Monthly Archive for February, 2010

Page 2 of 3

Visie op de verslaggeving rond een ongeval

Het is bij dramatische ongevallen zoals dat van deze ochtend altijd interessant kijken naar de nieuwsverslaggeving. Als een soort beroepsmisvorming of vakidiotie kijk ik dan naar de nieuwsverslaggeving zonder naar het nieuws an sich te kijken.

Een vast patroon tekent zich daarbij af. Media wijzen steevast op hun snelheid en op het live-karakter van hun verslaggeving. Ze wijzen op het nieuwskarakter van de berichten en wijzen op de volledigheid. Niets wordt verzwegen. Zodra we meer nieuws hebben, komen we bij u terug.

Online media gooien zo snel mogelijk foto’s, video’s en tekst online. Harde, zuivere feiten. Schijnbaar. Een botsing. Een ongeval. Doden. Vragen, heel veel vragen en witruimte. Geen stilte. Vooral geen stilte maar nieuws en meer nieuws. Zolang het maar oplevert. Je kan het hen niet kwalijk nemen. Hoewel. Recuperatie als verdienmodel.

Niet dat klassieke media zich zomaar laten verdringen. Bij de VRT hadden ze haast onmiddellijk een ploeg ter plaatste. Michael Van Droogenbroeck heette te zijn aangekomen nog voor de hulpdiensten. Hij was getuige geweest van het aankomen van de hulpdiensten en had met eigen ogen kunnen vaststellen dat de twee op elkaar gereden treinen een ware ravage hadden aangericht. Hij liet de camera inzoomen. Zo kon ook de kijker getuige zijn van verwrongen staal en het werk van de hulpdiensten. De eeuwige objectiviteitsobsessie.

Bovenal is hij live ter plaatse. Niet alleen kon de kijker dat zien, om elke schijn van trucage te ontkrachten wordt er ook bij elke regiewissel duidelijk op gewezen. Michael, jij bent voor ons ter plaatse. Ook tijdens herhalingen. Keer op keer blijft de journalist dezelfde zinnen herhalen. Steeds weer wordt er live overgeschakeld. Het bericht van kwart voor één mocht dan een tot op de bit en de byte nauwkeurige kopie zijn van het nieuws van half twaalf, niets deed vermoeden dan Van Droogenbroeck niet even iets meer zou zeggen, dat hij geen extra getuige ten berde zou brengen.

De echte vraag is echter: hoeveel nieuws verstrekt het nieuws? Met andere woorden: wat is de waarde van de berichtgeving. Ik bedoel dan niet: hoeveel winst, omzet of waarde kan er met de berichtgeving worden geproduceerd of hoeveel % van de jaardoelstelling haalt de openbare omroep met één extra journaal maar hoeveel nieuwswaarde wordt er geleverd.

Hoeveel toegevoegde waarde hebben de verschillende berichten? Wat is de waarde van een liveverslaggever. Hoeveel waarde heeft een ooggetuige die het vooral over het gevoel heeft. Hoeveel waarde hebben beelden van verwrongen staal en wat vertelt een kind in de armen van een man?

Ongevallen zijn makkelijke onderwerpen. Ze zijn makkelijk in beeld te brengen en vergen nauwelijks correctie. Geen politieke evenwichten. Nauwelijks woord, laat staan wederwoord. Voor visuele media zoals televisie en bij uitbreiding ook het multimediale internet zijn ongevallen een stuk makkelijker dan politiek nieuws. Laat staan internationaal nieuws.

Zodra het nieuws in de standaardberichtgeving komt, valt het onder de gewone regels van het televisienieuws. Uiteraard is het nieuws van het ongeval het enige hoofdpunt. Uiteraard. Maar het format blijft heilig. Hoe uitzonderlijk het nieuws, hoe rampzalig en dramatisch ook. Steeds dringt zich de televisierealiteit op. Het nieuws bestaat uit de elementen binnenland, buitenland, sport, faits divers en sport.

Je kunt van verslaggeving rond ongevallen niet veel verwachten. Feiten, schijnrealiteiten (slachtoffers worden zorgvuldig buiten beeld gehouden) en open vragen. Steeds afgestemd op het verhaal dat verteld kan worden. Daarom wordt er gesproken over chaos. Chaos dekt daarbij zowel de medialading als de lading van de gebeurtenissen.

Er is echter één groot verschil tussen wat we de gebeurtenissenchaos en de mediachaos zouden kunnen noemen. Chaos is maar interessant zo lang je de kijker kan vertellen uit welke elementen de chaos bestaat. De chaos zelf is hoogst ondankbaar mediamateriaal.

Ben je gek? / Are you stupid?

Heel hard moeten lachen met dit fragment vorig weekend. Sven Kramer, de winnaar van de gouden medaille op de 5 km langebaanschaatsen wordt geïnterviewd en dat begint nogal gek…

Carnaval

Carnaval in Venetië

Carnaval in San Fransisco

Carnaval in Rio

Carnaval in Aalst

Elk zijn meug maar doe mij maar de Italiaanse versie.

Foto’s via Flickr (foto’s linken naar de auteurspagina’s)

De straten van Borgerhout

De straten van Borgerhout liggen er al enkele dagen zo glad bij als spiegels. Dat bedoel ik niet in de overdrachtelijke zin van het woord. Correcter zou zijn: als de schaatsers niet met z’n allen in Vancouver zaten, dan zouden ze hier ter plaatse recordwedstrijden op laaglandbaan organiseren.

Het zout is op. De sneeuw van een aantal dagen geleden is gesmolten en aangevroren. De bestrating van ons dorp-in-de-stad was de laatste dagen officieel ijzel. De stad riep op geen onnodige verplaatsingen te maken.

Stiekem vind ik het leuk. Met mijn fiets ben ik meester van de zaak en het kind in mij komt zo nog eens / eens te meer naar boven. Vrije baan uitgekozen. Links, rechts, achter, voor, geen auto te zien, voetje zetten, achterrem dichtgooien, toertje draaien. Ja het is gevaarlijk en je moet zoiets niet doen maar toch. Leuk man, leuk.

Voor de rest van het weekend hou ik me wel aan wat de burgervader ons heeft opgedragen. Daarvoor is de digicorder al in de weer ;-)

Vancouver

De volgende dagen zal onze digicorder weer overuren maken. Olympische Spelen. Het zijn van die dingen die mij kunnen boeien. Schaatsen vooral. Dat is net als koers maar dan in de winter. Tactiek, snelheid, uithouding. Alles in één sport.

Ook skiën, snowboarden en bobslee wekken mijn interesse. Als er maar geen jury aan te pas komt. Mensen laten oordelen over prestaties is gevaarlijk. Je kan er vanop aan dat er onder tafel enveloppen worden uitgedeeld. Niet dat er in andere sporten niet vals gespeeld wordt. Doping, omkoping, technische tricherieën. Dat is niet hetzelfde. Misschien maak ik mezelf dat wijs.

Wel een nadeel dat tijdverschil. Gelukkig staat de techniek voor niets dezer dagen.

Prettige Spelen gewenst.

Realisten spelen farmville.
Een historisch-geekofilosofische benadering van privacy

Toen in Victoriaans Engeland gaslampen werden geïntroduceerd, eerst in cafés en fabrieken en later ook langsheen de eens zo duistere straten, betekende dat een revolutie in zowel de werkomgeving als in de beleving van de privacy.

Wat vroeger onzichtbaar was, wat stil was, werd vanaf dat moment gezien. Geen ontkomen aan. De nacht werd dag.

Utopisten zagen de criminaliteit verdwijnen. Ze zagen de klassenmaatschappij verdwijnen. Een nieuwe maatschappij zou uit de as van de vorige opstaan. Iedereen kon iedereen immers zien. Iedereen kon visueel met elkaar communiceren. Op elk moment van de dag. Op elk moment van de nacht.

Dystopisten zagen de wereld naar de knoppen gaan. De wereld zou een panopticum worden. Licht is het nieuwe donker. Licht is de gevangenis voor vrije mensen waar iedereen op elk moment zichtbaar is.

Realisten zagen muren gebouwd worden en kamers met deuren. Vreselijke glasgordijnen misschien ook. Ze zagen het verschijnen van boeken vol etiquettetips. Over hoe je zou moeten kijken en hoe anderen naar jou zouden kijken. Ze zagen dat niemand keek. Hoe zichtbaar alles ook werd.

Bijna exact 200 jaar later (als Kondratieff hier voor niets tussenzit, dan weet ik het ook niet meer) zien we de opkomst van internet en sociale media.

Utopisten zien kansen voor iedereen. Utopisten lezen Foucault en zien flaneurs door de virtuele digitale straten lopen. Ze zien de flaneur die alles ziet en door iedereen gezien wordt. Ze kuieren langs dezelfde weg als hun voorbeeld en kijken naar hetzelfde. Ze zien dat iedereen met iedereen kan communiceren. Ze zien een revolutie. Tot wat die moet leiden is nog niet duidelijk. Een idee dat op zich al revolutionair is.

Dystopisten zien de wereld naar de knoppen gaan. Ze zien inbreuken op de privacy. Ze verwachten dat big brother meekijkt. Ze zien de camera’s op elke hoek. Hun virtuele leven speelt zich af in angst. Hun gegevens komen op straat. Iedereen weet waar ze wonen. Iedereen weet wat ze doen. Iedereen kijkt in hun verbeelding mee. Iedereen kan op elk moment inbreken in de muur die ze rond zich hebben opgetrokken.

De realisten spelen farmville.

‘l histoire se répète.

Tech45 aflevering 10 of het verhaal van uitgesproken meningen en killers

De nieuwe tech45 podcast staat online. In 45 minuten razen we weer door het tech- en geeknieuws van de twee voorbije weken. We hebben het over de iPad, Internet Explorer6, er zijn tips én een kortingscode voor luisteraars en nog veel meer.

Ondergetekende was weerom te gast. Het begint zo’n beetje een tweewekelijkse gewoonte te worden. Deze keer ben ik best tevreden over mijn inbreng. We hadden het over verdienmodellen voor de media en ik heb dat mogen bestuderen, dus had ik ook wat te vertellen. Zo leek me.

Resultaat is dat er wat meer stof is opgewaaid dan andere afleveringen. De panelleden hebben niet écht ruzie maar we doen meer dan goed alsof ;-)

Naast ondergetekende zijn de andere panelleden Maarten Hendrickx (gastheer), Stefaan Lesage, Jojanneke van den Bosch en Marco Frissen. Beluisteren kan hieronder maar misschien is een iTunes abonnement wel net zo handig.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Ceci n’est pas un billet

Afbeelding 2

Dat is My Antwoord

voor mensen met google reader: http://bit.ly/zoekennaardieantwoord

voor de anderen: http://bit.ly/dieantwoordopgoogle

Planeet Google

Eén van mijn voornemens voor 2010 was meer lezen. Correctie: een gestructureerdere manier van kennisopbouw. Een deel van dat structuur brengen is minder pulp en fragmenten lezen en meer boeken. Dit jaar las ik er al drie: Het portret van de artiest als jongeman van James Joyce en Op reis met een zalm van Umberto Eco.

Mijn derde boek is Planeet Google geworden. Als er dan toch moet gesproken worden over fanboys, dan ben ik dat eerder van Google dan van Apple (zijn er microsoft fanboys in de zaal?). Hun doelstelling om alle kennis van de wereld te verzamelen spreekt me wel aan. Als idee. Niet in zijn praktische uitvoering.

Planeet Google is geschreven door Stanford Professor Randall Stross en vertelt de geschiedenis van Google van 1998 tot zo rond 2008. Het spreekt voor zich dat je veel van de besproken bedrijfsdivisies en projecten van google al kent. Zeker als je wat geek-bloed door je aderen hebt lopen. Het gevecht om Youtube, de flop van Google Answers, de ietwat trieste staat waarin Google Video zich altijd heeft bevonden en vandaag nog altijd bevindt.

Stross vertelt echter meer dan dat. Het is duidelijk dat hij een goed inzicht heeft op wat het bedrijf doet, waarom het dat doet en wat de achtergronden bij de diverse projecten zijn. Hij kijkt naar economie en naar sociologie. Reflecteert over persoonlijkheden binnen het bedrijf en strategieën. Stross doet dat niet op de toon die je op veel websites vindt. Stross is een wetenschapper en zo vat hij het boek ook op. Hij beschrijft, de lezer wordt verondersteld een eventuele mening zelf te vormen.

Stross weet daarenboven een schrijfstijl te hanteren waar een boel wetenschappers van wat kunnen opsteken. Hij neemt je mee op een ontdekkingstocht door de wandelgangen van google en voor je het weet sta je aan het einde van je rondleiding. Je hebt dan misschien niet alle kamertjes van binnen en vanbuiten omgekeerd maar een nieuwe acties zoals google social search en de socialisering van gmail kan je meteen beter begrijpen.

Naar de boekhandel, kindertjes!

Mijn volgende boek: De alledaagse onwerkelijkheid, een essaybundel van Umberto Eco

Wat ik heb geleerd/bevestigd gezien tijdens mijn eerste semester als docent

Een tijd geleden schreef ik een blogpost over wat studenten moeten doen als ze willen slagen voor hun (mondelinge) examens. Die blogpost schreef ik na de examens. Studenten wezen me er op de deliberatie-avond op dat ik dat misschien had moeten doen voor ik examens gaf.

Terecht misschien. Hoewel ik dan nog niet wist hoe ze het zouden doen. Makkelijk ook. Omdat ik niet schreef wat docenten moeten doen zodat studenten slagen voor hun mondelinge examens. Daarom even een aanvulling.

Wat heb ik geleerd van mijn eerste semester als docent?

  1. Zeg niets wat je niet kan waarmaken
  2. Als je een week voor de lessen beginnen te horen krijgt dat je ze moet geven, hang dan niet de held uit door te verklaren dat je wel even een nieuwe cursus in elkaar zal lassen. Dat lukt je niet. Als de eerder gebruikte cursus beperkt is, geef die dan eerst en bouw er dan op verder.

  3. Timing en planning is king
  4. Want 40u, inclusief oefeningen en examen is niet hetzelfde als 40u les zonder meer. Zo maakte ik het mee dat er wat minder les was dan ik had gedacht. Als je je dan al scherp hebt gesteld, dan moet je dingen gaan schrappen die je misschien liever niet wil.

  5. Ga uit van de kennis van je studenten, niet van je eigen kennis
  6. Het is niet altijd makkelijk in te schatten wat studenten al weten. Zeker als ze al andere modules hebben gevolgd of ze zijn op één of andere manier zeer in voor het onderwerp van je lessen. Ik ging misschien uit van iets teveel kennis. Van iets teveel kunde ook. Dat heb ik naarmate de cursus vorderde bijgesteld.

  7. Time is knowledge
  8. Soms word je ziek. Of er is een dubbelboeking. Er komt wat tussen. De school is gesloten. Jammer voor docent en student maar een inhaalles dringt zich op. Ander momentje zoeken. Zeker als er sprake is van een een ratio 3u/40u. Een les verliezen is dan alsof je 1 op de 13 mails links laat liggen.

    Gebruik zoals ik deed Doodle en plan een nieuwe datum in samenspraak. Of wil je beweren dat iets plots minder belangrijk is geworden omdat je naar een vergadering moest op de avond dat je het wilde geven.

  9. Geef geen les tot de laatste snik
  10. Lesgeven tot een week voor het examen? Dat is voor niemand leuk. De laatste les moet er één zijn van vragen stellen en herhalingen en oefenen en voorbeeldvragen. Van twee kanten. Zo legde ik mijn studenten een niet-verplichte taak voor de voeten. Zij bereidden voor, ik verbeterde en tijdens de laatste les namen we ze door. Ideaal voor nog wat extra verlichte geesten.

  11. Slides zijn teasers, hou je daaraan
  12. Het is verleidelijk om de uitleg op de slides te laten staan en daarmee les te geven. Het enige wat je dan voor je ziet in de klas, zijn een boel pennende studenten. Op het einde van je slide heeft iedereen keurig genoteerd maar de helft heeft het maar begrepen. Gelukkig heb ik presentatie-ervaring genoeg opgedaan in vorige levens om me niet te snel te laten gaan maar soms gebeurt het je toch.

  13. Vertrek uit tastbare gegevens en abstraheer dan, niet omgekeerd
  14. Het referentiële aspect van een boodschap, de aspecten van massacommunicatie. Het zegt studenten vaak weinig. Een goed gekozen voorbeeld, liefst nog actueel, maakt één en ander aanschouwelijk. Deze techniek heb ik gelukkig toegepast. Op het examen geven studenten je dat voorbeeld. Als ze dan nog een eigen voorbeeld kunnen geven, zien ze een gelukkige docent aan de andere kant van de examentafel.

  15. Sta open voor studenten en benadruk dat ook
  16. Tijdens mijn eerste lessen heb ik mijn mailadres gedeeld, mijn twitteraccount en de plaatsen waar studenten mij konden vinden. We zijn in 2010. Ze hadden me sowieso wel weten te vinden. Elke mail van een student is beantwoord. Elk SMS’je gelezen. Elk twitterbericht verwerkt. One gets paid for that!

  17. Investeer tijd in je lessen
  18. Studenten investeren tijd om naar mij en mijn collega’s te komen luisteren. Ze verdienen dan ook respect en goede lessen. Ik heb heel veel tijd gestoken in lesvoorbereidingen, in selectie van materiaal, in analyseren van voor- en nadelen van bepaalde stukken leerstof, in het zoeken van actuele voorbeelden. Op die manier kan je je studenten ook boeien, het is net zo aangenaam lesgeven.

  19. Zorg er actief voor dat studenten ook buiten de cursus kijken
  20. Je kan op je kop gaan staan en zeggen dat je vak, hoe theoretisch het op het eerste zicht ook mag lijken, praktisch toepasbaar is, dan nog zal niet iedereen je geloven.

    Voor een eventuele tweede keer dat ik het vak zou geven, ben ik alvast aan het verzamelen geslagen. Interessante casussen, praktische toepassingen van theorieën. Het is niet de taak van de docent om studenten te verplichten iets te doen buiten de les maar een beetje stimuleren kan geen kwaad.

Vind je deze blog leuk?

read my rss feedqrcode