Monthly Archive for November, 2009

Page 2 of 4

De digitale revolutie is nu (nog niet?)

Als je mij zou vragen van welk mediamerk ik fan ben, dan zou de BBC ongetwijfeld het eerste merk zijn wat in mijn hoofd opkomt. Niet alleen omdat ik een behoorlijk grote bewondering heb voor wat er aan fraais wordt geproduceerd daar in het broadcasting house maar ook over de state of the art technologie waar ze zich steeds van bedienen.

Als je de BBC iPlayer bijvoorbeeld vergelijkt met wat de VRT aanbiedt, dan moet je toch even achter de oren krabben. Ik weet dat ze het aan de Reyerslaan met zoveel minder centen moeten stellen, I know. Al is creativiteit is niet altijd in geld uit te drukken.

De BBC bedient zich niet alleen van state of the art technologie, ze loopt er ook op voor. Zo lanceerden ze eerder deze maand BBC digital revolution, een project, een experiment om te zien waar de digitale revolutie mogelijk toe kan of zal leiden. Op de site kan je rushes downloaden van programma’s en ze zelf in elkaar knutselen, je kan er discussiëren op de blog en er is een kortfilmcompetitie voorzien.
bbc digital revolution screenshot
Ze hebben het daar goed voor mekaar in Londen, dunkt het mij. Ze richten zich met de ter beschikking staande fragmenten op een duidelijk internetminded publiek. Al is en blijft het natuurlijk een experiment, dat benadrukken ze daar ook. Het blijft afwachten of mensen echt hun eigen programma’s willen gaan maken. Mij lijkt dat nogal sterk.

Waar het wel op wijst, is een duidelijke verschuiving van de taak van de broadcaster. Misschien zal het in de toekomst zo zijn dat we, naast het knip-en-plakwerk van het journaal ook de volledige interviews ter beschikking zullen krijgen. Mijns inziens ligt daar de digitale revolutie, in het extra aanbieden van content. Zo is het in het verleden altijd gegaan. De krant was een uitbreiding van het vlugschrift, de radio werd omschreven als het gesproken dagblad, televisie als radio met beeld. Zo zal het ook met internet gaan. Een aanvulling op onze mediaconsumptie, geen vervanging.

De Digital revolution die door de BBC telkenmale wordt aangevuld met (working title) zal volgens mij dan ook een traditioneel experiment zijn in de traditionele zin van het woord. Een experiment dat geen doel op zich is maar wel blootlegt in welke zin de evolutie zal plaatsvinden.

Deze uitzending van het radioprogramma Digital planet bevat meer informatie. Benieuwd wat het wordt. Et tu?

Ingezonden aanvraag

Zou je die mensen toch geen vijf frank geven? Half, wat zeg ik, heel bloggend België en Nederland heeft deze mail waarschijnlijk in de digitale brievenbus gekregen, meer dan de helft in de spambox maar soit.

Beste webmaster,

Ik kwam http://janseurinck.com/ tegen tijdens mijn zoektocht op het internet en wilde weten of u interesse hebt in het uitwisselen van gratis links? Dit houdt in dat in ruil voor een link op uw website, ik een link terugplaats op een van onze sites. De websites die ik wil promoten zijn hoofdzakelijk informatie sites over uiteenlopende casino games, backgammon en de online handel in valuta (forex).

We hebben veel sites in beheer met pagerank en backlinks waar ik uw link op kan plaatsen, dus mocht u meer willen weten, dan stuur ik u graag wat meer informatie op. Kunt u me laten weten of u interesse hebt? Mocht het niet zo zijn, dan hoeft u niet te reageren, u zult in ieder geval geen andere emails met verzoeken ontvangen op dit adres.

Met vriendelijke groet,

Kim Luijten

Links ruilen dus. Dat zal niet gaan gebeuren. Voor een bedrijf dat focust op content en SEO heeft interanking dot com trouwens weinig content in huis.

Geen inspiratie op dit moment

#fail

Inspiratie genoeg eigenlijk, maar ik vond het een mooie introductie op deze Know Your Meme. Zo’n heerlijke site ook.

Chaostheorie

Mijn vijfde verhaal uit de nanowrimo-cyclus. Het is niet mijn beste, dat is nog steeds het eerste, dit is wel het constructiefste. Het verhaal van Vicky wat aan dit verhaal voorafgaat, leek ons beiden niet helemaal af. Daarom heb ik besloten haar personage verder uit te diepen en er een extra verhaallijn aan toe te voegen.

Het is mijn hoop en overtuiging dat Gudrun deze opbouw verder kan afwerken en er een verhalenreeks binnen de verhalenreeks van kan maken.

Chaostheorie

Stefanie was uit Parijs teruggekeerd met een glimlach op haar gezicht. Ze was tot grote verbazing van haar chauffeur vooraan plaats komen nemen en had onderweg honderduit gepraat over haar afspraakje van de avond ervoor. Ze had voor een keer enthousiasme getoond over de keuze van haar ouders.

Frédéric was het beste afspraakje tot nu toe geweest en het avondje uit in Parijs had het helemaal af gemaakt. Ze vertelde over het restaurant en over de dancing waar ze nog waren beland en hoe ze, toen het al bijna ochtend was, het hotel waren binnengekomen alwaar ze afscheid hadden genomen op de gang. Ze glimlachte even toen ze het vertelde. Liep een beetje rood aan. Hij sliep één verdiep hoger, vandaar.

Ze vertelde over het ontbijt dat ze samen hadden genomen en hoe de bediening minzaam had gelachen toen ze samen de trap afdaalden. De serveuse van dienst bracht de koffie en vroeg of alles naar wens was. Ze hadden beiden zo heftig van ja geknikt en oui, oui toegevoegd dat ze samen in lachen waren uitgebarsten.

Toen had het gesprek zich gekeerd, vertelde ze, ongebruikelijk open tegen haar chauffeur. Ze hadden zich daar, aan dat ontbijttafeltje, gebogen over heerlijk ruikende koffie, croissants en toasts, afgevraagd hoe het nu verder moest. Zij zou terug naar België reizen, hij zou de andere richting uitgaan. Helemaal terug naar Zuid-Frankrijk.

Ze zouden contact houden, ze zouden elkaar mailen. Stefanie zou ook brieven sturen, dat vond ze romantisch. Haar ogen werden vochtig. 1134 kilometer hadden ze uitgerekend.

Intussen draaide de limo de lange, met eiken afgeboorde oprit van het huis op. Stefanie bleef even zitten. Ze zuchtte. “Maman zal een volledig verslag verwachten. Ik ben er niet klaar voor om dit aan haar te vertellen, geef jij haar een samenvatting? Ik ga een balletje slaan.”

Stefanie schakelde de ballenmachine in en mepte de ballen met haar racket terug. Een van de ballen vloog zo ver over de omheining dat ze die even later met een scherpe metaalklank op de paardenstallen hoorde neerkomen. Lightning, het paard van haar vader hinnikte luid. Knalde even later met de voorpoten tegen zijn kooi. Stefanie vond het wel genoeg zo. Ze liep even op en neer om het beest te kalmeren en ging via de achteringang het huis binnen. Ze hoopte haar moeder te ontlopen. Even uitstellen nog.

Ze glipte de achterdeur door, de oude dienstentrap op, de gang door, het bordes over, haar kamer binnen. Het mocht niet baten. Nauwelijks had ze de deur van haar kamer achter zich dichtgetrokken of ze hoorde drie harde tikken tegen de zware deur. “Ik maak mij klaar om te douchen, maman”, riep Stefanie terug: “ik vertel het je zo”. Stefanie zag door het dikke hout van de deur het gezicht van haar moeder op onweer trekken. Daarna hoorde ze het geruis van haar kimono wanneer ze zich omdraaide. Tenslotte voetstappen op de trap.

Stefanie ging onder de douche. Veel langer dan gewoonlijk. Het water had een verlichtende invloed op haar gemoed. Een gemoed dat sedert haar thuiskomst op een toenemend gemis had gewezen. Maar heel even waren ze samen geweest en toch. Vonken en vuur. Ze dacht aan de avond ervoor. Werd warm en koud tegelijk. Ze stapte de douche uit en plofte op bed. Uitgeteld.

Drie droge tikken op de deur waren het eerste wat Stefanie waarnam. Hoe lang had ze geslapen? Waren het minuten of uren. Het licht dat door de ramen scheen was een stuk minder geworden.
“Stefanie?”.
“Ik kom, maman, ik was in slaap gesukkeld”.

Stefanie glipte de badkamer binnen, trok snel een kleedje aan en haastte zich naar de deur. Net voor ze de sleutel wilde omdraaien opnieuw drie tikken tegen de deur. Harder deze keer. “Stefanie”, haar moeder duwde het hard en verwijtend door haar bijna gesloten mond.

Nauwelijks had Stefanie de sleutel omgedraaid of de deur zwierde al in haar richting. Stefanie wist de deur nog ternauwernood te ontwijken. Haar moeder repte zich meteen naar de hoek van het bed waar iemand duidelijk net dwars over had gelegen. Stefanies lijf stond nog duidelijk afgedrukt op het onderlaken. Met enkele rake rukken trok Stefanies moeder het onderlaken opnieuw op zijn plek.

“Heb jij net…”, haar moeder hield zich in, “vertel eens over gisteren”. Stefanie deed het verhaal zoals ze het eerder tegen haar chauffeur had gedaan. Uiteraard liet ze het deel over de late terugkomst in het hotel, het ontbijt dat ze bijna hadden gemist maar dat ze dankzij het vriendelijke personeel nog hadden mogen nuttigen tussen de middagmalende gasten en het trieste afscheid achterwege.

Ze vertelde haar moeder dat haar keuze van uitgaanspartners er met rasse schreden op vooruitging. Ze gaf haar een kus op de wang en verdween door de deur, de trap af, de tuin in. Het was warm voor de tijd van het jaar maar toch haastte ze zich al snel terug naar binnen. Ze nestelde zich op de bank. Ze hoorde haar GSM. Stefanie had behalve voor tennis en squash nooit veel gevoel gehad voor sport, maar het traplopen ging haar ineens heel goed af. Terwijl ze de trap opliep ging één, twee, drie, vier keer de GSM over Stefanie telde mee ze had tot zeven om bij de telefoon te komen. Bij tel vijf had ze het ding te grazen. Een Frans telefoonnummer. Haar hart liet één tel het ritme vallen om meteen daarna weer aan te trekken.

“Met mij”, de stem van haar vader, “hoe is het geweest?” Stefanie kon haar teleurstelling nauwelijks verbergen, maar wist nog snel haar stem naar blij om te schakelen. Ze vertelde het verhaal van de avond nu voor een derde keer en bedacht dat ze de volgende keer misschien haar laptop mee moest nemen, een verslagje schrijven en het meteen na de afspraak doorsturen. Ze hoorde zichzelf het verhaal vertellen van aankomst in het hotel tot aan het ontbijt.
“Van waar bel jij nu paps?”
“Uit Parijs, lieveling, ik ben hier voor het werk”.

Stefanie voelde een aandrang om de auto te laten voorrijden en haar vader achterna te reizen naar de lichtstad maar ze besefte dat Frédéric er helemaal niet zou zijn. Ze wilde haar vader een goede avond wensen toen ze een vrouwenstem iets hoorde roepen. “Waar ben je paps”, vroeg Stefanie haast fluisterend. “In de vergaderruimte van het hotel, we doen hier straks nog een meeting, ik zie je zondag”.

Stefanie legde dicht en bleef nog even op de rand van haar bed zitten. Haar vader had vreemd geklonken vond ze ineens en wie was die vrouw op de achtergrond? Ze herkende de stem maar kon er geen vinger op leggen.

Stefanies moeder trok inmiddels aan de bel. Stefanie vond het een stom systeem maar haar moeder was altijd van het principe geweest dat er in huis niet mocht worden geroepen. Niet dat het daarbuiten toegestaan was, maar binnen was het uitdrukkelijk verboden. Daarom was er in de gang een bel geïnstalleerd. Met een zacht trekken aan de koord weerklonk door het hele huis een getingel waar Stefanie zenuwachtig van werd en dat iedereen opriep om aan tafel te komen of om zich naar beneden te begeven omdat er vertrokken moest worden. Stefanie vermoedde dat het eten geserveerd zou worden.

Ze nam voor de zekerheid haar GSM mee naar beneden en zette het ding op trilstand. Hoewel telefoons in de regel werden uitgeschakeld wanneer er gegeten werd, zou haar moeder in dit geval wel begripvol zijn, dacht Stefanie.

De telefoon ging niet over, het eten verliep in een ongebruikelijke stilte. Zeker met haar geslaagde date had ze haar moeder iets praatgrager verwacht, al was het maar om het laatste detail van haar afspraak te weten te komen. “Je vader is naar Parijs”, meldde haar moeder ineens, strak en droog, “ik heb er geen goed gevoel bij, hij is zo afwezig de laatste tijd”. De vrouwenstem die Stefanie aan de telefoon had gehoord, flitste door haar hoofd, ze verslikte zich haast in haar reepje quornfilet. Ze herstelde zich snel.

“Hij is toch vaak in het buitenland”, stootte Stefanie eruit. Haar moeder was niet overtuigd. “Vroeger had ik zijn planning voor drie maand ver, nu moet hij vaak op het laatste moment overwerken of moet hij inspringen voor een zieke collega of gaat hij naar congressen waar hij de naam telkens weer van vergeet”. Stefanies moeder trok een zorgelijk gezicht, haar ogen werden vochtig.

Er was meer aan de hand, dat zag Stefanie zo. “Het zou niet de eerste man zijn”, besloot haar moeder met een zucht. Ze stond op en ruimde haar bord op. Het was woensdag dus ging ze sporten, dat wist Stefanie. Normaal bleef ze echter aan tafel tot iedereen klaar was. Ze verdween snel de trap op, kwam terug, telefoon in de ene, sporttas in de andere hand.

Die avond belde Frédéric nog op. Toen Stefanie ophing voelde ze zich belabberd. De situatie met haar moeder, de afstand tot Frederic. Coup de foudre? Alles aan haar was op drie dagen tijd van absolute zekerheid tot absolute chaos verworden. Zij, Frédéric, haar vader, de vrouwenstem, haar moeder, de tranen.

Stefanie trok haar jurk uit en legde zich op het bed. Ze keek naar het plafond. Dommelde in.

Een dag in het spoor van…
Bart De Waele aka @netlash

Op 3 november kreeg ik een idee: zou het niet fijn zijn om ervaring op te doen door met interessante mensen een dag mee te lopen, te zien wat zij doen, hoe zij dat doen en waarom zij dat doen. Waar laat je zo’n idee op de wereld los. Juist ja, Twitter.

Blijkbaar werd het wel een interessant idee gevonden, dat zag ik aan de reply’s die vanuit verschillende hoeken mijn richting uitkwamen. Bart De Waele van Netlash was één van de eersten om te reageren. We mailden en spraken af. Gisteren. We maakten er meteen een goed gevuld dagje van. Een reconstructie:

8u55: aankomst op het kantoor van Netlash. Bart en ik maken een kort praatje en hij vraagt of ik er zin in heb om een dagje met hem door te brengen. Nou en of.

Hij maakt me even wegwijs in het kantoor, toont de koffiemachine (altijd belangrijk). Toont zijn agenda. Het kleurboek van een zevenjarige heeft er geen gelijk aan. Het is duidelijk: dit is een druk bezette mens en ik ben blij dat hij mij mee laat lopen. Naast de agenda heeft Bart nog een verrassing in petto: autokanaal.be heeft een auto met chauffeur voor hem voorzien en ik mag straks mee. Het wagentje heet Rolls Royce Phantom.

9u15: Premeeting met Bram, project manager, informatie-architect en usability expert. Bram en ik krijgen de voorgeschiedenis van het project te horen en briefings van de klant in handen. Bram weet snel waaraan en waaraf, de klant is inmiddels gearriveerd en we duiken de meetingroom in.

9u30: Meeting met de klant. Het wordt een behoorlijk complexe website met heel wat verschillende doelgroepen en bijhorende doelstellingen. Bram hoort de klant strategisch uit en laat de klant nadenken over de site die er straks zal komen te staan.

De klant heeft al een behoorlijk deel van het huiswerk gemaakt maar de puntjes dienen nog op de i te worden gezet om straks met een goed product te komen. Bram geeft zijn kennis van usability en informatiearchitectuur mee aan de klant, spijst hen met tips&tricks zodat er samen tot een goed eindproduct zal worden gekomen.

12u00: De meeting is afgelopen en ik heb een aantal vragen die Bram meteen voor me beantwoordt. Voor meer anekdotes verwijst hij door naar Bart. Dat houd ik in mijn achterhoofd. Intussen loop ik Lamazone tegen het lijf, die mij herkent van mijn avatar op twitter. Ik denk dat mijn mond, die al de hele dag op lachen staat, nu ongeveer aan beide kanten mijn oren bereikt.

12u15: Lunch. Bart gaat eten met de cameraploeg van autozone, vraagt me me. Ik bedank en haal een broodje. De wii is intussen aangezet en een aantal van de collega’s is druk doende met een racespel, anderen lezen een boekje of de krant of maken een praatje. De meeting is inmiddels een beetje dieper ingezakt en ik heb nog wat vragen. Bram staat me met de glimlach te woord. Bart komt terug en de anekdotes, o ja, die zijn er.

13u10 De rolls royce wordt voorgereden. We gaan naar een bestaande klant in Antwerpen, legt Bart uit. Karolien, sales assistant en project coördinator, neemt samen met mij plaats achter in de Rolls. De laptop gaat open, de informatie voor de klant wordt nog even doorgenomen, ik hou me stil en kijk naar een team.

We maken samen een praatje met de chauffeur en komen tot de constatatie dat we niet meteen vallen voor de looks van de Rolls, het is ons allemaal een beetje te veel, een beetje te druk. Het is wel een slee, dat moet gezegd. Aan 130 op de autostrade voelt het als 50 in een normale wagen. Als de chauffeur even op de gas duwt, voel ik kriebels in mijn buik. Een tank die van optrekken weet.

13u50 Antwerpen, mijn thuishaven. We passeren in de buurt van de school waar ik les geef, ik zwaai in mijn gedachten. Met onze auto hebben we bekijks, ook als we de parking oprijden. We bezoeken de klant. Bart legt een aantal beveiligingssystemen uit die op een bestaande Netlash site kunnen worden geïmplementeerd. De wensen van de klant worden afgetast en de mogelijkheden worden doorgenomen. De kostprijs voor een beveiliging is niet min maar je wil natuurlijk ook een veilig systeem. De keuzes liggen voor, de beslissing moet intern bij de klant nog worden doorsproken. Iedereen verlaat te meeting met een goed gevoel.

15u20 We zijn te vroeg bij deze  prospect in de buurt van Lokeren maar Bart besluit het er toch op te wagen. Beter binnen nog even wachten in een vergaderzaal dan om de hoek te zitten wachten in de auto, ook al is dat dan een Rolls. We krijgen een zaaltje toegewezen. Bart heeft inmiddels nog telefoon gekregen en is druk doende in het Engels.

15u30 Na even wachten beginnen we aan de meeting. We luisteren naar de klant die er een nare ervaring op heeft zitten met een webbedrijf en dus duidelijk weet wat hij wil maar nog meer wat hij niet wil. De wensen van de klant worden overlopen. Bart toont de bedrijfspresentatie waarin de werkwijze van het bouwen van Netlash-websites, de filosofie en alles wat Netlash wel en niet is uit de doeken wordt gedaan. Alles staat ook mooi op de site als u dat wil bekijken.

16u30 We keren terug naar Gent. Onderweg stel ik nog enkele vragen aan Bart en Karolien. Ook zij stellen nu vragen: of en wat ik er aan gehad heb. Ja dus. De dynamiek van een middelgroot webbouwbedrijf, het verschil met de cultuursector waar ik uit kom, jammergenoeg ook het gebrek aan focus op content die door de klanten wordt gelegd. Nog veel meer ontastbare en onnoembare dingen die ik hier binnenkort misschien nog aanvul.

We gaan bij Bart langs. We laten de Rolls voor wat hij is en na een korte bezichtiging van de verbouwingswerken met Gudrun, mijn NaNoWriMo-collega, keren we terug naar Netlash HQ.

Bedankt voor de dag, Bart en team.

Rolls

Vandaag rondgereden in deze auto van autokanaal, samen met @netlash. Morgen het verslag, vandaag de foto.

Daar hoort een copyright vermelding bij: foto van Bart De Waele

Update: Het verslag hier

Les geven…

… ik heb er vanavond van geproefd en het smaakt naar meer. Ook: leerlingen die vaak na hun job les komen volgen. Weet je wat ik daarvan vind? Respect! Als je na een dag werken nog 3 uur moet gaan luisteren naar communicatiemodellen. R.E.S.P.E.C.T.

I have news

Vanmorgen hoorde ik op radio 1 een boodschap die mijn aandacht wist te trekken. Nu heb ik niet bij elke radiospot de behoefte google in te duiken en op zoek te gaan naar de URL die bij de betreffende spot hoort, maar deze was dus speciaal. Het aanbevolen product heet I have news en is te vinden op http://www.ihavenews.be. (werkt niet zonder www, #fail)

ihavenews

Persagentschap Belga wil duidelijk de vruchten plukken van het feit dat wij met z’n allen dragers zijn van één, in sommige gevallen zelfs meerdere apparaten waarmee wij onze omgeving en dus ook het nieuws dat in die omgeving speelt, kunnen vastleggen. Jammer dat het twee weken terug nog niet bestond. Dan had ik wel een nieuwtje gehad.

Update : Overigens blijkt burgerjournalistiek nog niet te kunnen buigen over altijd betrouwbare burgerjournalisten. Moet je even dit artikeltje lezen.

Het gat van Pandora

Wat je noemt een zware bevalling, dit nieuwe nanowrimoverhaal. Het is te zeggen. Deze middag zo rond een uur of vijf had ik mijn verhaal klaar. Tot ik het doorstuurde ter nalezing en goedkeuring.

Omdat het zondag is en ik best wel wat tijd wil investeren in mijn verhalen, vond ik het nodig mij aan een experimentje te wagen. Het bleek om een mislukt experiment te gaan. In december of volgend jaar, herwerk ik die editie wel een keer en leg ik het u voor.

Dit verhaal is dus het B-verhaal. Minder tijd ingestoken, niet erg origineel. Maar wel 1872 woorden. Waarmee ik weer ruim boven mijn quotum uitkom. Kwantiteit en kwaliteit. Het blijft een dunnen lijn om te bewandelen tijdens zo’n nanowrimo-maand.

Het gat van Pandora

Benno Snijers zit op een bankje aan de rand van het water. Hij schuift zijn laptop uit zijn hoes, neemt hem op schoot en kijkt naar de onmetelijke waterplas. Sinds zijn vrouw is overleden, heeft hij geen woord meer op papier gezet. Maar hij is er vast van overtuigd dat hij vandaag opnieuw een verhaal zal neerpennen. Een kortverhaal of een stuk poëzie. Iets wat tastbaar is. Iets wat hij naar zijn uitgever op zal kunnen sturen ook. Zijn vaste uitgever doet de laatste tijd vervelend. Als hij niet snel wat zou kunnen voorleggen, dan zou zijn contract herbekeken worden. Dat ‘herbekeken’ had de uitgever vergezeld laten gaan van het bekende aanhalingstekengebaar, daarmee volstrekt duidelijk makend dat het schrijven of de deur zou worden.

Zijn uitgever had hem vijf jaar geleden met luide trom als nieuwe auteur binnengehaald. Het succes van zijn laatste boek was op dat moment tot in de hoogste regionen doorgedrongen, maar hoewel de directeur-generaal zijn literaire kwaliteiten op de druk bijgewoonde persbijeenkomst bewierookte, wist Benno wist dat hij níét daarvoor werd binnengehaald. Hij was samen met zijn uitgeverij overgenomen. In feite was hij zelfs de enige reden geweest waarom de uitgeefmastodont überhaupt geïnteresseerd was in de activiteiten van zijn voormalige pleitbezorger.

Zijn succes was er niet zonder slag of stoot gekomen. Zijn eerste boeken waren hoofdzakelijk door bibliotheken aangekocht om aan de quota voor Vlaamse auteurs te voldoen. Tot hij “Het gat van Pandora” schreef. Een populaire radiojournalist had het boek gelezen en verhief het tijdens zijn ochtendshow tot hét boek dat iedereen gelezen moest hebben. Wat iedereen prompt leek te gaan doen. Voor Benno er erg in had, verscheen zijn hoofd op de voorpagina van populaire weekbladen en gaf hij interviews in populaire talkshows op televisie. Hij maakte plots deel uit van panels op zogenaamd literaire debatten.

“Het gat van Pandora” verkocht als zoete broodjes. Zijn eerdere boeken werden heruitgegeven en in verzamelboxen van de Nederlandstalige literatuur dook zijn naam steeds meer op. Een vervolg drong zich op. Zeker na de overname van de uitgeverij werd de druk om een populair vervolg te produceren steeds groter.

Meerdere keren had zijn uitgever er tijdens het schrijven van zijn nieuwe boek op aangedrongen dezelfde stijl aan te houden als die hij bij “Het Gat van Pandora” had gehanteerd. De iets gewaagdere stukken die Benno er subtiel had proberen doorheen te weven, werden systematisch uit de uiteindelijke versie van het boek geweerd. Op die manier kreeg de uitgever waar hij om gevraagd had. Een vlot leesbaar stuk literatuur met herkenbare personages en een goed, degelijk verhaal dat vooral over de toonbanken zou vliegen.

Op één van de feestjes die de uitgeverij gaf na weer eens een bestseller van een auteur uit hun gelederen had de uitgever het Benno eens uitgelegd. Niet in het minst geremd door de grote hoeveelheid alcohol die hij gedurende de avond al achterover had gewerkt, deed hij Benno versteld staan. “Een goed verhaal, wie zoekt een goed verhaal?”, had hij geroepen, “goed verkopen doe je met marketing, niet achter je schrijftafel. Kijk maar naar die Dan Brown. Niet slecht geschreven hoor, maar nu ook weer niet dat je zegt van…” Hij zocht even naar woorden: “ach je weet wel, die Brown is geen Shakespeare en dat ben jij ook niet, dat moet je je maar eens gaan realiseren.”

Toch had Benno na het tweede succesverhaal zijn stoute schoenen aangetrokken, was op zijn uitgever afgestapt en had hem gevraagd of hij met zijn volgende boek wat meer zijn eigen ding mocht gaan doen. Het schrijven op bestelling van het tweede succesboek was hem zwaar gevallen en het zou nu of nooit worden als hij nog eens een literaire prijs wou veroveren. Dat laatste had zijn uitgever overtuigd. Of je nu boeken verkoopt door de marketingdeal die je hebt met een radiozender, of je haalt je cijfers door prijskapers in huis te hebben, cijfers zijn cijfers, dat argument konden ze boven ook begrijpen.

Benno zette zich aan het schrijven van wat zijn meesterwerk moest gaan worden. Hij was tenslotte al 63 en als hij het nu niet zou schrijven, dan zou het wel nooit meer gebeuren. De Shakespeareuitstpraak van zijn uitgever bleef wel in zijn achterhoofd hangen, maar eens hij aan de schrijftafel zat voelde hij zich Shakespeare, Dante en Joyce in één. Alleen wilden de harde zinnen niet zo goed komen.

Wanneer zijn vrouw Ella hem midden in de namiddag koffie kwam brengen, viel het hem op hoeveel hij van de gezelligheid hield. Maar daarover wilde hij nu voor één keer niet schrijven. Een verhaal over het alledaagse, dat had hij zijn hele leven al gedaan. Losliggende tegels, guitige loketbedienden met bakkebaarden, gewone mensen met gezellige huizen, vrouwen en kinderen, dat was zijn specialiteit. Deze keer zou hij het anders aanpakken. Dit boek schreef hij voor de geschiedenis.

De eerste stukken die hij aan zijn uitgever afleverde, had hij al eerder, tussen het schrijven van zijn tweede succesroman door, neergepend. De uitgever had ze veelbelovend genoemd en hoewel Benno stellig de indruk kreeg dat hij er geen woord van had gelezen, had het hem toch een hart onder de riem geleken.

Toen de volgende delen wat langer op zich deden wachten, was zijn uitgever ongeduldiger geworden. Benno had na verontruste e-mails enkele oproepen op zijn GSM gekregen. Meestal had hij impulsief naar de rode knop van zijn toestel getast. Aan voicemails deed hij niet mee.

Intussen ging het met de gezondheid van zijn vrouw bergaf. Aan het begin van het jaar werd een tumor bij haar vastgesteld. “Goedaardig”, had de behandelende arts hen toen gerustgesteld. Maar er zouden geen risico’s worden genomen. Een operatie bracht uitzaaiingen aan het licht en Ella moest in het ziekenhuis blijven. Ze zou nog twee keer naar huis komen. De eerste keer om te bekomen van haar eerste kuur, de tweede keer kort voor haar dood.

Benno hield ervan om ergens in de stad te zitten schrijven. Hij koos zijn plekken strategisch uit. Hij hield zich vaak op in het Centraal Station. Het verwelkomen, het uitwuiven. Altijd die staat van gehaastheid. “Het leven wordt geregeerd door klokken,” zei hij tegen Ella, toen hij haar meenam voor de middagkoffie in het stationsbuffet. De zaal was uitgerust met stationsklokken in verschillende groottes en verschillende stijlen.

Ook de cafés in het centrum van de stad waren plaatsen waar hij vaak kwam. Hij bestelde dan een koffie aan de bar en keek rustig in het rond. Terwijl de man of vrouw achter de toog aan de gang ging met het koffieapparaat, liet hij zijn ogen door het café dwalen, op zoek naar interessante personages. Dan zette hij zich aan een tafeltje, haalde zijn schrijfblok van tussen zijn krant, legde die zo onopvallend mogelijk op zijn schoot en begon aan het kruiswoordraadsel. Tussen 6 verticaal en 7 horizontaal liet hij zijn pen naar het papier zakken op zijn schoot zakken en schreef enkele woorden op.

Sinds hij zich een laptop had aangeschaft -zijn schrijfijzer, zoals hij hem steevast noemde- viel hij wat meer op, maar de meeste stamgasten van de cafés die hij bezocht waren eerder terughoudend. Wanneer hij aan de toog zijn koffie bestelde, hoorde hij wel eens een opmerking of werd hij herkend door een toevallige passant die dan met hem op de foto wilde. Meestal echter ging hij in het decor op en achter het scherm van zijn laptop kon hij schrijven wat hij wilde.

Toen Ella werd opgenomen, zat hij vaak in de cafetaria van het ziekenhuis te schrijven. Eén van de als verpleegster geklede diensters meldde zich op de tweede dag van Ella’s verblijf aan zijn tafeltje. “U bent Benno Snijers”, zei ze heel matter-of-factly, “ik heb het gehoord van uw vrouw, ik wens haar veel beterschap”. Benno had bedankt. Ze had zich als één van zijn trouwste fans laten kennen. “Nog voor u bekend was, had ik al uw boeken gelezen”, zei ze trots.

De volgende dag had ze die één na één laten tekenen. Sommige zagen er gloednieuw en ongelezen uit, maar Benno tekende ze met dezelfde glimlach. In sommige schreef hij een opdracht. Meestal in het thema van het boek. In zijn laatste boek schreef hij: “Waarover moet mijn volgende boek gaan?”. Hij zette er het e-mailadres voor fanmail onder dat de uitgever voor hem had aangemaakt en waaruit hij maandelijks een selectie van de grappigste, aangrijpendste en idiootste opmerkingen kreeg doorgestuurd.

De ziekenhuisomgeving kon hem echter niet inspireren voor zijn nieuwe werk. De omgeving nodigde nochtans niet uit om over alledaagse besognes te gaan schrijven. Het trieste en het zwarte dat hij tussen de bezoeken aan Ella door op papier zette, schrapte hij telkens weer wanneer de hoop op haar herstel opflakkerde. “Het is geen tijd voor zwartdenken”, dacht hij bij zichzelf en tot zijn grote ontzetting begon hij weer over lampenkappen met bloemmotief en losliggende dorpels van cafés te schrijven. Ook dat materiaal schrapte hij. Dit keer wanneer de voorspellingen van doktoren opnieuw in de negatieve richting uitsloegen.

Steeds vaker hield hij zich bezig met niets schrijven. Steeds vaker zat hij uren aan een stuk te kijken naar het af- en aanrijden van ambulances en auto’s op de parking van het ziekenhuis. Op de duur liet hij zijn laptop gewoon thuis wanneer hij naar het ziekenhuis vertrok. Op die manier werd hij ook niet geconfronteerd met de nu haast eindeloos geworden eisen en smeekbedes van zijn uitgever om nieuw en uitgeefbaar materiaal.

Toen Ella stierf, zat hij achter een koud geworden koffie naar het koude inox van de ziekenhuiskeuken te staren. De dienster-verpleegster kwam naast hem staan. “Het spijt me”, zei ze. Ze legde even haar hand op zijn schouder en verdween.

Zijn uitgever had het een goede gelegenheid gevonden om de aandacht rond zijn persoon, die nu toch al enkele maanden aan het slabakken was gegaan, opnieuw op te krikken. Hij had enkele bladen gebeld met het nieuws over het tragische en onverwacht snelle overlijden van mevrouw Ella Snijers, vrouw van succesauteur Benno.
Benno ging er uiteindelijk mee akkoord om één enkel interview toe te staan. Een interview dat op dinsdag als exclusief werd aangekondigd in het weekblad dat daarvoor had betaald. En dat geheel of ten dele en al even exclusief werd overgenomen door de niet-betalende concurrentie.

Het was even een rel geweest tussen Benno en zijn uitgever. Die had hem op zijn contractuele verplichtingen gewezen en daarmee was voor hem de kous af geweest. In één adem had hij Benno gevraagd of hij nu nog wel schrijver wou zijn. Benno had bevestigend geantwoord. Dat was gisteren.

Vandaag zit hij met opgeladen laptop op de plaats waar hij zijn eerste verhaal heeft geschreven. Aan de kant van het water.

Als de mens…

… uit je podcasts niet lijkt op de persoon die je je voor hebt gesteld, dan is dat altijd even schrikken. Schrik. Paul Bloom van Yale university. Mijn virtuele professor psychologie.

Vind je deze blog leuk?

read my rss feedqrcode