Het trendrapport 2010 van @netlash is online, dus weten we weer wie volgen op twitter. De experts dus. Voor u opgelijnd en wel, alles onder elkaar. In volgorde van verschijnen. Je kan ook de volledige lijst volgen en wel hier.
Gisteren was maandag en maandag is de dag van het woord van de week maar gisteren dus niet. Die toespraak van de koningin van de noorderburen kwam er even tussen. ‘Uitstel is geen afstel’ is niet voor niets een staande uitdrukking en dus is dinsdag de nieuwe maandag.
Eigenlijk zijn er twee woorden van de week. Guur en Onguur. Guur betekent winderig of koud (weer). Onguur betekent ‘ruw, gemeen’ of ‘luguber, sinister’. Dat alles volgens het vandale online woordenboek. Met andere woorden het woord guur en het woord onguur betekenen niet, zoals meestal het geval is wanneer de prefix ‘on’ in het spel is, het omgekeerde van elkaar.
Wel integendeel, al hebben beide woorden een andere denotatie, hun connotatie komen grotendeels op hetzelfde neer. Guur of onguur zijn beiden woorden met negatieve bijklanken. Het is donker en onaangenaam vochtig. Het is beangstigend. Het is bevreemdend en op hetzelfde moment heel hard en reëel.
Alleen de zelfstandige naamwoorden waar ze al dan niet expliciet mee verbonden zijn, verschillen van elkaar. Waar guur verbonden wordt met de weersomstandigheden, wordt onguur verbonden met mensen, groepen of geografische omstandigheden.
Ondanks de betekenis van de woorden hou ik er van om ze te gebruiken. Dat heeft vermoedelijk te maken met het g- en r-foneem dat geassocieerd wordt met ontlading. Denk maar aan het woord Godverdomme dat niet alleen door zijn betekenis maar zeker sinds de verbastering vooral op vocaal vlak een ontladend effect zou hebben.
(On)Guur, een mens wil het als betekenis zo weinig mogelijk tegenkomen maar als woord toch zo veel mogelijk gebruiken. In deze contradictie zit de schoonheid.
In Nederland is er commotie ontstaan nadat Koningin Beatrix zich negatief had uitgelaten over online sociale netwerken. Ze deed één en ander met de niet mis te verstane bewoordingen. De hele toespraak ademde sowieso al pessimisme en dat kort-door-de-bocht-gezwam deed er geen goed aan. Een citaat.
Vroeger was er vrijwel overal burenhulp en vormde nabuurschap de basis van de samenleving. Men kende elkaar. Maar de moderne mens lijkt weinig aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf bezig. We zijn geneigd van de ander weg te kijken en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes.
Beatrix doelt natuurlijk op het feit dat vroeger, toen ik nog niet geboren was, iedereen elkaar kende in het dorp waar men toen, o zo gezellig samenwoonde. Dat iedereen wist dat de pastoor en zijn meid en de meid op haar beurt weer met de buurvrouw… de afwas deed.
Ze bedoelde dat iedereen vroeger in uitgebreide volzinnen praatte waarin met de nodige suggestie en subtiliteit werd verwoord dat Swa van Mariette van den hoek weer eens zat was geweest en dat Mariette de dag erna tegen de kast was gelopen.
Ze bedoelde dat er toen, in een tijd waarin ik nog niet was over serieuze onderwerpen werd gediscussieerd door iedereen die toen wat te zeggen had. Boeren praatten met de veearts over de mentale gezondheid van hun runderen, de cafébaas legde de sociale ongelijkheid in de dorpsstraat over de toog.
Clichédenken? Jawel. Maar met dat verschil dat ik spreek over een tijd waar ik niets over weet omdat ik die nooit heb mogen meemaken. Misschien wel omdat die ideale wereld waarin er vrijwel overal burenhulp was en nabuurschap de basis van de samenleving vormde, nooit heeft bestaan.
Het valt me op dat er veel mensen zijn die denken dat mensen die communiceren over het internet met behulp van de dingen die we sociale netwerken zijn gaan noemen, veel minder sociaal zijn. Het tegendeel is waar en daar zijn wetenschappers die dat beweren. En niet op vraag van de sociale netwerken.
Het valt me op dat velen digitale communicatie afdoen als een minderwaardige vorm van communicatie. Terwijl digitale communicatie als middel (niet als doel) er juist voor zorgt dat grenzen vervagen en dat ik vandaag iets kan vragen aan iemand in Gent, Londen of Amsterdam. Dat ik met gelijkgestemden kan gaan fietsen of een pint kan gaan pakken. Dat mensen elkaar ontmoeten die elkaar anders nooit hadden ontmoet.
Beatrix had gelijk wanneer ze vertelde dat buren soms vreemden zijn geworden. Dat zal voor haar buren zeker het geval zijn.
- Ik was twee maand in Spanje
De eerste maand met mijn neef Kenny in 2000 en een maand met mijn lief in 2001. Leuke tijden. Veel gezien. Wonderbaarlijk ook hoe een reis afhangt van je reisgezel. We spoorden met een Eurorailkaart en zagen bijna alle grote Spaanse steden. Ik kan het aanbevelen.
- Ik leerde mijn lief kennen
In Gent, alwaar wij beiden studeerden. Ik zie haar nog altijd graag. Ze wil niet graag op internet. Dat begrijp ik. Daarom noem ik haar hier gewoon ‘mijn lief’.
- Ik fietste samen met mijn vader naar Italië
Moet je echt eens doen, het is geeneens zo ver. Negenhonderd en nog wat kilometer. Fiets je zo bij elkaar. Ik deed het samen met mijn vader, dat is eigenlijk ook wel speciaal.
- Ik studeerde af als communicatiewetenschapper
Eén keer herexamens en op het einde afstuderen met onderscheiding. Een thesis geschreven die sedertdien niet meer is opgevraagd en niet door alle bij lot uitverkoren professoren is nagelezen. Het is wat. De instelling is mij belangrijker dan het diploma maar het zegt iets over je mogelijkheden.
- Ik liep stage bij alfacam
Waarom de dingen makkelijk maken, als het ook moeilijk kan? De stage die ik liep op de planning bij alfacam was behoorlijk zwaar. *understatement award*
- Ik had mijn eerste werkervaringen
Ik was er snel bij. Na mijn laatste examen zat uitgaan er niet echt in, de volgende dag kon ik beginnen. Daarna bleef ik langer dan gepland aan de slag als productieassistent en later janusje van alles bij de Zuiderkroon. Daarna even de retailmarketing in en de cultuurcommunicatie uit. Vandaag zoekende.
- Ik kocht samen met mijn lief een appartement
Nog steeds ben ik zeer tevreden over die aankoop. Het was best een makkelijke beslissing, we waren op slag verliefd op dit huis. In diezelfde slag werd ik Borgerhoutenaar. Voor een West-Vlaming niet de meest voor de hand liggende keuze maar Borgerhout is niet wat je leest in de kranten.
- Ik schreef, schrapte en schreef opnieuw
Op deze blog en al de voorgangers. Op andere domeinen. Voor de wijkblog. Voor andere mensen ook. Ik noem hen klanten maar ik ben vooralsnog geen zelfstandige. Een tijd geleden nam ik een besluit. Mijn blog is mijn blog is mijn blog. Dit ding zou dus tot in lengte van dagen moeten blijven staan. Over de rest hou ik jullie op de hoogte.
- Ik ontdekte de wereld om me heen en vond mensen om mee te wandelen
Waar het fout liep met mijn vorige blogs heb ik rechtgezet. Op een eiland bloggen heeft dus geen zin, ook al schrijf je veel en noemen je lezers je leuk, er is geen bal aan achter een scherm te blijven zitten. Daarom deed ik van twunch en twike en twoooze en barcamp en breidde ik mijn vriendenkring uit met een pak gelijkgestemden.
- Ik bleef leren
Nog steeds doe ik boeken open. Ik lees betere RSS-feeds dan ooit. Ik luister naar podcasts over de meest diverse onderwerpen. Ik weet dingen over pilaarheiligen en logisch positivisme en ook over deeltjesversnellers en over marketing en communicatie die de meeste mensen niet weten. In het volgende decennium moet ik daar wat mee gaan doen.
deBuren is het Vlaams-Nederlands huis in Brussel en de podcast die ze aanbieden is onderhoudend maar kampt met enkele problemen. Op behoorlijk onregelmatige basis krijg je een aflevering binnen en dat bevordert de luisterfrequentie (alvast bij mij) allerminst. De onderwerpen zijn al even divers als bij het vorige week besproken Rondas.
De podcast wordt opgenomen tijdens debatavonden, lezingen en andere interviewsessies van deBuren en dat is meteen ook het format van de podcast. De onderwerpen gaan van de rol van architectuur in de stad, over de Europese canon tot een reeks over de zeven hoofdzonden. Stuk voor stuk interessante luisterstukken. En dan komt de ‘maar’.
Je krijgt een debat te horen dat bewerkt is. Bewerkt in de zin dat het is ingekort. Waarschijnlijk denkt men bij deBuren aan de attention span van de luisteraar, of misschien over de consumptie van bandbreedte.
Het is in dat bewerken dat het grootste probleem van de podcast ligt. Net wanneer er iets dieper wordt ingegaan op pakweg de rol van iconische gebouwen in de architectuur en de impact op het samenleven, wordt er geknipt daar een later fragment.
Ik vind dat zonde. Natuurlijk zijn wij radioprogramma’s gewoon waar de interviews zich beperken tot soundbites maar met een podcast dien je daar geen rekening mee te houden. Het is zelfs perfect mogelijk skipmomenten in te bouwen waardoor een minder geïnteresseerde luisteraar perfect zelf kan beslissen een stuk over te slaan.
Zoals de podcast nu bestaat, blijven de onderwerpen vaak wat minder goed uitgewerkt. Ook al duurt een deBuren podcast al snel een half uurtje, je weet dat er veel meer te zeggen valt maar dat krijg je niet te horen en dat voel je net iets te hard. Jammer.
Twitter Updates
- Smartphonegebruik per leeftijd en OS in België bit.ly/J3vUlv 5 hours ago
- Kan er iemand eens een bezoekje brengen aan de brillenmarkt in Antwerpen en die mensen een nieuwe site verkopen? Thx. bit.ly/J3mDd0 6 hours ago
- (Mijn ervaringen met) Facebook’s business model bit.ly/JzpNtJ 6 hours ago
Tag cloud
android antwerpen apple barcamp BIRM blog bloggen bloggers Borgerhout business model communicatieanalyse content experiment facebook Fictie gender Gent google htc innovation internet ipad journalism journalistiek kindle Marketing media Nanowrimo nieuws online podcast privacy quote review Schaatsen social media sociologie tech45 technologie toekomst trends tumblr Twitter vioe woord van de week



Laatste reacties