De politiek heeft verloren (as heard on radio 1)

“Het tweede debat in aanloop naar de presidentsverkiezingen in Amerika is uitgedraaid op een moddergevecht” vertelt de nieuwslezeres terwijl ik de jongens naar school breng. Terwijl ik de vraag beantwoord wat een moddergevecht is en waarom die mensen dat gedaan hebben, hoor ik dat Clinton toch als overwinnaar mag worden beschouwd. De reden daarvoor? De excuses van Trump kwamen bij wat onderzoeksbureaus een representatief staal van de Amerikaanse kiezers heet niet geloofwaardig over.

De nieuwslezeres heeft maar half gelijk. Wie heeft hier eigenlijk gewonnen? Waar gaat dit debat nog over? Ongeloofwaardige excuses volgen op strategisch gelekte video’s. Waarna de twee partijen roepend en wild gesticulerend de huiskamer van miljoenen Amerikanen en aan de sociale netwerken te zien wereldwijd nog eens zoveel televisieschermen rollen. In veertien seconden van seksuele intimidatie lees ik. Wat is dit? Het WK koppensnellen?

Je moet wel heel naïef zijn om niet te geloven dat een communicatiestrateeg of een spindokter of hoe je haar ook wil noemen ergens achteraan in de chartervlucht tussen Chicago en New York een communicatieplan heeft opgesteld en dan en daar heeft beslist: het tweede presidentiële debat zal over de houding van Trump tegenover vrouwen gaan. Het debat over de buitenechtelijke relaties en eerder al even strategisch gelekte e-mailconversaties zullen daarmee bij zus en zoveel procent van de kiezers naar de achtergrond worden verschoven en de verkiezingen zullen gewonnen worden.

De Amerikaanse verkiezingen hebben steeds meer weg van een reality show en de race naar de onderstroom trekt niet alleen de geloofwaardigheid van de beide kandidaten in een steeds sneller tempo naar beneden, het haalt met een evenredige snelheid de geloofwaardigheid van de politiek naar beneden. En hoewel het verleidelijk is de popcorn klaar te zetten en te kijken waar ze over de oceaan mee bezig zijn, hou je maar beter de vetgedrukte krantenkoppen hier te lande en bij uitbreiding in Europa er maar bij en kan je alleen maar hopen dat de slinger nu stilaan terug begint te keren.

 

De verjaardagscabrio van 2016: de Audi TT Roadster

Een paar jaar geleden vroeg ik Juul -dat is de oudste- wat hij voor zijn verjaardag wilde. ‘Een cabrio’ was het duidelijke antwoord. Ik zag er de uitdaging wel van in. De vriendelijke mensen van Volkswagen leenden me toen een Beetle Cabrio uit. Het weer was niet echt goed maar het dak kon er heel even af en een blije driejarige, daar doet een mens het voor.

De uitdaging werd een sport want na de verjaardagsbeetle kwam ook nog een verjaardags Mini Roadster en een verjaardags Citroën DS3. Ook dit jaar stond een cabrio hoog op het verlanglijstje en dus vroeg ik de mensen van Audi of de TT Roadster beschikbaar was in de verjaarperiode. Dat bleek het geval en dus mochten we de na de Audi TTS vorig jaar opnieuw van de Vorsprung durch technik genieten. Zonder dak deze keer.

audi TT roadster official photo

De versie die we meekregen was voorzien van 180 pk, een automatisch schakelende motor  en een S-line pakket. Goed voor veel rijplezier in een mooi jasje. Iemand was er heel erg tevreden mee.

juul seurinck audi tt roadster

Niet alleen Juul was in de wolken (hebdem) trouwens. Wij genieten alleen op een ingetogen manier.

Audi TT roadster open dak jan en ken

De TT roadster heeft (behalve vier zetels) alles wat de gewone TT heeft. Je kan er zelfs mee naar de Albert Heijn als je dat wil. De weekbehoeftes van een modaal gezin zoals het onze passen er net in.

audi TT roadster shopping

Het was me werkelijk een plezier om een weekend lang met het karretje te rijden. € 55000 voor een auto met de meeste toeters en bellen er wel op én een roadster, dat vind ik niet overdreven veel geld voor wat het is. Eigenlijk. Basisprijs voor de goede orde: € 36000. 

De Under Armour Healthbox: ingrediënten voor een platformervaring

HTC, het merk dat alweer een paar jaar mijn telefoons levert heeft het moeilijk, we moeten daar niet belachelijk over doen. Er is de iPhone natuurlijk, die de markt afroomt en Samsung die even synoniem voor ‘Android’ dreigde te worden.

Daarop willen de Taiwanezen antwoorden met (design-)kwaliteit en andere businessmodellen. Er is hun VR afdeling natuurlijk maar ik kreeg (in primeur nog wel) iets anders te pakken: het sportpakket dat het resultaat is van hun samenwerking met Under Armour, het Amerikaanse sportkleding en -accessoiresbedrijf.

HTC Under Armour healthbox

Under Armour is al een tijdje bezig met het uitbouwen van een platform voor alles wat te maken heeft met sport. Ze hebben daarvoor Mapmyfitness gekocht, wat je een Strava-concurrent zou kunnen noemen en Myfitnesspal, een caloriënteller en activiteitendagboek.

Platformen zijn wat je in de moderne economie doet en dus hebben ze dat goed gezien. Voeg daarbij dus de knowhow van HTC in het maken van hardware en je hebt een recept voor succes in handen. Althans, dat zou je denken.

De doos waarin de Healthbox wordt geleverd is meteen een toonbeeld van wat ik anno 2016 van HTC verwacht. Apple-achtige kwaliteit en feel maar dan met een twist. Daarin zitten dus een UA band (een fitnesstracker), de UA hartslagmeter en een weegschaal met enige pretentie. Voor hardware design krijgt het drieluik een welverdiende 8,5.

De hardware van de Healthbox

De UA band is een wearable van de moderne fitbitsoort. Aan te sluiten via bluetooth en te gebruiken als verlengstuk van je telefoon. Agenda en muziek starten en stoppen en onderweg kan je zien wie je belt (schijnt, want ik word zelden gebeld als ik aan het sporten ben). Het meet je slaap (automatisch) en telt je stappen. Het toestel is een pak minder gedetailleerd op bewegingsvlak als ik gewoon ben van mijn Polar. Als het over sporten gaat, moet je echt naar de software-oplossing van de box kijken.

Terwijl het dan toch over sporten gaat: de hartslagmeter is daar een goeie compagnon de route. Het blauwe Under Armour logolichtje dat laat weten dat je hart nog klopt en dat één en ander werkt, maakt het de coolste hartslagmeter die ik al heb gedragen.

Het hardware sluitstuk van de Healthbox is meteen de kers op de taart. De weegschaal communiceert met de app via bluetooth en met het platform via wifi. Hij weegt en meet je vetpercentage en stuurt dat meteen door. Het ding herkent verschillende gebruikers en zegt ‘s morgens vriendelijk goeiedag. Het is vast niet de meest gesofistikeerde personenweegschaal die vandaag op de markt is maar de integratie en het platform is in deze het verkoopsargument, niet de kwaliteit van de individuele toestellen.

Het Under Armour platform

De integratie met de band, de hartslagmeter en de weegschaal zijn op een wip geregeld en je hoeft geen diploma informatica te hebben om pakweg de weegschaal op de wifi te zetten. Alles gaat netjes uit de app. Voor mensen die niet graag handleidingen hebben zoals ondergetekende: je kan zonder (maar het gaat iets vlotter met).

Op de standaard app die alles zowat bij elkaar moet houden valt weinig negatief te zeggen. UA Record heet het ding en het trekt de look en feel van de healthbox digitaal helemaal door. Het kwadrant-in-een-cirkel van de weegschaal komt hier terug. Overzicht in een mooi jasje. Helemaal goed gedaan.

Helaas is het niet allemaal zonneschijn: bij Under Armour hebben ze zich dus een platform geprogrammeerd (de UA Record hub) maar voor grote stukken rekenen ze dus nog op hun aankopen: de myfitnesspall en mapmyfitness apps moet je dus ook installeren om het onderste uit je healtbox kan te krijgen. Dat je drie apps nodig hebt om je fitnessding te doen is knap vervelend. Dat Strava daarenboven niet ondersteund wordt (begrijpelijk, je wil een platform bouwen, niet een ander ondersteunen) is voor een sport-gerichte gebruiker als ik spijtig.

Een corrigerende tik verdienen ze bij Under Armour trouwens om mensen die € 449 neertellen voor de box om die dan een jaar te laten genieten van de pro accounts van beide periferal apps en daarna gewoon te laten betalen. Je hebt het Polar model waarbij je hardware verkoopt en software weggeeft. Je hebt het Strava-model waarbij je software verkoopt. Van beide walletjes eten als uitdager op een markt? Ik zou het niet doen.

De conclussie

Under Armour heeft in HTC een goeie partner gevonden voor het maken van de electronica. Ook het platform mag er wezen. De periferal apps doen ook meer dan goed hun ding. Alleen, dat zijn dus de ingrediënten voor een platform waar ik het in mijn inleiding over had. Het is denk ik een kwestie van tijd dat die integratie er komt maar die tijd is dus niet nu.

Vandaag zou ik de Healthbox aanbevelen aan mensen die aan hun conditie willen werken of die willen afvallen. Zij vinden in de integratie van hardware en software al een mooi hulpmiddel om hun doelstellingen te bereiken.

Een remake van ‘de juiste prijs’ zou nog zo gemakkelijk niet zijn

Las ik bij de Herman een stukje over Offline Dynamic Pricing. Daaruit was te verstaan was dat prijzen in de winkel(keten) realtime kunnen worden aangepast naarvolgens de concurrentie of de dag van de week of whatever. Niet alleen online maar ook gewoon in de winkel.

Nu heb ik iet of wat ervaring in retail en het zou me in de verste verte niet verbazen dat die dingen real as fuck zijn want retail mijn beste, dat is marketing van de bovenste plank. Ge kunt geen P bedenken of je hebt ze nodig als je zo een winkel inricht. And then some. Het is in die tijd dat ik mijn (pseudo-)wetenschappelijke benadering van communicatie voor een stuk heb opgedaan denk ik.

Edoch. Offline Dynamic Pricing dus. Recent had ik het ook voor, in het echt. Verhuisd van een appartement waar zo vanalles was wat ook moest blijven staan wegens ingebouwd enzo naar een appartement waar dat nog niet was en dus moest de IKEA en daarna ook de Mediamarkt bestormd worden voor het kopen van dingen. Een microgolf/ovencombi bijvoorbeeld.

Nu wil het dat de IKEA en de Mediamarkt hier in het Antwerpse, dat die vlak naasteen liggen. Wij dus daar binnen maar dan moet dat in die kast, weet ge wel en zijn we wel zeker dat de buitenmaat van die oven, dat die in die kast gaat gaan en dat klapdeurtje naar beneden, gaat dat wel handig zijn? Foto genomen van dat kaartje enal. Dat ik morgen het verkeerde niet kom halen…
whirlpool JT479 BL mediamarkt

Wij dus terug naar huis en uitmeten en morgen moeten we waarschijnlijk toch weer bij den IKEA zijn want voor de berging moeten we nog rekskes hebben enzovanalles. Vaneigens past dat want al die keukens, dat is met standaardmatentenzijandersaangegeven maar beter veilig dan spijt en dus stond ik daar de volgende dag terug.

De volle honderd euro. Enfin. 95 duurder. Op een dag. Op een toestel van € 300! Ik dacht dat ik mijn ogen niet geloofde en om heel eerlijk te zijn, ik geloofde ze ook niet. Edoch: ik keek om mijn telefoon en mijn ogen hadden gelijk.

de juiste prijs

Je kan veel zeggen over de Mediamarkt, bijvoorbeeld dat ze irritante reclamespots hebben en personeel dat verplicht door een irritante upsellingprocedure moet maar je kan ze nauwelijks beschuldigen van hoogtechnologische supertransparante prijstags. Eerder authentiek zou je kunnen zeggen. Handgeschreven dat je denkt: zonder al te veel moeite zou je hier een nieuwe prijzenslag in pakweg haardrogers kunnen ontketenen.

Wat doe je dan? Online kijken natuurlijk. Desnoods bij Coolblue aan de andere kant van de steenweg bestellen. Bleek die daar overnight ook € 95 duur geworden. Om maar te zeggen, als je na de drie wijzen en zeg eens euh een remake zou willen maken van de juiste prijs, het zou zo gemakkelijk niet zijn. Dus ik mijn stoute schoenen aangetrokken en naar de eerste betrouwbare mensvandewinkelterzake die ik kon vinden gestapt. Prijsvergelijking in de aanslag en hoe dat kwam.

Hij had ‘m voelen komen denk ik. Of hij is één van die verkopers die meteen weet waar het over gaat als je Whirlpool JT479BL uitspreekt. Of hij die ochtend eigenhandig het kaartje herschreven. Dat hij er de verantwoordelijke zou bijhalen. Die vertelde dat prijzen dagelijks worden aangepast. Dat ik gelijk had en dat ik de prijs van gisteren zou betalen want de mensvandewinkelterzake zou daar een bon voor aanmaken.

Lesson learned: er bestaat zoiets als offline dynamic pricing en je hebt er geeneens fancy infrastructuur voor nodig. En fysieke winkels zijn soms handig want er zijn mensen en mensen maken bonnen. I hacked the system.

Mijn mening is dat het me niet interesseert

Geen spatje opwinding of enthousiasme. De Olympische Spelen zijn duidelijk niet aan Kristien Hemmerechts besteed. Cituis, altius, fortius? Op die wondermooie hoek in de Antwerpse Zurenborgwijk zal je hartstochtelijke kreten horen opstijgen wanneer de Borlées straks een gooi naar een medaille doen. Alleen hoogspringen kan de schrijfster wel appreciëren, geeft ze in een zeldzame bui van ootmoedigheid toe. Ze heeft daar een mening over en die mening is: het interesseert me niet.

Het is niet alleen Hemmerechts die dat soort ‘het interesseert me niet en dat is mijn mening’ ventileert. Ik lees het dagelijks op de sociale media die ik frequenteer. Of het nu gaat over Pokemon Go, over Tomorrowland of over Instagram Stories, telkens weer zie ik mensen een mening ventileren over wat anderen beroert maar waar ze zelf warm noch koud van kunnen worden.

We hebben meningitis. Met z’n allen. Dit stukje is wat dat betreft -o ironie- meer dan een spreekwoordelijke pot. We hebben de indruk dat er een mening van ons verwacht wordt. Of nee, we verwachten een mening van onszelf omdat we onszelf met die mening ‘in de markt’ kunnen zetten. Zo hoorde ik het recent iemand noemen. Ze had er vast een cursus personal branding voor gevolgd.

Een mening die vooral uit desinteresse bestaat zet de schrijver ‘in de markt’. Wij hebben onze televisie buitengegooid want televisie is stom en nu kijken we Netflix en illegaal gerief op onze laptop. Mij interesseert die nieuwe iPhone niet, ik heb al jaren een Android en ik ben daar tevreden over. Of dan het eeuwige ‘was er iets op televisie vanavond’ wanneer de Rode Duivels een match spelen.

Hou toch op man (m/v). Waarom die mening als het je toch niet kan boeien? Word je echt beter van het je afzetten van de mainstream of de ondersstroom? Kan je niet beter pleiten voor iets waar je echt wat aan hebt?

Schrijven is wat columnisten doen. Hemmerechts heeft een alibi. Ze zal de avond voor de deadline wat te lang in café Zeezicht zijn blijven plakken. Dus kroop Hemmerechts met kleine oogjes in haar digitale pen om een stukje te plegen over… Een snelle blik op de voorpagina’s en het werden de Olympische Spelen. Het is haar vergeven. Een mindere dag, vast.

Alleen jij, wij, wat is ons excuus als we in plaats van de schouders van de reuzen kiezen om op de tenen van onze medeburgers te gaan staan om zelf wat groter te worden? Wie zet er zichzelf dan in de markt en wie is de grootste? Denk daar eens over na als je zonder de hete adem van deadline roepende hoofdredacteur in je nek voelt.

 

De iPad: het blok erop

Hier ten huize zijn drie iPad’s in omloop. Een grote van mijn lief, een iPad mini van de eerste reeks nog en een nieuwe iPad mini. De eerste mini, uit 2013 ook alweer wordt gebruikt door Juul, de oudste zoon. Hij speelt er Lego games mee en Angry birds. Op de nieuwe wordt deze blogpost geschreven. Het is mijn mobile office.

ipad_mini_blok_focus_keyboard_case

Sedert kort worden de twee mini’s beschermd door een nieuwe hoes uit de BLOK reeks van Logitech. In 2013 heb ik van hetzelfde merk al eens een keyboard getest. Deze keer kreeg ik twee exemplaren ter beschikking, een bumper voor de mini van Juul en een keyboard voor vader.

Bij Logitech beweren ze dat de BLOK een val van degelijke hoogte kan opvangen en als je naar het materiaal kijkt en voelt, heb je wel het gevoel dat je materiaal goed beschermd is. Als ik een blog had waar ik stukken van mensen mee verdiende, had ik de proef wel eens op de som genomen maar ik ga het zo moeten formuleren: die van de PR zegt dat en ik heb de indruk dat die mens wel van de betrouwbare soort is. Voor wat betreft de kinderversie van de iPad dus: helemaal geslaagd daarvoor. Je kan in plaats van dertig keer volstaan met tien keer ‘let op met die iPad’.

Het opladen van het BLOK met keyboard moet zowat de enige downside zijn. Bij Apple hebben ze die verschrikkelijke gewoonte om afwijkende adapterformaten te leveren bij al hun toestellen. Kan je dus twee keer raden: het Logitech BLOK keyboard laad je op met een standaard micro USB, je iPad doe je dus met zo’n Apple only ding. Gelukkig heb ik dan overal wel zo’n kabeltjes wegens al jaren HTC telefoon op zak en Polar om de pols.

In tegenstelling tot de folio toen, ben ik wel heel enthousiast over het nieuwe iPad klavier. Mogelijks omdat ik deze keer een langere testperiode heb gehad. Zo’n keyboard is een beetje mentale training. Eens je het gewoon bent, tik je er net zo hard op als op het klavier dat ik dagelijks op kantoor gebruik om te tikken of het klavier van mijn MacBook Air.

Als je het meeste van je werk in the cloud doet, zoals ik en je hebt een mobiele levensstijl zoals ik, dan is zo’n klavier dus echt handig. Je hebt ineens een kantoor op handtasformaat bij de hand.

Angst blijft een slechte raadgever

Precies omdat justitie een kwestie van balans en evenwicht is, d.i. een “ars aequi et boni” die geen extremiteiten verdraagt, ook niet in de bestrijding van het kwaad, lijkt het beter overdrijving en polemisering te vermijden. Onder het motto naar de angsten van de mensen te luisteren, zou men die angsten -zij het ongewild- kunnen aanwakkeren. Is de angst van de bevolking begrijpelijk en concreet, dan blijft ze voor de bewindslieden een slechte raadgever.

Geschreven door en gelezen bij minister van justitie Koen Geens

De invloedrijkste politicus van de voorbije 25 jaar

… deze maatregel (is) het zoveelste bewijs dat Filip Dewinter van het Vlaams Belang de invloedrijkste politicus is van de voorbije 25 jaar. Langzaam maar zeker hebben ook de meeste andere partijen zich een aantal vileine aspecten van dat heimelijk racistische wereldbeeld eigen gemaakt. Het vergif zit in alle hoeken en kanten van het debat.

Geschreven door Joël De Ceulaer, gelezen in De Morgen