Leve de cyberaanval!

De wereldwijde cyberaanvallen van de voorbije weken hebben in veel bedrijven de nodige impact gehad. Niet alleen financieel en mentaal maar ook procesmatig. Wanneer de informatica het laat afweten, ligt het bedrijf plat net zo wel als dat het geval zou zijn als wanneer de machines uit zouden vallen.

Het is behelpen dan. Alternatieven zoeken. Al zeker bij wat ik kort door de bocht even de kenniswerkers zou willen noemen. Bij de afdeling van Mondelez in Herentals werd pen, papier en iemand met een mooi geschrift opgevorderd om te communiceren naar de werknemers.

“Omwille van een cyberaanval kunnen we momenteel niet normaal produceren”, zo staat er te lezen. Er moet gebeld worden naar wel zes verschillende nummers om de planning op te volgen en verdere communicatie zal volgen. Wanneer is onduidelijk.

Zelf heb ik de tijd niet meer meegemaakt dat een job zonder persoonlijk e-mailadres kwam. Die tijd ken ik alleen van verhalen die collega’s me door de loop der jaren hebben verteld. Die verhalen komen meestal boven als internet op kantoor plat gaat of zoals bij Mondelez vandaag, zo kan ik me voorstellen.

Je kan je dan de vraag stellen hoe dat vroeger toch in vredesnaam geregeld werd. Hoe mensen ooit tot consensus kwamen en hoe iedereen op de hoogte bleef van het reilen en zeilen van een bedrijf, zo zonder e-mail of slack of facebook workplace of wat er bij jou op kantoor ook wordt gebruikt.

Je kan ook de vraag stellen hoe we al die communicatiemiddelen vandaag gebruiken. Proberen we effectief het onderste uit onze kan te halen of zijn we aan het communiceren omwille van de communicatie? Zijn we op de hoogte omdat het essentiële informatie is voor de vooruitgang van het bedrijf of willen we als manager vooral weten waar iedereen mee bezig is?

Een werkplek is anno 2017 vaak een plaats van oorverdovende communicatie. Wie de fout maakt de ochtend te beginnen met het beantwoorden van een aantal mails, komt al te vaak aan de lunch met het gevoel dat er deze namiddag nog een bord vol to-do’s staat. Stilaan beginnen bedrijven het in te zien. Er worden dagen-zonder-mail georganiseerd of stilteplaatsen in eilandorganisaties. Om even te ontsnappen en écht werk gedaan te krijgen.

Beantwoorden we al die berichten op elk uur van de dag en de week zo snel mogelijk om te tonen dat we weldegelijk aan het werk zijn of bieden we telkens we een extra bericht op de stapel leggen écht een meerwaarde?

Het is makkelijk lachen met het voorstel van Kris Peeters om het mailen na de uren aan banden te leggen. Een overheidsingrijpen is uiteraard een brug te ver maar als de onzichtbare hand bestaat, dan mag die stilaan omhoog voor de niet aflatende stroom aan communicatie die dwangmatig moet worden gedoofd door nog meer communicatie.

Growth Hacking: het nieuwste vakje op de buzzword bingo?

Laatst ging ik naar een bijeenkomst van online marketeers en communicatiemensen waar een Growth Hacker het woord zou nemen. Het buzzword was al enige tijd op mijn radar verschenen en links en rechts had ik me wat bijgelezen. Mijn mening hing ergens tussen geïntrigeerd en sceptisch.

Geïntrigeerd omdat ineens iedereen het erover leek te hebben. Sceptisch omdat de vlag inmiddels ook alweer zoveel ladingen dekt dat je hoopte dat communicatiewetenschap toch wat meer op wiskunde zou lijken dan op psychologie.

Gelukkig is dat niet het geval dus leggen we er ons bij neer dat ons vak een mengvorm van wetenschap en kunst is.

Een avond met een Growth Hacker

De Growth Hacker sprak over zijn ervaringen. Hij vertelde hoe er leads waren gegenereerd en adressen verzameld. Hij vertelde over het scrapen van websites en hoe technologie en communicatie met elkaar konden worden verweven. Sommige vondsten waren straf gevonden, andere leken me meer een kunstje dan een strategische aanpak. 

Het klonk me bij tijd en wijlen allemaal nogal dodgy. Ik was blij dat ik lang niet de enige was die tijdens de vragenronde luidop de vraag stelde of je met dat soort praktijken niet bij de privacycommissie of erger op het matje kon worden geroepen. De jongeman leek er al bij al vrij gerust in.

Het was niet het beeld dat ik van Growth Hacking had verwacht wat ik die avond voorgeschoteld kreeg. Al was de dunne lijn waarop er gewandeld werd, de interactie tussen technisch vernuft en psychologisch inzicht, ook wel genoeg om mij van sceptisch-geïntrigeerd naar geïntrigeerd zonder meer te laten opschuiven.

Twee boeken over Growth Hacking

Er zou een boek aan te pas komen. En daarna nog een boek. Kwestie van me er van te vergewissen of mijn eerste oordeel niet vooral op het conto van een auteur te schrijven zou zijn. Eerst las ik Designing for Growth, een boek dat wat meer voedingsbodem heeft in design thinking en innovatie en niet zozeer de technische of communicatiekant bekijkt. Daarna las ik Hacking Growth, dat pas op 25 april van dit jaar in de boekenrekken kwam.

Het besluit na twee boeken: mijn scepsis werd bevestigd. Eigenlijk ben ik (en jij mogelijk ook) al langer bezig met Growth Hacking dan de term de ronde van het internet is beginnen doen.

Als je een agile marketing in een proefbuis samenzet met een developer. Vervolgens laat je communicatiemens die wat kaas gegeten heeft van behavioural economics eens schudden en voegt tenslotte wat creatives toe, is het een kwestie van wachten tot daar Growth Hacking uit komt. Schematisch ziet dat er allemaal best ordelijk uit.

Growth hacking - David Arnoux

Is Growth Hacking dan echt niet meer dan een buzzword?

Is er dan echt geen nieuws onder de zon is? Heb ik twee boeken en inmiddels tig blogposts gelezen en helemaal niets geleerd? Heeft Growth Hacking helemaal geen toegevoegde waarde? Uiteraard niet. Een aantal technieken die ik gebruikte, ga ik verder verfijnen en het agile en behavioural gedeelte van marketing, daarin is mijn geloof alleen maar versterkt.

Of ik mezelf dan very 2K17 een Growth Hacker ga noemen? Dat denk ik niet.

De politiek heeft verloren (as heard on radio 1)

“Het tweede debat in aanloop naar de presidentsverkiezingen in Amerika is uitgedraaid op een moddergevecht” vertelt de nieuwslezeres terwijl ik de jongens naar school breng. Terwijl ik de vraag beantwoord wat een moddergevecht is en waarom die mensen dat gedaan hebben, hoor ik dat Clinton toch als overwinnaar mag worden beschouwd. De reden daarvoor? De excuses van Trump kwamen bij wat onderzoeksbureaus een representatief staal van de Amerikaanse kiezers heet niet geloofwaardig over.

De nieuwslezeres heeft maar half gelijk. Wie heeft hier eigenlijk gewonnen? Waar gaat dit debat nog over? Ongeloofwaardige excuses volgen op strategisch gelekte video’s. Waarna de twee partijen roepend en wild gesticulerend de huiskamer van miljoenen Amerikanen en aan de sociale netwerken te zien wereldwijd nog eens zoveel televisieschermen rollen. In veertien seconden van seksuele intimidatie lees ik. Wat is dit? Het WK koppensnellen?

Je moet wel heel naïef zijn om niet te geloven dat een communicatiestrateeg of een spindokter of hoe je haar ook wil noemen ergens achteraan in de chartervlucht tussen Chicago en New York een communicatieplan heeft opgesteld en dan en daar heeft beslist: het tweede presidentiële debat zal over de houding van Trump tegenover vrouwen gaan. Het debat over de buitenechtelijke relaties en eerder al even strategisch gelekte e-mailconversaties zullen daarmee bij zus en zoveel procent van de kiezers naar de achtergrond worden verschoven en de verkiezingen zullen gewonnen worden.

De Amerikaanse verkiezingen hebben steeds meer weg van een reality show en de race naar de onderstroom trekt niet alleen de geloofwaardigheid van de beide kandidaten in een steeds sneller tempo naar beneden, het haalt met een evenredige snelheid de geloofwaardigheid van de politiek naar beneden. En hoewel het verleidelijk is de popcorn klaar te zetten en te kijken waar ze over de oceaan mee bezig zijn, hou je maar beter de vetgedrukte krantenkoppen hier te lande en bij uitbreiding in Europa er maar bij en kan je alleen maar hopen dat de slinger nu stilaan terug begint te keren.

 

The net result of the Apple cult? 

Veel interessanter dan het antwoord op de vraag ‘is Apple een sekte of heeft het daar trekjes van’ is het resultaat van hoe ze dingen aanpakken.

This is why Apple doesn’t need to be first at anything, they just have to make the strongest impression with what they do, something they are amazingly good at. They target your feelings, psychology, physiology and senses.

Als je toch wil weten of Apple een sekte is of niet: verder lezen bij Android Authority

Taylor Swift vs. Spotify is just one corporation against another

The bare bones of the retelling are no doubt true, but the way in which they’re presented is very carefully done. It’s Swift defining herself as a straight-talker, inspired by injustice metered out to her friends, rather than her own self-interest, a superhero for the streaming age. There’s no mention of business people, managers, or her label, in which she has a significant stake.

Een beetje (veel) achtergrondinformatie rond de personal branding van een megaster. Interessant leesvoer, gelezen bij The Next Web

Twitter wants to become more like Facebook, and it’s a terrible idea

Twitter is the power users’ social network. It demands more from users of Facebook or Instagram, but users who master its complexities are able to sift through large volumes of online information more efficiently than they can with other social media tools. If Twitter tries to simplify its product, it risks alienating its existing users without attracting many new ones.

Gelezen bij VoxAl jaren mee eens.

More data increases our confidence, not our accuracy

The sharing economy, featuring companies like AirBnB, Uber/Lyft, even eBay, rely on trust. And they’re growing and expanding like wildfire. And yet, if you look at recent polls of trust and trustworthiness, people’s — and especially millennials — trust is at an all-time low. (…) That’s conflicting data. And what the data can’t tell us is how both can be true

Citaat van Malcolm Gladwell, neergschreven door John Koetsier voor VentureBeat

Wat is creativiteit?

Inspiratie, creativiteit… wat betekent het. Het zijn faculteiten die je aanscherpt en koestert. Mijn hoofd staat nooit stil, in de observatie. Daar put je uit. Daarnaast heb je wat ik ‘métier’ noem, de geruststelling dat je op eender welk moment in staat bent om het kunstje te herhalen.

Woorden van Guido Everaert. Gelezen op de website van Creative Ville.