Dat het morgen, de 28ste februari van het jaar 2010 onzes heren, gaat stormen mensen. Regen met bakken en een stevige wind van alle kanten. Je kan dus maar beter in een gebouw zijn dat zijn degelijkheid heeft bewezen. Neem nu de pastorij van de Sint-Janskerk in Borgerhout. Recent omgedoopt tot Mattheushuis. Gebouwd zo ergens rond 1896.
Daar geven mijn collega’s van de wijkblog namelijk een vertoning ten berde. De erfgoedcel Antwerpen omschrijft het als volgt:
Hoe kunnen we heemkunde en ons lokaal erfgoed op een aangename manier aan de mensen voorstellen met internet? Een groep jonge mensen van de omgeving Krugerplein hebben een prject opgestart en zonet hun 1000ste blog geplaatst. Op een eenvoudige en aangename wijze brengen zij de rijke geschiedenis maar ook het dagelijkse leven komt aan bod. Tijd om dit in de kijker te zetten.
Eén van die jonge mensen ben ik dus. Mijn deel zal zich richten op de technische kant van de blog. Voor het erfgoed-gedeelte komt mijn collega-vanaf-overmorgen aan de beurt. Het verhaal achter de blog doet Hans, de sympathiekste Nederlandse Borgerhoutenaar. Voor € 3 bieden we u een veilig onderdak tegen de storm en veel meer…
zondag 28 februari 2010 – Mattheusstraat 4 – Borgerhout – vanaf 14u45
Dat het morgen, de 28ste februari van het jaar 2010 onzes heren, gaat stormen mensen. Regen met bakken en een stevige wind van alle kanten. Je kan dus maar beter in een gebouw zijn dat zijn degelijkheid heeft bewezen. Neem nu de pastorij van de Sint-Janskerk in Borgerhout. Recent omgedoopt tot Mattheushuis. Gebouwd zo ergens rond 1896.
Daar geven mijn collega's van de wijkblog namelijk een vertoning ten berde. De erfgoedcel Antwerpen omschrijft het als volgt:
Hoe kunnen we heemkunde en ons lokaal erfgoed op een aangename manier aan de mensen voorstellen met internet? Een groep jonge mensen van de omgeving Krugerplein hebben een prject opgestart en zonet hun 1000ste blog geplaatst. Op een eenvoudige en aangename wijze brengen zij de rijke geschiedenis maar ook het dagelijkse leven komt aan bod. Tijd om dit in de kijker te zetten.
Eén van die jonge mensen ben ik dus. Mijn deel zal zich richten op de technische kant van de blog. Voor het erfgoed-gedeelte komt mijn collega-vanaf-overmorgen aan de beurt. Het
Eigenlijk doe ik dat wel graag, spreken. Zo op een barcamp enzo. Of les geven. Iets uitleggen aan mensen, dat vind ik leuk. Of het nu gaat over erfgoed of web2.0, over marketingcommunicatie of communicatieanalyse. Ik wil dat meer gaan doen.
Het valt mij op hoeveel tijd ik daar telkens weer insteek en hoe diep ik me in een onderwerp inwerk voor ik tot een evenwichtige presentatie kom. Het valt met op dat ik hardnekkig vermijd om gelijkaardige presentaties te bekijken op slideshare. Een originele invalshoek, daar willen mensen naar luisteren toch? Niet naar opgewarmde soep?
In de komende 8 dagen staan er mij een serieus aantal spreekuren te wachten. Je leest de blogpost van een glimlachende mens. Zondag spreek ik samen met mijn collega’s van de wijkblog over erfgoed in het internettijdperk, donderdag gaat het op een congres over web2.0 in een onderzoeksomgeving, donderdagavond heb ik een afspraak met mijn studenten marketingcommunicatie en zaterdag is er Barcamp Antwerpen alwaar ik ga spreken over statistiek (al kan dat na mijn discussie met Tijs gisteren ook nog weer copyright en authenticiteit worden).
Vandaag heb ik geen stem. Opgelopen bij jongtuig gisteren. Ideaal. Zwijgen is vandaag dus eens te meer goud.
Eigenlijk doe ik dat wel graag, spreken. Zo op een barcamp enzo. Of les geven. Iets uitleggen aan mensen, dat vind ik leuk. Of het nu gaat over erfgoed of web2.0, over marketingcommunicatie of communicatieanalyse. Ik wil dat meer gaan doen.
Het valt mij op hoeveel tijd ik daar telkens weer insteek en hoe diep ik me in een onderwerp inwerk voor ik tot een evenwichtige presentatie kom. Het valt met op dat ik hardnekkig vermijd om gelijkaardige presentaties te bekijken op slideshare. Een originele invalshoek, daar willen mensen naar luisteren toch? Niet naar opgewarmde soep?
In de komende 8 dagen staan er mij een serieus aantal spreekuren te wachten. Je leest de blogpost van een glimlachende mens. Zondag spreek ik samen met mijn collega's van de wijkblog over erfgoed in het internettijdperk, donderdag gaat het op een congres over web2.0 in een onderzoeksomgeving, donderdagavond heb ik een afspraak met mijn studenten marketingcommunicatie en zaterdag is er Barcamp Antwerpen alwaar ik ga spreken over statist
Je kan me een pessimist noemen maar het wordt niets met wintersport in dit land. Je zal opmerken dat er Clijsters is en ook Henin en dat de wielrenners toch ook… Dat wij de zomer hebben. Parels. Zwijnen. Als het erop aankomt gaan België en sport tout court niet door dezelfde deur.
Sport wordt voor een groot stuk beleefd op en dankzij de televisie. Daar ging mijn thesis ooit over. Drie rijen dik langs de kant van de weg of een vol stadion is een druppel op de plaat van de kijkcijfers.
Sport in België is een kralenketting van evenementen. Tussen die evenementen is er de grote leegte. Sport is televisie geworden. The medium is the message. Alles Fata Morgana. Een decor uit bordkarton. De deelnemers zijn liefst gewoon en met beide voeten op de grond. Geen arrogantie of torenhoge ambities. De volgende dag wordt er opgeruimd. Het feest is voorbij.
Op dit moment lopen in Vancouver de Olympische Winterspelen. België is er met acht atleten vertegenwoordigd. Nee, we zijn geen natuurlijk wintersportland. Nee, bij ons geen natuurijs waar je van jongsaf het klappen van de schaats leert. Bij ons geen gletsjers waar je tot ver in de zomer de latten kan onderbinden. Het zit hem in de benadering.
De bobsleemeisjes, zo wordt mij verteld, zagen tot drie jaar geleden nog nooit een bob van dichtbij. Via een televisieprogramma werden ze opgespoord en nu zijn ze dus in Vancouver. Het zijn gewone mensen, vroeger waren het sporters. Reality killed the sports star. Elke supporter man bijt hond. Nu eindigen ze vijftiende. Binnen de top 16 was het opzet. Missie geslaagd. Als Belgische sportkijker vind ik dat vernederend.
Het zal de aard van het beestje zijn. Dat gewone. Dat bescheidene. Dat eeuwige underdoggevoel. Belgen genieten wanneer hij die het luidste roept het onderspit delft. Zien humor in het verlies van een gouden medaille. Had hij maar niet zo arrogant moeten wezen.
Onder de Galliërs zijn de Belgen de dappersten, want zij liggen het verst verwijderd van de verfijnde en beschaafde levenswijze der Provincie.
Je kan me een pessimist noemen maar het wordt niets met wintersport in dit land. Je zal opmerken dat er Clijsters is en ook Henin en dat de wielrenners toch ook... Dat wij de zomer hebben. Parels. Zwijnen. Als het erop aankomt gaan België en sport tout court niet door dezelfde deur.
Sport wordt voor een groot stuk beleefd op en dankzij de televisie. Daar ging mijn thesis ooit over. Drie rijen dik langs de kant van de weg of een vol stadion is een druppel op de plaat van de kijkcijfers.
Sport in België is een kralenketting van evenementen. Tussen die evenementen is er de grote leegte. Sport is televisie geworden. The medium is the message. Alles Fata Morgana. Een decor uit bordkarton. De deelnemers zijn liefst gewoon en met beide voeten op de grond. Geen arrogantie of torenhoge ambities. De volgende dag wordt er opgeruimd. Het feest is voorbij.
Op dit moment lopen in Vancouver de Olympische Winterspelen. België is er met acht atleten vertegenwoordigd. Nee, we zijn geen natuurlijk wintersportland. N