Het is lijstjestijd blijkbaar. Vorige week maandag was er nog de blogawards waar ik me bij de beste 10 mocht rekenen, vrijdag lag het lijstje van de meest invloedrijke tech-twitteraars in België volgens datanews op de digitale deurmat. Vorig jaar was ik daar nog zesde. Dit jaar zeventiende, dat is bijna hetzelfde. Bijna.
Twitter is veel veranderd het laatste jaar, als je het zo bekijkt. Veel mensen erbij, al lang niet meer het exclusieve speelterrein van geeks en communicatiemensen en barcampers. De lijst journalisten moet explosief zijn gestegen, net als de lijst van de studenten en de ambtenaren. De lijst met startuppers en consultants. Trainers ook en coaches. Bij bosjes. Het aantal dokwerkers blijft mijn mijn weten stabiel. Hij heet Jimmy en ik volg hem.
Er was weer kritiek van links en van rechts, op de meetmethode (Klout en Klout alleen). Terecht misschien. Zelf ben ik opnieuw blij daar bij te mogen zitten. Daarom is 17 voor mij hetzelfde als 6. Bijna.
Als ze aan 50 cio’s, ambtenaren, technologiejournalisten en business leaders uit de Belgische ict-sector vragen om een persoonlijke top tien samen te stellen van relevante, lokale tech-twitteraars, dan is er minimum 1 iemand die denkt: de Jan, die doet dat nog zo slecht niet.
Bedankt voor het vertrouwen en tot volgend jaar.
Ik houd, zoals collega Pascal dat dan zegt, vaak nogal wat balletjes tegelijk in de lucht. Niet alleen op het werk met 9 project managers die allemaal van communicatie willen doen en dan voor hun digitale winkel langs mij passeren, daarnaast is er deze winkel en af en toe modereer of presenteer ik nog wel eens graag.
Er is de wijkblog waar ik me weer wat meer voor zou moeten smijten en voor dat alles is er natuurlijk nog een gezin.
Helaas heb ik niet het geluk een multitaskend superwijf te zijn. Het heeft lang geduurd voor ik me daar bij neer heb kunnen leggen. Op momenten heb ik het er nog moeilijk mee. Dan denk ik dat ik alles kan en dan zeg ik ja hier en ja ginder en die presentatie moet pas af zijn als ik het podium op moet, right?
Enfin. Eén en ander zorgt soms voor wat stress zoals je wel kan vermoeden. Omdat ik lange tijd ook geen systeem had en dan ben je met alle balletjes tegelijk bezig behalve met het balletje waar je even geen acht op slaat en dan zegt iemand: “pas op het valt” en dan is het weer duiken. De kunst van het balletjes omhoog houden is het systeem, niet de balletjes. Pak-gooi-geefdoor-pak-geefdoor-gooi.
We zijn er aan bezig. Een Tijs of een Davy ben ik nog niet maar er is een lichtend pad. Je neerleggen bij je beperkingen is een schone zaak. Begrijpen, aanvaarden, bijsturen. Dus probeer ik steeds meer een singletasking superman te worden.
Momenteel zoek ik nog een weg om sociale wenselijkheid met persoonlijke productiviteit te verzoenen. ‘Nee’ zeggen lijkt op papier behoorlijk makkelijk maar als een collega zegt: deze week wil ik zus en zo en je twijfelt of je dat technisch of tijdsgewijs wel trekt, dan is dat ‘nee’ haast niet te verzoenen met het concept ‘collegialiteit’ laat staan dat ‘beroepseer’ ongeschonden uit zo’n debacle komt.
Het zal nog wel even duren voor ik daar helemaal door ben maar op één of andere manier maak ik me daar niet meer zo druk in als toen ik nog probeerde een multitaskend superwijf te zijn dat binnen de zoveel tijd antwoorden moest formuleren op mails en dus zowel mail als facebook als twitter als google reader aan het bestrijden was, naast al die andere dingen die op de dagelijkse to do-lijst staan.
Die balletjes in de lucht houden, dat vind ik wel spannend soms en ik kan niet zeggen dat een beetje gezonde stress mij niet kan motiveren om op korte tijd toch te doen wat ik eigenlijk te lang heb laten liggen. Dat lukte vroeger. Vandaag zijn er teveel van die balletjes. Singletasken en shippen. Het zijn dingen waar ik aan werk. Dat het me keihard zal lukken ook.
Foto: cc xtyler
Van alle vormen van censuur is zelfcensuur de ergste. Het werkt als een negatieve spiraal. Censuur is maar een laagje. Wanneer iets of iemand verbiedt om iets te zeggen via een bepaald kanaal, dan zoekt die boodschap wel een andere weg. Een boodschap is als water, vernauw de doorgang en het water gaat steviger stromen.
De angst voor reacties heeft me wel eens doen afzien van een tweet of een post. Soms denk ik dat mensen dat teveel doen, bang zijn voor reacties. Een enkele keer nog ben ik tot de orde geroepen omdat ik de lijn niet had getrokken waar ze hoorde te staan. Ik had overschot van gelijk en ik heb het nog steeds maar het moment en het medium waren niet juist.
Soms, heel soms, vraag ik me af of ik iets zou veranderen als ik zou weten dat deze of gene persoon zou lezen wat ik allemaal schrijf in vlagen van helderheid en van zinsverbijstering. Mijn lief op Twitter bijvoorbeeld. The proof of the pudding wijst uit dat er helemaal niets verandert eens deze of gene mee komt lezen. Een halve dag hoogstens voel ik me wat meer bekeken dan anders.
Met uitzondering van deze wijvenweek gaat het op deze pagina’s ook niet over wat ik beleef of voel en van meningen zijn er zoveel dat mijn druppels de hete plaat nooit één graad zullen afkoelen. Wat dat betreft is Twitter een toegeeflijk medium. Snel en ongenuanceerd. Voor de leeuwen en scheuren maar. Daarna de grote stilte.
Vroeger had ik het daar moeilijker mee. Een vorige versie van deze blog is verdwenen toen een tante te kennen gaf dat ze mijn stukjes las en dat ze ze wel scherp en inzichtelijk en nog goed geschreven ook vond. Ik ben traditioneel nogal sterk in het ontvangen van complimenten maar toen wist ik dat er gelezen werd en toen sloeg ik in een knoop en was het einde oefening.
Vandaag heb ik er niet het minst probleem mee dat er gelezen wordt. Dat mijn lief hier wel eens langskomt en dat er collega’s van mijn lief zijn die weten wie ik ben en mensen waarmee ik samenwerk en die ik collega’s mag noemen en onze directeur die mij volgt op twitter. Welkom allemaal.
Fotocredit: cc jazamarripae
Op de keper beschouwd ben ik een realistisch type. Dromen is voor mietjes. Als ik wat wil, ga ik daar wel voor, dan ga ik daarvoor werken en strijden, zo denk ik wel eens. Misschien is het daarom dat nachtelijk dromen niet aan mij is besteed. Misschien is het zo dat ik overdag al genoeg droom om het ‘s nachts niet meer nodig te hebben.
Als je dromen vervangt door wensen, dan heb ik er wel. Veel en grote. Ik droomde op mijn 22ste, toen ik afstudeerde,dat ik ‘iemand’ zou worden voor ik 30 werd. Daarover later (met het zicht op mijn verjaardag waar ik steeds minder naar uitkijk) hoogst waarschijnlijk meer.
Het spijt mij dat ik dit masker (hoera! dit is het thema van wijvenweek!) moet laten vallen maar vandaag zijn een behoorlijk deel van mijn dromen materieel van aard. Op socio-psychologisch vlak kom ik weinig tot niets tekort. Overal waar ik kom, zijn er mensen die ik alvast digitaal ken. In mijn buurt zijn een hoop leuken mensen.
Mijn lief is na meer dan 10 jaar nog steeds behoorlijk geweldig en onze zoon is na 18 maand schattiger dan ooit: ‘allo!’ ‘da!” ‘nee!’ ‘papa’ ‘ mèmè’ ‘tauto!’ (al zou die wel eens mogen beginnen doorslapen). Met uitzondering van dat doorslapen hoeft er voor mij niet gek veel te veranderen op korte termijn.
Al zou ik soms, heel soms, rijk willen zijn. Het valt me zwaar om dat toe te geven. Tot hier toe heb ik steeds mijn zin gedaan. In tijden van tijdelijke werkloosheid heb ik mezelf bijgespijkerd, in tijden van werk heb ik veel bijgeleerd, in tijden van leven heb ik geleefd en ben ik eerder op het gaspedaal dan op de rem gaan staan. Steeds heb ik geroepen: als ik voor het geld moet werken, dan doe ik het liever niet.
Over mijn loon hoor je mij niet klagen, ik werk behoorlijk hard voor een behoorlijk loon denk ik. Omdat ik een awesome job heb, verdien ik niet zo veel als ik zou kunnen verdienen maar ik vind dat een eerlijke deal. Mijn lief verdient zo ongeveer hetzelfde en als ik haar zo ‘s avonds bezig zie, dan zit daar niet gek veel verschil op. Volgens mij heeft ook zij een awesome job maar is het rock’n'roll gehalte wat lager.
Dan is de tijd voor een huis aangebroken, na 6 jaar appartementen, dan kijk je naar de huizen, dan kijk je naar de generatie net ouder en dan zie je dat er huizen waren voor een fractie van wat er nu moet worden neergelegd, dan zie je normen en dan zie je dat de subsidies voor renovaties en ecologie naar beneden gaan want we moeten allemaal en dan denk je wat moet ik nu?
Het zijn mijn nachtmerries denk ik. Een kasteel, daar zijn wij niet naar op zoek. Een nieuwbouw met een lap grond waar je een zitmaaier voor nodig hebt, is aan ons niet besteed. Wij zijn stadsmensen. Drie. Ooit misschien vier of wie weet zelfs vijf. Met een ecologische reflex. Genoeg ruimte is leuk genoeg.
Dan droom ik wel eens. Dat ik niet zou moeten kijken op een frank meer of minder, dat ik een huis zou kopen dat weggelopen zou zijn van de inspiratiepagina’s van Pinterest. Dat ik jonge designers zou ondersteunen bij de inrichting van mijn interieur. Dat ik hen wat advies zou geven en dat zij zouden zeggen: jij zocht een tafel, niet? Dan droom ik wel eens van een loft of een herenhuis, dan droom ik wel eens van een pied-à-terre. Niets exotisch maar een stek in Laken of Schaarbeek, een gezellige plek.
Of ik droom van een cohousingproject met allemaal awesome mensen en dat we een fabriek kopen en dat we een bijgebouwde hall slopen en ombouwen naar een tuin en dat we het authentieke deel verloften, daar droom ik van. Het moet niet veel en luxueus te zijn, geen Lotus Elise voor de deur maar een cambiostelplaats om de hoek, geen kasteel met een park maar een plek om te zijn en samen te leven, daar droom ik wel van. Nu en heel concreet.
Soms loop ik wel eens tegen mijn dromen aan. Dan zie ik een huis waarvan ik denk: hier wonen mensen van mijn leeftijd en hoe de fuck kunnen die dit ooit betalen? Dan denk ik: wat doe ik verkeerd. Dat denk ik vaak. Lang en hard en dan verwijt ik mezelf dingen maar dan besef ik dat ik gelukkig hoor te zijn dat dat er niet veel meer te doen is dan mijn best en dan slaap ik.
Af en toe duikt de discussie over het schoonheidsideaal weer op. Er zijn vonken. Incidenten. Een naar verschillende gezondheidsidealen te mager model, een mislukte liposuctie, Jacky Lafon. Zo gaat het met discussies die af en toe opduiken. Je hebt een aanleiding nodig om het stof er vanaf te blazen.
Vaak hoor ik dat vrouwen in het algemeen en meisjes in het bijzonder onzeker worden door het beeld dat wordt opgehangen door verschillende media. Dat vind ik jammer en als dat zo is, dan moet daar iets aan gedaan worden. Wat daar niet aan moet gedaan worden is de media of hun inhoud aanpassen. We moeten werken aan mediawijsheid. Niet aan de media.
Recent deed een video de ronde met wat leek op een reclamespot voor Photoshop maar wat eigenlijk een aanklacht was tegen het ideaalbeeld dat wordt opgehangen.
Fotoshop by Adobé from Jesse Rosten on Vimeo.
Een sterk communicatiestaaltje maar is Photoshop wel het favoriete werktuig van de duivel? Natuurlijk heeft Photoshop het beeld van vrouwen vertekend maar hebben fotografen, schilders en andere beeldhouwers niet altijd al een poging gedaan om het vrouwbeeld ideaal te maken? Van de Venus van Willendorf tot Hanne Gaby Odiele? Is ons vrouwbeeld fout? Ja. Net zoals ons manbeeld, ons allochtonenbeeld en ons andersvalidenbeeld.
Foto en video hebben een hoog realiteitsgehalte. Te hoog misschien. Onze hersenen zijn niet gemaakt om te zien en niet te geloven.
De verandering waar we door moeten is er dan ook geen van regels die, zoals in Spanje is ingevoerd, vastleggen dat vrouwen met een zogenaamde size 0 niet langer de catwalk op mogen. Sommige modellen komen gewoon niet meer naar Spanje, anderen plooien zich naar de nieuw vastgelegde norm en halen hun gewicht omhoog. Uiteindelijk is model zijn een job en is aan de schoonheidsnorm voldoen voor die mensen werk. Zo zegt een model in deze reportage.
Natuurlijk zijn er uitwassen en niemand heeft ooit beweerd dat model zijn een alleraardigste job is waar sommigen niet aan de druk uitgeraken. Eetstoornissen liggen als symptoom voor de hand als je boekhouding draait rond een lijf dat aan de hoogste eisen moet voldoen. Een mens zou hopen dat die vrouwen en mannen goed omringd worden.
Heel vaak zit er in de toon van de discussie een zweem van anti-patriarchaat. Het zijn immers de mannen die aan de touwtjes van het schoonheidsideaal zitten. Zo lijkt het wel. Daarbij wordt voorbijgegaan aan onderzoek dat aantoont dat, wanneer men mensen van beide geslachten foto’s aanbiedt in verschillende stadia van bewerking vrouwen liever het dunnere model zien, terwijl mannen eerder voor de rondere vormen gaan.
Volgens mij is het tijd dat we het vingerwijzen naar media, mode en reclame stoppen en werken aan de manier waarop we deze beelden interpreteren. Als ik naar het wielrennen op televisie kijk, dan zie ik mannen op supersonische fietsen die tijdens een spurt een lap boven de 60 kilometer komen. Zelf kwam ik nooit boven de 56. Op dezelfde manier kijk ik naar foto’s van modeshows en reclame. Dat de norm noemen en zeggen dat iemand dat beweert is de verantwoordelijkheid bij iemand anders leggen.
Twitter Updates
- Smartphonegebruik per leeftijd en OS in België bit.ly/J3vUlv 6 hours ago
- Kan er iemand eens een bezoekje brengen aan de brillenmarkt in Antwerpen en die mensen een nieuwe site verkopen? Thx. bit.ly/J3mDd0 7 hours ago
- (Mijn ervaringen met) Facebook’s business model bit.ly/JzpNtJ 8 hours ago
Tag cloud
android antwerpen apple barcamp BIRM blog bloggen bloggers Borgerhout business model communicatieanalyse content experiment facebook Fictie gender Gent google htc innovation internet ipad journalism journalistiek kindle Marketing media Nanowrimo nieuws online podcast privacy quote review Schaatsen social media sociologie tech45 technologie toekomst trends tumblr Twitter vioe woord van de week






Laatste reacties