De HTC U11 review

HTC zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen. Op één of andere manier lukt het ze niet om hun Smartphones die al jaar en dag stelselmatig innovatiever en beter zijn dan die van pakweg Samsung, in de markt te zetten.

Deze zomer kwam dan de mededeling dat ze misschien wel eens op zoek zouden kunnen zijn naar een overnemer. Nu zou Google wel eens die overnemer kunnen gaan worden. Dat zou wel eens vonken kunnen geven want terwijl ze daar in Taiwan zichzelf in de etalage aan het zetten waren, liep ik nog eens rond met een testtoestel. De HTC U11.

Die U11, dat is dan wat ze noemen het vlaggenschip van het HTC-gamma. Over de inhoud van de officiële doos moet je mij geen vragen stellen want ik kreeg de PR-doos. Wat meteen opvalt na de glimmende telefoon (ik kreeg de lichtblauwe versie) is de koptelefoon, die geen audiojack maar een USB-C aansluiting heeft. Zelf kreeg ik er ook een doorzichtig hoesje bij. Wat goed is want die blinkende achterkant met krassen, het zou geen zicht zijn.

Een vlaggenschip, dat betekent de snelste processor van de reeks en genoeg werkgeheugen om tijdens de testmaand geen enkele keer het gevoel te hebben dat er gewacht moet worden op het toestel. De batterij haalt je makkelijk de dag door, zelfs als je een intensieve gebruiker als ik bent.

Als je echt een hele dag Pokemon Go wil spelen, kom je er misschien toch niet. Daarvoor is er dan Quick charge, versie 3.0. Ik heb de versies 2.1 tot en met 2.9 duidelijk gemist. Handig is het wel. Even aan het stopcontact, neem een half uur, en je kan weer een ommetje of zeven door het Middelheimpark lopen.

Zeer te spreken ben ik ook over (de kleuren van) het scherm. Het zou iets met het glas zijn, lees ik hier en daar. Ik heb ooit televisie gedaan en de kleuren van een scherm, ik ben daar nogal gevoelig aan. Of het nu softwarematig is of het is effectief het glas, dat zal mij dan worst wezen.

De mobiele internetverbinding daarentegen, daar hebben we al beter gezien. Zonder daarover in details te treden, wanneer je hier ten huize Seurinck op het toilet zit, durfde het wifi-signaal wel eens verloren te gaan. Iets wat met de Nexus en de One Plus 3T die hier momenteel in gebruik zijn nooit gebeurt.

Softwarematig blijft HTC investeren in haar Sense-laag bovenop de standaard Android. Voor mij zou dat allemaal niet moeten maar ik begrijp dat de gewone gebruiker er wel wat aan heeft. Veel features die in de vroege Sense zaten, zijn nu overgenomen (en een pak beter gemaakt) door Google Now. Dat maakt features als Blinkfeed bijvoorbeeld vooral storend want niet beschikbaar in een Vlaamse versie want die Franse versie is leuk als je daar op reis bent maar eens terug wil je toch graag de strapatsen van de lokale politici volgen.  

Nieuw bij de U11 is dat Sense ook een hardwarelaagje krijgt. Je kan namelijk op de telefoon knijpen. Knijpen? Jawel. Je kan de telefoon zo instellen dat je, wanneer je er op knijpt een bepaalde functie kan ontgrendelen. Foto-app openen of je moeder bellen, je zegt het zelf maar. Leuke feature maar niet meteen iets waarvan ik een aankoopbeslissing zou laten afhangen.

Heeft HTC met de U11 een telefoon opgeleverd waar je van gaat dromen? Die tijd is voorbij denk ik. Van droomtelefoons. Tenzij je het statussymbool met het fruit op de achterkant wil kopen. Dat is geen telefoon, it’s a fashion accessory. De U11 is wel één, zoniet dé Android telefoon die je wil kopen als je in de markt bent voor een nieuw en hardstikke degelijk toestel.

Leve de cyberaanval!

De wereldwijde cyberaanvallen van de voorbije weken hebben in veel bedrijven de nodige impact gehad. Niet alleen financieel en mentaal maar ook procesmatig. Wanneer de informatica het laat afweten, ligt het bedrijf plat net zo wel als dat het geval zou zijn als wanneer de machines uit zouden vallen.

Het is behelpen dan. Alternatieven zoeken. Al zeker bij wat ik kort door de bocht even de kenniswerkers zou willen noemen. Bij de afdeling van Mondelez in Herentals werd pen, papier en iemand met een mooi geschrift opgevorderd om te communiceren naar de werknemers.

“Omwille van een cyberaanval kunnen we momenteel niet normaal produceren”, zo staat er te lezen. Er moet gebeld worden naar wel zes verschillende nummers om de planning op te volgen en verdere communicatie zal volgen. Wanneer is onduidelijk.

Zelf heb ik de tijd niet meer meegemaakt dat een job zonder persoonlijk e-mailadres kwam. Die tijd ken ik alleen van verhalen die collega’s me door de loop der jaren hebben verteld. Die verhalen komen meestal boven als internet op kantoor plat gaat of zoals bij Mondelez vandaag, zo kan ik me voorstellen.

Je kan je dan de vraag stellen hoe dat vroeger toch in vredesnaam geregeld werd. Hoe mensen ooit tot consensus kwamen en hoe iedereen op de hoogte bleef van het reilen en zeilen van een bedrijf, zo zonder e-mail of slack of facebook workplace of wat er bij jou op kantoor ook wordt gebruikt.

Je kan ook de vraag stellen hoe we al die communicatiemiddelen vandaag gebruiken. Proberen we effectief het onderste uit onze kan te halen of zijn we aan het communiceren omwille van de communicatie? Zijn we op de hoogte omdat het essentiële informatie is voor de vooruitgang van het bedrijf of willen we als manager vooral weten waar iedereen mee bezig is?

Een werkplek is anno 2017 vaak een plaats van oorverdovende communicatie. Wie de fout maakt de ochtend te beginnen met het beantwoorden van een aantal mails, komt al te vaak aan de lunch met het gevoel dat er deze namiddag nog een bord vol to-do’s staat. Stilaan beginnen bedrijven het in te zien. Er worden dagen-zonder-mail georganiseerd of stilteplaatsen in eilandorganisaties. Om even te ontsnappen en écht werk gedaan te krijgen.

Beantwoorden we al die berichten op elk uur van de dag en de week zo snel mogelijk om te tonen dat we weldegelijk aan het werk zijn of bieden we telkens we een extra bericht op de stapel leggen écht een meerwaarde?

Het is makkelijk lachen met het voorstel van Kris Peeters om het mailen na de uren aan banden te leggen. Een overheidsingrijpen is uiteraard een brug te ver maar als de onzichtbare hand bestaat, dan mag die stilaan omhoog voor de niet aflatende stroom aan communicatie die dwangmatig moet worden gedoofd door nog meer communicatie.

Growth Hacking: het nieuwste vakje op de buzzword bingo?

Laatst ging ik naar een bijeenkomst van online marketeers en communicatiemensen waar een Growth Hacker het woord zou nemen. Het buzzword was al enige tijd op mijn radar verschenen en links en rechts had ik me wat bijgelezen. Mijn mening hing ergens tussen geïntrigeerd en sceptisch.

Geïntrigeerd omdat ineens iedereen het erover leek te hebben. Sceptisch omdat de vlag inmiddels ook alweer zoveel ladingen dekt dat je hoopte dat communicatiewetenschap toch wat meer op wiskunde zou lijken dan op psychologie.

Gelukkig is dat niet het geval dus leggen we er ons bij neer dat ons vak een mengvorm van wetenschap en kunst is.

Een avond met een Growth Hacker

De Growth Hacker sprak over zijn ervaringen. Hij vertelde hoe er leads waren gegenereerd en adressen verzameld. Hij vertelde over het scrapen van websites en hoe technologie en communicatie met elkaar konden worden verweven. Sommige vondsten waren straf gevonden, andere leken me meer een kunstje dan een strategische aanpak. 

Het klonk me bij tijd en wijlen allemaal nogal dodgy. Ik was blij dat ik lang niet de enige was die tijdens de vragenronde luidop de vraag stelde of je met dat soort praktijken niet bij de privacycommissie of erger op het matje kon worden geroepen. De jongeman leek er al bij al vrij gerust in.

Het was niet het beeld dat ik van Growth Hacking had verwacht wat ik die avond voorgeschoteld kreeg. Al was de dunne lijn waarop er gewandeld werd, de interactie tussen technisch vernuft en psychologisch inzicht, ook wel genoeg om mij van sceptisch-geïntrigeerd naar geïntrigeerd zonder meer te laten opschuiven.

Twee boeken over Growth Hacking

Er zou een boek aan te pas komen. En daarna nog een boek. Kwestie van me er van te vergewissen of mijn eerste oordeel niet vooral op het conto van een auteur te schrijven zou zijn. Eerst las ik Designing for Growth, een boek dat wat meer voedingsbodem heeft in design thinking en innovatie en niet zozeer de technische of communicatiekant bekijkt. Daarna las ik Hacking Growth, dat pas op 25 april van dit jaar in de boekenrekken kwam.

Het besluit na twee boeken: mijn scepsis werd bevestigd. Eigenlijk ben ik (en jij mogelijk ook) al langer bezig met Growth Hacking dan de term de ronde van het internet is beginnen doen.

Als je een agile marketing in een proefbuis samenzet met een developer. Vervolgens laat je communicatiemens die wat kaas gegeten heeft van behavioural economics eens schudden en voegt tenslotte wat creatives toe, is het een kwestie van wachten tot daar Growth Hacking uit komt. Schematisch ziet dat er allemaal best ordelijk uit.

Growth hacking - David Arnoux

Is Growth Hacking dan echt niet meer dan een buzzword?

Is er dan echt geen nieuws onder de zon is? Heb ik twee boeken en inmiddels tig blogposts gelezen en helemaal niets geleerd? Heeft Growth Hacking helemaal geen toegevoegde waarde? Uiteraard niet. Een aantal technieken die ik gebruikte, ga ik verder verfijnen en het agile en behavioural gedeelte van marketing, daarin is mijn geloof alleen maar versterkt.

Of ik mezelf dan very 2K17 een Growth Hacker ga noemen? Dat denk ik niet.

Wat marginal gains voor jouw bedrijf kunnen betekenen

In 2012 werden de Olympische zomerspelen in Londen georganiseerd. Zeven van de tien te verdelen gouden medailles in het baanwielrennen gingen naar het Britse team. Zeven wereld- en twee olympische records toe.

Marginal Gains kunnen medailles opleveren of winst. Het is maar hoe je het bekijkt.

Eerder die zomer had Bradley Wiggins als eerste Brit ooit de Ronde van Frankrijk gewonnen. Aan het werk: performance director Dave Brailsford en de marginal gains theory. Mogelijks was er ook geneeskunde op een wat schimmiger niveau maar dat doet hier niet terzake.

De marginal gains theory vertelt dat je het fietsen tot op het bot moet ontleden en dan elk van die onderdelen 1% beter maken. Of het nu gaat om de positie op de fiets, de stand van het stuur of de vorm van het frame. Wanneer je op elk van die onderdelen het kleinste verschil maakt, spring je ineens een eind verder.

Uiteraard liggen onderliggend de fietstraditie en het talent dat je in een generatie aantreft mee aan de basis van het succes van de ploeg. Uren aan trainingsarbeid, research en development en experimenteren. Het bracht het Britse wielrennen naar ongekende hoogten.

Het geeft ook de denken. Wielrennen als metafoor voor wat er in jouw bedrijf gebeurt. Uiteraard doe je vandaag al aan marketing en communicatie. Uiteraard heb je nagedacht over nieuwe businessmogelijkheden. Uiteraard denk je na over disruptie en bots en wat als op de lange termijn?

Heb je echter ook stilgestaan bij wat er vandaag is en hoe dat beter kan? Wat als je website 1% meer bezoekers had? Wat als er 1% daarvan meer zouden inschrijven voor jouw wekelijkse nieuwsbrief? Wat als die 1% meer werd geopend? Wat als 1% meer daarvan de weg zou vinden naar het contactformulier of naar jouw webshop? Hoeveel zou de optelsom van die procenten maken voor jouw bottom line?

Het vinden van marginal gains beperkt zich niet tot het vlak van marketing en communicatie. Marginal gains zijn per definitie te vinden in elk onderdeel van jouw bedrijf. Wat je nodig hebt is een performance director die op zoek gaat naar en oplossingen vindt voor alle micro-onderdelen van jouw bedrijf of organisatie.

Welke 1% ga jij eerst aanpakken?

De BMW 330e: een schaap in wolfsvacht

Toen vorig jaar besloten werd om de bvba WIT op te richten, moest er ook een voertuig bij gekozen worden. Enfin moest. Dat zou ooit wel van pas komen, zo werd algemeen bedacht. Aangezien de klant die het factuur 001 van WIT kreeg een partnership met BMW heeft en ik dat toevallig ook nog wel te pruimen wagens vind, was de keuze al wat makkelijker gemaakt.

de BMW 330e bij het afhalen

Alleen het type moest dan nog gekozen. De koffer van de X1 bleek bij inspectie een beetje een tegenvaller en ik was toch al niet zo’n fan van het hele crossovergebeuren. Qua looks zou ik voor een 4-reeks gran coupé zijn gegaan. Alleen wil ik ook nog wat groen kleuren, zelfs in mijn automobiliteit. Dus werd het een 330e. De plugin hybride 3-reeks.

Waarom zou je een BMW 330e kopen?

Zonder meer één van de mooiste en de leukste wagens waar ik ooit al mee gereden heb, die 330e. Ja, het is door dat M-pakket een beetje een patsterbak, zeker als je die geblindeerde ramen en die fraaie wielen ziet. Vergis je niet. Het is een soort schaap in wolfsvacht.

Ja, een schaap in wolfsvacht. Want onder die koffer zit een batterij die een elektromotor aandrijft. Je komt er een kleine dertig kilometer ver mee als je ‘m oplaadt aan een stopcontact of laadpaal. Of je kan, als je de combinatie van de benzinemotor en elektromotor gebruikt van nul tot honderd sprinten in zeggen en schrijven 6,1 seconde. Voor dat laatste heb ik ‘m niet gekocht maar ik kan niet doen alsof ik dat niet een beetje leuk vind.

Minstens even leuk is het groene kantje van de auto. Want hoe graag ik het ook doe, met de fiets de jongens naar school brengen, naar het werk fietsen en terug naar school en terug naar huis en koken en de kinderen in bed steken en… is het erg als ik zeg dat mij dat gewoon niet heel erg goed lukt, timinggewijs? Dus doe ik het voor het grootste stuk op batterij, gevuld met groene stroom. Dat is al wat.

Een PHEV: opladen en verbruik

Uiteraard komt het reële verbruik in de verste verte niet aan de vooropgestelde doelen maar eerlijk is eerlijk, ik kom er ook niet altijd toe om ‘m overal en altijd op te laden. Bij ouders en schoonouders lukt het best want die hebben een oprit tot aan de garage. Thuis is het met verlengdraad te doen. Bij klanten is het nu niet meteen zo dat ik bij het kennismakingsgesprek ga vragen ‘en waar is nu het stopcontact’ maar als er een laadpaal beschikbaar is, zal ik niet nalaten om ‘m in te palmen.

BMW 330e opladen

Is dit de meest handige familiewagen die er is? Hoogst zeker niet. Daarvoor is de koffer te klein. Is het de sportiefste auto out there? Heel zeker niet. De meest luxueuze? Neen. Het is wel by far de auto die voor mij het meeste doet. Ziet er goed uit. Rijdt als een beest als je daar eens zin in hebt, fluistert stil als het moet.

Oh. Ja. Dan nog iets. De boekhouder, die vond dat ook een goed idee, zo’n plugin hybride.

Krystina Sferlazza: Proximus werknemer van de maand

Hoera! Het is gelukt! Proximus heeft mij dan toch als klant willen binnenhalen. Alle gekheid op een stokje: er zullen wel redenen zijn waarom het met mij en hen zo fout liep. Slechte opleiding waardoor de winkelbediende niet weet dat je bij een privéabonnement geen bedrijfsfactuur kan krijgen, matige informaticasystemen waardoor Twitter- en telefoonhelpdesk en socialmediateam van elkaar niet zien wat er gaande is. Ik zeg voor de vuist weg maar wat.

Toen het gisteren pas echt fout dreigde te lopen kwam er echter een soort deus ex machina zoals je ze nog maar zelden op de bühne ziet: Krystina Sferlazza. Ze heeft haar naam nog mee ook. Voor zover ik kan inschatten werkt ze op een andere dienst bij Proximus maar weet ze zo een beetje hoe de vork aan de steel zit.

‘Ga gewoon naar de winkel, vraag een nieuwe simkaart en klaar’ adviseerde ze toen Mobile Vikings ineens sneller dan verhoopt de telefoonkraan dichtdraaide. Er moeten meer Proximuswerknemers meegelezen hebben en eerlijkheid gebiedt om te vertellen dat er me maandag iemand al had aangeboden om intern aan bellen te gaan trekken. Als ik echt de ik-ben-blogger-en-ik-wil-nu-geholpen-worden-kaart had willen spelen zijn er ook wel manieren. De helpdesk deed er het zwijgen toe. Ik moet geen voorkeursbehandeling. Ik hoef geen compensatie. Trek lessen uit het gebeurde en los het op.

Het zal vast buiten de procedures liggen wat Krystina Sferlazza deed. Privé account gebruikt, andere dienst, heel de ramsamsam. Het is wat Mobile Vikings de laatste jaren is verloren. Het is wat je van een grote boite als Proximus niet verwacht: een persoon met voornaam én familienaam die het zich aansteekt en die denkt: fuck het boekje, dit is een te simpele oplossing om iemand mee te laten sukkelen.

Dominique, als je dit te lezen krijgt, laat Krystina opnemen in de opleiding voor al je personeel en stuur haar een mailtje, ze zal vereerd zijn.

 

Een nieuwe aflevering in de Proximus-soap

Maandagavond was ik het hele gedoe met Proximus een beetje beu. Een blogpost werd geschreven. Een tijdslimiet werd gezet. Als het om 17u op dinsdag niet opgelost zou zijn, zou ik publiceren. Zo geschiedde helaas.

De reacties lieten niet op zich wachten. De blogpost is inmiddels zo’n 2000 keer gelezen. Bij Proximus deden ze hun best om alles zo snel mogelijk recht te zetten. Met reacties tot op mijn Facebookbericht toe. Alles zou goedkomen, dat voelde je. Hier stonden de zenuwen op scherp.

Om 9u52 kwam het bericht van Proximus dat de overzetting van mijn nummer opnieuw werd aangevraagd. Ik bedankte de jongedame aan de andere kant van de lijn en voegde er voor de zekerheid aan toe dat ik ook nog een nieuwe simkaart verwachtte. Een nano-exemplaar deze keer. Daar zou voor gezorgd worden.

Vandaag werk ik thuis. Geconcentreerd verder werken aan een plan voor 2017. Ik was er dus om 7u30 al aan begonnen. Kwestie van wat meters te kunnen maken. Om 12u was het op, zowat. Dus besloot ik tot een wandeling. De rest van het verhaal kan je al raden, juist?

Onderweg wil ik dus iets opzoeken. Blijkt mijn verbinding weggevallen. Wat doet een beetje techneut dan? Eens aan en uitzetten. Eerst de verbinding. Daarna de hele telefoon. Helaas niets. In draf naar huis. Bericht naar Mobile Vikings gestuurd. Hebben jullie mijn nummer al gedeactiveerd? Ja, dat hebben ze.

Ondergetekende gaat dus even douchen, kostuum aantrekken en naar het werk vertrekken want het gevoel dat de collega’s mij niet gewoon kunnen bereiken, het zit me niet lekker. Intussen ga ik eens nadenken hoe ik me op een beleefde manier toch heel erg boos kan maken.

Die keer dat ik klant wilde worden bij Proximus

Twaalf december zou mijn laatste officiële werkdag worden bij Flanders DC. Dat had Sabrina van HR voor mij berekend. Veranderen van werkgever, dat is ook veranderen van telefoon-abonnement en in mijn geval ook van operator. Mobile Vikings is naast zijn zelfstandigheid de voorbije jaren ook zijn sympathieke kantje kwijtgeraakt. De dekking blijft wat ze was en dat is voor mij niet genoeg.

Trek ik dus naar Proximus. Terwijl ik toch in het centrum moest zijn even binnenwippen in de Proximuswinkel, dacht ik zo. Of ik mijn nummer wilde behouden? Jazeker. Welk abonnement ik wilde? Een business abonnement alstublieft met 8 GB aan data want ik trek er wat door op een maand. Waarom neem je geen gewoon abonnement vroeg de verkoopster? Het is eigenlijk goedkoper en kan ook via vennootschap betaald. Waarom ook niet? Toch? Contractje getekend. Simkaart gekregen. Trots een instagramfoto genomen. Wist ik veel.

A photo posted by Jan Seurinck (@janseurinck) on

Zeggen en schrijven zes december om drie uur in de namiddag . Ruim tijd genoeg om alles geregeld te krijgen zou je denken. Niet dus. Ik liep nog wel als een dwangneuroot rond want ik voelde dat de omschakeling er snel aan zou komen en je zal nooit anders zien dat je ergens op de boerenbuiten aan het fietsen bent, een derde lekke band krijgt en met bevroren vingers niet naar het thuisfront kan bellen want je telefoon doet het niet meer.

Op 13 december voelde ik de bui hangen. Even Brussel DM’en zeker? Flanders DC op de hoogte brengen dat het niet had gewerkt en of ze zo vriendelijk wilden zijn om mijn telefoon nog even te betalen. Dat ze het factuur dan maar naar mij moesten sturen als het nodig was. Bij Proximus luidde het intussen dat het mogelijks aan de oude provider zou kunnen liggen en dat het tot een paar dagen kon duren… Tik tak tik tak tik tak.

Op 14 december is het ineens zo dat er geen aanvraag tot overzetting terug te vinden is maar gelukkig is de andere kant van de Twitterlijn heel vriendelijk en zal het doorgegeven worden aan het callcenter. Een lange telefoon later weet ik dat ik toch een business abonnement vandoen heb want dat kan zomaar niet en of ik mijn telefoonnummer wens te behouden? Ja. Ik wil dat. En snel. En nu.

Veertien dagen later… VEERTIEN… Valt er een brief in de bus. Dat ik tevreden mag zijn van mijn keuze want Proximus dat is een gerief in huis. Dan begint het me weer te dagen… Nog geen nieuwe simkaart gezien. De andere kaart is inmiddels de vuilnisbak ingegaan. Wat als… Opnieuw de Twitter helpdesk gebuzzd. Hoe zit het nu? Waarop het verrassende antwoord komt…

jantje-wou-eens-proximus-klantje-worden

Nu zou ik vroeger in een Spaanse furie geschoten zijn maar kijk, wijsheid komt met de jaren en ik weet dat er ergere dingen zijn dan vechten met een windmolen dus ik doe de uitleg nog eens kalmpjes over. Dat er geen nieuw nummer vandoen is en dat het weldegelijk over een bedrijfsaccount moet gaan en… jantje-wou-eens-proximus-klant-worden-bis

Omdat alleen de kalmte u kan redden geef ik de gegevens van mijn bedrijfje door en voorwaar ik zeg u: alles gaat in orde komen. Het IT team van Proximus schiet zelfs voor mij in actie. Waarop ik nog even piep dat ik dan ook nog wel een sim-kaart nodig heb want je moet je voorstellen dat die IT’ers bij Proximus zo snel handelen… Mocht je al bang zijn dat nu de slechte afloop komt. Gelukkig niet. We schrijven de donderdag voor nieuwjaar en er gebeurt niets.

Tot vandaag. De eerste maandag van het nieuwe jaar. Als ik thuiskom wacht de post op de livingtafel. De simkaart is gearriveerd! Helaas gaat het hier over een microsim en doe ik al jaar met een nano… Dat kunnen ze op zich bij Proximus niet weten maar je zou denken dat ze dat wel kunnen vragen. De tweede brief is een factuur. Voor het niet-gevraagde nummer.

Het bericht dat ik niet van plan ben om die factuur te betalen en de vraag om een nano-sim te krijgen blijven bijna een hele werkdag na versturen onbeantwoord. Ik denk dat ze bij Proximus klanten genoeg hebben. Wat kunnen jullie voor mij betekenen Telenet?

 

 

De politiek heeft verloren (as heard on radio 1)

“Het tweede debat in aanloop naar de presidentsverkiezingen in Amerika is uitgedraaid op een moddergevecht” vertelt de nieuwslezeres terwijl ik de jongens naar school breng. Terwijl ik de vraag beantwoord wat een moddergevecht is en waarom die mensen dat gedaan hebben, hoor ik dat Clinton toch als overwinnaar mag worden beschouwd. De reden daarvoor? De excuses van Trump kwamen bij wat onderzoeksbureaus een representatief staal van de Amerikaanse kiezers heet niet geloofwaardig over.

De nieuwslezeres heeft maar half gelijk. Wie heeft hier eigenlijk gewonnen? Waar gaat dit debat nog over? Ongeloofwaardige excuses volgen op strategisch gelekte video’s. Waarna de twee partijen roepend en wild gesticulerend de huiskamer van miljoenen Amerikanen en aan de sociale netwerken te zien wereldwijd nog eens zoveel televisieschermen rollen. In veertien seconden van seksuele intimidatie lees ik. Wat is dit? Het WK koppensnellen?

Je moet wel heel naïef zijn om niet te geloven dat een communicatiestrateeg of een spindokter of hoe je haar ook wil noemen ergens achteraan in de chartervlucht tussen Chicago en New York een communicatieplan heeft opgesteld en dan en daar heeft beslist: het tweede presidentiële debat zal over de houding van Trump tegenover vrouwen gaan. Het debat over de buitenechtelijke relaties en eerder al even strategisch gelekte e-mailconversaties zullen daarmee bij zus en zoveel procent van de kiezers naar de achtergrond worden verschoven en de verkiezingen zullen gewonnen worden.

De Amerikaanse verkiezingen hebben steeds meer weg van een reality show en de race naar de onderstroom trekt niet alleen de geloofwaardigheid van de beide kandidaten in een steeds sneller tempo naar beneden, het haalt met een evenredige snelheid de geloofwaardigheid van de politiek naar beneden. En hoewel het verleidelijk is de popcorn klaar te zetten en te kijken waar ze over de oceaan mee bezig zijn, hou je maar beter de vetgedrukte krantenkoppen hier te lande en bij uitbreiding in Europa er maar bij en kan je alleen maar hopen dat de slinger nu stilaan terug begint te keren.

 

De verjaardagscabrio van 2016: de Audi TT Roadster

Een paar jaar geleden vroeg ik Juul -dat is de oudste- wat hij voor zijn verjaardag wilde. ‘Een cabrio’ was het duidelijke antwoord. Ik zag er de uitdaging wel van in. De vriendelijke mensen van Volkswagen leenden me toen een Beetle Cabrio uit. Het weer was niet echt goed maar het dak kon er heel even af en een blije driejarige, daar doet een mens het voor.

De uitdaging werd een sport want na de verjaardagsbeetle kwam ook nog een verjaardags Mini Roadster en een verjaardags Citroën DS3. Ook dit jaar stond een cabrio hoog op het verlanglijstje en dus vroeg ik de mensen van Audi of de TT Roadster beschikbaar was in de verjaarperiode. Dat bleek het geval en dus mochten we de na de Audi TTS vorig jaar opnieuw van de Vorsprung durch technik genieten. Zonder dak deze keer.

audi TT roadster official photo

De versie die we meekregen was voorzien van 180 pk, een automatisch schakelende motor  en een S-line pakket. Goed voor veel rijplezier in een mooi jasje. Iemand was er heel erg tevreden mee.

juul seurinck audi tt roadster

Niet alleen Juul was in de wolken (hebdem) trouwens. Wij genieten alleen op een ingetogen manier.

Audi TT roadster open dak jan en ken

De TT roadster heeft (behalve vier zetels) alles wat de gewone TT heeft. Je kan er zelfs mee naar de Albert Heijn als je dat wil. De weekbehoeftes van een modaal gezin zoals het onze passen er net in.

audi TT roadster shopping

Het was me werkelijk een plezier om een weekend lang met het karretje te rijden. € 55000 voor een auto met de meeste toeters en bellen er wel op én een roadster, dat vind ik niet overdreven veel geld voor wat het is. Eigenlijk. Basisprijs voor de goede orde: € 36000. 

De Under Armour Healthbox: ingrediënten voor een platformervaring

HTC, het merk dat alweer een paar jaar mijn telefoons levert heeft het moeilijk, we moeten daar niet belachelijk over doen. Er is de iPhone natuurlijk, die de markt afroomt en Samsung die even synoniem voor ‘Android’ dreigde te worden.

Daarop willen de Taiwanezen antwoorden met (design-)kwaliteit en andere businessmodellen. Er is hun VR afdeling natuurlijk maar ik kreeg (in primeur nog wel) iets anders te pakken: het sportpakket dat het resultaat is van hun samenwerking met Under Armour, het Amerikaanse sportkleding en -accessoiresbedrijf.

HTC Under Armour healthbox

Under Armour is al een tijdje bezig met het uitbouwen van een platform voor alles wat te maken heeft met sport. Ze hebben daarvoor Mapmyfitness gekocht, wat je een Strava-concurrent zou kunnen noemen en Myfitnesspal, een caloriënteller en activiteitendagboek.

Platformen zijn wat je in de moderne economie doet en dus hebben ze dat goed gezien. Voeg daarbij dus de knowhow van HTC in het maken van hardware en je hebt een recept voor succes in handen. Althans, dat zou je denken.

De doos waarin de Healthbox wordt geleverd is meteen een toonbeeld van wat ik anno 2016 van HTC verwacht. Apple-achtige kwaliteit en feel maar dan met een twist. Daarin zitten dus een UA band (een fitnesstracker), de UA hartslagmeter en een weegschaal met enige pretentie. Voor hardware design krijgt het drieluik een welverdiende 8,5.

De hardware van de Healthbox

De UA band is een wearable van de moderne fitbitsoort. Aan te sluiten via bluetooth en te gebruiken als verlengstuk van je telefoon. Agenda en muziek starten en stoppen en onderweg kan je zien wie je belt (schijnt, want ik word zelden gebeld als ik aan het sporten ben). Het meet je slaap (automatisch) en telt je stappen. Het toestel is een pak minder gedetailleerd op bewegingsvlak als ik gewoon ben van mijn Polar. Als het over sporten gaat, moet je echt naar de software-oplossing van de box kijken.

Terwijl het dan toch over sporten gaat: de hartslagmeter is daar een goeie compagnon de route. Het blauwe Under Armour logolichtje dat laat weten dat je hart nog klopt en dat één en ander werkt, maakt het de coolste hartslagmeter die ik al heb gedragen.

Het hardware sluitstuk van de Healthbox is meteen de kers op de taart. De weegschaal communiceert met de app via bluetooth en met het platform via wifi. Hij weegt en meet je vetpercentage en stuurt dat meteen door. Het ding herkent verschillende gebruikers en zegt ‘s morgens vriendelijk goeiedag. Het is vast niet de meest gesofistikeerde personenweegschaal die vandaag op de markt is maar de integratie en het platform is in deze het verkoopsargument, niet de kwaliteit van de individuele toestellen.

Het Under Armour platform

De integratie met de band, de hartslagmeter en de weegschaal zijn op een wip geregeld en je hoeft geen diploma informatica te hebben om pakweg de weegschaal op de wifi te zetten. Alles gaat netjes uit de app. Voor mensen die niet graag handleidingen hebben zoals ondergetekende: je kan zonder (maar het gaat iets vlotter met).

Op de standaard app die alles zowat bij elkaar moet houden valt weinig negatief te zeggen. UA Record heet het ding en het trekt de look en feel van de healthbox digitaal helemaal door. Het kwadrant-in-een-cirkel van de weegschaal komt hier terug. Overzicht in een mooi jasje. Helemaal goed gedaan.

Helaas is het niet allemaal zonneschijn: bij Under Armour hebben ze zich dus een platform geprogrammeerd (de UA Record hub) maar voor grote stukken rekenen ze dus nog op hun aankopen: de myfitnesspall en mapmyfitness apps moet je dus ook installeren om het onderste uit je healtbox kan te krijgen. Dat je drie apps nodig hebt om je fitnessding te doen is knap vervelend. Dat Strava daarenboven niet ondersteund wordt (begrijpelijk, je wil een platform bouwen, niet een ander ondersteunen) is voor een sport-gerichte gebruiker als ik spijtig.

Een corrigerende tik verdienen ze bij Under Armour trouwens om mensen die € 449 neertellen voor de box om die dan een jaar te laten genieten van de pro accounts van beide periferal apps en daarna gewoon te laten betalen. Je hebt het Polar model waarbij je hardware verkoopt en software weggeeft. Je hebt het Strava-model waarbij je software verkoopt. Van beide walletjes eten als uitdager op een markt? Ik zou het niet doen.

De conclussie

Under Armour heeft in HTC een goeie partner gevonden voor het maken van de electronica. Ook het platform mag er wezen. De periferal apps doen ook meer dan goed hun ding. Alleen, dat zijn dus de ingrediënten voor een platform waar ik het in mijn inleiding over had. Het is denk ik een kwestie van tijd dat die integratie er komt maar die tijd is dus niet nu.

Vandaag zou ik de Healthbox aanbevelen aan mensen die aan hun conditie willen werken of die willen afvallen. Zij vinden in de integratie van hardware en software al een mooi hulpmiddel om hun doelstellingen te bereiken.

Een remake van ‘de juiste prijs’ zou nog zo gemakkelijk niet zijn

Las ik bij de Herman een stukje over Offline Dynamic Pricing. Daaruit was te verstaan was dat prijzen in de winkel(keten) realtime kunnen worden aangepast naarvolgens de concurrentie of de dag van de week of whatever. Niet alleen online maar ook gewoon in de winkel.

Nu heb ik iet of wat ervaring in retail en het zou me in de verste verte niet verbazen dat die dingen real as fuck zijn want retail mijn beste, dat is marketing van de bovenste plank. Ge kunt geen P bedenken of je hebt ze nodig als je zo een winkel inricht. And then some. Het is in die tijd dat ik mijn (pseudo-)wetenschappelijke benadering van communicatie voor een stuk heb opgedaan denk ik.

Edoch. Offline Dynamic Pricing dus. Recent had ik het ook voor, in het echt. Verhuisd van een appartement waar zo vanalles was wat ook moest blijven staan wegens ingebouwd enzo naar een appartement waar dat nog niet was en dus moest de IKEA en daarna ook de Mediamarkt bestormd worden voor het kopen van dingen. Een microgolf/ovencombi bijvoorbeeld.

Nu wil het dat de IKEA en de Mediamarkt hier in het Antwerpse, dat die vlak naasteen liggen. Wij dus daar binnen maar dan moet dat in die kast, weet ge wel en zijn we wel zeker dat de buitenmaat van die oven, dat die in die kast gaat gaan en dat klapdeurtje naar beneden, gaat dat wel handig zijn? Foto genomen van dat kaartje enal. Dat ik morgen het verkeerde niet kom halen…
whirlpool JT479 BL mediamarkt

Wij dus terug naar huis en uitmeten en morgen moeten we waarschijnlijk toch weer bij den IKEA zijn want voor de berging moeten we nog rekskes hebben enzovanalles. Vaneigens past dat want al die keukens, dat is met standaardmatentenzijandersaangegeven maar beter veilig dan spijt en dus stond ik daar de volgende dag terug.

De volle honderd euro. Enfin. 95 duurder. Op een dag. Op een toestel van € 300! Ik dacht dat ik mijn ogen niet geloofde en om heel eerlijk te zijn, ik geloofde ze ook niet. Edoch: ik keek om mijn telefoon en mijn ogen hadden gelijk.

de juiste prijs

Je kan veel zeggen over de Mediamarkt, bijvoorbeeld dat ze irritante reclamespots hebben en personeel dat verplicht door een irritante upsellingprocedure moet maar je kan ze nauwelijks beschuldigen van hoogtechnologische supertransparante prijstags. Eerder authentiek zou je kunnen zeggen. Handgeschreven dat je denkt: zonder al te veel moeite zou je hier een nieuwe prijzenslag in pakweg haardrogers kunnen ontketenen.

Wat doe je dan? Online kijken natuurlijk. Desnoods bij Coolblue aan de andere kant van de steenweg bestellen. Bleek die daar overnight ook € 95 duur geworden. Om maar te zeggen, als je na de drie wijzen en zeg eens euh een remake zou willen maken van de juiste prijs, het zou zo gemakkelijk niet zijn. Dus ik mijn stoute schoenen aangetrokken en naar de eerste betrouwbare mensvandewinkelterzake die ik kon vinden gestapt. Prijsvergelijking in de aanslag en hoe dat kwam.

Hij had ‘m voelen komen denk ik. Of hij is één van die verkopers die meteen weet waar het over gaat als je Whirlpool JT479BL uitspreekt. Of hij die ochtend eigenhandig het kaartje herschreven. Dat hij er de verantwoordelijke zou bijhalen. Die vertelde dat prijzen dagelijks worden aangepast. Dat ik gelijk had en dat ik de prijs van gisteren zou betalen want de mensvandewinkelterzake zou daar een bon voor aanmaken.

Lesson learned: er bestaat zoiets als offline dynamic pricing en je hebt er geeneens fancy infrastructuur voor nodig. En fysieke winkels zijn soms handig want er zijn mensen en mensen maken bonnen. I hacked the system.