In onze buurt zijn er heel wat bakkers. Enfin, het lijkt wel alsof elke Marokkaan die weet wat een oven is en water, meel en gist kan mengen, bakker is geworden. Zeer naar tevredenheid overigens. De beste stokbroden van het westelijk halfrond worden bij ons om de hoek gebakken en aan 80 cent per stuk verkocht.
Daarnaast hebben we de traditionele Belgische bakkers. Eén van hen bakt de heerlijkste broden. Welhaast elke morgen begeef ik mij naar deze lokale neringdoener. Want droog brood eten is voor mij een straf. Brood op zich ook eigenlijk.
Vier minuten voor openingstijd sta ik op zijn dorpel mails te beantwoorden. Ik begroet zijn vrouw. Ik koop een brood. Sleutels, waar zijn mijn sleutels? Bord, mes, kop, Nutella. Een brood van gisteren. Eén hap. Koud. Niet voldoende ontdooid na het invriezen.
Nu ben ik principieel tegen het weggooien van voedsel, er zijn mensen met honger, ook in ons land. Eveneens ben ik echter voor klantentevredenheid. Al zeker als de klant mezelf betreft.
Wanneer ik in weer en wind en soms regen of sneeuw tot drie na zeven moet wachten om de bakkerij open te laten gaan, vind ik dat geen issue. Maar als ik het weer trotseer voor een vers brood, dan is dat wat ik verwacht.
Dan mag ik al oog hebben voor economische realiteiten en praktische bezwaren. Ik mag beseffen dat 25 soorten brood elke dag klaarstomen tegen de opening van 7 uur niet haalbaar is, als klant raakt dat mijn kouwe kleren niet.
In Koekelare is een bakker die zijn weekendtaarten op maandag verkocht aan de helft van de prijs. Korting voor minder versheid. Dat is één manier om het te doen. Zover hoef je niet eens te gaan. Geef mee welk product ik koop. Adviseer mij bij mijn koopproces en verkoop mij geen ijs in een zak.
