Currently viewing the category: "mediafilosofie"

Wanneer wij televisie kijken, kijken wij niet naar bewegende beelden maar snel op elkaar volgende stilstaande beelden. Hier te lande zijn dat er 25 per seconde, dat heeft met de frequentie van het stroomnet te maken. Beweging zien wij mensen zo ongeveer vanaf 12 à 13 beelden.

In 1957, toen je nog met mensen mocht experimenteren, vond James Vicary er niet beter op dit ‘foutje’ in het menselijke vermogen uit te buiten en subliminale reclame uit te vinden. Laat één van die 25 (in zijn Amerikaanse geval 30) vervangen door een reclameboodschap, zo redeneerde hij, en de omzet van coca cola en popcorn zou met ettelijke procenten stijgen.

Het resultaat van zijn studie was verbluffend. 57,8% meerverkoop van Coca Cola, 18,1% voor popcorn*. Vicary maakte enkele fouten tijdens zijn onderzoek. Moest in 1962 toegeven dat zijn resultaten niet klopten. Moest lezen hoe men zelfs twijfelde of hij zijn onderzoek wel had uitgevoerd.

Het werd een urban legend waarbij maar al te vaak deel twee van het verhaal, dat van het niet kloppende onderzoek wordt vaak vergeten. Marketingcommunicatie zou nooit nog hetzelfde zijn. Wetten werden uitgevaardigd. Elke marketeer zou voor altijd per definitie medeplichtig worden geacht aan het misleiden van het volk. Tenzij het tegendeel werd bewezen.

We leven in de eenentwintigste eeuw en mensen zijn reclamemoe. Zo lijkt het. Zo zegt men. Televisiereclame wordt doorgespoeld. Televisiereclame gaat viraal op het internet. Niemand klikt op Google advertenties maar Google verdient geld als slijk. Materie en antimaterie van het reclamevak.

Dus wordt er naar oplossingen gezocht. Oude technieken worden verbeterd, nieuwe duiken op. Social media, user generated content, flashmobs, you name it. Product placement is de nieuwe televisiereclame.

Elke scène is een gelegenheid om de kwaliteiten van een product in de verf te zetten. Als het nodig is, wordt er een volledige aflevering aan gewijd. Als het echt nodig is, kan James Bond ook wel zero-zero-seven zeggen wanneer hij double-0 bedoelt.

Bij fictie wil dat nog wel meevallen. Dat Witse met een Lexus rijdt. Och ja, die mens moet met iets rijden en zo’n commissaris zal hier of daar wel wat onder tafel toegeschoven krijgen om zo’n dure kar te betalen zeker? Of rijk getrouwd of zoiets. Als Xavier zijn dagschotel er nu één is van Jupiler of van Romy of van Heineken voor mijn part, het raakt mijn koude kleren niet.

Als sommige mensen zeggen dat ze product placement verkiezen boven dertigsecondenspots, dan geloof ik hen. Als mensen zeggen niet-disruptieve advertenties te verkiezen boven pauzes in hun mediabeleving, dan volg ik hen daarin.

Anders wordt het wanneer ik in De Standaard van dit weekend lees dat de jobbeurzen weer hoogtijdagen beleven. Aangezien er op de VDAB-website 50.000 vacatures openstaan, wordt meteen geconcludeerd dat de crisis op de jobmarkt voorbij zal zijn.

Als geïnteresseerde lezer verwacht ik daarna een uitwerking van deze these. Vorig jaar waren het er maar zus en zoveel en er is een stijgende lijn of iets van die strekking. Het verhaal draait echter richting jobbeurzen. Career launch en Jobdays komen er immers aan en wat wil nu het toeval? Beide events worden georganiseerd door Jobat en Jobat, dat is een zusje van De Standaard.

Dat je er over de koppen kan lopen en dat het de moeite zal zijn en dat je tips kan krijgen en advies en dat je zeker moet gaan als werkzoekende en dat je je geld als rekruterende absoluut zo moet besteden want vacatures, daar is geld mee te verdienen en met events die vacatures in de kijker zetten nog meer.

De ware aard van het artikel is dan ook niet informeren maar adverteren. Zonder vermelding. Een objectief artikel had gewag gemaakt van vergelijkbare evenementen georganiseerd door de concurrentie. Een eerlijk journalistiek werkstuk had de relatie tussen Jobat en De Standaard genoemd.

Wat ik lees, is product placement, verpakt als nieuws. Dat verandert de zaak. De krant gaat over feiten maar ook over agenda setting en over step-flows, over opinieleiderschap en beïnvloeding van mentale rasters. De vierde macht. De boodschap ongezien voor de lezer.

Want fictie, alla, maar nieuws is journalistiek en jounalistiek is heilig. Enfin, een beetje toch. Noem mij ouderwets maar door dit soort artikels verzeilen journalisten (noodgedwongen) in hetzelfde schuitje als de marketeers. Schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Update: Bij De Standaard Online is een ‘Powered by Jobat’ verschenen

* Met dank aan wikipedia voor de cijfers

 

Wanneer het gaat over de mediageschiedenis, valt de naam Gutenberg onvermijdelijk. De Duitse edelsmid vond met als voornaamste ingrediënten druivenpers, gegoten letters en een nieuw inkttype de movable type drukkunst uit.

Dat hij dit alles deed op een lening die hij uiteindelijk niet terug kon betalen, is een detail dat hem door de geschiedenis is vergeven. De uitvinding zette de wereld op zijn kop, leverde brandstof voor de verlichting en keerde zich uiteindelijk tegen het instituut dat er aanvankelijk nog voordeel uit probeerde te halen, de kerk.

Als we parallellen moeten trekken met vandaag, komt enkel Google in de buurt van zijn verdienste. Dat kranten online zijn kunnen blijven bestaan, is voor een groot stuk te danken aan google adsense en eventuele varianten op dat thema.
Hiermee is niet alleen een businessmodel voor online nieuws ontstaan maar ook een verregaandere democratisering van het nieuws. Niet alleen in consumptie maar ook in productie. Gratis is voor nieuwsfeiten de norm geworden. Paywalls en betallende apps en andere micropaymentsystemen komen moeilijk van de grond.
Er is echter een tegenbeweging aan het ontstaan. Mensen die op hun online privacy beducht zijn en roepen van do not track en google is evil. Mensen die op hun browser een plugin zetten waardoor reclame niet meer wordt weergegeven. Mensen die bang zijn dat google zou weten waar ze hun tijd op het internet doorbrengen. Het spotlight effect laat niet met zich sollen.
Het mag gehoopt worden dat Google daarop voorbereid is. De kranten ook. Misschien moeten aandeelhouders straks wat toegeeflijker zijn als het op hun lening aankomt. Anders eindigen we ergens diep onderaan in de geschiedenisboeken voor wat democratisering van informatie betreft. Google one pass zal de kranten misschien een nieuw verdienmodel leveren, de concurrentie is gratis. Dankzij reclame.  Mensen die dat niet wensen te zien moeten zich de vraag stellen wat ze ermee winnen.
Een beetje visuele vervuiling? Het feit dat google weet welke pagina’s u bezoekt? Bent u echt niet bereid dat erbij te nemen in ruil voor gratis content? Er zijn mensen die daar hun brood mee verdienen. Er zijn rekeningen die betaald moeten worden aan de andere kant van jouw gratis nieuws. En kom mij niet met het argument dat google reclame niet creatief genoeg is.
Kom niet aan met het feit dat ‘ze’ op de lange duur alles over u weten. De ISP’s en de overheid, die houden al uw gegevens zes maanden bij. Misschien moet u zich daar maar eens zorgen over gaan maken. In naam van het internet, zet die adblocker uit en laat google weten welke pagina’s u bezoekt. Dan mag u mee de geschiedenisboekjes in. Deal?
Tagged with:
 

Communicatie bestaat voor een groot stuk uit afspraken. Dat vertel ik mijn studenten week aan week. We communiceren in rituelen, met elkaar, met de media. Sommige afspraken komen in consensus naar ons toe, andere worden ons opgelegd zonder dat we daartegen protesteren. Analisten behoren bij deze mediatieke dans die wij dagelijks willens nillens dansen.

We hebben het over de analisten uit ‘Analisten zien in de winstwaarschuwing een teken dat…’ en ‘Analisten gaan ervan uit dat…’ en ‘Volgens de meeste analisten zou…’. Analisten zijn schimmige figuren. Ze zijn met velen en als een mens niet wat meer grijze hersencellen had, je zou gaan denken dat analisten de echte machtshebbers zijn. Of tenminste dat elke zichzelf respecterend land, voetbalclub of economie gerund zou moeten worden door die mensensoort.

Want analisten kennen de echte waarheid achter de dingen. Ze kennen de ins en outs van de wetstraat, de beurs, het stadion. Jammergenoeg komen analisten maar zelden uit voor hun ware aard. Ze spelen schaduwspelletjes met ons. Gebruiken journalisten als ghostwriters. Behalve de voetbalanalist. Die zwaait met zijn analist-zijn als betrof het de eerste de beste nationalist die een vlag van zijn heir in handen geduwd krijgt.

De mediagebruiker luistert naar de deskundige of de journalist die de analist al dan niet persoonlijk de analyse uit de neus heeft gepierd. De deskundige verklaart dat de analisten het roerend eens zijn of net drastisch van mening verschillen. Dat laatste vormt een risico. Immers, de interviewer kan de vraag stellen welke analyse de geïnterviewde dan aanhangt en welke zijn redenen daarvoor zijn.

Ik hou van het woord analisten zoals je dat in kranten en tijdschriften en op internet leest, omdat je zo vaak, zo subtiel tussen de regels kan lezen. Omdat de metacommunicatie ervanaf druipt. Omdat, als je je maar genoeg in het onderwerp hebt verdiept, de analisten kunt benoemen. Dat je kan zeggen: de analist is zus en zo en jij bent hier aan het nakakelen.

Of dat ‘de analisten’ een soort eerste persoonsvorm is. De metafysische analist. Dat kan ook.

 

Burgerjournalistiek. De ultieme vierde macht. Aan het begin van deze eeuw zag het er even naar uit dat het erin zat. Gratis en voor gewone mensen toegankelijke blogplatformen zouden de basis van een media voor en door de burger worden.

Vandaag is de burgerjournalistiek dood. Haar ziel is verkocht aan de grote mediabedrijven die, om het hyperlokale nieuws betaalbaar te houden aanstormend journalistiek talent en uitdovende fotografen een rad voor ogen draaien.

Webpagina’s gevuld. Laat het klikken beginnen. Burgerjournalistiek is synoniem geworden voor gratis geschreven stukjes. Ter eer en meerder glorie van de intitiatiefnemer of mediacorporatie.

Een ander, vaak nog triester lot is de ogenschijnlijk echte burgerjournalist beschoren. Hij mag voor een trouw publiek zijn eigen mening kwijt op de pagina’s van de wereld morgen en politieke fora. Zijn stukjes zijn verpakt activisme. Hij geniet de illusie van de blogger. Dat zijn stem ten minste gehoord wordt.

Burgerjournalistiek is dood. Overgenomen door NV en vzw.

 

Nieuws is dood, leve het nieuws!

Een tijd geleden schreef ik al over de devaluatie van nieuws en over hoe (kwaliteits)media een gestreden strijd aan het vechten zijn. Persagentschappen hebben dat blijkbaar ook begrepen en zijn in een strijd verwikkeld om de middle man uit te schakelen.

Vorige week was er nog te lezen dat Google erin geslaagd is om een overeenkomst te sluiten met AP voor het aanbieden van hun content. Waarop AP aankondigde credits te geven aan andere instanties (lees: blogs en andere internetbronnen) waarvan zij de inhoud (her)verspreiden.

Een ommekeer van 180 graden die mij alvast aan het nadenken zette. Immers, als kranten zich beperken tot het vertalen, in betere gevallen hertalen van bij persbureaus aangekochte nieuwsberichten, wat is dan de toegevoegde waarde?

Enter iPads, e-readers en andere slimme telefoons. Enter het internet en de massale penetratie daarvan, op elke plek, op elk moment. Enter een slimme marketingdenker bij een persagentschap. Juist ja, cut out the middle man en bied je content rechtstreeks bij de klant aan. Gratis of tegen betaling, als freemium of ander ad supported model.

Het is even logisch als absurd, de media op zijn kop, waren het in den beginne de verspreiders van het nieuws, spraken we bij toenemende informatiestromen van gatekeepers, dan schakelen we bij overinformatie over naar een model waarbij de kraan onverbiddelijk opengaat. Al dan niet met de correctie van een zelf aangebrachte of misschien wel een sociale filter, zoals met het sociale magazine flipboard.

Boeiende tijden, wat ik je brom.

Tagged with: