Archive for the 'Fictie' Category

La vie cachée de vous-même

Het is er nog van gekomen, een klein experimentje. Mijn eerste poging was op een mislukking uitgedraaid wegens té experimenteel. Deze lijkt wel geslaagd. De persoon die deze reeks heeft opgezet was er alvast zeer over te spreken. Meteen is het mijn laatste verhaal in deze serie. Gewoon, omdat de maand om is en de month uit national novel writing month november is.

Voor een evaluatie is het nog even te vroeg maar ik blijf wel stukjes schrijven, zoveel is zeker. Ik moet nog nadenken over de vorm die één en ander zal gaan aannemen maar daarover dus later meer. Veel leesplezier met mijn laatste nanowrimo-verhaal.

Disclaimer: mijn corrector is nog niet langs geweest.

La vie cachée de vous-même

We hebben vier personages. Twee mannen en twee vrouwen, dat komt goed uit. We hebben een dochter met haar nieuwe lief en een vader met zijn maîtresse. Als uitgangspunt zit ook dat goed. We hebben de spanning van de dochter tegenover de vader en de maîtresse. Daarnaast situeert zich het spanningsveld van de nieuwe relatie. We bevinden ons in een Parijs’ café. Parijs, de stad van de liefde, ook dat is niet geheel toevallig. Ons hoofdpersonage is Stefanie, de dochter en ook het kruispunt van de emotie. Even kijken hoe die op deze situatie reageert.

Stefanie zat, nog steeds van haar melk, aan het tafeltje van het kleine Parijse café waar ze dan maar met hun viertjes waren gaan zitten. Naast haar Frédéric. Tegenover haar haar vader. Daarnaast zat zij. Zij zonder naam. Zij die ze even tevoren met haar vader had betrapt.

“Dit is Eveline”, vertelde haar vader, “zij is mijn persoonlijke assistente”. Stefanie voelde de walging opkomen, keek van haar vader naar Frédéric, dan terug. Even kruisten haar ogen die van Eveline. Een fractie van een seconde maar. Ze keek haar vader aan met ogen waarin de vraagtekens zelfs voor hem te nadrukkelijk aanwezig waren om te negeren.

Het verhaal dat wij gaan vertellen gaat uit van de beperking. Niet meer dan 2200 karakters is het bevel, minder dan 1666 mag ook niet. Daarom zullen we er vaker wel dan niet voor kiezen om clichés te gebruiken. Dit is het eerste cliché, de vader is opgestoken met zijn persoonlijke assistente. Stel dat we een willekeurige persoon zouden nemen, dan zouden we een groot deel van onze tijd samen verspelen met het lezen respectievelijk schrijven van het verhaal van de kennismaking. We moeten voortmaken. Onze tijd is beperkt. Wat we niet weten is hoe de vader ertoe gekomen is met zijn persoonlijke assistente aan te pappen. We lichten een tip van de sluier.

Er kwam een fles wijn aan. De ober someerde Stefanies vader te proeven. “Très bien”. Zijn vaste uitdrukking voor caféwijn wist Stefanie. Haar vader kende iets van wijn maar was het stadium voorbij dat hij categoriek elke wijn weigerde die niet aan zijn hoge standaarden voldeed. Dat had hij vroeger wel eens gedaan. Tot grote schaamte van Stefanie en haar moeder.

Dan gingen ze wandelen in de heide en gingen ze iets drinken in het tot brasserie omgebouwde station. Haar moeder vond het oord verschrikkelijk, haar vader had het niet begrepen op de wijn. Stefanie vond de chocolademelk heerlijk. Wanneer hem daar een glas werd voorgezet en het beviel niet, aarzelde hij geen moment. Hij stond op. Trok zijn lange jas met de nodige zwier aan. Maande zijn vrouw en dochter aan tot snelheid, liet het geld, tot op de laatste frank afgemeten op tafel liggen en verdween in absolute stilte. Als hij een ober op zijn weg naar buiten trof, mompelde hij dat zij er ook niets aan konden doen maar dat ze hun baas moesten zien te vervangen. De meisjes die er opdienden, studenten nog vaak, werden rood en zeiden dat ze het zouden doorgeven. Dat het hun speet en dat hij eventueel een ander glas. Tegen die tijd had hij de deur al lang achter zich dicht gedaan.

Dat was haar vader ten voeten uit. Hij zou nooit keet schoppen, wat er ook aan de hand was. Haar moeder was zijn natuurlijke tegenpool. Zij liet nooit na haar spoor achter te laten, diep in de ziel van de mensen die haar zo goed mogelijk bedienden. Eens waren ze gaan eten in een nieuw restaurant dat net was opengegaan in hun buurt. Het menu maakte duidelijk op welk segment van de plaatstelijke bevolking ze zich wilden richten.

Stefanie was er samen met haar ouders geweest tijdens het openingsweekend. Zowat de hele buurt was er aanwezig. Ze zag haar vriendinnetjes van school aan de andere tafels in boekjes kleuren en tekenen, sommigen hadden hun gameboy meegekregen. Stefanie had helemaal niets meegekregen. Even probeerde ze wat creatiefs met het bestek maar tevergeefs. Ze moest aan tafel leren zitten zoals de grote mensen, had haar moeder haar aangemoedigd. Stefanie had een aantal ontsnappingspogingen gedaan maar was keurig door haar vader in het gareel gehouden. Toen één van de kelners met een kleurboek en potloden aan kwam zetten gaf Stefanies moeder een lezing over opvoeding en goede manieren. Niet alleen voor de ober en de rest van het personeel maar ook voor de tafeltjes in de ruime omtrek van datgene waar Stefanie en haar vader in stilte leden.

Telkens weer hadden Stefanies ouders ruzie over de opvoeding en in welke mate daar op verplaatsing van afgeweken kon worden. Haar moeder wilde onder geen beding van haar strenge opvattingen afwijken. Haar vader was veel soepeler. Ook in het matchen met verschillende mogelijke partners had haar vader zich afzijdiger opgesteld.

Cafés en restaurants zijn in deze korte reeks verhalen vaak gebruikt om aan te geven over welke personages het hier gaat. Stefanie, de dochter heeft een afkeer van sjiek, haar ouders zijn rijke mensen en gaan dus vaak duur op restaurant. Hier introduceerden we aan de hand van het culinaire een mogelijk breekpunt tussen de ouders. Het toont hun gelijkenissen maar ook en vooral hun verschillen. Dat moet onvermijdelijk tot conflicten lijden over de opvoeding van Stefanie, daar zijn we het over eens, niet? Eens kijken hoe de situatie rond het betrappen wordt opgelost.

Nu zat Stefanie tegenover hem in een Parijs’ café en dronken ze samen wijn. Ze toasten op Parijs. Stefanie probeerde het niet te laten opvallen dat ze niet met Eveline klonk. Die hield haar glas nog steeds boven het midden van de tafel, in de richting van Stefanie toen die het glas al aan haar lippen zette. De wijn was meer dan behoorlijk voor een café.

“Vertel”, zei haar vader, “hoe bevalt Parijs jullie”?  Haar vader beheerste de kunst om je op zo’n momenten op die vraag te laten antwoorden. Eigenlijk wilde Stefanie hém om uitleg vragen maar de kalmte straalde van haar vader af en dus begon ze de uitleg. Hoe ze die avond hadden gegeten, gewandeld hadden langs de Seine. Hoe ze de bruggen over waren gewandeld, hoe ze stil waren blijven staan bij de stalletjes die boekenverkopers er dag in dag uit, van vroeg in de ochtend tot ‘s avonds laat uitbaten. Frédéric toonde de poeziebundel die hij had gekocht ter illustratie.

Heel even wordt de spanning opgedreven. De wijn, de wandeling in Parijs, zijn allen niet tot het verhaal bijdragende elementen. Toch is de situatie van wederzijdse stilte niet lang vol te houden, we moeten immers naar een climax.

“Jullie zijn druk met het werk?”, Stefanie flapte het er ineens uit. Ze probeerde nog even neutraal te klinken maar wist dat er iets van haar gevoel in haar stem te verbergen. Eveline kleurde roder dan het logo op het antieke coca-cola uithangbord dat achter haar hoofd tegen de wand van het café was opgehangen. Ze stamelde even. Stefanie had met haar te doen. Ze moeten het spannend hebben gevonden, dacht Stefanie ineens. Spannend dat ze in dezelfde stad als zij rondwandelden en dat ze elkaar misschien wel zouden tegenkomen. Zij zouden dan Frédéric en Stefanie hebben gezien en zouden samen een zijstraatje zijn ingedoken. Daarna zouden ze naar hun hotel zijn gegaan. Nu was de spanning eraf en bleef Eveline op haar eerste woorden hangen.

“We waren hier voor een klant”, Stefanies vader nam de situatie opnieuw in handen. “We zijn gebleven voor het weekend, en inderdaad Stefanie, Eveline is inmiddels meer dan alleen mijn persoonlijke assistente”. Stefanie stond op en wandelde in de richting van de toiletten. Frédéric ging haar achterna. Stefanie huilde. Veel van haar vriendinnen hadden gescheiden ouders, sommige ouderparen waren uit elkaar gegroeid maar leefden nog wel samen. Stefanie kon binnenkort dus het verhaal van de persoonlijke assistente gaan opdissen. Het leek haar allemaal zo B, zo ordinair. Een verhaal uit de flair of andere vrouwenbladen.

Frédéric legde zijn hand op haar schouder. Zij drukte zich tegen hem aan. Daar stonden ze, midden in een Parijs café. Stefanie probeerde in te schatten wat het effect van deze avond op haar relatie met Frédéric zouden betekenen. De tranen liepen nu in beekjes langs haar wangen. Ze voelde hoe Frédéric zich nog iets dichter tegen haar aantrok. Ze hoorde hem troostende woorden spreken.

Het hoofdpersonage vlucht voor de ontstane situatie en wordt getroost door haar vriend. Zo zou het in stationsromans ook lopen. De verwijzing naar vrouwenbladen is dan ook een verwijzing naar de auteur, die zichzelf wil relativeren. We surfen van cliché naar cliché maar krijgen de echte personages niet te zien. Ze bestaan uit karton en hoe hard we ook ons best doen, leven is er niet in te krijgen. De lezer heeft weinig nodig om het verhaal in te kleuren en iedereen kan zich herkennen in de situatie. Ergens moet er een uitweg gevonden worden voor de patstelling waar we ons in bevinden. Een flashforward naar huis zit er niet meer in, alles moet aan dat tafeltje in Parijs worden opgelost.

Stefanie zette zich terug op haar plek en excuseerde zich. Eveline wist zich geen blijf met haar handen. Nu weer eens legde ze gevouwen op het tafeltje, dan weer in haar schoot. Ineens nam Stefanies vader haar handen vast, leidde haar linkerhand in zijn rechter en legde er zijn linkerhand overheen. Haar kleine handen verdwenen in zijn grote handen. Ze leek te kalmeren.

“Mama en ik zijn al een tijdje op zoek”, sprak haar vader. De uitleg waar Stefanie niet zat op te wachten zat eraan te komen. “Na al die jaren samen begon er sleet op onze relatie te komen, we hebben jou erbuiten willen houden. Stefanies wereld stortte in. Met het verval van haar ouders’ relatie waren alle zekerheden ineens verdwenen. Ze had niets doorgehad, er waren ruzies, en ze merkte ook dat haar vader zich hard op zijn werk stortte maar dit had ze niet verwacht.

“Hoe lang al”, Stefanie kreeg het maar net gezegd. “Twee jaar”, haar vader had duidelijk beslist dat het uit was met de geheimdoenerij, dat Stefanie er nu mee zou moeten kunnen omgaan. “Heeft mama ook…?”, Stefanie keek onwillekeurig in de richting van Eveline. Haar vader dacht van niet, maar zeker kon hij het haar niet vertellen. Hij vertelde hoe Eveline tweeënhalf jaar geleden zijn assistente was geworden en hoe zijn gevoelens voor haar waren gegroeid terwijl zijn huwelijk aan het slabakken ging. Hij vertelde Stefanie, die steeds vaker naar een geïnteresseerd luisterende Frédéric begon te kijken, hoe hij en haar moeder op zekere dag hadden afgesproken om samen te blijven. Hun verstandhouding was nog steeds goed maar de sleet was op hun relatie komen te zitten, niet meer, niet minder.

Een shockerende gebeurtenis voor de dochter. Onder haar neus (en dus ook onder de neus van u, de lezer) hebben twee keurige, sjieke mensen waarvan je helemaal niet verwacht dat ze scheve schaatsen rijden met elkaar afgesproken dat het wel kon, als één van hen daar behoefte mocht aan hebben. Langsheen het liefdesverhaal van twee jonge mensen liep een verhaal dat misschien veel interessanter was. Wij hebben er echter voor gekozen om dat niet eerder te vertellen.

Stefanie stond op en trok haar jas aan. Frédéric, die als een huisdier aan een lis inmiddels aan haar vast hing deed hetzelfde. Hij zag hoe ze haar vader tot weerziens kuste. Hij drukte de man die hij voor het eerst had ontmoet in deze pijnlijke omstandigheden de hand en zag op dat moment uit zijn ooghoek hoe Stefanie de nieuwe vlam van haar vader een tik in het gezicht verkocht. Hij zag hoe de vingers zich aftekenden op de wang van Eveline en hoe het hele café keek wanneer een tranen met tuiten huilende Stefanie de deur doorliep, zich omdraaide en Frédéric tot spoed aanmaande.

Een open einde. In dit geval een sociale optie. Dit verhaal kadert in een serie waaraan meerdere auteurs meewerken. Het volgende verhaal kan opnieuw één van deze personages gebruiken. Het open einde waarbij de verschillende personages hun eigen weg gaan, laat die persoon toe vrij te kiezen. Als ik haar vier personages zou geven, dient zij hen te scheiden of zit ze met hen opgezadeld voor een nieuw verhaal waardoor alles stil zou komen te vallen. Indien ze niet verdergaat met deze personages kan u, de lezer vrij kiezen welke richting deze individuen uitgaan. Vrij totdat een schrijver u op zal leggen te weten waar deze wat verder ingekleurde kartonnetjes uitgaan.

Requiem voor een nieuwe relatie

Mijn zesde en voorlaatste verhaal voor NaNoWriMo. Wat voorafgaat lees je voor één keer bij Gudrun. Van haar nam ik het Annelies-personage over. Als Chinese vrijwilliger schreef ik het verhaal van Kevin, een personage dat al min of meer bestond in enkele verhalen van Anne maar waarvan de achtergrond nog niet helemaal bestond. Hieronder vind je dus min of meer een verhaal op bestelling, binnen het nieuwe van het schrijven dus weer iets nieuws voor mij.

Overigens hoorde ik gisteren een podcast van De Buren waarin Jeroen Olyslaegers getuigde over zijn wedervaren in Oostende, waar hij zich bevond voor het schrijven van een verhaal in het kader van de Stadsboeken die er bij De Buren zitten aan te komen. Hij vertelde dat hij tevreden was over het resultaat, na een week werk had hij 2 A4′tjes vol. Amateur! Slakkenschrijver! Allez, zijn verhaal zal een keer of 45 beter zijn hé, maar ik wil me er ook nog wel eens aan zetten aan een mooi uitgewerkt verhaal. Een boek misschien. Wie weet. Eerst dit maar tot een goed einde brengen.

NOTITIE: mijn privécorrector is hier nog niet door kunnen gaan, maar het moest eigenlijk al lang online dus nog even met eventuele fouten

Requiem voor een nieuwe relatie

Het was tien voor elf. Annelies zat met een glas rode wijn op de bank. Denkend, starend. De televisie spuwde voer voor gewillige kijkers maar haar hoofd stond niet naar televisie. Die moest vanavond de ruimte proberen vullen. Roberta was twee dagen geleden opnieuw naar Amerika vertrokken en sedertdien was haar appartement een lege, holle ruimte geworden. Televisie, hoe huiselijk de scènes, hoe luid ook konden de ruimte niet meer vullen. Ze vond het nooit erg om alleen te zijn. Maar nu leek de plek ineens een stuk leger.

De overgaande telefoon deed de leegte uiteenspatten als een zeepbel die na een tocht die onvermijdelijk slecht moest aflopen tegen de scherpe hoek van een tafel stoot. “Annelies”, zei ze kortaf. Ze haatte nummers die zich als onbekend lieten herkennen.Vaak liet ze haar telefoon uitrazen. Mensen aanspreken doe je ook niet met een bivakmuts op, was haar redenering.

Haar telefoon, die langsheen het kabaal van een televisieshow de ruimte verder probeerde te vullen met een nummer van een Amerikaanse band waarvan ze de naam was vergeten, viel deze keer echter om één of andere reden niet te negeren. “Met Kevin”. Even overwoog ze te zwijgen en te luisteren om dan even gedecideerd terug dicht te leggen. “Dag Kevin” hoorde ze zichzelf zeggen.

Daarna sprak ze de door haar zo verfoeide woorden “Hoe gaat ie?”. Dat waren de woorden die hij had moeten zeggen. Dat waren de woorden die hij altijd gebruikte als hij na enkele maanden absolute stilte opnieuw aan de telefoon hing. Dat waren de woorden waarop zij een zo kort mogelijk antwoord probeerde te formuleren. Zij zei meestal weinig tijdens hun telefoontjes. Als Kevin belde, was dat omdat hij wilde vertellen. Dus liet ze hem zijn gang gaan.

Of ze nog af wou spreken? Vanavond nog. Dat kon. Hoewel of misschien doordat ze al enkele glazen had gedronken, verliep het iets makkelijker om de draad opnieuw op te pikken. Hij stelde het oudemannencafé achter de hoek voor, zij vond alles ok, als ze maar niet te ver moest wandelen.

Het oudemannencafé was in het laatste jaar uitgegroeid tot een puliekslieveling onder het trendy volkje. De sanseveria’s achter de ramen, het kruisbeeldje boven de deur die uitgaf op de koer, het spiegelraam achter de glazen. Alles was net fout genoeg om het weer goed te maken. Alice, die eigenlijk haar café had willen sluiten had de heropleving van haar zaak met lede ogen en een glimlach op het gezicht aanzien. “Een spaarcentje voor later”, zei ze tegen haar vaste stamgasten die het café al van vroeg in de ochtend bezetten en het pas net voor het avondeten vrijgaven aan de jonge garde die na het werk nog iets kwam drinken.

Wanneer Annelies aankwam, had Kevin zich al een tafeltje geïnstalleerd. Hij zat achterovergeleund op de zeteltjes die gemonteerd waren tegen beide wanden van het bruine café. Op het tafeltje stonden nog twee glazen. Annelies voelde zich bekocht. “Ik ben reservespeler vanavond zie ik” zei ze verwijtend. Kevin gaf haar een brede glimlach die haar meteen spijt deed krijgen van haar harde uitspraak. “Ik was hier na het werk iets komen drinken met de collega’s en omdat het bij jou om de hoek was, dacht ik dat je het leuk zou vinden”.
“Misschien had ik het ook wel leuk gevonden met je collega’s erbij” kaatste Annelies de bal terug, “ik had een bezoeker de laatste twee weken, die is nu opnieuw naar Amerika en mijn bed is opnieuw koud als ik er ‘s avonds in ga liggen”. Kevin’s oog maakte even een trekkende beweging, alsof hij wou knipogen maar zijn ooglid verzet bood.

Ze heften het glas en zeiden dat ze het niet meer zo lang mochten laten wachten om af te spreken. Hoewel ze beiden wisten wie daarvan het meeste schuld trof.

“Waarvoor had je me nodig?” Annelies vroeg het opnieuw veel harder dan ze het eigenlijk bedoelde. Hij haalde zijn handen van zijn schoot, legde die de een na de ander op het tafeltje, dertig centimeter uit elkaar, vouwde zijn handen en boog voorover. “Ik ben opnieuw verliefd”, zei hij. Annelies’ hart kromp in elkaar. Sedert ze Kevin kende, waren er enkele schermutselingen geweest. Meestal bleven ze na een avondje stappen bij elkaar slapen, ze waren wel eens een weekend naar de Ardennen geweest, samen met een ander koppel en toen had Annelies heel even het gevoel gehad dat ze een koppel waren.

Kevin had haar echter meteen duidelijk gemaakt dat het niets zou worden. “Bindingsangst” had hij het de eerste keer genoemd. “Lisa-vrees” noemde Annelies het. Hij was zijn vorige lief nooit vergeten. Annelies had het gevoel dat Kevin nog altijd op haar aan het wachten was. Telkens was het wakker worden naast hem dan ook een nachtmerrie. Dan wist ze dat ze zichzelf voor heel even iets wijs had gemaakt. Dat ze heel even had gedacht dat ze ooit op de eerste plaats zou komen.

Als Kevin wakker werd, wist ze snel beter. Zij deed alsof ze sliep. Hij stond op, trok zijn boxershort aan een zocht de badkamer op. Ze hoorde het water lopen en zag de scene die zich achter het mat plastic scherm afspeelde helemaal voor zich. Ze hoor de handdoek over zijn grote lijf gaan. Ze hoorde het ritsen en het knopen. Zijn schoenen. Een kus op haar wang of voorhoofd. De deur.

Op die momenten huilde ze tranen met tuiten. Telkens weer voelde ze zich gebruikt. Even vaak liet hij daarna een tijd niets meer van zich horen. In het begin dacht ze dat hij het deed om haar te kwetsen, om de wonde extra groot te maken. Ze kwam er echter snel achter dat het schuldgevoel was. Vluchtgedrag om haar even niet onder ogen te hoeven komen. Dat hoorde ze toen ze als bij toeval een goede vriend van hem ontmoette.

Weken, soms enkele maanden later zou hij terug contact opnemen. Zij vond dat dat haar taak niet was. Zij had het contact niet verbroken. Telkens weer kwam er een telefoontje, een bericht, via facebook, liefst zo vrijblijvend mogelijk. Even vriendelijk als altijd. Geen excuses, liefst een zo open mogelijk hoi en dan het verhaal dat hij kwijt wilde.Dan probeerde Annelies hem op afstand te houden maar vroeg of laat versukkelde ze met hem in dezelfde cirkel.

De wijn en de rook legden een steeds dichter wordende nevel over de donker wordende avond. Annelies had maar één woord moeten zeggen en Kevin was losgebrand. Hij had verteld over zijn nieuwe liefde en Annelies was steeds dieper in elkaar gedoken. Hij trok er zich niets van aan. Wist niet hoezeer hij Annelies met zijn verhaal kwetste. Zij had zich drie dagen miserabel gevoeld na het vertrek van Robby en dacht dat dit een gezellige avond zou gaan worden. Niet dus. Hij wou vertellen.

Kevin vertelde met een vuur waarop hij sprak tijdens de hoogtepunten van hun samenzijn. Zoals op de dagen waarop ze samen naar haar appartement zouden trekken en naast elkaar in slaap zouden vallen. Nu vertelde hij over iemand anders. Eerst was ze tweede in rang geweest. Telkens weer voelde ze de schaduw van Lisa over hen hangen. Hoewel ze ver weg in Amerika zat, was ze steeds weer spelbreker geweest. “Ik kan haar niet vergeten, sorry”, het was één van Kevins zinnen geweest waar hij haar mee in de vergeetput duwde.

Ze bestelde nog een glas rode wijn. Hij hield het bij bier.

Nu was er dus een ander. Kevin vertelde hoe hij haar had ontmoet op een interne netwerkingdag. Sedert de campus was uitgebreid en dat meer en meer disciplines in het zelfde gebouw werden gehuisvest kende niemand niemand nog. Iedereen liep door de gangen hopen kennis mee te dragen en mensen die hetzelfde probleem hadden waren op nauwelijks vijf meter van elkaar bezig dat probleem op te lossen. De netwerkmeetings waren bedoeld om kennis te delen maar de avonden liepen vaker wel dan niet uit en na enkele glazen werd de sfeer hoe langer hoe informeler. De kennis werd, net als de tafels en de stoelen aan de kant gezet en met behulp van hun computers en en iPods, een meegebrachte boxenset werd een muziekje gedraaid. Sommige collega’s waagden zelfs een danspasje.

Zij werkte op een andere afdeling maar hun onderzoek hield nauw verband. Ze hadden afgesproken om in de komende dagen samen te gaan eten en dan verder te vertellen. Het gesprek was daarna afgegleden naar hun persoonlijke levens. Zij hield van lezen. Ze schreef ook. “Maar alleen voor eigen gebruik”, vertelde ze. De kwaliteit van mijn schrijfsels is niet van dien aard dat ik ze uit zou kunnen geven. Liever stapelde ze alles op in files op haar computer. Sommige stukjes had ze uitgeprint, om zeker te zijn dat ze een crash van haar computer zouden overleven.

Dat vond Kevin intrigerend. Als hij dat “intrigerend” uitsprak, zag Annelies een soort glinstering door zijn ogen gaan. Dan wist ze wat ze miste. Intrigerend zijn. Annelies was nooit intrigerend voor hem geweest. Daarvoor kenden ze elkaar al te lang. Het nieuwe kan intrigerend zijn, het oude kan veranderen maar intrigerend wordt dat niet meer.

Ze bestelden opnieuw. De glazen werden gebracht. Annelies vroeg welke wijn ze aan het drinken was. Het barmeisje dat de plaats van Alice inmiddels had ingenomen bracht de fles. Annelies greep de fles, bestudeerde het etiket, probeerde de tekst in het Spaans op de achterkant te lezen en gaf ze terug aan het barmeisje. “Goede keuze meid, doe zo voort”, lachte ze. Ze begon het effect van de wijn te voelen. Nu moest ze zichzelf in de gaten houden.

Kevin en zijn nieuwe vlam die Karen bleek te heten, waren de dag na het netwerken uit eten gegaan. Zij had één van haar verhalen meegebracht. Kevin vond het best goed geschreven en de vragende ogen achter die hij boven het blad bleef zien, hadden bij hem een spontane “waw” doen ontstaan. Zij was rood geworden. Hij had in haar ogen gekeken en “echt” gezegd.

“Is er dan iets tussen jullie?”. Kevin was ineens stilgevallen op het moment dat voor Annelies het verhaal nog moest beginnen. Hij schudde zijn hoofd. Wist niet hoe het kwam. Hij, de onthechte, was in zijn schulp gekropen. Dat zag Annelies. Er was iets wat hij verzweeg. Dat zag ze zo.

Het café was inmiddels leeg gelopen, het barmeisje was begonnen met de tafels schoon te maken. Annelies voelde de adem van de sluiting in haar nek blazen. “Zullen we op mijn appartement nog een afzakkertje doen?” vroeg ze. Ze stonden recht en deden hun jassen aan. Het meisje achter de bar wuifde hen uit, de nacht tegemoet.

Als ze buitenkwamen greep Kevin haar ineens vast en gaf haar een knuffel. “Ik ben niet lief voor je geweest”, zei hij, “ik wil het goedmaken”. Annelies werd warm en koud tegelijk. Wist geen blijf met haar handen, legde die tenslotte op zijn rug en drukte zich stevig tegen hem aan. “Geeft niet”, fluisterde ze.

De foto

Eigenlijk had hier vanavond een nieuw nanowrimoverhaal moeten staan, het is echter nog niet klaar. Mijn collega’s weten daarvan, geen nood. Als voorproefje alvast de bijhorende foto voor de verhalensite waar alle verhalen gegroepeerd worden.

Chaostheorie

Mijn vijfde verhaal uit de nanowrimo-cyclus. Het is niet mijn beste, dat is nog steeds het eerste, dit is wel het constructiefste. Het verhaal van Vicky wat aan dit verhaal voorafgaat, leek ons beiden niet helemaal af. Daarom heb ik besloten haar personage verder uit te diepen en er een extra verhaallijn aan toe te voegen.

Het is mijn hoop en overtuiging dat Gudrun deze opbouw verder kan afwerken en er een verhalenreeks binnen de verhalenreeks van kan maken.

Chaostheorie

Stefanie was uit Parijs teruggekeerd met een glimlach op haar gezicht. Ze was tot grote verbazing van haar chauffeur vooraan plaats komen nemen en had onderweg honderduit gepraat over haar afspraakje van de avond ervoor. Ze had voor een keer enthousiasme getoond over de keuze van haar ouders.

Frédéric was het beste afspraakje tot nu toe geweest en het avondje uit in Parijs had het helemaal af gemaakt. Ze vertelde over het restaurant en over de dancing waar ze nog waren beland en hoe ze, toen het al bijna ochtend was, het hotel waren binnengekomen alwaar ze afscheid hadden genomen op de gang. Ze glimlachte even toen ze het vertelde. Liep een beetje rood aan. Hij sliep één verdiep hoger, vandaar.

Ze vertelde over het ontbijt dat ze samen hadden genomen en hoe de bediening minzaam had gelachen toen ze samen de trap afdaalden. De serveuse van dienst bracht de koffie en vroeg of alles naar wens was. Ze hadden beiden zo heftig van ja geknikt en oui, oui toegevoegd dat ze samen in lachen waren uitgebarsten.

Toen had het gesprek zich gekeerd, vertelde ze, ongebruikelijk open tegen haar chauffeur. Ze hadden zich daar, aan dat ontbijttafeltje, gebogen over heerlijk ruikende koffie, croissants en toasts, afgevraagd hoe het nu verder moest. Zij zou terug naar België reizen, hij zou de andere richting uitgaan. Helemaal terug naar Zuid-Frankrijk.

Ze zouden contact houden, ze zouden elkaar mailen. Stefanie zou ook brieven sturen, dat vond ze romantisch. Haar ogen werden vochtig. 1134 kilometer hadden ze uitgerekend.

Intussen draaide de limo de lange, met eiken afgeboorde oprit van het huis op. Stefanie bleef even zitten. Ze zuchtte. “Maman zal een volledig verslag verwachten. Ik ben er niet klaar voor om dit aan haar te vertellen, geef jij haar een samenvatting? Ik ga een balletje slaan.”

Stefanie schakelde de ballenmachine in en mepte de ballen met haar racket terug. Een van de ballen vloog zo ver over de omheining dat ze die even later met een scherpe metaalklank op de paardenstallen hoorde neerkomen. Lightning, het paard van haar vader hinnikte luid. Knalde even later met de voorpoten tegen zijn kooi. Stefanie vond het wel genoeg zo. Ze liep even op en neer om het beest te kalmeren en ging via de achteringang het huis binnen. Ze hoopte haar moeder te ontlopen. Even uitstellen nog.

Ze glipte de achterdeur door, de oude dienstentrap op, de gang door, het bordes over, haar kamer binnen. Het mocht niet baten. Nauwelijks had ze de deur van haar kamer achter zich dichtgetrokken of ze hoorde drie harde tikken tegen de zware deur. “Ik maak mij klaar om te douchen, maman”, riep Stefanie terug: “ik vertel het je zo”. Stefanie zag door het dikke hout van de deur het gezicht van haar moeder op onweer trekken. Daarna hoorde ze het geruis van haar kimono wanneer ze zich omdraaide. Tenslotte voetstappen op de trap.

Stefanie ging onder de douche. Veel langer dan gewoonlijk. Het water had een verlichtende invloed op haar gemoed. Een gemoed dat sedert haar thuiskomst op een toenemend gemis had gewezen. Maar heel even waren ze samen geweest en toch. Vonken en vuur. Ze dacht aan de avond ervoor. Werd warm en koud tegelijk. Ze stapte de douche uit en plofte op bed. Uitgeteld.

Drie droge tikken op de deur waren het eerste wat Stefanie waarnam. Hoe lang had ze geslapen? Waren het minuten of uren. Het licht dat door de ramen scheen was een stuk minder geworden.
“Stefanie?”.
“Ik kom, maman, ik was in slaap gesukkeld”.

Stefanie glipte de badkamer binnen, trok snel een kleedje aan en haastte zich naar de deur. Net voor ze de sleutel wilde omdraaien opnieuw drie tikken tegen de deur. Harder deze keer. “Stefanie”, haar moeder duwde het hard en verwijtend door haar bijna gesloten mond.

Nauwelijks had Stefanie de sleutel omgedraaid of de deur zwierde al in haar richting. Stefanie wist de deur nog ternauwernood te ontwijken. Haar moeder repte zich meteen naar de hoek van het bed waar iemand duidelijk net dwars over had gelegen. Stefanies lijf stond nog duidelijk afgedrukt op het onderlaken. Met enkele rake rukken trok Stefanies moeder het onderlaken opnieuw op zijn plek.

“Heb jij net…”, haar moeder hield zich in, “vertel eens over gisteren”. Stefanie deed het verhaal zoals ze het eerder tegen haar chauffeur had gedaan. Uiteraard liet ze het deel over de late terugkomst in het hotel, het ontbijt dat ze bijna hadden gemist maar dat ze dankzij het vriendelijke personeel nog hadden mogen nuttigen tussen de middagmalende gasten en het trieste afscheid achterwege.

Ze vertelde haar moeder dat haar keuze van uitgaanspartners er met rasse schreden op vooruitging. Ze gaf haar een kus op de wang en verdween door de deur, de trap af, de tuin in. Het was warm voor de tijd van het jaar maar toch haastte ze zich al snel terug naar binnen. Ze nestelde zich op de bank. Ze hoorde haar GSM. Stefanie had behalve voor tennis en squash nooit veel gevoel gehad voor sport, maar het traplopen ging haar ineens heel goed af. Terwijl ze de trap opliep ging één, twee, drie, vier keer de GSM over Stefanie telde mee ze had tot zeven om bij de telefoon te komen. Bij tel vijf had ze het ding te grazen. Een Frans telefoonnummer. Haar hart liet één tel het ritme vallen om meteen daarna weer aan te trekken.

“Met mij”, de stem van haar vader, “hoe is het geweest?” Stefanie kon haar teleurstelling nauwelijks verbergen, maar wist nog snel haar stem naar blij om te schakelen. Ze vertelde het verhaal van de avond nu voor een derde keer en bedacht dat ze de volgende keer misschien haar laptop mee moest nemen, een verslagje schrijven en het meteen na de afspraak doorsturen. Ze hoorde zichzelf het verhaal vertellen van aankomst in het hotel tot aan het ontbijt.
“Van waar bel jij nu paps?”
“Uit Parijs, lieveling, ik ben hier voor het werk”.

Stefanie voelde een aandrang om de auto te laten voorrijden en haar vader achterna te reizen naar de lichtstad maar ze besefte dat Frédéric er helemaal niet zou zijn. Ze wilde haar vader een goede avond wensen toen ze een vrouwenstem iets hoorde roepen. “Waar ben je paps”, vroeg Stefanie haast fluisterend. “In de vergaderruimte van het hotel, we doen hier straks nog een meeting, ik zie je zondag”.

Stefanie legde dicht en bleef nog even op de rand van haar bed zitten. Haar vader had vreemd geklonken vond ze ineens en wie was die vrouw op de achtergrond? Ze herkende de stem maar kon er geen vinger op leggen.

Stefanies moeder trok inmiddels aan de bel. Stefanie vond het een stom systeem maar haar moeder was altijd van het principe geweest dat er in huis niet mocht worden geroepen. Niet dat het daarbuiten toegestaan was, maar binnen was het uitdrukkelijk verboden. Daarom was er in de gang een bel geïnstalleerd. Met een zacht trekken aan de koord weerklonk door het hele huis een getingel waar Stefanie zenuwachtig van werd en dat iedereen opriep om aan tafel te komen of om zich naar beneden te begeven omdat er vertrokken moest worden. Stefanie vermoedde dat het eten geserveerd zou worden.

Ze nam voor de zekerheid haar GSM mee naar beneden en zette het ding op trilstand. Hoewel telefoons in de regel werden uitgeschakeld wanneer er gegeten werd, zou haar moeder in dit geval wel begripvol zijn, dacht Stefanie.

De telefoon ging niet over, het eten verliep in een ongebruikelijke stilte. Zeker met haar geslaagde date had ze haar moeder iets praatgrager verwacht, al was het maar om het laatste detail van haar afspraak te weten te komen. “Je vader is naar Parijs”, meldde haar moeder ineens, strak en droog, “ik heb er geen goed gevoel bij, hij is zo afwezig de laatste tijd”. De vrouwenstem die Stefanie aan de telefoon had gehoord, flitste door haar hoofd, ze verslikte zich haast in haar reepje quornfilet. Ze herstelde zich snel.

“Hij is toch vaak in het buitenland”, stootte Stefanie eruit. Haar moeder was niet overtuigd. “Vroeger had ik zijn planning voor drie maand ver, nu moet hij vaak op het laatste moment overwerken of moet hij inspringen voor een zieke collega of gaat hij naar congressen waar hij de naam telkens weer van vergeet”. Stefanies moeder trok een zorgelijk gezicht, haar ogen werden vochtig.

Er was meer aan de hand, dat zag Stefanie zo. “Het zou niet de eerste man zijn”, besloot haar moeder met een zucht. Ze stond op en ruimde haar bord op. Het was woensdag dus ging ze sporten, dat wist Stefanie. Normaal bleef ze echter aan tafel tot iedereen klaar was. Ze verdween snel de trap op, kwam terug, telefoon in de ene, sporttas in de andere hand.

Die avond belde Frédéric nog op. Toen Stefanie ophing voelde ze zich belabberd. De situatie met haar moeder, de afstand tot Frederic. Coup de foudre? Alles aan haar was op drie dagen tijd van absolute zekerheid tot absolute chaos verworden. Zij, Frédéric, haar vader, de vrouwenstem, haar moeder, de tranen.

Stefanie trok haar jurk uit en legde zich op het bed. Ze keek naar het plafond. Dommelde in.

Het gat van Pandora

Wat je noemt een zware bevalling, dit nieuwe nanowrimoverhaal. Het is te zeggen. Deze middag zo rond een uur of vijf had ik mijn verhaal klaar. Tot ik het doorstuurde ter nalezing en goedkeuring.

Omdat het zondag is en ik best wel wat tijd wil investeren in mijn verhalen, vond ik het nodig mij aan een experimentje te wagen. Het bleek om een mislukt experiment te gaan. In december of volgend jaar, herwerk ik die editie wel een keer en leg ik het u voor.

Dit verhaal is dus het B-verhaal. Minder tijd ingestoken, niet erg origineel. Maar wel 1872 woorden. Waarmee ik weer ruim boven mijn quotum uitkom. Kwantiteit en kwaliteit. Het blijft een dunnen lijn om te bewandelen tijdens zo’n nanowrimo-maand.

Het gat van Pandora

Benno Snijers zit op een bankje aan de rand van het water. Hij schuift zijn laptop uit zijn hoes, neemt hem op schoot en kijkt naar de onmetelijke waterplas. Sinds zijn vrouw is overleden, heeft hij geen woord meer op papier gezet. Maar hij is er vast van overtuigd dat hij vandaag opnieuw een verhaal zal neerpennen. Een kortverhaal of een stuk poëzie. Iets wat tastbaar is. Iets wat hij naar zijn uitgever op zal kunnen sturen ook. Zijn vaste uitgever doet de laatste tijd vervelend. Als hij niet snel wat zou kunnen voorleggen, dan zou zijn contract herbekeken worden. Dat ‘herbekeken’ had de uitgever vergezeld laten gaan van het bekende aanhalingstekengebaar, daarmee volstrekt duidelijk makend dat het schrijven of de deur zou worden.

Zijn uitgever had hem vijf jaar geleden met luide trom als nieuwe auteur binnengehaald. Het succes van zijn laatste boek was op dat moment tot in de hoogste regionen doorgedrongen, maar hoewel de directeur-generaal zijn literaire kwaliteiten op de druk bijgewoonde persbijeenkomst bewierookte, wist Benno wist dat hij níét daarvoor werd binnengehaald. Hij was samen met zijn uitgeverij overgenomen. In feite was hij zelfs de enige reden geweest waarom de uitgeefmastodont überhaupt geïnteresseerd was in de activiteiten van zijn voormalige pleitbezorger.

Zijn succes was er niet zonder slag of stoot gekomen. Zijn eerste boeken waren hoofdzakelijk door bibliotheken aangekocht om aan de quota voor Vlaamse auteurs te voldoen. Tot hij “Het gat van Pandora” schreef. Een populaire radiojournalist had het boek gelezen en verhief het tijdens zijn ochtendshow tot hét boek dat iedereen gelezen moest hebben. Wat iedereen prompt leek te gaan doen. Voor Benno er erg in had, verscheen zijn hoofd op de voorpagina van populaire weekbladen en gaf hij interviews in populaire talkshows op televisie. Hij maakte plots deel uit van panels op zogenaamd literaire debatten.

“Het gat van Pandora” verkocht als zoete broodjes. Zijn eerdere boeken werden heruitgegeven en in verzamelboxen van de Nederlandstalige literatuur dook zijn naam steeds meer op. Een vervolg drong zich op. Zeker na de overname van de uitgeverij werd de druk om een populair vervolg te produceren steeds groter.

Meerdere keren had zijn uitgever er tijdens het schrijven van zijn nieuwe boek op aangedrongen dezelfde stijl aan te houden als die hij bij “Het Gat van Pandora” had gehanteerd. De iets gewaagdere stukken die Benno er subtiel had proberen doorheen te weven, werden systematisch uit de uiteindelijke versie van het boek geweerd. Op die manier kreeg de uitgever waar hij om gevraagd had. Een vlot leesbaar stuk literatuur met herkenbare personages en een goed, degelijk verhaal dat vooral over de toonbanken zou vliegen.

Op één van de feestjes die de uitgeverij gaf na weer eens een bestseller van een auteur uit hun gelederen had de uitgever het Benno eens uitgelegd. Niet in het minst geremd door de grote hoeveelheid alcohol die hij gedurende de avond al achterover had gewerkt, deed hij Benno versteld staan. “Een goed verhaal, wie zoekt een goed verhaal?”, had hij geroepen, “goed verkopen doe je met marketing, niet achter je schrijftafel. Kijk maar naar die Dan Brown. Niet slecht geschreven hoor, maar nu ook weer niet dat je zegt van…” Hij zocht even naar woorden: “ach je weet wel, die Brown is geen Shakespeare en dat ben jij ook niet, dat moet je je maar eens gaan realiseren.”

Toch had Benno na het tweede succesverhaal zijn stoute schoenen aangetrokken, was op zijn uitgever afgestapt en had hem gevraagd of hij met zijn volgende boek wat meer zijn eigen ding mocht gaan doen. Het schrijven op bestelling van het tweede succesboek was hem zwaar gevallen en het zou nu of nooit worden als hij nog eens een literaire prijs wou veroveren. Dat laatste had zijn uitgever overtuigd. Of je nu boeken verkoopt door de marketingdeal die je hebt met een radiozender, of je haalt je cijfers door prijskapers in huis te hebben, cijfers zijn cijfers, dat argument konden ze boven ook begrijpen.

Benno zette zich aan het schrijven van wat zijn meesterwerk moest gaan worden. Hij was tenslotte al 63 en als hij het nu niet zou schrijven, dan zou het wel nooit meer gebeuren. De Shakespeareuitstpraak van zijn uitgever bleef wel in zijn achterhoofd hangen, maar eens hij aan de schrijftafel zat voelde hij zich Shakespeare, Dante en Joyce in één. Alleen wilden de harde zinnen niet zo goed komen.

Wanneer zijn vrouw Ella hem midden in de namiddag koffie kwam brengen, viel het hem op hoeveel hij van de gezelligheid hield. Maar daarover wilde hij nu voor één keer niet schrijven. Een verhaal over het alledaagse, dat had hij zijn hele leven al gedaan. Losliggende tegels, guitige loketbedienden met bakkebaarden, gewone mensen met gezellige huizen, vrouwen en kinderen, dat was zijn specialiteit. Deze keer zou hij het anders aanpakken. Dit boek schreef hij voor de geschiedenis.

De eerste stukken die hij aan zijn uitgever afleverde, had hij al eerder, tussen het schrijven van zijn tweede succesroman door, neergepend. De uitgever had ze veelbelovend genoemd en hoewel Benno stellig de indruk kreeg dat hij er geen woord van had gelezen, had het hem toch een hart onder de riem geleken.

Toen de volgende delen wat langer op zich deden wachten, was zijn uitgever ongeduldiger geworden. Benno had na verontruste e-mails enkele oproepen op zijn GSM gekregen. Meestal had hij impulsief naar de rode knop van zijn toestel getast. Aan voicemails deed hij niet mee.

Intussen ging het met de gezondheid van zijn vrouw bergaf. Aan het begin van het jaar werd een tumor bij haar vastgesteld. “Goedaardig”, had de behandelende arts hen toen gerustgesteld. Maar er zouden geen risico’s worden genomen. Een operatie bracht uitzaaiingen aan het licht en Ella moest in het ziekenhuis blijven. Ze zou nog twee keer naar huis komen. De eerste keer om te bekomen van haar eerste kuur, de tweede keer kort voor haar dood.

Benno hield ervan om ergens in de stad te zitten schrijven. Hij koos zijn plekken strategisch uit. Hij hield zich vaak op in het Centraal Station. Het verwelkomen, het uitwuiven. Altijd die staat van gehaastheid. “Het leven wordt geregeerd door klokken,” zei hij tegen Ella, toen hij haar meenam voor de middagkoffie in het stationsbuffet. De zaal was uitgerust met stationsklokken in verschillende groottes en verschillende stijlen.

Ook de cafés in het centrum van de stad waren plaatsen waar hij vaak kwam. Hij bestelde dan een koffie aan de bar en keek rustig in het rond. Terwijl de man of vrouw achter de toog aan de gang ging met het koffieapparaat, liet hij zijn ogen door het café dwalen, op zoek naar interessante personages. Dan zette hij zich aan een tafeltje, haalde zijn schrijfblok van tussen zijn krant, legde die zo onopvallend mogelijk op zijn schoot en begon aan het kruiswoordraadsel. Tussen 6 verticaal en 7 horizontaal liet hij zijn pen naar het papier zakken op zijn schoot zakken en schreef enkele woorden op.

Sinds hij zich een laptop had aangeschaft -zijn schrijfijzer, zoals hij hem steevast noemde- viel hij wat meer op, maar de meeste stamgasten van de cafés die hij bezocht waren eerder terughoudend. Wanneer hij aan de toog zijn koffie bestelde, hoorde hij wel eens een opmerking of werd hij herkend door een toevallige passant die dan met hem op de foto wilde. Meestal echter ging hij in het decor op en achter het scherm van zijn laptop kon hij schrijven wat hij wilde.

Toen Ella werd opgenomen, zat hij vaak in de cafetaria van het ziekenhuis te schrijven. Eén van de als verpleegster geklede diensters meldde zich op de tweede dag van Ella’s verblijf aan zijn tafeltje. “U bent Benno Snijers”, zei ze heel matter-of-factly, “ik heb het gehoord van uw vrouw, ik wens haar veel beterschap”. Benno had bedankt. Ze had zich als één van zijn trouwste fans laten kennen. “Nog voor u bekend was, had ik al uw boeken gelezen”, zei ze trots.

De volgende dag had ze die één na één laten tekenen. Sommige zagen er gloednieuw en ongelezen uit, maar Benno tekende ze met dezelfde glimlach. In sommige schreef hij een opdracht. Meestal in het thema van het boek. In zijn laatste boek schreef hij: “Waarover moet mijn volgende boek gaan?”. Hij zette er het e-mailadres voor fanmail onder dat de uitgever voor hem had aangemaakt en waaruit hij maandelijks een selectie van de grappigste, aangrijpendste en idiootste opmerkingen kreeg doorgestuurd.

De ziekenhuisomgeving kon hem echter niet inspireren voor zijn nieuwe werk. De omgeving nodigde nochtans niet uit om over alledaagse besognes te gaan schrijven. Het trieste en het zwarte dat hij tussen de bezoeken aan Ella door op papier zette, schrapte hij telkens weer wanneer de hoop op haar herstel opflakkerde. “Het is geen tijd voor zwartdenken”, dacht hij bij zichzelf en tot zijn grote ontzetting begon hij weer over lampenkappen met bloemmotief en losliggende dorpels van cafés te schrijven. Ook dat materiaal schrapte hij. Dit keer wanneer de voorspellingen van doktoren opnieuw in de negatieve richting uitsloegen.

Steeds vaker hield hij zich bezig met niets schrijven. Steeds vaker zat hij uren aan een stuk te kijken naar het af- en aanrijden van ambulances en auto’s op de parking van het ziekenhuis. Op de duur liet hij zijn laptop gewoon thuis wanneer hij naar het ziekenhuis vertrok. Op die manier werd hij ook niet geconfronteerd met de nu haast eindeloos geworden eisen en smeekbedes van zijn uitgever om nieuw en uitgeefbaar materiaal.

Toen Ella stierf, zat hij achter een koud geworden koffie naar het koude inox van de ziekenhuiskeuken te staren. De dienster-verpleegster kwam naast hem staan. “Het spijt me”, zei ze. Ze legde even haar hand op zijn schouder en verdween.

Zijn uitgever had het een goede gelegenheid gevonden om de aandacht rond zijn persoon, die nu toch al enkele maanden aan het slabakken was gegaan, opnieuw op te krikken. Hij had enkele bladen gebeld met het nieuws over het tragische en onverwacht snelle overlijden van mevrouw Ella Snijers, vrouw van succesauteur Benno.
Benno ging er uiteindelijk mee akkoord om één enkel interview toe te staan. Een interview dat op dinsdag als exclusief werd aangekondigd in het weekblad dat daarvoor had betaald. En dat geheel of ten dele en al even exclusief werd overgenomen door de niet-betalende concurrentie.

Het was even een rel geweest tussen Benno en zijn uitgever. Die had hem op zijn contractuele verplichtingen gewezen en daarmee was voor hem de kous af geweest. In één adem had hij Benno gevraagd of hij nu nog wel schrijver wou zijn. Benno had bevestigend geantwoord. Dat was gisteren.

Vandaag zit hij met opgeladen laptop op de plaats waar hij zijn eerste verhaal heeft geschreven. Aan de kant van het water.

Sponsor