Archive for the 'Persoonlijk' Category

Page 4 of 14

De koude bakker

In onze buurt zijn er heel wat bakkers. Enfin, het lijkt wel alsof elke Marokkaan die weet wat een oven is en water, meel en gist kan mengen, bakker is geworden. Zeer naar tevredenheid overigens. De beste stokbroden van het westelijk halfrond worden bij ons om de hoek gebakken en aan 80 cent per stuk verkocht.

Daarnaast hebben we de traditionele Belgische bakkers. Eén van hen bakt de heerlijkste broden. Welhaast elke morgen begeef ik mij naar deze lokale neringdoener. Want droog brood eten is voor mij een straf. Brood op zich ook eigenlijk.

Vier minuten voor openingstijd sta ik op zijn dorpel mails te beantwoorden. Ik begroet zijn vrouw. Ik koop een brood. Sleutels, waar zijn mijn sleutels? Bord, mes, kop, Nutella. Een brood van gisteren. Eén hap. Koud. Niet voldoende ontdooid na het invriezen.

Nu ben ik principieel tegen het weggooien van voedsel, er zijn mensen met honger, ook in ons land. Eveneens ben ik echter voor klantentevredenheid. Al zeker als de klant mezelf betreft.

Wanneer ik in weer en wind en soms regen of sneeuw tot drie na zeven moet wachten om de bakkerij open te laten gaan, vind ik dat geen issue. Maar als ik het weer trotseer voor een vers brood, dan is dat wat ik verwacht.

Dan mag ik al oog hebben voor economische realiteiten en praktische bezwaren. Ik mag beseffen dat 25 soorten brood elke dag klaarstomen tegen de opening van 7 uur niet haalbaar is, als klant raakt dat mijn kouwe kleren niet.

In Koekelare is een bakker die zijn weekendtaarten op maandag verkocht aan de helft van de prijs. Korting voor minder versheid. Dat is één manier om het te doen. Zover hoef je niet eens te gaan. Geef mee welk product ik koop. Adviseer mij bij mijn koopproces en verkoop mij geen ijs in een zak.

Mist

word ik vanmorgen wakker in de mist, moet ik denken aan een stukje dat ik ooit, heel lang geleden (drie jaar ofzo) heb geschreven. ik vond het niet zo fout dat ik het niet meer in de ogen durf kijken.

Mist maakt mij gelukkig. Het voelt als een warme deken dat over de wereld is gelegd. Een eindeloos bed waar de vergezichten als dromen worden uitgewist. Waarin niets is wat het lijkt. Waarin waterdruppels de waarneming verstoren. Wat je ziet en wat je hoort, krijgt een andere dimensie. Veel mensen vinden het vervelend. Zo niet bij mij. Ik heb sympathie voor het weerfenomeen.

Er zijn verschillende misten. Dat woord, misten, gebruiken wij niet. Dat verblindt ons. Tussen nevel en zeer dichte mist strekt zich een diversiteit uit waar weinigen oog voor hebben. Voor leken is mist “niet zien”. Punt. Met enkele gradaties van “niet zien” daartussen. Ik heb me er even over gebogen. Dat maakt het intrigerender. Je ziet meer, zo ineens. Zoals de Inuït ook zeven verschillende kleuren zien die wij alleen met wit kunnen benoemen.

Advectieve mist is mijn lievelingsmist, denk ik. Die verbergt mooi en helder weer voor de mensen beneden. Als een enorm cadeau dat naast papier, piepschuim en opdrachten een kraslot bevat. Het gaat om de nadruk die je legt, zoiets. De verwachting. Je weet niet wat komen gaat. Niet in de ruimte, want het zicht is beperkt tot vijftig meter zegt de weervrouw en dus moet er opgepast op de weg. Niet in de tijd, want de mist kan blijven hangen.

Omwille van die gecreëerde verwachting is mist het weertype voor romans en dichtbundels. Cliché in de detective, wanneer de moord bij nacht en ontij in een van mist doordrenkt bos plaatsvindt of romantisch wanneer de vroege ochtendmist van de dichtbundel een landschap prijsgeeft zoals het nog nooit is gezien. Een geliefde die zich met een sluier van wolken toont. Daarmee een onbereikbaarheid suggereert.

Mist tekent zich niet af, zoals de wolken die, als ze groot genoeg zijn en een enorme schaduw op het land werpen. Van boven kijken en dan zien: dat ben ik, daar beneden. Daarmee hun eigen bestaan bewijzend. Mist is overal, in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen, zoals God vroeger, in de catechismus. Als absolute heerser van beeld en geluid. Het maakt alles zachter. Die sluier, een mengeling van verlangen naar wat erna en de zachtheid van dat wachten. Enig.

Negen

Negen jaar samen met mijn lief. Het zijn lappen.

Rijden

Meestal begeef ik me niet met de wagen op de weg doch gebruik ik het openbaar vervoer of spierkracht. Van de keren dat ik per wagen doorheen vooral het Vlaamse land cruise kan ik op die manier des te meer genieten. Samen met mijn medeweggebruikers amuseer ik mij een ofje.

Wat zeg ik? Mijn medeweggebruikers zijn een reden op zich om gebruik te maken van het prachtige en goed onderhouden wegennet waarover ons land beschikt.

Neem nu de tweedebaanvakrijders. Zij wijzen mij op de spaarzaamheid van ons volk. Zij rijden daartoe op de tweede van drie baanvakken aan 115,3 kilometer per uur. Ik verplaats mij van vak één naar drie in een vloeiende beweging en ga terug naar vak één. Vriendelijk zwaai ik naar hen en vraag of het niet stoort dat ik even langs links inhaal.

Rechts van de tweedebaanvakrijder vinden we de vrachtwagenchauffeur. Zijn doel is de tweedebaanvakrijder van zijn plaats te verdrijven. Hij doet dit door in het kielzog van een concurrent vaart te maken en vervolgens aan 91,2 per uur zijn collega die slechts 90,8 per uur haalt, in te halen.

Ook hou ik erg van SUV-rijders. Deze mensensoort rijdt, het liefst aan 150 en dus links van de tweedebaanvakrijder, de wereld naar de knoppen in een auto die nergens past. Niet in het veld, niet op de weg. Maar wel haast altijd. Op zoek naar een plaats in de wereld.

Andere genietenswaardige medegebruikers van de weg zijn de mensen met halogeen koplampen en zij die menen coolheidspunten te kunnen verdienen door zo dicht te rijden dat ze de kleine lettertjes van mijn verzekeringspapieren kunnen lezen. Ook oudere wegdeelnemers en rijscholen vormen lichtpuntjes langs de grijze weg die ik moet afleggen.

Het decor, gevormd door het zwart van het asfalt en het groengrijs van middenbermen, wordt vrij ingekleurd met affiches die moeten aanzetten tot verkeersveilig gedrag of het niet gebruiken van de wagen. Dat laatste is triestig want dat verprutst de hele experience die een autorit zou kunnen zijn. Kleurrijk zijn ze dan weer wel, de boodschap nemen we er maar bij.

In dit verplaatsingsspel ben ik de speelbal. Met mijn kleine wagentje (bekend van teevee) reis ik van oost naar west en terug. Ik rijd 127,3 per uur. Op die manier vermijd ik boetes en verplaats ik mij zo efficiënt mogelijk binnen de grenzen van het door de politie meetbare.

Ongetwijfeld erger ik mensen. Ik observeer het verhaal en speel mee.

Twijfel of de eeuwige strijd tussen particulariteit en universaliteit

Soms zeg ik dat ik meer boeken ga lezen. Dat kan niet. Mijn leesmomenten zijn vol, ik doe mijn best om mijn hoofd boven leeswater te houden. Ik. Wil. Alles. Weten.

Mijn hoofd gonst met verkoopscijfers van de verschillende telefoonplatformen, de processors die de verschillende mobiele toestellen draaien, de afmetingen en het gewicht van de nieuwe macbook air. De nieuwe mogelijkheden van digitale marketing.

Dan luister ik naar een podcast over logica waarin syllogismen en inductie en deductie uit de doeken worden gedaan. Dan denk ik heel diep na. Ik luister naar het verhaal maar verder dan Aristoteles en de middeleeuwen kom ik niet. Ik hou me voor dat ik tenminste iets weet.

Dan luister ik naar een podcast waarin de tijd zelf een plaats wordt gegeven. Een podcast waarin logistiek gekoppeld wordt aan de wachtrijtheorie. Een podcast waarin de verhouding tussen secularisme en geloof wordt besproken. Ik hoor mensen spreken waar mijn mond van openvalt. Wat is hun manier van werken?

Dan twijfel ik. Of ik dat allemaal wel moet weten. Dat van die technologie dus. Of er niet veel belangrijker dingen zijn. Moet ik Mashable! én Techcrunch én The Next Web van voor tot achter door?

Ik vraag me af of ik, na het lezen van heel veel kleine dingen het grote ga zien of ik het grote verhaal moet lezen om elk klein feit dat mij wordt aangeboden meteen te kunnen duiden. Moet ik van het laatste op de hoogte zijn om mijn voorsprong te houden?

Dan twijfel ik. Dat duurt gelukkig nooit lang.

Sponsor