Archive for the 'bedenkingen' Category

Page 2 of 14

Open Monumentendag en onroerend erfgoed

Open Monumentendag is een zegen voor het onroerend erfgoed. Op geen enkele dag van het jaar komen zoveel mensen ermee in contact. Wel 500000 in het getal, zo zeggen de organisatoren.

“Zie je wel”, zeggen erfgoedmensen dan, “het gaat goed met de interesse voor erfgoed”. Daar zijn ook studies over enzo… and statistics. Alleen, waarom hoor je dan de rest van het jaar zo weinig over erfgoed? Waarom blijft het leeg op de persconferenties?

Waarom is er vaak maar zes vierkante centimeter in de krant beschikbaar over een domein dat zoveel mensen lijkt te beroeren? Waarom is er een burgemeester van Leuven nodig om het gesprek over archeologie op gang te trekken?

De erfgoedsector neemt de wensen voor waar. Erfgoed zou veel beter kunnen. Mensen weten om te beginnen geeneens wat dat is, onroerend erfgoed. Momumenten, dat nog net.

Het succes van open monumentendag is dan ook vooral een bewijs dat het goed gaat met de zondagmiddag, de vrijetijdsbesteding van de mensen, de verkoop van gezinswagens en met het weer.

Wie beweert dat Open Monumentendag over onroerend erfgoed gaat, moet er het programma maar eens op naslaan. Conflict was het thema. Als je denkt dat het alleen forten, versterkingen en loopgraven waren die de aandacht zouden trekken, nee gij.

Onroerend erfgoed weet vandaag te weinig te boeien als er geen evenement rond hangt. Het kan hard klinken maar het is niet anders. Erfgoed is versnipperd en iedereen moet communiceren.

Elke scherf een persbericht. Elke cursus of wandeling een agendapunt. Iedereen trekt aan een zeel maar al te vaak naar zijn kant. Dat is jammer en zorgt voor een behoorlijk energieverlies.

Erfgoed is een nichemarkt. Een long tail geval. Waarbij Open Monumentendag een aanleiding zou kunnen zijn om een erfgoedconversiefunnel te starten.

Disclaimer: tot voor twee weken was ik projectcoördinator publiekswerk bij het agentschap onroerend erfgoed (vroeger: vioe). Ik hou van erfgoed maar maak me zorgen over de manier waarop het vandaag in de markt wordt gezet om het maar eens heel commercieel te zeggen.

De macht van de traditie

Dat ik nooit nog de trein van 17 na het uur zou nemen, zo sprak ik. Omdat het me hoop en al vijf minuten winst opbrengt voor twintig minuten vroeger vertrekken. De frustratie van het vele stoppen toe.

Dat het jammer is, dacht ik, dat het of 8u30 of 9u30 op het werk aankomen is.

Of het nodig was, vroeg Roland? Of het de macht van de traditie was, dat naar het werk gaan? Het ritueel verpoppen door middel van een treinrit. Pendelen. Het was nodig. Want er was een vergadering.

Roland raakte wat aan. Is ‘gaan werken’ altijd zinvol? Is het niet beter af en toe de rit te besparen en thuis te werken? Het kind vroeger van de crèche kunnen halen en dan quality time overhouden? Wat langer kunnen werken omdat je niet op en af het perron moet.

Het is zinvol en ik weet dat Bart erop staat. Dat iedereen op het werk is. Zoveel mogelijk. Voor de sfeer en de dynamiek.

Al las of hoorde ik ook ergens dat teams die vijf jaar samenwerken, waar het mechanisme inzit ook verworden tot mechaniekjes van teveel op elkaar lijken en allemaal dezelfde mensen en dezelfde ideeën. Dat het, tenzij je inzet op een verhoogd personeelsverloop, nuttiger is om mensen andere oorden te laten opzoeken.

Af en toe andere lucht, af en toe andere geluiden. Mengen. Mijn nieuwe collega’s zijn leuk maar een techneutengesprek op Aspace opent ogen die anders gesloten zouden bijven.

Is het een traditie om te gaan werken? Ja en het is een nuttige. De actie van ‘gaan werken’ vind ik nuttig. Voor mij. Sommigen doen een pak aan om een lijn aan te geven, wisselen naar iets los om echt thuis te zijn. Zelf heb ik graag een verplaatsing. Of dat nu naar ‘een kantoor’ of ‘het kantoor’ is.

Zelf heb ik graag afwisseling. Binnen kantoor ben ik honkvast en ik ben kwaad op mezelf dat ik dat ben. Ik toef op mijn bureau terwijl er ook zitzakken en bubbles zijn. Dat er een salon is dat sushi heet. Dat er een designertuinset is op het in kunstgras aangelegd pseudoterras. Ik blijf hangen. Aan mijn cinemagroot scherm misschien.

Af en toe wil ik vreemdgaan. Thuis. Coworkingspace. Een terras misschien. Ik ben een rolling stone. Waar mijn laptop kan staan en er internettoegang is, kan ik werken. In een ideale wereld is elk kantoor een ontmoetingsruimte.

Want wat is de afstand nog? Wat zijn collega’s? Op ‘het kantoor’ heb ik vijf toetsen nodig om bij een collega te komen. Via skype zijn er dat hoogstens drie en daar heb ik beeld bij als ik dat wil. Veel dichter dan dat kom je niet.

Bloggers. Journalisten.

So, what do you do? Het is een vraag die je wel eens krijgt als je in het antwoord op de vraag ‘wat doe je zoal in het leven’ het woord blogger opneemt. Een blogger is in de publieke perceptie iemand die een online dagboek bijhoudt.

Als je nu journalist zou zeggen, dan zou je respect afdwingen. Zeker als je daarna zou vermelden dat je schrijfsels ondermeer in de kwaliteitskranten- of weekbladen zijn verschenen.

We zijn allemaal journalisten geworden. Blogs en daarna twitter hebben het zaakje omgegooid. Orkanen, festivals, opstanden en sport, iemand verslaat het. Altijd. Er is een hashtag en de zaak gaat los. Journalist, wie of wat is dat eigenlijk, vraagt Roland Legrand zich in een reactie op google+ (terecht) af.

Als het over nieuws via blog of social media gaat, ligt vandaag de nadruk nog op het technische. Kunnen we al dan niet verslag doen? Zijn er mensen met smartphones aanwezig? Hebben ze voldoende impact? Is het nieuws nieuws genoeg? De nieuwe media zijn jong en tussen droom en daad staan nog vooral praktische bezwaren.

Wanneer het technisch kan, zijn de media vaak het nieuws. Het spreekwoordelijke twitter was sneller.

Moeten we intussen ook niet eens verder gaan denken? Gaan kijken hoe het na het technische moet? Als er al een schemerzone is tussen wat simpelweg ‘de blogger’ en ‘de journalist’ wordt genoemd, kijken wat we van elkaar kunnen leren?

Zal er een continuüm zijn waarbij de huis-tuin-en-keukentwitteraar en de oldskool journalist elkaars tegenpolen zijn en waar journalistieke bloggers en bloggende journalisten elkaar in het midden tegenkomen?

Moeten we, nu we allemaal journalisten zijn op zoek naar een deontologische code? Dan bedoel ik niet alleen in de manier waarop we met PR en persberichten omgaan maar ook de manier waarop we nieuws gaan verspreiden. De manier waarop we bronnen gaan controleren.

Het valt me zwaar niet voor het elitaire standpunt te vallen waarbij er een soort trusted sources zouden zijn, mensen waarvan geweten is dat ze, binnen de beperkingen van het medium en de middelen waarmee ze werken een soort journalistiek te bedrijven.

Maar het vlees is zwak en talloze hoaxes tonen aan dat niet de waarheid vaak mooier is dan het onderzochte en het tragere. Hoaxes waarbij media en gewone gebruikers vandaag niet zo gek veel van elkaar verschillen.

Misschien is het met journalist als met manager, eens iedereen het is moet je op zoek naar een nieuwe term en een nieuwe lading.

Het liftendilemma

Elke week bezoek ik als goede huisvader de lokale Delhaize. Met mijn cambiowagen kom ik aangereden en parkeer me in de zoldergarage. Dat beschermt me tegen regen en overdreven zon. Want luchtkoeling heeft mijn volkswagen polo niet.

Elevator

Dan komt het probleem. Het liftenprobleem. Er zijn twee verdiepingen. Nul en één. De winkel. De garage. Er is geen aanduiding waar de lift zich bevindt. Er is een knop voor elke lift. Dat is zowat de situatie.

Meermaals, meestal als de batterij van de podcastafspeler het begeeft of als ik zin heb om eens na te denken over een diep filosofisch probleem, heb ik al gedacht wat ik dan het beste kan doen. Niet alleen waar ik sta te wachten maar doorheen de winkel. Het heeft een danige impact op de efficiëntie van mijn shoppings.

Wat te doen?

  • Op één knop drukken, wat mij 50% kans geeft dat de lift op het juiste verdiep staat en er dus geen energie verloren gaat.
  • Op beide knoppen drukken, wat de kans verhoogt dat twee liften een nodeloze tocht maken of dat beide deuren meteen opengaan.
De moeilijkheid zit erin dat ik ook niet weet wat andere mensen doen. Sommigen drukken op één knop, anderen op twee. Het is mij al eens overkomen dat het op mijn lippen lag, zeker als het intelligent uitziende jongemannen of jongedames zijn om eens te vragen: “mijnheer, mevrouw, waarom drukt u op beide knoppen”. Waarna een uitleg en vreemde blikken.
Tot nu heb ik me altijd ingehouden. Bij deze komt het toch boven water. Het liftendilemma. Is er een voor een wiskundige noch filosoof een begrijpbare oplossing?
Flickr cc foto van cinefil_ 

Over Frank / Zeeman

Zeeman is goed in virale marketing. Gratis boxershorts vorig jaar en dit jaar Frank. Voor wie het niet gezien heeft (o zonde, o schaamte) dat ging zo:

Je steekt een fictief label in elkaar, je stuurt de madammen en meneren de catwalk op in Zeemangerief. Iedereen vindt het mooi. Camera erop. Snelle funky montage. Lachen. Snobs! Delen. Sharen. Twitteren. Facebooken.

Goed gemaakt. Echt. Helemaal af. Werkelijk geniaal. Maar dan. Dan kom je langs de Zeeman. Op weg naar de bakker. Het is ochtend. Op een scooter voor de deur zit een in Zeemanwerknemer verklede mevrouw een sigaret te roken. Ze is te vroeg. Het pleit voor haar.

Dan vraag ik me af wat dat allemaal betekent, dat social media succes. Dat zoveel likes en zoveel shares en awareness en brand recognition.

Een model trek je een slobbershirt aan en het is nog mooi, daar is geen kunst aan. Als je er nu eens voor zorgde dat je werknemers er in Zeeman gekleed echt goed uitzien vraag ik me dan af, zou dat niet mooier zijn?

Kan je ineens ook van die affiches met stockmodellen af. Het is maar een gedacht.

Sponsor