dat zal nog wat uit te vlooien zijn. Het situeert zich in het communicatieve, zoveel is zeker. Er wordt op dit moment een nieuw team samengesteld voor een nieuw project waarvan ik nog niet weet wat ik ervan kan en mag zeggen. Het is archeologie en het heeft ooit gevaren.

  • Share/Bookmark

Het downloaddebat of het verhaal van oude en nieuwe media

Peeters en Pichal, het voormiddagprogramma van Radio 1, had het vandaag over de downloadlimieten. Er werd geëxperimenteerd, met twitter enzo. Er kon via het platform mee worden gediscussieerd. Om het debat wat open te trekken, neem ik aan. Het werd niet zo’n groot succes om zo maar eens een eufemisme tegen de muur te kwakken.

Een aantal markante quotes

“Meedoen met het twitterdebat is simpel: gewoon een mailtje sturen met je twitternaam.”
Hoe moet ik het stellen? Het is als een mailtje sturen naar de eigenaar van het café waar je aan de toog zit voor je mag meediscussiëren.

“Minister Vincent Van Quickenborne twittert mee.”
Je kan zeggen wat je wil van minister Q maar niet dat hij het sociale media spelletje niet doorheeft. Actief met twee accounts en het moet gezegd: hem moet je (haast) niets meer leren. Jammer dat ze hem niet @VincentVQ noemden, dat had het wel afgemaakt.

“We starten het twitterdebat binnen enkele minuten”.
Neen dus, een twitterdebat kan je niet sturen. Het debat was al bezig op het moment dat er gezegd werd dat je je via mail zou moeten inschrijven.

“De limiet van het aantal gebruikers aan het twitterdebat is bereikt, u was maar sneller moeten zijn.”
Hetzelfde als hiervoor maar dan anders. Iedereen was aan het debatteren. Jammergenoeg ging het in dit stadium al een tijdje over het gebruik van twitter door Radio1 en niet meer over het downloaddebat. Overigens was kwantiteit nogal de overhand aan het nemen op kwaliteit. Er zaten nogal wat who-the-fuck-are-they-tweeps tussen.

“Volgens mij was dat iets nieuw wat daar werd gelanceerd, alleen bevond de mevrouw van #telenet zich in de marslander”
Eén van de twee quotes waarmee ik vandaag Radio1 haalde, daar hebben veel parlementariërs niet van terug ;-)

Wa ebben wij vandaah hhheleerd?

Dat experimenten kunnen mislukken en dat je niet noodzakelijk beter af bent als je sociale media of twitter gebruikt. Het debat was levendig maar van de mogelijkheden van twitter is nauwelijks gebruik gemaakt. Er was geen officiële hashtag (een manier om het onderwerp van je tweet aan te geven) gekozen. Er waren de technische beperkingen en het gebrek aan interactie waar de twitteraccount van Radio1 al een tijd in uitblinkt.

Dat is jammer, omdat het ook het oude en prachtige medium dat radio is niet ten goede kwam. Men had op voorhand perfect een panel van twitterinfluentials kunnen samenstellen en die gevraagd om hun mening. Nu was er nauwelijks lijn te trekken op het debat dat op twitter werd gevoerd. Niet als je het zonder context moet doen.

Gevolg van dit alles: het debat is niet gevoerd. Er is een dermate grote focus op het technische komen te liggen dat er nauwelijks sprake is geweest van een debat. De grote providers hebben het numbers game perfect gespeeld toen de PR-verantwoordelijken aan de lijn werden geroepen. Op twitter werd er gedebatteerd maar met de snippets die offline werden gehaald, kan ik me voorstellen dat er geen twitteraccounts zijn bijgekomen.

Toch verdienen die van Peeters en Pichal een pluim. Omdat ze het hebben geprobeerd. Het zou makkelijk zijn om alles in hun schoenen te schuiven. Het zou wel handig zijn geweest als ze er op voorhand een specialist hadden bijgehaald.

Update: luisteren kan hieronder

http://dl.dropbox.com/u/2187009/11_11pepi-snip_hi.mp3

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

  • Share/Bookmark

Boek

Er is wat vreemds aan de hand met het boek. Boeken leven meer dan ooit. Iedereen literatuur! Iedereen een boek! Iedereen roman! Iedereen poëzie! Lezen én schrijven. Het boek was nooit zo toegankelijk. Het boek zoals we het kennen loopt op z’n laatste benen.

De Kindle van Amazon verovert Amerika, Apple zet met de iPad een wel erg sterke tegenzet in het boek-van-de-toekomst schaakspel. Het ziet er naar uit dat we na onze CD’s binnenkort ook onze boeken het huis uit kunnen doen en dat we dus weer wat meer plaats zullen krijgen in onze livingkasten.

Bibliotheken en verkopers van (vooral nieuwe) boeken kunnen alvast hun hart vast gaan houden. We vergeten vaak hoe snel het kan gaan. We vergeten dat eens het woord ‘boek’ niet langer per definitie de gedachte aan een samengebonden of genaaid aantal bedrukte bladen oproept, de neergang is beslecht. We vergeten dat de generatie na ons zal opgroeien met de realiteit van een boek-op-een-toestel.

Intussen wordt er geschreven. Zoveel mogelijk. In alle talen van Babylon. En wordt er gelezen. De wereld is informatieziek. De zucht naar meer klinkt luider dan de schreeuw naar minder.

Boek. Op de grens tussen verleden en heden. Op de rand van morgen. De toekomst van het boek ziet er, met uitzicht op een nakend einde, positiever uit dan ooit.

  • Share/Bookmark

Toen de reserve werd opgeroepen

Twee weken geleden was ik te gast bij de heren en dames van de Tech45 podcast. In die tijd was ik nog de oorzaak van heel wat fysieke ruis. Maarten vond het gastsysteem wel goed en vroeg of ik daar ook zin in had. Jawel, zulks was het geval. Met mijn brandy nieuwe headset zat ik eergisteren dan ook klaar.

En toen ging de bel en toen namen we een nieuwe Tech45 podcast op. Terwijl ik dit schrijf, vraag ik me eigenlijk af voor wie ik inviel. Dadelijk even checken.*

Met onderwerpen als de iPad, de google nexus one en de facebook retweetfunctie een uurtje luisterplezier voor de geeks en technologisch geïnteresseerden onder ons. Dat alles onder de noemer “Honey, I blew up the iPod touch”. Laat het u smaken of neem ineens een abonnement via iTunes.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

* Blijkbaar viel ik niet in voor iemand maar is bij eenparigheid van stemmen beslist dat ik er bij mocht zijn.

  • Share/Bookmark

Uitpuilende broekzakken, there’s an app for that

Ken je het probleem? Je wil als man het huis uit. Portefeuille, iPod, GSM, sleutels van het huis, sleutels van je fiets of auto en weg ben je. Intussen puilen je broekzakken uit. Veel heb je niet nodig maar zelfs je basisequipment laat je er al snel uitzien als Mr. Gadget.

Als je ergens neer wil gaan zitten om, ik zeg maar iets, een koffie te nuttigen, dan zit er niets anders op dan eerst die broekzakken leeg te halen alvorens te gaan zitten. Zit je op je portefeuille, dan is een scheefgroeiende rug je lot, ga je op je mobiel zitten, loop je kans ongelukken te doen of een blind call de verkeerde richting uit te sturen.

Als je het geluk hebt je vriendin of vrouw op sleeptouw te kunnen nemen valt alles best mee. “Mijn portefeuille kan in jouw handtas?”, vraag je retorisch. Dat kan. Althans bij mijn lief.

Tot vijf jaar geleden was bovenstaande ook mijn lot. Ik beperkte mijn bagage, kocht jassen omwille van het grote aantal zakken, dumpte de restfractie bij mijn lief. Tot we in het SMAK in Gent het volgende tegenkwamen:

kitchenfloorbagEen kitchenfloorbag ofte handtas voor mannen. Stoer, hip, trendy, superlatieven, fashionable maar vooral: het is niet te geloven wat een gerief dat dat is.

Toegegeven, op het eerste familiefeestje waar ik met handtas verscheen, werden wat opmerkingen gemaakt. Ook als je langs straat loopt krijg je nog wel eens een vreemde blik maar dat valt allemaal veel beter mee dan je op het eerste zicht zou denken. Vergeet niet: the only thing worse than being talked about is not being talked about.

In de rustige vastheid van mijn kitchenfloorbag kwam echter een scheur en vervanging diende zich aan. Zo kreeg ik vorig jaar een online bestelde Tausche Forscherin toegestuurd. Het verjaardagscadeau van mijn lief.

Het leuke aan de tassen van Tausche is het feit dat je steeds nieuwe deckel of flapjes kan kopen, zodat je steeds een nieuwe tas hebt, zonder de basis weg te moeten gooien. Op dit moment zijn er vier deckel in huis, dus kan ik op tijd en stond eens wisselen.

Een aanrader, zo’n handtas voor mannen, al begrijp ik dat niet iedereen er klaar voor is.

update: beide tassen zijn schoudertassen en er past een netbook in, dit even voor de duidelijkheid

tauschenieuw

  • Share/Bookmark



read my rss feed

Categorieën