Monthly Archive for oktober, 2010

Doe nog maar eens hetzelfde (the headphone edition)

Hebben jullie dat ook? Dat je de koptelefoons bij bosjes verslijt? Ik in elk geval wel. Het moet gezegd dat ik nauwelijks de deur uitga zonder. Maar toch. Na mijn iPod oortjes (het tig-ste paar inmiddels), mijn HTC oortjes (die zijn echt kort van stof gebleken) was het de beurt aan mijn Sony om het te begeven.

Niet de schuld van de producent overigens, of je zou hen moeten aanwrijven dat ze die kabels veel te lang maken. Enfin, het zijn DJ oren en die mensen moeten bewegingsvrijheid hebben en dan is twee meter misschien geen overbodige luxe.

De schelpen waren nog in optimale conditie maar de brug tussen mijn oren had net die beweging teveel gemaakt. Krak zei het ding en ik was mijn lievelingsoren kwijt. Een koptelefoon, dat is één van die dingen waar ik niet in wens te veranderen.

Die Sony (typenummer MDR-V150) staat op mijn hoofd alsof ie er integraal deel van uitmaakt. Klankkwaliteit top en als je eens zin hebt in wat luider, ga je niet meteen je buurman op de trein enerveren. Toch een heel verschil als je zo eens vergelijkt met die iPod oortjes maar ook daar…

Ooit, één keer, heb ik op mijn centen gezien en andere, niet-witte oortjes gekocht.  Marketing is een vreemd gegeven, zo merk je dan. Ik voelde me cheap. Nooit heb ik mij er comfortabel bij gevoeld.

Sedertdien koop ik altijd van die iPod oren. Ja, er zijn betere. Ja, er zijn degelijkere. Ja, het is belachelijk om met zo een micro’tje anex afstandsbediening aan je oren te lopen waar je niets mee kan. Ja, er zijn goedkopere, en veel. Maar toch. Het heeft iets wat die andere oren niet hebben. Het is pure marketing maar ik weet het tenminste.

Going Gaga

“We’re going to look at Lady Gaga as a social event,” Deflem said. “So it’s not the person, and it’s not the music. It’s more this thing out there in society that has 10 million followers on Facebook and six million on Twitter. I mean, that’s a social phenomenon. It’s a global social phenomenon. So the central question of the course is, this fame, which is ironically also the theme of her first records, how can it be accounted for? What are some of the mechanisms and some of the conditions of Lady Gaga’s rise to popularity?”

via Going Gaga » Citings and Sightings.

Rijden

Meestal begeef ik me niet met de wagen op de weg doch gebruik ik het openbaar vervoer of spierkracht. Van de keren dat ik per wagen doorheen vooral het Vlaamse land cruise kan ik op die manier des te meer genieten. Samen met mijn medeweggebruikers amuseer ik mij een ofje.

Wat zeg ik? Mijn medeweggebruikers zijn een reden op zich om gebruik te maken van het prachtige en goed onderhouden wegennet waarover ons land beschikt.

Neem nu de tweedebaanvakrijders. Zij wijzen mij op de spaarzaamheid van ons volk. Zij rijden daartoe op de tweede van drie baanvakken aan 115,3 kilometer per uur. Ik verplaats mij van vak één naar drie in een vloeiende beweging en ga terug naar vak één. Vriendelijk zwaai ik naar hen en vraag of het niet stoort dat ik even langs links inhaal.

Rechts van de tweedebaanvakrijder vinden we de vrachtwagenchauffeur. Zijn doel is de tweedebaanvakrijder van zijn plaats te verdrijven. Hij doet dit door in het kielzog van een concurrent vaart te maken en vervolgens aan 91,2 per uur zijn collega die slechts 90,8 per uur haalt, in te halen.

Ook hou ik erg van SUV-rijders. Deze mensensoort rijdt, het liefst aan 150 en dus links van de tweedebaanvakrijder, de wereld naar de knoppen in een auto die nergens past. Niet in het veld, niet op de weg. Maar wel haast altijd. Op zoek naar een plaats in de wereld.

Andere genietenswaardige medegebruikers van de weg zijn de mensen met halogeen koplampen en zij die menen coolheidspunten te kunnen verdienen door zo dicht te rijden dat ze de kleine lettertjes van mijn verzekeringspapieren kunnen lezen. Ook oudere wegdeelnemers en rijscholen vormen lichtpuntjes langs de grijze weg die ik moet afleggen.

Het decor, gevormd door het zwart van het asfalt en het groengrijs van middenbermen, wordt vrij ingekleurd met affiches die moeten aanzetten tot verkeersveilig gedrag of het niet gebruiken van de wagen. Dat laatste is triestig want dat verprutst de hele experience die een autorit zou kunnen zijn. Kleurrijk zijn ze dan weer wel, de boodschap nemen we er maar bij.

In dit verplaatsingsspel ben ik de speelbal. Met mijn kleine wagentje (bekend van teevee) reis ik van oost naar west en terug. Ik rijd 127,3 per uur. Op die manier vermijd ik boetes en verplaats ik mij zo efficiënt mogelijk binnen de grenzen van het door de politie meetbare.

Ongetwijfeld erger ik mensen. Ik observeer het verhaal en speel mee.

Playboy, na de artikels nu ook de sprekers

Vorige week was ik te gast op het creativity forum van Flanders DC. Te gast op voorwaarde dat ik over één van de bloggers een stukje zou plegen voor op de Inspiratie Blog van de genoemde organisatie. De huiskamervraag van vandaag: hoeveel keer moeten ze dat vragen?

Fout. Drie keer. Want ik zou pas in de namiddag daar geraken en qua energie enzo. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en zo sta ik thans te pronken op die blog. Mijn artikel vind je hieronder, als je er liever afbeeldingen (ook: coole mindmapachtige tekening) en foto’s bij hebt of je kijkt liever een video’tje, dan kan ik u doorverwijzen.

Christie Hefner is de dochter van haar vader en dus kwam ze als CEO aan het roer van de Playboyuitgeverij te staan. Dat ze meer is dan de dochter van bewees ze vorige week als afsluitende spreker van het Creativity Forum van Flanders DC.

Hefner vertelde hoe ze in 1982 het roer overnam en omgooide. Playboy werd van een uitgeverij een multimediaconcern gespecialiseerd in bloot. Je eigen bedrijf in vraag blijven stellen, wat je bent, waar je voor staat en wat je product is, was meteen één van de rode draden van haar betoog.

Creativiteit is een zaak van diversiteit

Innovatie en creativiteit komt echter niet zomaar. Je kan ze niet opleggen maar wel stimuleren. Daarvoor moet je je teams zorgvuldig samenstellen. Diversiteit binnen die groepen kan de creativiteit alleen maar ten goede komen. 30% van de creatieve teams moet ‘anders‘ zijn dan de anderen.

Niet alleen wat gender of etniciteit betreft maar ook als het op specialisatie aankomt scoren gemengde teams volgens haar beter. Hefner maakte binnen Playboy dan ook komaf met het structureel silodenken. Een team vol specialisten is volgens haar een stuk minder effectief dan wanneer je een groep leken over het onderwerp laat meedenken.

Groepsprocessen en de remmen op creativiteit

Groepsprocessen kunnen net zo goed dodelijk zijn voor creativiteit. Wanneer iemand binnen een groep een idee lanceert, zitten heel wat mensen met een banbliksem klaar. Men richt zich dan op de zwakke punten van het idee. Beter is een idee de ruimte te geven. Het kan een bouwsteen zijn voor het proces.

Sowieso zitten heel wat mensen binnen de groep met een eigen agenda. Ze zijn gefocust op hun eigen idee en luisteren niet of nauwelijks naar wat de anderen te vertellen hebben. Als je jouw idee binnen de groep wil brengen kan je hen dus maar beter betrekken. Begin je verhaal met het einde en werk dan je weg terug.

Hiërarchie en de angst om fouten te maken remt creativiteit en innovatie

Daarnaast pleit Hefner voor vlakke organisaties. Door de top opgelegde innovaties sijpelen maar langzaam door en stuiten op heel wat verzet. Werknemers de tools in handen geven om zelf aan de slag te gaan is vaak veel beter. Niet alleen kennen zij de concrete situatie van hun job, zij zullen ook veel beter in staat zijn die problemen aan te pakken.

Daarbij mag niet over het hoofd worden gezien dat fouten een essentieel onderdeel vormen van het leerproces van zowel een werknemer als een bedrijf. Never bet the mansion is hierbij Hefners vuistregel. Je mag (en moet) risico’s nemen maar niet koste wat het kost.

De context als bron van innovatie

You don’t know what you don’t know, het klinkt als een dooddoener maar het wordt vaak over het hoofd gezien. Wanneer Playboy begin de jaren ‘90 voor de keuze stond om een website te maken werd de beslissing genomen dat te doen. Het bleek een schot in de roos. Playboy kon meteen meesurfen op het succes van het internet.

Het kan een les zijn voor de huidige situatie van de uitgevers. Hoewel Hefner het niet met zoveel woorden heeft gezegd, gaat mijn idee meteen richting de appification van het nieuws. Voorbereid zijn is de boodschap. Voorbereid zijn betekent dat je niet te veel kan weten, niet te veel interessante mensen kan kennen en niet teveel conferenties en bijeenkomsten kan bezoeken.

The geek guide to the harbour

Plaats van bestemming: het havencentrum. Even checken op google maps: 19,1 kilometer. Busje overwegen. Kwakkelweer enzo. Geen halte beschikbaar binnen de anderhalve kilometer van uw bestemming. Niet dan. Fietsen maar.

Juist ja, die apps. Net de kathedraal gepasseerd dacht ik eraan. My Tracks (van Google) en Runkeeper. Toch maar eens checken die dingen. Beetje te laat vertrokken en elke motivatie om het wat sneller vooruit te laten gaan is dan welgekomen.

My Tracks voor het heengaan en Runkeeper voor het terugkeren. Go. 36 kilometer verder is dit het verdict (met dien ter verstande dat ik de gratis runkeeper heb maar ik denk niet dat dat qua functionaliteit echt scheelt).

Als app voor onderweg is Google’s My Tracks absoluut superieur, je rijdt op een google map die de volle functinaliteit behoudt, een tweede pagina zorgt voor de statistieken, een derde geeft de hoogteverschillen aan. Dat onderdeel lijkt mij het minst betrouwbaar.

Bij My Tracks krijg je je snelheid, je maximumsnelheid, je gemiddelde (dat laatste zowel algemeen als gecorrigeerd voor de momenten waarop je stilstaat aan lichten en kruispunten en dergelijke.

Runkeeper is een stuk minder volledig qua facts and figures en voor een tocht met een doel zoals het mijne ook veel minder handig. De google map is kleiner en nauwelijks te navigeren. Onderweg wilde ik wel eens zien hoe ver ik nog moest en welke wind ik nog kon verwachten. Dat ging maar zeer moeizaam.

Daarnaast wordt bij Runkeeper de het aantal minuten wat je over de kilometer zal doen weergegeven. Sorry maar dat kan ik niet lezen. Het is geen rocket science om dat om te rekenen maar toch, dat zou allemaal niet hoeven. Ik wil mijn snelheid weten, niet hoe lang ik erover zal doen om het volgende kruispunt te bereiken.

Als app prefereer ik dus My Tracks. Maar dan hé. Na het fietsen. Of na het lopen. Dan wil je dat delen en dan, dan haalt google zijn trukendoos boven. Je kan je track op maar liefst 5 manieren delen met je vrienden: als gpx-, kml-, csv- of tcx-file of als link naar een google map.

Ja, dan wil je google een shot onder hun kont geven. Niet eens Buzz, laat staan facebook of twitter. Gasten, de helft, wat zeg ik, drie vierde van mijn vrienden krijgt van zijn leven geen kml-file open. Ik zou zelf ook niet zo uit het hoofd kunnen zeggen met wat je dat open priemt.

Dat doet Runkeeper dus stukken beter. Facebook en twitter zitten ingebakken en zo hoort het. Sociale motivatie is de beste motivatie. Enfin, een beetje Google fanboy zijnde, hierbij mijn fietstocht op kaart.
Naar Havencentrum weergeven op een grotere kaart

Sponsor