Currently viewing the category: "media"

Er was een top 100 op de radio. Lijstjes zijn leuk. Dat weet elke mediaproducent. Bij Klara deden ze daarenboven van interactief. Met mails, SMS’en, Facebook en zowaar een hashtag voor de twitterende medemens. Daar ga ik het niet over hebben. Of misschien. Ergens aan het eind.

Enfin. Je luistert naar zo’n lijstje dan altijd wat bewuster dan naar de reguliere uitzendingen. Het is hitradio en de namen zijn allemaal bekend. Herkenbaarheid m’neer, altijd belangrijk. Wij dus aan de luister het weekend lang en aan het end vraagt de vrouw waar ik nu al meer dan 10 jaar mee samen ben: “zeg nu eens, wat is klassieke muziek?”.

Geflest zonder optie op herexamen vaneigenst. Ik ben helemaal geen kenner van het genre en ik ben fier als een gieter als ik er eens een componist kan herkennen aan zijn stijl zonder dat het een van zijn greatest hits is. Gelukkig is er Shazam voor dat herkennen en Google voor de moeilijke vragen en dan kom je op wikipedia en dan lees je:

Klassieke muziek is de geschoolde muziek die voortgebracht is door, of geworteld in, de westerse kerkelijke- en wereldlijke muziektradities, grofweg vanaf de middeleeuwen tot heden. De kernregels van deze traditie kwamen vast te liggen in de periode 1550-1900.

Wat ik dan spontaan vreemd vind. Er kan wel sprake zijn van ‘turkse klassieke muziek’ en ‘arabische klassieke muziek’ vertelt wikipedia verder. Maar muziek gebaseerd op Japanse tradities zou in dat geval geen klassieke muziek kunnen zijn of het zou ‘Japanse klassieke muziek’ moeten heten.

Waarom spreken we dan niet ook over ‘Franse klassieke muziek’ en ‘Oostenrijkse klassieke muziek’ want dat is ook niet hetzelfde. Niet van traditie. Niet van eindresultaat. Kan hoor. Maar vreemd. Verder gaat het van:

De benaming klassieke muziek wordt wel als een synoniem voor kunstmuziek of serieuze muziek gebruikt, als tegenhanger van populaire muziek (lichte muziek) en volksmuziek.

Komt alom, klassieke muziek, dat is serieus, het kan serieus voor het lachen zijn maar niet populair en niet volks. Vallen af: folk en popmuziek. Ja toch? Dan weten we al wat het niet is. Hoewel. Is dat wel zo?

Neem nu het Adagio voor strijkers van Samuel Barber, het Opus 11 voor de vrienden. Dat is ooit uitgeroepen tot het triestige nummer aller tijden, veel serieuzer dan dat kan het niet worden. Oordeelt u zelf.

Serieuze dinges. Steek die zakdoek maar weg. Dat is triestig, ik weet dat wel. Kijk. Er is nog een andere versie van datzelfde serieuze nummer. Niets nieuws onder de zon. Volksliederen maken een deel van het repertoire van de klassieke muziek uit of hebben er alvast inspiratie aan bijgebracht. Adagio voor strijkers, Opus 11 dus:

Serieus is dat allemaal niet. Eerder: “waar zijn die handjes” en feesten en al. Dat is een duidelijk voorbeeld op het eerste gezicht. Maar toch. Barber haalt met verschillende versies meer dan 1 miljoen kijkers. Tiesto doet een pak beter maar het verschil tussen populair en niet-populair krijgt wel een dreun. Het gaat echter verder.

Neem nu Bach. Goldbergvariaties. Schoon muziek. Variaties op eenzelfde thema. Pakweg de elfde variatie. Die kan zo klinken:

Bach componeerde op en voor piano zoals een softwareontwikkelaar nu apps bouwt voor de iPad. Dat was nieuw in zijn tijd en wie wil nu een concerto voor pianoforte als je er een voor de gloednieuwe vers van de pers zijnde piano kan krijgen. Ik wil maar zeggen, je schrijft zo’n beetje in je eigen tijd en met het materiaal dat er voorhanden is. Als je er even over nadenkt zou het ook zo kunnen klinken.

Je weet niet wat zo iemand als Bach in deze tijd had vermogen. Ook hier: is Uri Caines variatie op de Goldbergvariatie nummer 11 van de heer Bach nog wel klassieke muziek? Zulks lijkt mij het geval. Al valt het voor het omgekeerde minstens evenveel te zeggen.

Op de vraag wat nu juist klassieke muziek hoorde te heten kwamen we via Twitter (dat is dan de stap na google en wikipedia) niet verder dan wat geneuzel in de marge had ik het gevoel. Sommigen dachten dat instrumenten weldegelijk invloed haddan op het klassiek zijn of niet. Klassiek tegenvoorbeeld is samen met 10000 andere

Anderen hielden het op de tijdspanne. Ook daar: recentelijk wordt er nog klassieke muziek geproduceerd. Ik noem maar iemand en iets. 2011 en uit de lage landen enzo.

Die top 100 waar het allemaal mee begon. Wat dat er mee te maken heeft? Wel kijk, een heel weekend zitten Evita Nossent en Kurt Van Eeghem mij aan te sporen om te twitteren met de hashtag en dat ik klara moet liken op facebook en klara heeft ook een account op twitter en dan gaat het daar eens over klassieke muziek en dan is er alleen radiostilte. Niet op de radio maar op Twitter. Ik vind dat jammer.

Musique3, de Waalse tegenhanger van Klara volgt mij sedert dit weekend. Niet omdat ze geïnteresseerd zijn in mij, neem ik aan maar ze weten tenminste dat ik wel eens naar klassiek durf luisteren, dat ik daar om geef en over communiceer. Community management heet dat in het jargon.

Jammer dat ze dat bij Klara (nog) niet doen. Dat komt ervan. Later. Dat weet ik wel zeker. Het had nu al gekund. Hopelijk lezen ze daar aan de Reyerslaan wel blogposts en misschien kunnen we ons binnenkort aan een dagje ‘tussen klassiek en niet klassiek’ verwarmen. Of een uurtje? BBC-style, met specialisten en een deugdelijke discussie.

Ik kijk er naar uit.

 

Een student komt nooit alleen, zo gaat het verhaal. Ha nee, want die zitten in klassen of aula’s en dan krijgen ze taken allen tegader. Gaat ende zoekt ene blogger en stelt hem vragen! Dus deed ik nog een interview per mail over de media.

Het waren andere vragen. Deze keer zat Charlotte De Kuysscher aan de andere kant van de lijn en dit wilde ze weten en dat wist ik te vertellen:

U bent geboren in 1982, staat te lezen op u blog, en heeft dus de hele evolutie van de sociale media actief kunnen meemaken. Wanneer kwam u voor de eerste maal in aanraking met blogs?
Eerlijk gezegd: geen idee. Het moet ergens tijdens mijn studies gebeurd zijn geloof ik maar het was niet iets waar we aan de universiteit al heel erg diep op ingingen. Het was alvast niets waarvan ik toen dacht: dat moet ik ook.

Wat trok u aan in deze nieuwe manier van communiceren?
Het persoonlijke denk ik. Dat je gewoon als persoon kon vertellen wat voor jou belangrijk was. Mijn eerste blog was een reeks editorialen die ik in de krant had gezet en niet wat er stond. Toen dacht ik nog dat ik de wereld kon veranderen met een blog vrees ik.

Bekijkt u, als licentiaat Communicatiewetenschappen, bloggen op andere manier dan andere bloggers?
Er zullen nog wel bloggers zijn die het zo bekijken denk ik maar ik hou er wel van om ook op een metaniveau over bloggen na te denken en af en toe te schrijven. Dat betekent niet dat ik daardoor een betere blogger ben maar ik kan wel afstand nemen en het bredere communicatieplaatje zien. Denk ik dan.

Had u voor janseurinck.com, een andere blog ?
Eerst was er een gratis dienst waarvan ik hoop dat het internet die écht vergeten is. Daarna kwam er janseurinck.be 1.0 en 2.0. Telkens gooide ik het kind met het badwater weg. Al die content is verdwenen. Soms heb ik daar spijt van, meestal niet. Ik had toen een blog maar ik was geen blogger, ik schreef mijn eigen blog, ik las en dat was het zo ongeveer. Een fout die ik vandaag niet meer zou maken.

Hoeveel tijd besteedt u dagelijks aan het onderhouden van uw blog?
Dat is moeilijk te zeggen. Het leesmedium dat mijn voorkeur heeft is RSS, ik duik dus regelmatig in google reader maar ik moet voor het werk ook dingen lezen en als je achtergrondinformatie leest maar er uiteindelijk niets over schrijft, is dat ook ‘tijd voor de blog’? Eens ik een onderwerp heb, gaat het schrijven wel vlot bij mij. Een stukje staat vaak een half uur na het idee al online. Ik ben niet zo het nalees- en schaaftype.

Wat is uw mening over de opkomende macht van de bloggers op vlak van journalistiek?
Zijn kranten een voorbijgestreefd medium, volgens u?

Kranten zijn geen voorbijgestreefd medium voor mij. Noch vind ik dat bloggers meer invloed krijgen. Ik denk dat het minder met het medium dan met de persoon te maken heeft. Een journalist die naast het schrijven van zijn stukken tijd en moeite steekt in een blog of een ander sociaal medium zal daar wel de vruchten van plukken denk ik. Kranten zijn al een stuk geëvolueerd onder invloed van blogs.

Waarom heeft u de stap genomen om als blogger zelfstandige in bijberoep te worden?
Biedt het zoveel voordelen?

Het is niet zozeer als blogger dat ik zelfstandige ben, wel als spreker. Ik mag ook webportalen uitbaten zoals dat dan officieel heet. Door de reclame en binnenkort ook sponsoren op mijn blog verdien ik geld en ik laat die dingen financieel graag keurig verlopen.

Past u uw taalgebruik aan op u blog? Of schrijft u op dezelfde wijze als u spreekt?
Ik schrijf zoals ik denk dat het voor dat stukje gepast is. Voor mij kan bloggen ook een stijloefening zijn. Waar misschien nog het meest tijd in gaat zitten, zijn de stukjes die nooit online komen. Veel schilders maken in het begin van hun leven werken ‘in de stijl van’. Om te oefenen, bij schrijven is dat niet anders.

Via welk medium bereikt u het best uw lezerspubliek: twitter, facebook of uw blog?
Heel veel mensen volgen mij op twitter en lezen dan wat ik schrijf op mijn blog. Denk ik. Volgens mij zou ik hen het beste kunnen bereiken en zouden we er het meest aan hebben via Google+ maar dat krijg ik de lezers van mijn blog niet wijsgemaakt.

Maakt u zich soms schuldig aan plagiaat? Vermeldt u altijd uw bronnen?
Heeft u het gevoel dat bloggers zich minder aantrekken van journalistieke deontologie?

Zelf hou ik er een nogal strikte deontologie op na voor wat betreft reclame in de content, er zijn bloggers die daar veel losser mee omgaan, die daar misschien niet zo over nadenken: ik krijg iets gratis, dus schrijf ik er maar over. Bij mij werkt dat niet zo. Wat plagiaat betreft: dat doe ik nooit. Omdat ik het ook niet kan. Ik kan me ergeren aan mensen die dingen schrijven waarvan ik denk: dit heb jij daar vandaan en dat zeg je niet keurig.

Tagged with:
 

Of ik een interview wilde doen, vroeg Jonas Dumarey, student van beroep. Hij richte zijn vraag aan een zekere geachte heer Seurinck. Ik deed alsof mijn neus bloedde en beantwoordde de vragen zelf.

Hij maakte van mijn antwoorden een interview dat je hier kan nalezen. Er waren nog wel meer vragen en daarbij horende antwoorden.

Kunt u uzelf omschrijven in 3 zinnen?
Informatie- en communicatiegeek is wel een goeie omschrijving. Dol op informatie verzamelen en verspreiden. Zot van communicatie en ja, ik ben een geek

Hoe hebt u uw passie voor schrijven opgedaan?
Dat schrijven, of misschien dat verhalen vertellen, dat zit er bij mij een beetje ingebakken. Al van kleinsaf was ik aan het vertellen, vertelt men mij. Dat schrijven heb ik een beetje (her)ontdekt toen ik een aantal artikelen moest schrijven in het kader van mijn opleiding.

Waar bent u op dit moment concreet mee bezig?
Mijn leven bestaat uit een viertal delen denk ik nu. Mijn voltijdse job bij Flanders DC, ik ben er creativity evangelist wat betekent dat ik de doelstellingen van Flanders DC vooral online uitdraag naar verschillende doelgroepen.

Daarnaast ben ik dus blogger en podcaster. Als mensen mij dat vragen ga ik wel eens uit spreken over social media. Last but not least heb ik een fantastisch lief en een schattige zoon waar ik graag tijd mee doorbreng.

Hoe bent u op het idee gekomen om een blog te starten? Neemt dit niet te veel tijd in? Hebt u plezier in het bloggen?
Hoe het idee in mij gevaren is, weet ik niet meer zo. Ineens merkte ik dat ik een blog had. Dat moet ergens eind 2005, begin 2006 geweest zijn. Mijn bloggen is denk ik mee met mij geëvolueerd en zal dat blijven doen. Het schrijven zit diep, ik denk dat ik dat wel blijf doen, of het een blog blijft weet ik (nog) niet. Dat boek moet er misschien ook wel eens van komen ooit. Die twee combineren wordt een uitdaging.

Zijn er bepaalde momenten waarop u uw blog wilt verwijderen?
Sterker nog, in het verleden heb ik mijn blog twee keer gedelete. De eerste keer telt niet echt mee. Mijn verwijderingen waren radicaal. Alles weg. Alles opnieuw. Mijn overstap van janseurinck.be naar janseurinck.com was de meest betekenisvolle. 18-19 oktober 2009 was dat. Toen heb ik besloten dat ik een blogger zou worden. Ik hoop dat dat intussen gelukt is.

Past u uw studies van communicatiewetenschappen en audiovisuele communicatie vaak toe op wat u op uw blog schrijft?
Wat ik net van mijn opleiding heb, wat uit mezelf komt, wat ik waar opgepikt heb, dat is moeilijk te onderscheiden denk ik. Ik was niet het soort student dat hoge punten haalde maar eerder het soort dat de collega’s de avond voor het examen op stang wist te jagen met het leggen van verbanden tussen onderdelen. Het heeft zeker een effect op mijn denken en handelen maar hoe dat juist zit, geen idee.

Hoe ziet u de toekomst van de internetjournalistiek in het algemeen? Is er met de komst van interactiviteit een eindpunt bereikt binnen de nieuwe media of zal dit proces nog verdergaan?
Media zijn altijd in beweging. We zitten in een periode van stroomversnelling denk ik. Media zullen zich steeds opnieuw blijven uitvinden. Vandaag zitten we tussen het analoge en het digitale systeem in. De productie van media is volledig gedigitaliseerd maar de consumptie zit nog in een overgangsfase. Veel mensen kijken nog naar ‘het nieuws’ op televisie.

Dat dat door een bakje komt heeft niets met digitaal te maken, dat is technologie, de consumptie is nog analoog als in ‘we kijken van minuut 0 tot 35′. Met kranten zie je dat nog veel sterker. De iPadversie van de krant is de gedrukte krant op een scherm. Dat zal veranderen maar dat vraagt tijd.

Hoe zie u de toekomst van uw blog? Wat wil u nog bereiken met uw blog?
Mijn blog zal wel mee met mij evolueren, als je jezelf niet opnieuw blijft uitvinden ben je sneller dan je wil achterhaald. Regelmatig probeer ik nieuwe dingen. Heel vaak falen die maar dat schijnt nogal hip dezer dagen dus maal ik er niet zo om.

Sedert kort probeer ik ook een linklistblog bij te houden, dat laat mij vooral toe mijn eigen meningen beter bij te houden. Net zoals klassieke media moet een blogger (en misschien nog meer) zichzelf opnieuw blijven uitvinden.

Zou u nog kunnen leven zonder de nieuwe media?
Dat is een vraag die niet te beantwoorden is. Omdat nieuwe media niet bestaan. Facebook is niet uit de lucht komen vallen, het is een evolutie van het internet in een bepaalde richting, net zoals de boekdrukkunst met losse letters een evolutie was.

Ik zou niet meer kunnen leven zonder de mogelijkheid om mensen te contacteren maar die vraag zou een holbewoner net zo beantwoord hebben. Als de hele wereld opnieuw naar af zou zijn, zou me dat niet storen maar alleen op een eilandje zitten, daarin heb ik niet zo’n zin.

Kunt u mij wat positieve punten geven van de nieuwe media?
Nieuwe media hebben de maatschappij een stuk vlakker gemaakt denk ik. Dat vind ik wel een goeie evolutie. Dat mensen elkaar makkelijker kunnen contacteren en dat er de facto grenzen gesloopt worden. Het aardige is dat je een aantal dingen daarvan ziet doordringen. Het concept van barcamps en open leermomenten bijvoorbeeld, vindt in een aantal dingen weerklank.

Kunt u mij wat negatieve punten geven van de nieuwe media?
Het lijkt mij dat pulpjournalistiek door de nieuwe media wat aan belang heeft gewonnen. Dat kan je journalisten of media niet kwalijk nemen. Daar ligt de grote vraag en daar vallen de pageviews en dus de centen mee te verdienen. Soms heb ik het gevoel dat het gebruik van sociale media het geklaag en gezaag wat versterkt.

Welke blogpost van uzelf vond u het meest geslaagd?
Meestal is dat een heel recente blogpost. Momenteel vind ik mijn beschrijving van het drinkende meisje op de trein goed. Over het algemeen geldt een omgekeerd evenredige relatie tussen de mate waarin ik een blogpost geslaagd vind en het aantal lezers die ik ermee weet te bereiken. Dat gegeven blijft mij boeien.

Zijn er bepaalde mensen binnen de nieuwe media waar u naar opkijkt?
Idolen probeer ik zo min mogelijk te hebben, die stellen op den duur altijd teleur. Wel zijn er mensen waar ik veel van geleerd heb. Bart De Waele bijvoorbeeld heeft een grote invloed op mij gehad toen twitter aanzette in ons land. Pieter Baert ook, een van de betere bloggers die we hebben/gehad hebben (hij is namelijk half opnieuw begonnen na een radicale stop).

Op algemeen social mediavlak heb ik ooit een les geleerd van Stefan Kolgen. De drie pinten die ik met die mens heb gedronken zijn denk ik bij de belangrijkste die ik ooit ga drinken. Davy Buntinx ook, dat is er al eentje van de volgende generatie, die daagt mij uit om mee te evolueren en dingen te proberen.

Van James Joyce (O RLY) heb ik geleerd dat je je van al die grammatica regels niet teveel moet aantrekken.

Vindt u het positief dat door de komst van de nieuwe media bijna alles op internet komt?
Om twee redenen: ja. Ik ben blij dat er veel meer glazen gevels zijn, zowel onder mensen als onder bedrijven. Dingen verbergen is veel moeilijker geworden. Daarnaast is het veel makkelijker om (ook degelijke) content gratis te lezen. Daar hou ik wel een beetje mijn hart vast voor lokale contentproviders. Als je vanaf de Belgische markt moet concurreren in een taal die door een druppel mensen wordt gebruikt, zullen ze het lastig krijgen.

Vindt u niet dat de privacy van mensen geschonden wordt door de komst van de nieuwe media?
De enige privacyschenners zijn de mensen zelf. Als je niet wil dat iets niet geweten is, zet het dan niet op internet, op geen enkele manier. Vertel het ook niet in vertrouwen tegen een collega, voor jet het weet, kent heel het kantoor je verhaal. Zo gaat dat. Mensen overschatten dat hele privacygedoe.

Persoonsgegevens zijn een knip waard, sommige mensen vinden het eng dat hun telefoonnummer gelekt zou worden terwijl er nog jaarlijks telefoonboeken gedrukt worden die gewoon bij de buren op de stoep landen. Eens die weten dat je iets met computers doet zou je hopen dat er een foto van je in zatte toestand circuleert.

Tagged with:
 

Deze week botste ik nog eens op een paywall. Die van de Financial Times. Onder het lezen van een artikel op een site, klikte ik op de link en dan sta je daar. Moet je keuzes maken.

Nee, ik heb geen zin in een abonnement op de FT, voor die 5, 7, 20 artikels die ik daar op een maand wil lezen.

Wat ik wel wil, is betalen voor dat artikel want het lijkt me interessant. Maar de FT vraagt een creditcard en laat me de keuze tussen een free account die mij enkel toelaat aan te melden voor de site, waarbij de FT weer een e-mailadres heeft om te verpatsen aan derden.

Flattr is inmiddels een stille dood gestorven maar misschien was het idee zo slecht nog niet. Een centrale plaats waar je maandelijks een bedrag stort wat je daarna kan gaan uitdelen. Alleen, het verdeelsysteem, dat zat misschien niet zo strak in elkaar.

Dat moet beter kunnen. Een idee.

Wat zou er gebeuren als er iemand een systeem opzette waarbij ik ergens, ik stel me een virtuele bankrekening voor, geld kan storten, wanneer ik dan op een site kom, vraagt het ding mij of ik bereid ben 5, 10, 20, 50, 90 cent van mijn virtuele bankrekening aan de krant over te maken?

Op die manier kan ik enkel de artikels lezen die ik wil en hoef ik niet overal abonnementen. Dat de leverancier van dergelijke service daar dan een procent op heeft, kan mij niet zo gek veel maken.

Misschien zijn er wel krantengroepen die zoiets willen invoeren. Als tussenstap. Het lijkt me niet onoverkomelijk om op zo’n Paywallmodule een knopje of drie te hebben staan: abonnee, betalen via het universele systeem, betalen via het systeem van de krantengroep wat dan iets voordeliger zou zijn.

Het is maar een gedacht. Ik wil gerust in uw board komen zitten als de zitpenningen goed zijn.

 

Wanneer wij televisie kijken, kijken wij niet naar bewegende beelden maar snel op elkaar volgende stilstaande beelden. Hier te lande zijn dat er 25 per seconde, dat heeft met de frequentie van het stroomnet te maken. Beweging zien wij mensen zo ongeveer vanaf 12 à 13 beelden.

In 1957, toen je nog met mensen mocht experimenteren, vond James Vicary er niet beter op dit ‘foutje’ in het menselijke vermogen uit te buiten en subliminale reclame uit te vinden. Laat één van die 25 (in zijn Amerikaanse geval 30) vervangen door een reclameboodschap, zo redeneerde hij, en de omzet van coca cola en popcorn zou met ettelijke procenten stijgen.

Het resultaat van zijn studie was verbluffend. 57,8% meerverkoop van Coca Cola, 18,1% voor popcorn*. Vicary maakte enkele fouten tijdens zijn onderzoek. Moest in 1962 toegeven dat zijn resultaten niet klopten. Moest lezen hoe men zelfs twijfelde of hij zijn onderzoek wel had uitgevoerd.

Het werd een urban legend waarbij maar al te vaak deel twee van het verhaal, dat van het niet kloppende onderzoek wordt vaak vergeten. Marketingcommunicatie zou nooit nog hetzelfde zijn. Wetten werden uitgevaardigd. Elke marketeer zou voor altijd per definitie medeplichtig worden geacht aan het misleiden van het volk. Tenzij het tegendeel werd bewezen.

We leven in de eenentwintigste eeuw en mensen zijn reclamemoe. Zo lijkt het. Zo zegt men. Televisiereclame wordt doorgespoeld. Televisiereclame gaat viraal op het internet. Niemand klikt op Google advertenties maar Google verdient geld als slijk. Materie en antimaterie van het reclamevak.

Dus wordt er naar oplossingen gezocht. Oude technieken worden verbeterd, nieuwe duiken op. Social media, user generated content, flashmobs, you name it. Product placement is de nieuwe televisiereclame.

Elke scène is een gelegenheid om de kwaliteiten van een product in de verf te zetten. Als het nodig is, wordt er een volledige aflevering aan gewijd. Als het echt nodig is, kan James Bond ook wel zero-zero-seven zeggen wanneer hij double-0 bedoelt.

Bij fictie wil dat nog wel meevallen. Dat Witse met een Lexus rijdt. Och ja, die mens moet met iets rijden en zo’n commissaris zal hier of daar wel wat onder tafel toegeschoven krijgen om zo’n dure kar te betalen zeker? Of rijk getrouwd of zoiets. Als Xavier zijn dagschotel er nu één is van Jupiler of van Romy of van Heineken voor mijn part, het raakt mijn koude kleren niet.

Als sommige mensen zeggen dat ze product placement verkiezen boven dertigsecondenspots, dan geloof ik hen. Als mensen zeggen niet-disruptieve advertenties te verkiezen boven pauzes in hun mediabeleving, dan volg ik hen daarin.

Anders wordt het wanneer ik in De Standaard van dit weekend lees dat de jobbeurzen weer hoogtijdagen beleven. Aangezien er op de VDAB-website 50.000 vacatures openstaan, wordt meteen geconcludeerd dat de crisis op de jobmarkt voorbij zal zijn.

Als geïnteresseerde lezer verwacht ik daarna een uitwerking van deze these. Vorig jaar waren het er maar zus en zoveel en er is een stijgende lijn of iets van die strekking. Het verhaal draait echter richting jobbeurzen. Career launch en Jobdays komen er immers aan en wat wil nu het toeval? Beide events worden georganiseerd door Jobat en Jobat, dat is een zusje van De Standaard.

Dat je er over de koppen kan lopen en dat het de moeite zal zijn en dat je tips kan krijgen en advies en dat je zeker moet gaan als werkzoekende en dat je je geld als rekruterende absoluut zo moet besteden want vacatures, daar is geld mee te verdienen en met events die vacatures in de kijker zetten nog meer.

De ware aard van het artikel is dan ook niet informeren maar adverteren. Zonder vermelding. Een objectief artikel had gewag gemaakt van vergelijkbare evenementen georganiseerd door de concurrentie. Een eerlijk journalistiek werkstuk had de relatie tussen Jobat en De Standaard genoemd.

Wat ik lees, is product placement, verpakt als nieuws. Dat verandert de zaak. De krant gaat over feiten maar ook over agenda setting en over step-flows, over opinieleiderschap en beïnvloeding van mentale rasters. De vierde macht. De boodschap ongezien voor de lezer.

Want fictie, alla, maar nieuws is journalistiek en jounalistiek is heilig. Enfin, een beetje toch. Noem mij ouderwets maar door dit soort artikels verzeilen journalisten (noodgedwongen) in hetzelfde schuitje als de marketeers. Schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Update: Bij De Standaard Online is een ‘Powered by Jobat’ verschenen

* Met dank aan wikipedia voor de cijfers