Noem het maar ‘innovatie’

Als je professioneel met innovatie bezig bent, gebeurt het wel eens dat je haren ten berge rijzen wanneer een zoveelste automerk of een telefoonfabrikant zijn waren aan de man wenst te brengen omwille van de innovatie die er in verscholen ligt.

Het innovatieve bestaat dan uit een scherm met een pixel meer dan de iPhone of een processor die sneller is dan die uit de vorige versie. Niets wat Moore zijn wet niet voorspelt. En die wet is ook alweer 50 jaar oud.

Een echte bad hair day diende zich aan toen ik vanmorgen het innovatiepersoverzicht doornam. De Vuelta, de ronde van Spanje voor beroepswielrenners staat -I kid you not- in het teken van innovatie. Innovatie en erfgoed.

De innovatie bestaat er dan in, als ik de woorden van koersdirecteur Javier Guillén goed begrijp, dat er niet minder dan negen nieuwe aankomstplekken zijn en dat de rest plekken zijn die wel al eens eerder zijn aangedaan. Die laatste behoren dan tot ‘het erfgoed van La Vuelta’.

Zucht. Diepe diepe zucht. Ik begrijp het wel hoor. Je moet die spaghettislieren op een kaart van Spanje elk jaar opnieuw gesleten krijgen bij de pers. Dan zit je daar.

“Als we het nu eens de ronde van de innovatie noemen”, zo zal het uit de mond van één van de jongens gekomen zijn. “Ow. Ow. Ow. Niet zo snel. De mensen hebben dat niet graag. Al die innovatie”, zo klonk het. “Dan zeggen we toch ‘innovatie en erfgoed’, iedereen tevreden” zal de slimste van de hoop gekird hebben.

Zo gebeurde het dat de ronde van Spanje 2015 helemaal in het teken kwam te staan van innovatie. Een uitleg werd verzonnen, het logo werd upgedate, enkele kanshebbers bij elkaar gebracht en dat was dat. Doel behaald.

Onderweg met een godin

Wie ooit het boek ‘Mythologies’ van de Franse filosoof Roland Barthes uit het gezegende jaar 1957 las, herinnert zich het hoofdstuk over de Citroën DS. Il s’agit donc d’un art humanisé, et il se peut que la Déesse marque un changement dans la mythologie automobile. Niet dat ik dat zo uit het hoofd had kunnen citeren.

Beeld: wikipedia

Beeld: wikipedia

Dat was 1957. De wereldtentoonstelling in Brussel stond voor de deur. Er was optimisme en er was hoop. Den Duits was verslagen en van de Baltische tot de Adriatische Zee was nog geen ijzeren gordijn over het Europese continent neergedaald.

Het zijn bepaald andere tijden. De wegen zijn dichtgeslibd en van optimisme is slechts in de hoekjes van de wandelgangen sprake en dan nog in bedekte termen. Toegegeven. Ik had het moeilijk toen Citroen opnieuw een DS op de markt bracht. Ik had Barthes gelezen en ik geloofde het, van dat changement dans la mythologie automobile en aan zo’n symbool raken, het zinde me niet. Allerminst zelfs.

Tot mij daagde wat ze ermee wilden doen. Personalisering naar een hoger niveau getild. Dat je geen twee dezelfde zou zien, zo beloofde één van de eerste campagnes, herinner ik mij. In tijden dat er jaarlijks vijfhonderd rechten en economiestudenten magna cum deloitte-mini afstuderen, bepaald een verademing.

citroen ds3 cabrio

Recent mocht ik mij ook een midweek per DS verplaatsen. Een paarse cabrio DS3 met een geruit dak dat openschuift tot je de wind kan voelen blazen. Zes versnellingen en een motor die je vooruitbrengt waar je zijn moet. Mooi auto’tje vind ik het. Echt waar.

Het is zowat de enige auto uit het gamma van Citroën dat me echt kan boeien, die DS3. Als je er naar kijkt, voel je al een soort glimlach opkomen en als je er mee rijdt, zeker zo’n cabrio met open dak, dan krijg je die ook echt. Het zit allemaal in kleine details en afwerking. Je ziet dat daar tijd, energie en geld in gaat.

Als ik niet met twee kinderen de hort op moest, hij had zeker de shortlist van mijn autobeslissingsproces gehaald. Een witte. Met een magenta dak. Ik ben daar serieus over.

 

Een ontmoeting met de grootste

Het valt wel eens voor dat ik plannen wil veranderen. Dat ik ineens zus doe waar zo de bedoeling was. Dat is niet altijd goed te volgen. Ook niet voor mezelf.

Zo stond ik op de singel in Antwerpen. De straat, niet het gebouw, zo ver ga ik nu ook weer niet. Mijn zoon Juul zat op de achterbank en er passeerde een trein. Volkswagens! Allemaal Volkswagens! En Audi’s! Een trein vol.

Een dik half uur later schoof de dubbele schuifdeur van het Audi Contact center in Kortenberg open. De man achter de balie vertelde na even rondbellen dat de mensen van de PR met verlof waren. Dat soort dingen kom ik dan ook dus tegen.

In showrooms hebben Juul en ik een afspraak. We bekijken alle auto’s en dan mag hij er twee kiezen waar hij in mag zitten. Dat lijkt me redelijk. Hij kiest de cabrio en nog iets.

De Q5 en de A3 cabrio in dit geval. Toen kreeg ik de autokoper in het oog. Op koersen was ik ‘m wel eens tegengekomen. Misschien heb ik ooit een woord gewisseld. Als zoon van dan. Hij was zeker publiek bezit op dat moment. Hij is de grootste aller tijden.

Daar sta je dan, wielerliefhebber van vader op zoon maar ook een mens van het beleefde soort. Wachten dus. Tot de verkoop gerond is. Je wil niet tussen de beslissing over de verwarmde autozetels of het panoramisch open dak gaan staan.

Intussen liet ik af en toe halfluid vallen ‘die hebben wij ook gereden hé jongen’, je wil ook niet dat het personeel denkt dat je niet beter te doen hebt dan te wachten op hij die de ronde vijf keer won maar nu gewoon Eddy die een auto koopt is. Terwijl het dus dat is wat ik deed. Ik wachtte.

Of ik een foto mocht? Nu hij de aankoop gerond had. Hij riep Juul bij zich. Ik verontschuldigde me. Hij zij dat het niet stoorde. Hij tilde Juul. Ik nam een foto. Juul begreep niet wat hij is. Dat is een kwestie van tijd.

eddy merckx_juul seurinck_audi contact center

Dat ik het leuk vond dat hij dat even wilde doen. Hij stak zijn hand uit. We schudden. Ik zei nog iets over zijn A3 die hij gekocht had. Dat ik er zo ook een paar had gehad.

Een disruptiecomité is niet de oplossing

Om een tra­di­ti­o­neel be­drijf (…) om te draai­en heb je lei­der­schap nodig dat een men­ta­li­teits­shift kan be­werk­stel­li­gen. Ma­na­gers die di­gi­taal niet lan­ger als een de­par­te­ment zien, die at­ti­tu­de boven di­plo­ma plaat­sen en die ver­an­de­ring als een dag­da­ge­lijk­se evi­den­tie zien.

Geschreven door Jeroen Lemaire, gelezen bij via De Tijd.

Comfort noise, dat vertellen ze er niet bij hé als ze je een telefoon verkopen…

Comfort noise is a fake hiss that your mobile phone, your VoIP phone, your corporate digital phone system, whatever, creates to mask the silences between talkspurts. That hiss isn’t actually coming down the line, from some analogue amplifier and hundreds of kilometres of copper; it’s created independently at each end by kindly computers.

Gevonden via Marco Arment, gelezen bij Dansdata.