Currently viewing the category: "iedereen heeft recht op mijn mening"

Er waart een spook door internet, zo heft een artikel dat vrijdag verscheen op De Wereld Morgen aan. Vier Amerikaanse grootmachten worden genoemd als onderdeel van het doorluchtige wezen. Amazon, Apple, Facebook en Google.

Een vluchtige blik door mijn woonkamer. Kindle. Macbook. Twee iPods. Twee Android telefoons. Het is gedeeltelijk voor mijn werk dat ik op facebook woon, google zorgt voor mijn boodschappenlijstjes, mijn wegbeschrijvingen, vindt voor mij wat ik zoek en host één van mijn blogs.

Wat dan volgt is een heel vreemde bocht. De grote vier leggen de Angelsaksische waarden en normen op waarbij geen tepel gezien mag worden, waarin pagina’s verwijderd worden en apps geweigerd, waarin zoekresultaten automa… (sorrry, dat is men vergeten). Niet te vergeten: hun onwaarschijnlijke marktaandeel.

Dat zorgt voor een verschraling van de markt en van de cultuur, zo wordt gezegd. Gelukkig valt het de bedrijven zelf niet aan te smeren maar zijn de mainstreammedia de schuldige. Die hebben immers nood aan hypes die ze dan kunnen propageren wat hen hipper laat uitschijnen dan ze zijn en de grote vier opnieuw wat groter maakt.

Dus moeten er regels komen. Europees of andere. Om andere initiatieven zuurstof te geven. Om de verschraling tegen te gaan. Meer regels voor meer vrijheid. Hoe vreemd het ook mag klinken, soms klopt het plaatje.

Maar wat is hier juist het probleem vraagt een mens zich af. Voor mensen die geen facebook willen, is er netlog of hyves, ik weet dat uw vrienden daar niet zitten maar dat ligt aan die vrienden, niet aan facebook. Voor mensen die geen boeken willen kopen bij Amazon zijn er tig boekhandels, elektronisch of analoog gelijk. Er zijn meer zoekmachines dan Google en Dell en HP zullen u met een even brede glimlach een PC aan de hand doen.

Twee weken geleden kon ik via Amazon het Communistisch manifest gratis downloaden om te lezen op de Kindle. Net als de Amerika-kritische boeken en DVD’s van Michael Moore. Zelfs met een iPad kan je tepels kijken zoveel je wil, als je de browser maar wil gebruiken. Google vult dan misschien niet automatisch jouw zoekterm aan, als je zover bent weet je wel wat je zoekt, niet?

Op facebook zitten ook minderjarigen. Moeten die echt? In de naam van cultuur? Google houdt meer lokale blogs in de lucht dan je je kan inbeelden en buren vinden elkaar op facebook. Hoezo Amerikaanse dominantie? The medium is the message opnieuw verkeerd begrepen?

Het zijn de mensen, de aandeelhouders, de consumenten die keuzes hebben gemaakt. Wild venture capital kapitalisme leidt blijkbaar tot monopolisering zo blijkt. Daar waren we nog niet achter.

De Wereld Morgen bezondigt zich bij monde van haar auteurs aan dezelfde fout die ze de mainstream media aanwrijft. Een focus op een aantal in het oog springende bedrijven en hun producten die tot de verbeelding spreken en pageviews en handtekeningen opleveren. A man can’t be too careful in the choice of his enemies.

De auteurs van de petitietekst zoeken een strategie waar er geen is. Jobs, Page, Bezos en Zuckerberg hebben alleen aandeelhouders, concurrentie en markten in hun nek. Geen sociologen of antropologen.

Ik had liever een artikel gezien over het feit dat de e-readers bij ons zo duur zijn dat ik ze voor de helft van de prijs uit Amerika kan laten komen. Welke inspanningen er door de Belgische uitgeverijen is gedaan om Dimitri Verhulst in de Amazon-rekken te krijgen.

Een artikel over hoe Netlog en hyves falen om tot de verbeelding te spreken, over hoeveel aandacht Apple in de media krijgt en dan gaat het mij niet om cultuur maar om centen. Een artikel over hoeveel Europa nu al heeft geïnvesteerd in zoekmachines die er nooit zijn gekomen?

Zijn we op weg naar een Amerikaanse monocultuur? Ik denk het niet. Dat is doemdenken. Want er zijn alternatieven. De situatie waarin we ons bevinden, is voor een groot stuk bepaald door de consument. Kapitalisme is een bitch. Ze bestieren een hel.

Tot nader order lijkt mij het het minst slechte systeem.

Tagged with:
 

Op 1 en 2 januari werkte de wekker van de iPhone niet. U heeft er vast van gehoord, zowel VRT als VTM hadden het in hun journaals steken. De radiozenders hadden het erover. Ook in de eerste krantenedities van 2011 werd het geval besproken.

Leuk fait divers. Een telefoon van een dikke zeshonderd euro zonder betrouwbaar alarm. Maar om daar nu een item aan te wijden, compleet met beeld en voiceover en wat nog allemaal niet? Om daar een artikel met foto en alles over af te drukken. Nee toch zeker? Een vermelding in de marge. Een weggevertje op het eind van de uitzending. Hoeveel van die toestellen zijn er verkocht? Hoeveel procent van de Belgen?

Eigenlijk ben ik het beu. Ik heb het al een paar keer gezegd tijdens tech45 maar op digitaal papier leest dat altijd wat harder: er heerst een dictaat van de iToestellen. Begrijp me niet verkeerd. De iPad is een goed toestel. Meer evolutionair dan revolutionair maar toch. De iPhone een goede telefoon. Het was een revolutionair toestel dat de mobieletelefoonmarkt volledig op zijn kop heeft gezet.

Maar trop is teveel. Elke krant heeft intussen zijn iApp. Dat noemen we vooruitgang en daar ben ik voor. Dat de concrete uitvoering nog niet op punt staat, vergeef ik de krantenuitgevers. De markt is klein en de marges zijn niet meer wat ze geweest zijn.

Wat mij stoort is de overmatige aandacht die de toestellen krijgen in de media. Elk nieuw toestel is nieuws, elk kwartaalresultaat een item waard. Het is van iHier en iGinder. Het zou een teken kunnen zijn dat technologie niet langer als niche-item wordt behandeld maar dat is het niet.

Wanneer Google, de zoekmachine die door 97% van de Belgen* wordt gebruikt, van CEO verandert kan er niet eens een vermelding af. Op de website lukt het nog net. Websites zijn gemakkelijk. Veel makkelijker dan apps trouwens. Je moet er eens een proberen.

*De andere 3% weten niet hoe je de standaard zoekmachine in IE van Bing naar Google kunt veranderen vermoed ik

Tagged with:
 

In de laatste De Standaard van 2010 schrijft Marc Michils van Saatchi & Saatchi Brussel een opiniestuk over wat hij ziet als dé evolutie van 2010. Onder te titel Power to the people wordt uit de doeken gedaan hoe bedrijven en overheden transparant moeten zijn omdat ze anders de consument tegen zich in het harnas jagen.

Onder invloed van internet, radioprogramma’s als Peeters en Pichal en televisieprogramma’s als Volt wordt het inderdaad duidelijk dat de burger zich aan het manifesteren is. Power to the people is echter niet genoeg.

Open overheden. Open bedrijven. Terechte eisen allemaal. Geen verstoppertje meer of achterkamerpolitiek. Helemaal mee eens. De droomwereld die reclame is, doorprikt. Verantwoording voor beslissingen. Luisteren. Bijsturen. Excuses op tijd en stond.

2010 mag dan de opstanding van de burger hebben betekend, 2010 was ook het jaar waarin diezelfde burger zijn privacy bedreigd zag, ook daarop luid riep om rechten en verworvenheden.

Nu wil het feit dat transparantie en privacy elkaar tegensprekende concepten zijn. Zou het fout zijn van bedrijven en overheden om meer transparantie te vragen van medewerkers? Meer transparantie van klanten en stakeholders? Meer transparantie van burgers?

Het is een publiek geheim dat dezelfde burger die aan allerlei alarmbellen gaat hangen en roept om meer tegemoetkomingen van bedrijven, die roept dat de NMBS op tijd moet komen en politici verantwoordelijkheidszin moeten tonen, zelf graag wat minder belastingen betaalt en daar ook het nodige voor onderneemt.

Het Power to the people dat zich in 2010 manifesteerde was eerder een Power to the media. De discussie of de media nu het publiek beïnvloedde in haar vraag naar meer transparantie of vise versa zal wel een kip- of eiverhaal blijven.

De vraag moet echter zijn of wij, als burger ook bereid zijn om meer verantwoording af te leggen. Of het fout zou zijn dat ook wij de hand in eigen boezem steken en ons niet alleen afvragen waar overheden en bedrijven tekort schieten. Moeten we durven zeggen dat we roepen om meer rechten voor de maatschappij maar eigenlijk onszelf bedoelen?

Uiteindelijk zullen ook wij transparantie moeten tonen, willen we dat bedrijven dat ook doen. We eisen vertrouwen maar schenken alleen argwaan. Die situatie is op de lange termijn niet houdbaar. De vraag is alleen: zijn we daar wel klaar voor?

 
De zelfverklaarde geek-politicus (zijn we niet allemaal zelfverklaard geek?) Vincent Van Quickenborne begint serieus op mijn botten te werken. Hij verkondigt de nieuwe politiek maar bezondigt zich aan cliëntelisme van eerste orde.
Probleempje met een overheidsdienst binnen zijn bevoegdheden? Stuur Q een mailtje, hij lost het wel even voor je op. Mensen die de gewone procedure volgen kunnen wachten? Geen idee hoe dat gaat.
Quickie is een liberaal en dus tegen een te zware overheid. Dat is zijn goed recht maar een opgeblazen ballon moet af en toe afgelaten. De tijd is rijp.
Vandaag postte hij op twitter de volgende tweet:

Overheidswebsites. Railtime.be. Gewoon opzoeken wat de volgende treinen Brussel-Kortrijk zijn: onmogelijk. User centric? Gebruik iRailFri Oct 22 10:50:58 via web

Bon. Duidelijke boodschap. Met wat leet-speak doorspekt. Perfecte tweet. Populistisch. Antipolitiek. De NMBS is sedert enige tijd geen overheidsbedrijf meer. Het is een NV. De Belgische staat is de enige aandeelhouder. Dat wel. Maar we gaan liberaliseren en dan krijgen we wel een mobiele website?
Of niet? Liberalisering van het passagiersvervoer in dichte en verre buitenlanden is vaker dan niet op een sisser afgelopen. Of een knal, zoals in Groot-Brittannië. Dat hoor ik Q niet vertellen. Het staat goed om een app te vragen op twitter en open standaarden en alles maar doe mij maar een extra trein naar Antwerpen.
Daarenboven generaliseert Q naar alle overheidswebsites maar maakt hij zichzelf daarmee compleet belachelijk. Railtime.be heeft namelijk nooit de bedoeling gehad om je vertrek- en aankomsttijden van treinen te geven.
Railtime dient om te kijken of een trein vertraging heeft. Om te kijken wanneer je trein komt kan je m.nmbs.be gebruiken. Dat is geen schitterende mobiele site misschien, maar werken doet het wel.
Ambtenaren hebben een deontologische code. Daarin staat dat je loyaal moet zijn aan je organisatie en je minister in het kader van je opdracht. Misschien moet zoiets ook maar eens voor ministers ingevoerd.
Achter al die overheidswebsites zitten namelijk een boel mensen. Mensen die vaak met beperkte middelen en veel overwerk en alles erop en eraan werken voor goeie overheidscommunicatie.
Ik geloof dat die mensen op z’n minst respect verdienen. Slechte website gezien? Neem contact met de betrokken dienst. 9 kansen op 10 is er een goeie reden voor. Ik hoop dat de beleidsdomeinen waarvoor Q verantwoordelijk is allemaal een mobiele website hebben.
 
Een eeuw of drie geleden was ik nog eens op de boekenbeurs. Ik hield er het e-boek vast. De Vlaamse versie van de Kindle en de Sony reader en andere e-ink leesapparaten. Een klein, schattig ding. Een beetje zoals de Kindle. Een beetje. Toen al.
Vandaag staat op de officiële site die het e-boek in Nederlandstalig Vlaanderen moet promoten een nieuwe versie. De eerste e-reader met draadloos internet. Voor de ronde som van € 329,95 is hij van jou. WAT? Driehonderdnegentwintig euro en vijfennegentig cent? Zijn jullie helemaal op jullie kop gevallen? Het eerste toestel met draadloos internet? Een touchscreen? BeBook? Who the fuck is BeBook? Hou toch op.
Ja, ik ben nogal een linkse rakker maar soms moet je de markt de markt laten zijn. Ik ben niet blind en kapitalisme is misschien niet het beste systeem maar het heeft zijn verdiensten. Eén van die verdiensten is dat de markt nogal de neiging heeft dingen te leveren.
Dat je daar, zeker in een klein land aan bij moet sturen is duidelijk. Maar dit is te gek voor woorden. Een kindle kost bij Amazon nog $ 189, voor een versie met 3G (voor de mensen van boek.be: dat is internet dat ook werkt als je niet thuis bent).
Het blijkt een trend. We willen een Vlaamse versie van alles. Zo blijkt. Piet Van Roe en Philippe De Coene menen beiden dat de Vlaamse audiovisuele sector
‘In plaats van onder elkaar oorlogjes uit te vechten, zouden de omroepen en de distributeurs beter samen modellen ontwikkelen om met hun unieke content en technologie weerwerk te bieden tegen internationale platformen als Google TV, Youtube en Facebook.’
Juist ja. Weerwerk bieden tegen Google en Facebook. Facebook, dat is 50 keer België. Baby’s en demente bejaarden inbegrepen. Youtube streamt meer video dan de hele Belgische bevolking ooit kan verwerken. Neen, wij hebben geen Vlaamse Facebook nodig, geen Belgische Youtube, anders keek iedereen wel GarageTV of had een account op Netlog. Geen Vlaams e-boek ook.
Neen, een Vlaamse Youtube zal de audiovisuele sector niet redden. Vooruitgang hou je niet tegen. De vooruitgang wordt, dat is een verschijnsel dat je met wat eenvoudige statistiek kan aantonen, meestal in het buitenland bedacht en al zeker geproduceerd. We focussen op techniek en we vergeten de content.
We hebben geen modellen nodig om het binnen onze grenzen beter te maken maar modellen waarmee we uit onze grenzen kunnen breken. Fata Morgana’s die we kunnen verkopen aan het verre buitenland. We moeten schrijvers van bij ons in de Amazon winkel.
Want, zo realistisch is boek.be dan ook weer. Op hun e-boek website staat Stieg Larson naast Karin Slaughter.