Mijn eerste wearable: de Samsung Gear S

Er was een co-event van BMW en Samsung waar werd verteld dat je nu ook op je slimme horloge zou kunnen gaan zien in hoeverre je auto is opgeladen. Volgens de standaardafbeelding die door de PR-dienst wordt aangeleverd is dat 99%.

Je zal ook tegen de auto kunnen zeggen dat hij moet komen. Dat is nog een beetje alleen voor demonstratiedoeleinden maar het kan dus wel. Nu heb ik vorig jaar al de i3 getest en dus was er daar op het autosalon aan mijn kant geen ‘waw’ en ‘amai, dat scherm’ en ‘het is wel een opvallend design’ te horen. Been there, drove that. Het is op de i8 dat blijf ik hopen als een kind dat op 5 december een wortel in de schoen doet.

Of ik al eens zo’n horloge had geprobeerd, vroeg de vriendelijke mevrouw van Samsung die ik al eens eerder had ontmoet maar waarvan ik de naam opnieuw kwijt was geraakt. Nee, moest ik eerlijk antwoorden. Of ze er één mocht opsturen? Dat mocht. Of ik dan ook een Samsung S5 erbij wilde hebben? Zulks was het geval.

A photo posted by Jan Seurinck (@janseurinck) on

Toen deed ik wat er verwacht wordt: ik droeg de Samsung Gear S. De Samsung S5 kreeg een plaats in mijn handtas. Af en toe deed het horloge ‘ping’ en keek ik. Meestal betrof het hier een bericht of een mail. Ik droeg het horloge om te gaan hollen en dat vertelde me hoe ver ik was gegaan en wat mijn hart zoal had moeten pompen om mijn lijf zo ver te krijgen.

A photo posted by Jan Seurinck (@janseurinck) on

Heel warm kan ik niet zeggen dat ik ervan geworden ben. Van dat lopen wel maar niet van die Samsung Gear S. Daar zijn een paar redenen voor denk ik. Het ligt ten dele aan het ding. Ten dele aan mij.

Dat je bij zo’n horloge ook nog eens een passende telefoon moet kopen (een recent Samsung toestel) is daar het begin van. Dat de software daarna wordt opgesloten is een tweede.

Wie denkt de Gear S als fitnesstracker te gebruiken zal S-health van Samsung gebruiken. De integratie met veel andere fitnessapps is niet wat je noemt vriendelijk. Het doet vanalles met Nike+, dat wel. Misschien heeft het te maken met de move naar het Tizen operating system. De toekomst zal dat moeten uitwijzen.

Daarnaast zijn er hardware issues. Als je een betrouwbare hartslagmeter wil, dan moet je toch een band om je middel spannen. Als je stil zit, weet de Gear de pulse niet altijd correct te meten. Als je dan uit hollen gaat en je kan het heuveltje niet meteen van de afdaling onderscheiden, dan gaan er allerhande toeters en bellen bij mij af en niet over mijn conditie.

 Als fitnesstracker zou ik er dus niet meteen € 349 voor uittrekken. Als kantoordevice dan misschien? Op de Gear kan je mails lezen en SMS’en enzo. Dat is best doenbaar op zo’n klein scherm, ja. Alleen. Zonder Twitterapp. Zonder Whatsapp. Zonder Facabook. Alweer die verhuis naar Tizen denk ik.

 En dan komt het persoonlijk aspect. Voor mij is dat een notification device bij een notification device bij een werktoestel. Dat je ermee kan bellen (echt waar, niet zelf geprobeerd maar het kan als standalone device, schijnt) vind ik dan weer geweldig.

Het is met de smartwatches als met de eerste smartphones. Denk ik dan. Het is wennen. Om dingen met een ander toestel te doen. Om notificaties te lezen op je pols. Het is niet iets waarvan ik denk: dat zou ik nu echt moeten hebben. Nog niet.

Zo gebruik ik mijn smartphone om af te vallen

Laat ons zeggen dat ik de voorbije jaren wat ben bijgekomen. Er was een winterlaagje dat er niet meer afviel zoals dat vroeger het geval was. Er kwam een laagje over dat laagje en dat begon zo op de middellange termijn aan te tikken.

Mijn volle 1 meter 71 (en een half zeg ik er soms bij) wees zo op een avond 76 kilo aan. Dat het genoeg was geweest. Om het even te duiden: het gezonde gewicht voor een persoon van mijn lengte zou ergens tussen de ruime marge van 59 en 73 liggen. Het hangt er wat vanaf welke bron je daarvoor raadpleegt.

Daar zat ik dus boven. Niet dramatisch en de feesten waren net geweest maar toch. Alarmbellen en toeters. Dat er wat moest gebeuren dus.

De hardware

Jawbone up24: het waren dus feesten en er moesten cadeaus gekocht. Terwijl ik toch een up24 aan het bestellen was voor de madam, kocht ik er ineens ook eens voor mezelf. Met dat ze toch in de afslag stonden… Die Jawbone, ik ga daar nog wel eens iets ruimer over schrijven.
Laat ons zeggen dat het ding mijn knoop in de zakdoek is. Niet alleen om te letten op mijn eten en om al eens vaker de benenwagen te nemen maar ook omdat het ding op geregelde tijden trilt (na een half uur stil zitten), ik heb er een call to action van gemaakt om dan even op te staan en een glaasje water te tanken. Want water is ook gezond.

HTC One Max: mensen die mij wel eens hebben zien rondlopen, hebben het vast opgemerkt, ik heb een nogal groot uitgevallen telefoon. Wel zo dat ik vroeger elke week, nu ongeveer elke maand wel eens ergens uitleg moet verschaffen over het ding. Ja, dat is groot en ja, ik ben daar heel tevreden van. Ik gebruik het om al mijn gegevens bij te houden (voor apps: zie verder).

Huawei Ascend P7: heel tevreden dus over die One Max. Eén probleem: dat ding is groot. Groot en (mede door een extra batterijhoes) vrij zwaar. Als je gaat hollen, wil je dat niet in je hesje hebben shaken. Daarom gebruik ik dus een lichte telefoon als one purpose device: looptracker.

De software

UP: om de link te maken met de Up24, gebruik je de bijhorende software. Je leest erin af hoeveel je stapt. Je leest hoeveel en hoe goed je slaapt. Je leest erin af hoeveel calorieën je hebt genuttigd en hoeveel je er hebt verbruikt. De app geeft tips en aanwijzingen. Je kan er ook je voeding mee tracken maar dat doe ik niet.

MyFitnessPal: deze (gratis, wat jammer is want dan ben ik het product) app gebruik ik dus om mijn voeding en calorieën bij te houden. Het grote voordeel: in vergelijking met de UP app heeft deze een pak meer voedingsmiddelen standaard in de bibliotheek steken. Met name op het vlak van vegetarische dinges, zit deze er wat dikker in. MyFitnessPal vertelt de UP app wat ik gegeten heb, dus dat hoef ik geen twee keer in te voeren. Hier heb ik ook mijn doelstelling opgegeven: ik sta momenteel nog even op ‘streng dieet’.

Strava: gebruik ik om mijn sportactiviteiten bij te houden. Dat heb ik in het verleden niet altijd even consequent gedaan en dat is wel jammer eigenlijk. Dat doe ik nu wel. Het is winter en ik ben in afwachting van een nieuwe koersfiets. Momenteel loop ik. 3, 4, 5, 6 kilometer. Om de conditie dus wat op te bouwen en het gewicht wat naar beneden te halen.

De workflow en de (voorlopige) resultaten

Vorig jaar dacht ik ook al: ik zou wat moeten afvallen. Nu ben ik er de mens wel naar om dat te denken en vervolgens een tweede stukje taart te nemen als een collega trakteert met zijn verjaardag. Als ik dan toch een café binnen ben, dan is de kans dat ik een bruiswater bestel vrijwel onbestaande.

De jawbone heb ik nog bijna niet uitgedaan (twee keer ergens laten liggen en dan een dag niet omgehad ofzo). Het zou me verwonderen dat ik in de voorbije maanden één iets heb geconsumeerd dat niet op één of andere manier de weg naar mijn registratieflow heeft gevonden. Het mooie is: dat kost eigenlijk nauwelijks tijd als je het maar niet de volgende dag begint te doen.

Het fijne van de jawbone is dus dat je die om hebt. Die app staat ook op het homescreen van mijn HTC One Max en geeft van tijd notificaties als je het goed aan het doen bent. Of minder. Cijfertjes motiveren mij wel. Eigenlijk.

De Jawbone hangt nu ruim anderhalve maand rond mijn pols. Vier en een halve kilo ben ik intussen lichter. Geen idee of dat veel of weinig of net op de maat is. Wat wel zeker is: ik zit intussen weer binnen de gezondegewichtmarge. Beetje technologie kan dus nuttig zijn, bij tijd en wijlen.

Noem het maar ‘innovatie’

Als je professioneel met innovatie bezig bent, gebeurt het wel eens dat je haren ten berge rijzen wanneer een zoveelste automerk of een telefoonfabrikant zijn waren aan de man wenst te brengen omwille van de innovatie die er in verscholen ligt.

Het innovatieve bestaat dan uit een scherm met een pixel meer dan de iPhone of een processor die sneller is dan die uit de vorige versie. Niets wat Moore zijn wet niet voorspelt. En die wet is ook alweer 50 jaar oud.

Een echte bad hair day diende zich aan toen ik vanmorgen het innovatiepersoverzicht doornam. De Vuelta, de ronde van Spanje voor beroepswielrenners staat -I kid you not- in het teken van innovatie. Innovatie en erfgoed.

De innovatie bestaat er dan in, als ik de woorden van koersdirecteur Javier Guillén goed begrijp, dat er niet minder dan negen nieuwe aankomstplekken zijn en dat de rest plekken zijn die wel al eens eerder zijn aangedaan. Die laatste behoren dan tot ‘het erfgoed van La Vuelta’.

Zucht. Diepe diepe zucht. Ik begrijp het wel hoor. Je moet die spaghettislieren op een kaart van Spanje elk jaar opnieuw gesleten krijgen bij de pers. Dan zit je daar.

“Als we het nu eens de ronde van de innovatie noemen”, zo zal het uit de mond van één van de jongens gekomen zijn. “Ow. Ow. Ow. Niet zo snel. De mensen hebben dat niet graag. Al die innovatie”, zo klonk het. “Dan zeggen we toch ‘innovatie en erfgoed’, iedereen tevreden” zal de slimste van de hoop gekird hebben.

Zo gebeurde het dat de ronde van Spanje 2015 helemaal in het teken kwam te staan van innovatie. Een uitleg werd verzonnen, het logo werd upgedate, enkele kanshebbers bij elkaar gebracht en dat was dat. Doel behaald.

Onderweg met een godin

Wie ooit het boek ‘Mythologies’ van de Franse filosoof Roland Barthes uit het gezegende jaar 1957 las, herinnert zich het hoofdstuk over de Citroën DS. Il s’agit donc d’un art humanisé, et il se peut que la Déesse marque un changement dans la mythologie automobile. Niet dat ik dat zo uit het hoofd had kunnen citeren.

Beeld: wikipedia

Beeld: wikipedia

Dat was 1957. De wereldtentoonstelling in Brussel stond voor de deur. Er was optimisme en er was hoop. Den Duits was verslagen en van de Baltische tot de Adriatische Zee was nog geen ijzeren gordijn over het Europese continent neergedaald.

Het zijn bepaald andere tijden. De wegen zijn dichtgeslibd en van optimisme is slechts in de hoekjes van de wandelgangen sprake en dan nog in bedekte termen. Toegegeven. Ik had het moeilijk toen Citroen opnieuw een DS op de markt bracht. Ik had Barthes gelezen en ik geloofde het, van dat changement dans la mythologie automobile en aan zo’n symbool raken, het zinde me niet. Allerminst zelfs.

Tot mij daagde wat ze ermee wilden doen. Personalisering naar een hoger niveau getild. Dat je geen twee dezelfde zou zien, zo beloofde één van de eerste campagnes, herinner ik mij. In tijden dat er jaarlijks vijfhonderd rechten en economiestudenten magna cum deloitte-mini afstuderen, bepaald een verademing.

citroen ds3 cabrio

Recent mocht ik mij ook een midweek per DS verplaatsen. Een paarse cabrio DS3 met een geruit dak dat openschuift tot je de wind kan voelen blazen. Zes versnellingen en een motor die je vooruitbrengt waar je zijn moet. Mooi auto’tje vind ik het. Echt waar.

Het is zowat de enige auto uit het gamma van Citroën dat me echt kan boeien, die DS3. Als je er naar kijkt, voel je al een soort glimlach opkomen en als je er mee rijdt, zeker zo’n cabrio met open dak, dan krijg je die ook echt. Het zit allemaal in kleine details en afwerking. Je ziet dat daar tijd, energie en geld in gaat.

Als ik niet met twee kinderen de hort op moest, hij had zeker de shortlist van mijn autobeslissingsproces gehaald. Een witte. Met een magenta dak. Ik ben daar serieus over.

 

Een ontmoeting met de grootste

Het valt wel eens voor dat ik plannen wil veranderen. Dat ik ineens zus doe waar zo de bedoeling was. Dat is niet altijd goed te volgen. Ook niet voor mezelf.

Zo stond ik op de singel in Antwerpen. De straat, niet het gebouw, zo ver ga ik nu ook weer niet. Mijn zoon Juul zat op de achterbank en er passeerde een trein. Volkswagens! Allemaal Volkswagens! En Audi’s! Een trein vol.

Een dik half uur later schoof de dubbele schuifdeur van het Audi Contact center in Kortenberg open. De man achter de balie vertelde na even rondbellen dat de mensen van de PR met verlof waren. Dat soort dingen kom ik dan ook dus tegen.

In showrooms hebben Juul en ik een afspraak. We bekijken alle auto’s en dan mag hij er twee kiezen waar hij in mag zitten. Dat lijkt me redelijk. Hij kiest de cabrio en nog iets.

De Q5 en de A3 cabrio in dit geval. Toen kreeg ik de autokoper in het oog. Op koersen was ik ‘m wel eens tegengekomen. Misschien heb ik ooit een woord gewisseld. Als zoon van dan. Hij was zeker publiek bezit op dat moment. Hij is de grootste aller tijden.

Daar sta je dan, wielerliefhebber van vader op zoon maar ook een mens van het beleefde soort. Wachten dus. Tot de verkoop gerond is. Je wil niet tussen de beslissing over de verwarmde autozetels of het panoramisch open dak gaan staan.

Intussen liet ik af en toe halfluid vallen ‘die hebben wij ook gereden hé jongen’, je wil ook niet dat het personeel denkt dat je niet beter te doen hebt dan te wachten op hij die de ronde vijf keer won maar nu gewoon Eddy die een auto koopt is. Terwijl het dus dat is wat ik deed. Ik wachtte.

Of ik een foto mocht? Nu hij de aankoop gerond had. Hij riep Juul bij zich. Ik verontschuldigde me. Hij zij dat het niet stoorde. Hij tilde Juul. Ik nam een foto. Juul begreep niet wat hij is. Dat is een kwestie van tijd.

eddy merckx_juul seurinck_audi contact center

Dat ik het leuk vond dat hij dat even wilde doen. Hij stak zijn hand uit. We schudden. Ik zei nog iets over zijn A3 die hij gekocht had. Dat ik er zo ook een paar had gehad.