Een man van principes, dat ben ik. Principieel over écht mijn mening zeggen over producten die ik mag testen. Principieel over het niet crossposten van content. Principeel over vanalles en nog wat.
Soms kan het eens niet. Mag er eens afgeweken worden van de regel. Zoals nu. Omdat ik vind dat het mag en spreek mij tegen als ik ongelijk heb. Mijn aanwezigheid op Google Plus, dat is meer een categorie van mijn blog dan dat dat een eigen medium is.
Plus trekt niet echt aan in Vlaanderen heb ik het gevoel. In Nederland is het wat groter. Ik vind dat jammer want Plus is echt beter op sommige vlakken dan een aantal andere netwerken.
In het kader van een experiment heb ik dus bij deze een plugin geïnstalleerd die niet alleen mijn posts maar ook de reacties daarop binnentrekt. Crossposten! Schande! Roep ik naar mezelf. Het mag, zegt het mannetje op mijn andere schouder.
Het was er gelijk nog niet van gekomen om jou en de andere vijf lezers van deze blog op de hoogte te brengen van het feit dat er bij tech45 weer gepodcast wordt.
Elke dinsdag om 21u30 live via de site en zowat 24 uur later in de winkel van Steve of via de website of met een RSS-dingeltje in uw oren te laden. Je mag ons ook opnieuw punten geven.
We zijn nog steeds met zes en we hebben het nog steeds over technologie. Al heb ik het gevoel dat we gezamenlijk wat losser beginnen te komen van het pure nieuws.
Dan hebben we het al eens over wat algemenere lijnen en wat minder over de processorsnelheid en het ramgeheugen want je kan dat voorlezen maar onthouden doet een luisteraar dat toch niet.
Dus kwam de opmerking van cafépraat al eens. Net zoals de terugkerende argumenten tegen deze of gene collega. Ach. We pretenderen niet dat we de beste podcast ter wereld maken. Ik alvast niet.
We werken allemaal voltijds en voorbereiden? Ja. We doen dat. Maar foutjes sluipen er altijd wel eens in. Of je hebt verkeerd gelezen of te snel of niet goed nagedacht in het moment. Iets wat trouwens in de meeste podcasts voorkomt. Ik vermoed dat radioprogramma’s niet anders zijn.
Verder zijn we nog steeds op zoek naar sponsors om onze serverruimte en andere rekeningen te betalen. Stuur ons (mij) gerust een mailtje als je wil weten wat dat moet kosten en welke ongelofelijke dingen je daarvoor terugkrijgt. Als we te goedkoop zijn, hoef je het niet te nemen.
Zit ik nog te denken: ik moet eens wat met die insights van facebook doen. Is Bruno me natuurlijk voor. Enfin. Niet geaarzeld noch getreurd en ineens maar zeggen: dat ziet er redelijk vergelijkbaar uit.
Enfin. Bruno heeft meer fans. Wat een goed signaal is naar het schijnt want ik kreeg wel eens te horen dat ik mij ook als blogger moet toeleggen op kwaliteit. Dat probeer ik. Jullie durven al wel eens in relatief grote getale naar hier afzakken maar kwalitatief is het lezerschap wel. Kijk naar jou.
Wat mij, net als bij Bruno het geval is, niet lukt is die facebookpagina in gang duwen. Ik begrijp dat. Jullie reageren hier al en op twitter en om daar nog eens de smurfenpagina bij te nemen… Trop is, zoals men zegt, teveel. Voor u. Voor mij.
Wat ook gelijklopend is, is de genderverdeling. Op facebook. Op deze pagina’s. Waar zijn die vrouwen, vraag ik me soms wel eens af? Is het dat ik niet genoeg schrijf over baby’s of naaien of koken en wat zegt dat over clichés? Is het mijn stijl? Zijn het de onderwerpen? Ben ik te mannelijk of juist niet mannelijk genoeg?
Het is nog niet heel lang geleden dat ik wat opmerkte over mensen uit onze contreien die bloggen in het Engels. Dan had ik het niet over de Robin Wautersen van deze wereld en ook andere mensen (ik dek mij in, ik geef het toe, natuurlijk had ik het niet over jou).
Uiteraard had ik het over het in het Engels bloggen (en twitteren for that matter) over de lokale vlooienmarkt en de bakker van achter de hoek. Het komt mij wat blasé over altijd. Tenzij de steller over een Engels beschikt dat afgeleid is van het Nederlands, dan wordt het zielig lachwekkend.
Blijf bij je moerstaal denk ik dan. Denk aan je doelgroep. Marketing. Niemand, ook je vrienden uit de US of A zitten te wachten op een verhaal over een gesneden brood uit Gors-Opleeuw.
Toen zag ik Davy experimenteren met een vorm die hij uit Amerika schijnt te hebben geïmporteerd. Het link-citaat-met-commentaarstukje. Ergens tussen de tweet en de blogpost in. Ik vond het wel interessant en zeker voor wat technische onderwerpen. Je zit sowieso je Nederlandse zinnen te doorspekken met Engelse termen en elegant is dat ook allemaal niet.
Twijfel. Onrust. Zou ik ook? Moest ik ook? Had ik toch die citatencategorie voor? Moest ik daar wat mee? Het las vlot en natuurlijk bij Davy maar zou ik mijn veilige thuishaven kunnen verlaten? Even Davy opgeskyped. Voorbeelden gehoord. Gespiekt. Geschreven. Niet ontevreden. Getwijfeld. Gepost. Goeie commentaar.
Nee, ik ben geen Engelstalige blogger van nature, ik zie de wereld in het Nederlands. Mijn taalgebruik in het Engels is sterk beïnvloed door blogs, die ongetwijfeld slechts een weinig uitblinken in kleurrijk taalgebruik. Ik wil mijn zinnen kunnen onderbreken. Punten zetten waar het niet hoort en weglaten wat ik overbodig vind en daar dan commentaar op krijgen van jan-daar-ontbreekt-wat. In het Engels zie ik me dat niet meteen doen.
Of ik het nog ga doen, zo in het Engels schrijven? Dat dan weer wel.
Twitter Updates
- Smartphonegebruik per leeftijd en OS in België bit.ly/J3vUlv 6 hours ago
- Kan er iemand eens een bezoekje brengen aan de brillenmarkt in Antwerpen en die mensen een nieuwe site verkopen? Thx. bit.ly/J3mDd0 7 hours ago
- (Mijn ervaringen met) Facebook’s business model bit.ly/JzpNtJ 8 hours ago
Tag cloud
android antwerpen apple barcamp BIRM blog bloggen bloggers Borgerhout business model communicatieanalyse content experiment facebook Fictie gender Gent google htc innovation internet ipad journalism journalistiek kindle Marketing media Nanowrimo nieuws online podcast privacy quote review Schaatsen social media sociologie tech45 technologie toekomst trends tumblr Twitter vioe woord van de week



Commentaren
Een blogger, moet u weten, krijgt graag commentaar op zijn stukjes. Deze blogger al zeker. Lees er de howto’s maar eens op na. Stel een vraag op het einde van je stukje, wees scherp, vraag naar de mening van je lezers, het zijn maar een aantal tekstuele technieken die je kan toepassen.
Ik pas ze niet toe. Tenzij ik écht nieuwsgierig ben naar uw mening. Tenzij ik echt wil weten hoe u er tegenover staat. Niet voor de comments en de traffic maar voor de content ervan.
Deze week kwam Facebook met een interessant voorstel. Volledige integratie met Facebook. Commentaren uit facebook naar je blog. Nu komt het wel vaker voor dat mensen mij via Twitter laten weten wat ze van een stukje vinden. Wat er gebeurt met shares op facebook, daar heb je zo geen zicht op.
Zou ik? Zou ik?! Ik heb er over nagedacht. Ik heb de oude Disqus opnieuw overwogen. Ik heb facebook comments geïnstalleerd. Even. Gewoon onderaan. Om te testen. Ik heb een pagina aangemaakt. Ik heb de integratie opgezet. Ik heb het opnieuw verwijderd.
Nee, die facebook comments, dat is het voorlopig niet. Zolang ik geen lokale kopie van de commentaren kan krijgen, wil ik niet afhankelijk zijn van Zuck en de zijnen. Dat ik daardoor wat commentaren mis, heb ik er voor over.
Wel geef ik Disqus een nieuwe kans. Ik heb het ooit verwijderd omdat ik het te zwaar vond, en ik vind het in zekere zin nog. Maar het heeft de voordelen van twitterintegratie. Benieuwd wat het op de lange termijn wordt.