Currently viewing the category: "social media"

Facebook is niet mijn sociale netwerk van voorkeur. Technisch zit dat allemaal helemaal snor en het minste dat je van de like-knop kan zeggen is dat het een overdonderend succes is.

Blijkbaar ben ik niet de enige met die wel eens vragen stelt bij The Social Network. Iemand uit mijn vriendenkring die ik wel kan appreciëren, intelligente mens, nuchtere geest, gooide het dit weekend Facebookberichtgewijs voor de voeten: heeft dat Facebook wel zin?

Wat als ik niet had gereageerd op je bericht? Wat als ik die post niet had geplaatst, had het ene moer uitgemaakt? Is de boom in het midden van het woud gevallen als er geen getuigen zijn?

Volgens mij wel. Ik spreek over de zin, niet over de boom. Los van de techniek waarmee we dat doen en mede door die techniek bepaald. Hij ziet mijn berichten, ik zie die van hem. Dat is geen toeval en veel gebruikers weten dat niet denk ik. Dat Facebook niet zomaar toont wat je vrienden posten maar dat daar een systeem achter zit. Een algoritme, dat berekent ‘hoe vriend’ mensen van elkaar zijn.

Wat Facebook niet bepaalt is ‘wanneer’ we online zijn. Bij Twitter ligt het anders. Een stelling. Een discussie. Een kwartier. Daarna is het gedaan. We komen er niet uit op 140 karakters, agree to disagree. Bij Facebook kan er dagen na de eerste post nog een waardevolle reactie komen. Bij Google+ zouden we de gulden middenweg kunnen vinden, als daar wat meer volk gebruik van zou maken.

De vraag of Facebook zin heeft als vorm van communicatie (en ik spreek dan over het gewone Facebook, niet het messagingsysteem) is volgens mij dan ook de verkeerde. Het is de vraag stellen of het zin heeft op café te gaan met de buren, vrienden en kennissen. Ja. Dat heeft het.
Op voorwaarde dat je bereid bent te praten over politiek, wijk en natuurbehoud op een manier die voor iedereen toegankelijk is. Dat je niet beledigd bent wanneer iemand midden in je betoog over jouw onderwerp zich even excuseert en de handen gaat wassen. Wil je ten gronde discussiëren, dan moet je politiek gaan doen. En dan nog.

Al te vaak scheiden we vandaag ‘what happens online’ met dat wat in de echte wereld gebeurt. Het ‘iemand zei op twitter dat’ en ‘ik zag op facebook’ dat waar ik het hier eerder over had. Die twee zijn in elkaar aan het overlopen en het moet gezegd dat Facebook een goeie beurt maakt in het bepalen van wat ik te zien krijg en wat niet.
De mensen die op regelmatige basis mijn digitale pad kruisen, zijn vaak die mensen die ook mijn ‘analoge’ pad regelmatig kruisen of mensen van wie ik zou willen dat ze dat wat vaker zouden doen maar dat door afstand of andere praktische reden niet doen.

Misschien moeten we ophouden ons de vraag te stellen of die sociale media allemaal wel zin hebben maar onze vraag verleggen naar ‘met welk medium willen en kunnen we wat doen’. Dat zou een hoop teleurstellingen en communicatiefrustraties vermijden.

 

 

Is Twitter:

a) een plaats om te zagen over werkgevers of leveranciers
b) een plaats waar je vragen kan oplossen zonder Google
c) een plek om een product of jezelf te promoten
d) een plek om aan werk te geraken zonder sollicitatiebrieven te schrijven
e) een sociaal platform

Update: Wat Roxanne zegt

Tagged with:
 

Sedert Path 2.0 gelanceerd is, regent het in mijn mailbox invites om vriend te worden. Daar ben ik altijd heel blij om. De populaire uithangen, ik ben daar wel voor. En dat is mijn probleem met Path. Was. Is.

Je mag daar nu 150 vrienden hebben, bij die mensen. Vroeger waren er dat maar 50. Die uitbreiding, dat zal wel met servers te maken hebben veronderstel ik. Het neemt meteen ook de charme weg. Vind ik. Je hoeft niet meer echt te kiezen.

Tenzij. Tenzij je denkt: als ik dit nu eens voor echte vrienden gebruikte en mij echt op 50 zou limiteren. Of minder. Wie zou ik dan wel en niet toelaten? Al een geluk dat ik mijn vrienden leer kennen via Twitter (dat stond in de boekskes toch).

Probleem is dat ik een allemansvriend ben. Wie ik in het echt gezien heb, mag mijn Facebookvriend worden. Die limiet op Path zit me dus dwars. Dat ik dus iedereen ga toelaten en dan aan 150 ga komen en dan ga denken: wie moet hieruit. Een moreel dilema waar ik me liever niet aan waag. Die mens moest maar op zijn tenen getrapt zijn.

Dus doe ik momenteel maar niets. Of neen. Ik heb een aantal mensen toegevoegd. Die meer weten over mij dan de gemiddelde mens. Waar ik dingen aan zou durven vertellen en die mij ook dingen zouden mogen vertellen. In vertrouwen enzo. Toen twijfelde ik. Als ik niet inga op je uitnodiging: het ligt niet aan jou.

Fotobron: blog.path.com

 

Wanneer ik Twitter moet uitleggen in formele of informele kring komt altijd weer die vraag die Vincent zoveel beter kan zeggen dan ik ze kan schrijven. Wat heb ik te vertellen op social media?

Soms is er een voorgevormde mening. Ook wel vooroordeel genoemd. Dat je op twitter zegt wanneer je koffie gaat drinken. Wie daar nu geïnteresseerd in is?

De snelste van de bende springt me dan bij en leert de slechte leerling dat het helemaal niet zo hoeft te zijn. Dat je ook professioneel kan twitteren luidt het dan vaak. Interessante dingen linken en schrijven waar je zoal mee bezig bent. Een knikje om aan te geven dat ik dit nu mag beamen in mijn richting.

Daarna geef ik de snelste van de bende ongelijk. Tenslotte word ik in dat soort situaties vaak betaald om het beter te weten. Niet dat ik altijd gelijk heb, daar niet van. Maar ik ben niet slecht in doen alsof.

Dan zeg ik (en dat is waar): “jouw koffie is voor mij even belangrijk, zoniet belangrijker dan waar je op je werk mee bezig bent, kans is groot dat ik dat zelfs niet begrijp”.

De slechte leerling verbaasd. De snelste van de bende haast verontwaardigd. Wanneer ik hoor dat jij koffie zo belangrijk vindt dat je dat wil delen, dan hebben wij een gemeenschappelijke grond.

Neem een willekeurige roman uit je kast (of selecteer er een op je e-reader), sla die open op een willekeurige pagina en lees drie bladzijden. Hoeveel verhaal? Hoeveel kleur? Daarom is ook die koffie belangrijk. Niet alleen. Ook.

Tagged with: