The answer is everybody. Everybody but you.

Even to ask that question, “who takes naked photos of themselves?” makes it sound, at the very least as if you don’t take the breach of privacy seriously (…) Who has naked photos in the cloud in the first place?”(…)  the answer is everybody. Everybody but you.

Nee, echt? Soms denk ik dat ik echt kleinburgerlijk ben en gij, gij die ik ken, gij zijt ook kleinburgerlijk. Of…

Gelezen bij The Guardian.

De Audi S1: een homemade bommetje

Het verkeer was stapvoets, die dag op de Antwerpse Singel. Het tijdstip was spits en ik vroeg me af waar die 231 paarden onder de motorkap zich onledig mee hielden. Kaarten? Een leuke babbel? Hoewel klein vond mijn wagentje van de week de nodige blikken.

audi s1 jan seurinck

Er waren werken en de weg ging van twee naar één rijstrook. Toen begon een auto te claxonneren. In mijn spiegel zag ik wijzen en kijken. Op de achterbank drie jonge mannen die hun uiterste best deden zoveel mogelijk van de auto in één blik te kunnen opnemen. Hierbij niet enkel door elkaar maar ook door het rijden van de chauffeur gehinderd.

Duimen gingen de hoogte in en werktassen werden bovengehaald. Daaruit werden dan weer t-shirts gehaald  Er werd gewezen van shirt naar auto en weer terug. Wijsvingers en duimen. Het vijftal slaagde er een paar honderd meter en ettelijke minuten later in om hun auto langs de S1 te krijgen.

De man achter het stuur had het raampje van zijn golf naar beneden gedraaid. “Meneer”, zo hief de chauffeur aan. Hij had duidelijk in de minuten tussen het bespeuren van de kar van begeerte en het langszij komen bedacht wat hij me zou vertellen. “Meneer, wat een machine”. Dat beaamde ik. Het koddige van een Audi A1, aangekleed met de nodige sportiviteit aangekleed en met een bom van een motor onder de kap.

“Wij hebben die gebouwd”, ging het verder. De t-shirts gingen weer de hoogte in. Het A1-logo nu duidelijk zichtbaar. Zij dachten dat ik met mijn auto reed en ik reed op dat moment ook met mijn auto want het was een week lang mijn auto maar ik reed niet met mijn eigen auto want ik moest die teruggeven. Zij hadden ‘m gebouwd en de auto was ook van hen maar ook niet echt.

Daar stonden wij. Het enige dat ik kon verzinnen was ‘ik wil een foto’. Dat wilde ik ook want zij en ik deelden op dat moment een ‘iets’. Een ‘iets’ dat bestond uit trots en delen en ik wou dat vastleggen. Omdat die mensen zo trots waren op wat ze hadden gemaakt en ik zo trots was dat ik er mee mocht rijden en zij waren blij omdat ik blij was enzo.

Het is maar een auto, ik weet het. De mijne was muisgrijs en ik had gewild dat hij geel was omdat hij dan nog meer zou schreeuwen. Ik had gewild dat dat scheuren de opwarming van de aarde niet in de hand had gewerkt maar daar, op dat moment, hoe vreemd ooit zei ik ‘dank u om hem te bouwen, hij is echt geweldig’.

Het licht sprong op groen. De banden piepten. Ik zag duimen.

Officieel mainstream: ik heb een auto. Now kill me.

Een tijd geleden heb ik een beslissing genomen. Er was sprake van bouwen. Er was sprake van verhuizen. Er was tijd, er was raad en er werd besloten. Zonder auto zou dit niet lukken. Na veel water naar de zee staat hij ook voor de deur.

Hij werd afgeleverd met een strik en mijn naam op een bordje en ik nam daar een foto van. Dat hoort zo. Denk ik.

volkswagen golf variant beerens

Een zwarte. Een golf. Variant. Ja, want ik heb twee kinderen en je wil niet weten wat je allemaal mee moet en dat gaat niet in een gewone Golf. Zoals algemeen geweten, heeft de Golf één van de grootste koffers in zijn klasse. Alleen de Skoda octavia doet beter.

Die dingen weet ik. Van die koffergrootte en van het verbruik. Van de prijs en de opties. Het beslissingsproces over welke auto het nu moest worden had aan de processie van Echternach geen concurrentie. Na de levering komt er veel cognitieve dissonantiewerk aan te pas om mezelf te overtuigen dat ik juist beslist heb. Om een auto te nemen dus.

Het is me te mainstream. Een eigen auto. Ik ben gewoon geworden. Hij heeft zijn maidentrip gehad, de Golf. Hij is naar de Colruyt en daarna naar den Delhaize geweest en ik ben naar Limburg gereden voor een feestje. Hij parkeert zichzelf en dat vind ik heel erg leuk. Hij klapt zijn spiegels in als je ‘m sluit en je moet je sleutel niet uithalen om ‘m te starten, te openen of te sluiten.

De laatste maanden heb ik met een pak auto’s gereden. Stuk voor stuk luxueuzer, sportiever, straffer uitgerust, prestigieuzer. Meestal al deze eigenschappen. Dat was anders. Dat waren one night stands.

Het valt me zwaar om het te zeggen. 32 jaar oud. Mijn eerste eigen auto. Mijnheer, mevrouw, ik ben officieel mainstream. Ik heb een auto. Now kill me.

Dat Hello Kitty geen kat is…

On Wednesday, the LA Times reported that the famous Kitty is no cat. The revelation came out of a story on anthropologist Christine Yano who has spent years studying Hello Kitty and is currently creating an exhibition for the Japanese American National Museum on the icon.

Dat Hello Kitty geen kat is, verwondert geen kat meer maar let eens op “anthropologist Christine Yano who has spent years studying Hello Kitty”. Google Scholar schetst een ander beeld maar met titels als Kitty litter: Japanese cute at home and abroad en Face to Face: On-Line Subjectivity in Contemporary Japan zou ik soms toch graag een onderzoeker zijn. Ander onderwerp, dat wel.

Gelezen op Entrepreneur.com.

How to cross the red line?

(…) the Western world can set all the red lines it wants — don’t use chemical weapons, don’t invade sovereign countries — but if you cross that red line just a little bit at a time, inching across over weeks and months, rather than crossing it all at once, then Western publics and politicians will get red-line fatigue and lose interest by the time you’re across.

Ook internationale politiek is marketing, PR, sales, in zekere zin. Gelezen bij Vox.

De beste metafoor voor business modellen in de media die ik in tijden las

Gillette was the men’s leader in razors and blades since the early 20th century. But they got by for decades with just one blade. (…) around 1970 they did something crazy. They added a second blade. Then they added a third, and a fourth, and a moisturizing strip, and a FlexBall, and in five years, it’ll have a GPS device and a microdermabrasion pic and a laser.

And so, journalism: For decades, we had two good blades, right? Subscriptions and advertising. But digital endangers both(…). So we see a lot of companies adding to the razor (…)

Interessant interview met Derek Thompson van The Atlantic, gelezen bij Capital New York.

Going iPhone-first is our generation’s version of “Nobody ever got fired for buying IBM”

At this point, going iPhone-first is a widely held best practice. It’s our generation’s version of “Nobody ever got fired for buying IBM.” While there’s some debate on the margins on how quickly you should follow up with an Android app, certainly no one is arguing for Android-first

Citaat uit Why Android desperately needs a billion dollar success story, geschreven door Andrew Chen

Do rich technologists really want the world to be more like Burning Man?

We don’t want our world to change too fast. But maybe we could set apart a piece of the world .… I like going to Burning Man, for example. An environment where people can try new things. I think as technologists, we should have some safe places where we can try out new things and figure out the effect on society. What’s the effect on people, without having to deploy it to the whole world.

Woorden van Larry Page van Google over Burning Man.

Gelezen bij Vox.