Archive for the 'gelezen om te schrijven' Category

Tussen brievenroman en businessmodel: Onder de deur

Of ik een boek wilde lezen? Dat wil ik. Vaker dan ik kan. Of ik dan een review wilde schrijven? Voor wat, hoort wat. Dus kreeg ik een pak A4 papier (het boek was nog niet gedrukt) met een persoonlijke en handgeschreven brief van de auteur en ik voelde me speciaal om dat zo te kunnen doen.

Onder de deur is een experiment. Een experiment waarbij de auteur van het boek met elf interessante mensen elf abdijen aandoet waar ze een weekend lang elk een kamer betrekken, deelnemen aan het abdijleven en (essentieel voor het boek) brieven aan elkaar schrijven die ze dan onder de deur van de andere kamer schuiven. Een brievenroman, quoi.

Jammergenoeg is de uitwerking van dit op zich interessante experiment heel wat minder geslaagd. Op de boekvoorstelling werd benadrukt dat het geen literair boek is geworden. Wegens het associatieve van de brieven en het verschillende schrijfniveau van de verschillende kloostergangers. De bui.

Dat is het inderdaad niet geworden. De vraag is of het überhaupt een echt boek is dat bedoeld is voor het publiek. Zo word je op bepaalde momenten in de verwarring gebracht door gesprekken die gevoerd werden in de gang of de tuin. Is de context en relaties van de verschillende kloostergangers tot de auteur niet altijd even duidelijk.

Op zich is dat geen probleem. Dat wordt het wel als je daardoor enkele brieven niet of nauwelijks bevat maar toch een proeve van uitleg wordt gegeven. Op deze manier blijft het te braaf. Te gelikt. Te businessboek.

Aan het eind van elk hoofdstuk blijf je ook op je honger zitten. Twee dagen is te kort om de pennen los te laten komen. Zeker als er tussen het brieven schrijven door nog gegeten, gevesperd en gelaud moet worden. Als er misvieringen zijn en psalmen dienen te worden gezongen. De kracht van het kloosterleven zit ‘m in het ritueel. De altijd tikkende klok. Het boek biedt geen ruimte om die metronoom bloot te leggen om er dan met brieven een kras over te maken.

Het is als een gesprek tussen twee bekenden die elkaar na lange tijd terugzien. Aankomen. Begroeten. Hoe gaat het? Goed. Herinneringen. Verhalen. Nu. Toen. Vergelijkingen. Je kent elkaar te goed, het is te lang geleden om te zeggen ‘het gaat niet zo goed met me’. Je voelt als buitenstaander dat het er hangt maar niemand spreekt het uit. Ook hier: op zich geen probleem maar dan moet die spanning uitgewerkt worden.

Het boek is de aanzet voor een businessmodel. Dat voel je van kilometers ver aankomen. Geen hoofdstuk gaat voorbij of er is wel sprake van de trainingswereld. Geen kans wordt onbenut gelaten om een bruggetje naar het bedrijfsleven te maken.

Als lezer haal ik er niet genoeg uit om heel diep na te denken over domeinen die de mijne niet zijn. Dat had met een duidelijker focus op ‘dit moet een businessboek over verschillende domeinen zijn’ wel gekund. Er wordt gepraat over verschillende werkdomeinen. Er zijn gedachtensprongen naar de abstractie van de kerk. Er wordt over persoonlijke dingen gepraat. Al bij al blijft het braaf en blijft het vaak steken bij clichés.

Een aanzet tot een businessmodel en de aanzet tot brievenroman leveren samen helaas geen boek op. Het boek dat vandaag in de boekhandel ligt is het bronnenmateriaal. Voor een boek of een roman. Niet het boek op zich. Misschien was het beter een persoonlijk document was geweest dat de kloostergangers voor het nageslacht zouden bewaren. Of de bron voor een écht boek.

Hier bij mij liggen twee exemplaren van het boek. Eén komt in de bibliotheek van Flanders DC, mag je in onze tuin komen lezen. Het andere mag jij hebben. Als je mij een reden mailt waarom je het wil lezen.

The long tail

Zowat twee eeuwen geleden heb ik ‘The long tail’ van Chris Anderson gelezen. De mens die je moet kennen van Wired en van zijn boek Free, wat zowat één van de meest ongelezen gratis e-books ter wereld moet zijn.

Enfin. In een niet zo ver verleden schreef de man eens een blogpost en het bleek er een van de geniale soort. Er werd besloten een boek van te maken. Zijn ontdekking of enfin, wat hij in een concept wist te gieten werd ‘The long tail’ gedoopt.

Een economisch concept, compleet met grafiek en alles dat aantoont dat je niet alleen met blockbusters veel centen kan verdienen maar dat er, vooral dankzij het internet, een wereldmarkt is ontstaan dat je zelfs met producten waar slechts een minderheid in geïnteresseerd is, ook nog centen kan verdienen.

Concreet -en misschien meest voor de hand liggend voorbeeld- is muziek. Lady Gaga en Justin Bieber mogen dan met het slijk der aarde gaan lopen, jouw underground hardcore label kan aan het uiterste spectrum van de long tail nog succes kennen en meer dan de achtergelaten kruimels oppikken.

Interessant gegeven. Zat je te wachten op een maar? Komtie: interessant gegeven maar meer een blogpostreeks voor mensen die zelf liever niet nadenken. De antwoorden op examenvragen misschien. Na het uitleggen van het concept, past Anderson het toe op een reeks voorbeelden. Van de muziekindustrie en de film tot marketing.

Allemaal keurige voorbeelden maar eens je voorbij de derde reeks voorbeelden bent, heb je de modus wel door. Eens voorbij het laatste hoofdstuk zie je zelf overal long tails.

Misschien is dat wel de sterkte van het boek. Dat het net lang genoeg duurt om je te laten kijken. Misschien is dat wel de sterkte van een lange reeks voorbeelden, dat je ineens zelf kijkt. Anders kijkt. Dat je je bewust wordt van je niche. Dat die groter is dan je zelf denkt.

Of je daar een boek voor nodig hebt, is weer een andere zaak.

The Conversity Model. Gelezen en gekeurd.

Clo schreef een boek in een week en ik zei dat ik dat toch niet heel luid zou roepen. Clo schreef een boek en het moet $31 kosten op Amazon Kindle en ik zei dat ik dat veel vond. Clo schreef een boek en ik vond de Kindle sample niet overtuigend genoeg om mijn portefeuille open te trekken.

Clo is een madam. Ze luistert naar haar netwerk en naar tech45 blijkbaar. Ze schoof me een reviewexemplaar toe. Leest ende oordeelt. Sportief vind ik dat.

Vond ik het mijn tijd waard? Ja. Vond ik het een bruikbaar boek? Ja. Ben ik enthousiast? Neen. Het is niet mijn boek. Het boek is te veel howto en te technologisch geïnspireerd. Hoe ik geld kan verdienen met social media, tenslotte de ondertitel van het boek, is mij na het lezen jammergenoeg niet duidelijk geworden.

Het zal met verwachtingen te maken hebben. Een boek dat met wat aplomb wordt voorgesteld. Een ronkende titel. Het schrijven in een week. Misschien zit daar echt wel het probleem. Het conversity model is niet zozeer een model als wel een bloemlezing uit de verschenen literatuur. Om het wat populair te zeggen: het is een postmoderne collage. Een aantal boeken wordt zelfs nogal omstandig geciteerd.

Regelmatig verwijst Clo naar interviews die ze had met niet de minsten. Seth Godin die haar aanmaande om een boek te schrijven en Charlene Li die haar de waarde van stakeholders mee leerde kennen. Ze haalt regelmatig de klassiekers uit het genre zoals The Facebook Effect en The Cluetrain Manifesto aan en hoewel ze op de persconferentie nog liet vallen verder te willen bouwen op The Conversation Manager, wordt dit boek niet aangehaald.

Daar zit misschien de clou van dit boek. Conversity is een line extension van Sanoma. Het boek is mee een visitekaartje voor het bedrijf. Een boek doet het altijd goed als uithangbord. En The Conversation Manager is in die optiek een concurrent want Insites.

Jammergenoeg is Clo of niet genoeg tijd vergund of werd het boek niet in die mate belangrijk geacht dat het helemaal af af moest zijn. Als ik dingen lees als “I am not sure about Belgium or the Netherlands, but in most countries it is illegal to falsely pretend to be a customer in social media” dan verwacht ik in de volgende zin de mening van een advocaat of een rechter over precedenten of analogieën. Wanneer ik meerdere definities knip en plak uit wikipedia zie komen, dan gaat mijn wetenschapsachtergrond opspelen.

Als ik een doelgroep voor het boek zou moeten aangeven, dan zouden dat de social media net-niet-meer-beginners zijn. De mensen aan wie je niet meer moet vertellen dat twitter uit 140 karakters bestaat maar die wel nog nood hebben aan een mooie uitleg over hashtags.

Het is een boek om aan je manager die niet zoveel van social media moet weten mee te geven. Kan die mens (m/v) zichzelf overtuigen dat het waarde heeft. Als Social Media Professional (term eerlijk gestolen bij Saskia) ga je er niet van achtersteboven in de sofa van liggen. Daarvoor zijn de aangehaalde voorbeelden niet doorwerkt genoeg, is het teveel succesverhaal en netwerken en te weinig leren.

Is dat jammer? Ja en neen. Het is wat jammer dat het geld verdienen met social media niet volledig uit de verf komt. Het is wat jammer dat er geen écht nieuwe inzichten naar voor worden geschoven. Het is wat jammer dat het teveel op technologiemaat is geschreven.

Het is met een boek zoals met wijn. Je kan dat jammer vinden. Je kan je daarbij neerleggen.

The Shallows: What we are doing to our brains

De Nederlandse vertaling van The Shallows, het boek van cultuurpessimist Nicholas Carr, ligt in de boekhandel. Je vindt het boek onder de O van ‘Het Ondiepe’. Er stond wat over in het nieuwe Knack wereldtijdschrift. Ik mocht daar in de marge een quote meegeven over infobesitas.

Een tijd geleden kocht ik het boek in het Engels voor de Kindle en hups, het is uit. Een week of twee al. Mijn blogpost heeft wegens drukte en andere interessante onderwerpen wat vertraging opgelopen. Of u het boek moet lezen? Ja en neen. Zoals dat zo vaak gaat.

Carr’s boek begint met enerzijds een persoonlijke en anderzijds een algemene geschiedenis van de evolutie van de media. Van het gesproken woord over het legendarische weigeren van schrift door Socrates, langsheen Gutenberg tot het huidige, knip- en plak en googletijdperk.

Denk je dat er na de langgerekte inleiding van vergissingen enkel kan volgen dat het allemaal zo’n vaart wel niet zal lopen, dan ben je verkeerd. Ons geheugen is in tegenstelling tot Socrates’ vrees immers helemaal niet verdwenen met de intrede van het schrift. Het lezen van boeken is in het huidige google- twitter en socialmediatijdperk weer helemaal in. Kijk maar eens naar de dagelijkse updates van je goodreads vrienden.

Het boek is een uitwerking van Carr’s artikel met de zeer klikbare titel ‘Is google making us stupid?’ in The Atlantic Magazine uit 2008. Carr zag zichzelf afglijden naar een consument van flarden tekst, zag dj’s aan de slag gaan met flarden muziek en kwam nauwelijks nog aan diep lezen toe. Je kan het hem in dit tijdgewrocht van veranderingen niet kwalijk nemen daarover in paniek te geraken.

Door een persoonlijk probleem echter tot een universeel probleem te verheffen, een uitdaging tot het begin van de eindtijd van de mensheid uit te roepen, maakt Carr echter de fout die hij in het begin van zijn boek beschrijft. Bij de intrede van een nieuwe techniek past de mens zich aan. The content of a new medium is an old medium, only different in form and use.

De verdienste van Carr’s boek ligt erin dat het aan het denken zet over de negatieve aspecten van al dat partieel lezen. Het legt de vinger op enkele dingen die je zelf wel weet. Titel en inleiding zijn de spiegel van de inhoud van de tekst. Dat verwachten we vandaag niet alleen, dat eisen we. Een tweet moet een verhaal in 140 karakters bevatten.

Maar Carr is te eenzijdig technologisch deterministisch. Het internet bestaat uit losse stukjes die in en door elkaar worden geweven, blogposts zijn korter dan boeken en tweets zijn nog populairder dan blogposts, dus moet het wel bergaf gaan met onze kennis en onze mogelijkheid lange teksten te lezen. De ondertitel van het boek luidt ‘What the Internet Is Doing to Our Brains’, wat misschien intellectueel niet helemaal eerlijk is. Misschien moet het wel zijn ‘What we are doing to our brains at this moment because we have no clue how to handle this new medium yet’. Maar echt goed bekken doet dat niet.

Dat onze hersenen veranderen mag dan op het eerste zicht beangstigend toeschijnen -en Carr doet ook zijn best om het wat beangstigend over te laten komen- het is een volstrekt natuurlijk proces dat behoorlijk gedocumenteerd is. Dat hij wat voorbijgaat aan het sociologische aspect van de zaak mag vreemd worden genoemd.

Zelf geloof ik nogal dat het goed komt met die hersenen van ons en dat we met dat internet op dit moment geen blijf weten, dat kan en wil ik gerust nog wel op onze hersenen afschuiven. We zijn in grote mate nog jagers- verzamelaars die in een zelfgecreëerde samenleving terecht zijn gekomen waar we zelf nog niet helemaal uit zijn wat we er nu net mee moeten.

Dat je lijf dan even een inhaalslag moet maken als er zoiets op je afkomt als het internet met meer informatie dan ooit tevoren. Dat er nieuwe manieren moeten gevonden worden, niet alleen om samen te leven met anderen maar ook met onszelf en de omgeving lijkt me volstrekt normaal.

Boekje kopen bij Amazon? Via deze link heb ik er ook wat aan.

I live in the future and here is how it works

Nick Bilton was mij vooral bekend van de New York Times Bits blog en dus van mijn RSS-lezer. Op wandel door de Amazon boekenwinkel kwam ik het als bij toeval tegen. Niet dus. Dat aanbevelingsalgoritme van Amazon zit echt wel goed in elkaar.

Sample aangevraagd (best handig, ook voor niet Kindle gebruikers trouwens, kan je via een windows of apple programma’tje) en gelezen. Goed bevonden. Boekje helemaal besteld en twee minuten later aan het lezen. Een gemak, dat e-lezen.

Het boekje is geen literair meesterwerk. Dat moet gezegd. Bilton doet het verhaal van hoe hij als redacteur bij de Times besluit zijn papieren krant op te zeggen omdat hij niet meer aan lezen toekomt en het nieuws op zich toch al heeft gehoord. Dat vertelt hij dan op een congres en hij krijgt tegen zijn buzze. Vernieuwend is het ook al niet denk je dan misschien. Met die toekomst valt het allemaal nogal mee.

Toch is het een interessant werkstukje. Niet alleen omdat er aan het begin van elk hoofdstuk een QR-code staat die verwijst naar bijkomende informatie en de weblinks in het boek werken. Dat op zich al is een vernieuwende ervaring. Dat je zo’n boek zit te lezen en dan overschakelt naar je telefoon of je browser.

Vraagje voor amazon-google tussendoor: er bestaat al een chrome-to-phone functie, ik zou een Kindle-to-chrome toepassing ook niet mis vinden. Misschien gewoon hopen dat Stef zich een Kindle aanschaft. Dan komt dat er wel ;-)

I live in the future heeft één grote verdienste, het zet dingen die je vaak al weet (we gaan veel meer online lezen, papier zal nog wel een tijd bestaan) in perspectief en het geeft meteen ook een inkijk naar de achterkant van zo’n krant. Daar heb je soms het gevoel dat hij dit beter als niet-werknemer had geschreven. Soms denk ik: “trap toch nou es door man, ofwel schrijf je dit boek of je schrijft een interne nota, ik ben jouw publiek, niet je werkgever”.

Waarom moet je het boekje dan lezen. Wel. Voor de body. Om de dingen die je zo logisch vindt en vertelt en alle dagen ziet in een ruimer kader te zien. Voor de achtergrond en om een aantal dingen die je weet met een onderzoekje te staven.

Je kan het boekje hier vinden bij Amazon

Sponsor