De BMW 330e: een schaap in wolfsvacht

Toen vorig jaar besloten werd om de bvba WIT op te richten, moest er ook een voertuig bij gekozen worden. Enfin moest. Dat zou ooit wel van pas komen, zo werd algemeen bedacht. Aangezien de klant die het factuur 001 van WIT kreeg een partnership met BMW heeft en ik dat toevallig ook nog wel te pruimen wagens vind, was de keuze al wat makkelijker gemaakt.

de BMW 330e bij het afhalen

Alleen het type moest dan nog gekozen. De koffer van de X1 bleek bij inspectie een beetje een tegenvaller en ik was toch al niet zo’n fan van het hele crossovergebeuren. Qua looks zou ik voor een 4-reeks gran coupé zijn gegaan. Alleen wil ik ook nog wat groen kleuren, zelfs in mijn automobiliteit. Dus werd het een 330e. De plugin hybride 3-reeks.

Waarom zou je een BMW 330e kopen?

Zonder meer één van de mooiste en de leukste wagens waar ik ooit al mee gereden heb, die 330e. Ja, het is door dat M-pakket een beetje een patsterbak, zeker als je die geblindeerde ramen en die fraaie wielen ziet. Vergis je niet. Het is een soort schaap in wolfsvacht.

Ja, een schaap in wolfsvacht. Want onder die koffer zit een batterij die een elektromotor aandrijft. Je komt er een kleine dertig kilometer ver mee als je ‘m oplaadt aan een stopcontact of laadpaal. Of je kan, als je de combinatie van de benzinemotor en elektromotor gebruikt van nul tot honderd sprinten in zeggen en schrijven 6,1 seconde. Voor dat laatste heb ik ‘m niet gekocht maar ik kan niet doen alsof ik dat niet een beetje leuk vind.

Minstens even leuk is het groene kantje van de auto. Want hoe graag ik het ook doe, met de fiets de jongens naar school brengen, naar het werk fietsen en terug naar school en terug naar huis en koken en de kinderen in bed steken en… is het erg als ik zeg dat mij dat gewoon niet heel erg goed lukt, timinggewijs? Dus doe ik het voor het grootste stuk op batterij, gevuld met groene stroom. Dat is al wat.

Een PHEV: opladen en verbruik

Uiteraard komt het reële verbruik in de verste verte niet aan de vooropgestelde doelen maar eerlijk is eerlijk, ik kom er ook niet altijd toe om ‘m overal en altijd op te laden. Bij ouders en schoonouders lukt het best want die hebben een oprit tot aan de garage. Thuis is het met verlengdraad te doen. Bij klanten is het nu niet meteen zo dat ik bij het kennismakingsgesprek ga vragen ‘en waar is nu het stopcontact’ maar als er een laadpaal beschikbaar is, zal ik niet nalaten om ‘m in te palmen.

BMW 330e opladen

Is dit de meest handige familiewagen die er is? Hoogst zeker niet. Daarvoor is de koffer te klein. Is het de sportiefste auto out there? Heel zeker niet. De meest luxueuze? Neen. Het is wel by far de auto die voor mij het meeste doet. Ziet er goed uit. Rijdt als een beest als je daar eens zin in hebt, fluistert stil als het moet.

Oh. Ja. Dan nog iets. De boekhouder, die vond dat ook een goed idee, zo’n plugin hybride.

Krystina Sferlazza: Proximus werknemer van de maand

Hoera! Het is gelukt! Proximus heeft mij dan toch als klant willen binnenhalen. Alle gekheid op een stokje: er zullen wel redenen zijn waarom het met mij en hen zo fout liep. Slechte opleiding waardoor de winkelbediende niet weet dat je bij een privéabonnement geen bedrijfsfactuur kan krijgen, matige informaticasystemen waardoor Twitter- en telefoonhelpdesk en socialmediateam van elkaar niet zien wat er gaande is. Ik zeg voor de vuist weg maar wat.

Toen het gisteren pas echt fout dreigde te lopen kwam er echter een soort deus ex machina zoals je ze nog maar zelden op de bühne ziet: Krystina Sferlazza. Ze heeft haar naam nog mee ook. Voor zover ik kan inschatten werkt ze op een andere dienst bij Proximus maar weet ze zo een beetje hoe de vork aan de steel zit.

‘Ga gewoon naar de winkel, vraag een nieuwe simkaart en klaar’ adviseerde ze toen Mobile Vikings ineens sneller dan verhoopt de telefoonkraan dichtdraaide. Er moeten meer Proximuswerknemers meegelezen hebben en eerlijkheid gebiedt om te vertellen dat er me maandag iemand al had aangeboden om intern aan bellen te gaan trekken. Als ik echt de ik-ben-blogger-en-ik-wil-nu-geholpen-worden-kaart had willen spelen zijn er ook wel manieren. De helpdesk deed er het zwijgen toe. Ik moet geen voorkeursbehandeling. Ik hoef geen compensatie. Trek lessen uit het gebeurde en los het op.

Het zal vast buiten de procedures liggen wat Krystina Sferlazza deed. Privé account gebruikt, andere dienst, heel de ramsamsam. Het is wat Mobile Vikings de laatste jaren is verloren. Het is wat je van een grote boite als Proximus niet verwacht: een persoon met voornaam én familienaam die het zich aansteekt en die denkt: fuck het boekje, dit is een te simpele oplossing om iemand mee te laten sukkelen.

Dominique, als je dit te lezen krijgt, laat Krystina opnemen in de opleiding voor al je personeel en stuur haar een mailtje, ze zal vereerd zijn.

 

Een nieuwe aflevering in de Proximus-soap

Maandagavond was ik het hele gedoe met Proximus een beetje beu. Een blogpost werd geschreven. Een tijdslimiet werd gezet. Als het om 17u op dinsdag niet opgelost zou zijn, zou ik publiceren. Zo geschiedde helaas.

De reacties lieten niet op zich wachten. De blogpost is inmiddels zo’n 2000 keer gelezen. Bij Proximus deden ze hun best om alles zo snel mogelijk recht te zetten. Met reacties tot op mijn Facebookbericht toe. Alles zou goedkomen, dat voelde je. Hier stonden de zenuwen op scherp.

Om 9u52 kwam het bericht van Proximus dat de overzetting van mijn nummer opnieuw werd aangevraagd. Ik bedankte de jongedame aan de andere kant van de lijn en voegde er voor de zekerheid aan toe dat ik ook nog een nieuwe simkaart verwachtte. Een nano-exemplaar deze keer. Daar zou voor gezorgd worden.

Vandaag werk ik thuis. Geconcentreerd verder werken aan een plan voor 2017. Ik was er dus om 7u30 al aan begonnen. Kwestie van wat meters te kunnen maken. Om 12u was het op, zowat. Dus besloot ik tot een wandeling. De rest van het verhaal kan je al raden, juist?

Onderweg wil ik dus iets opzoeken. Blijkt mijn verbinding weggevallen. Wat doet een beetje techneut dan? Eens aan en uitzetten. Eerst de verbinding. Daarna de hele telefoon. Helaas niets. In draf naar huis. Bericht naar Mobile Vikings gestuurd. Hebben jullie mijn nummer al gedeactiveerd? Ja, dat hebben ze.

Ondergetekende gaat dus even douchen, kostuum aantrekken en naar het werk vertrekken want het gevoel dat de collega’s mij niet gewoon kunnen bereiken, het zit me niet lekker. Intussen ga ik eens nadenken hoe ik me op een beleefde manier toch heel erg boos kan maken.

Die keer dat ik klant wilde worden bij Proximus

Twaalf december zou mijn laatste officiële werkdag worden bij Flanders DC. Dat had Sabrina van HR voor mij berekend. Veranderen van werkgever, dat is ook veranderen van telefoon-abonnement en in mijn geval ook van operator. Mobile Vikings is naast zijn zelfstandigheid de voorbije jaren ook zijn sympathieke kantje kwijtgeraakt. De dekking blijft wat ze was en dat is voor mij niet genoeg.

Trek ik dus naar Proximus. Terwijl ik toch in het centrum moest zijn even binnenwippen in de Proximuswinkel, dacht ik zo. Of ik mijn nummer wilde behouden? Jazeker. Welk abonnement ik wilde? Een business abonnement alstublieft met 8 GB aan data want ik trek er wat door op een maand. Waarom neem je geen gewoon abonnement vroeg de verkoopster? Het is eigenlijk goedkoper en kan ook via vennootschap betaald. Waarom ook niet? Toch? Contractje getekend. Simkaart gekregen. Trots een instagramfoto genomen. Wist ik veel.

A photo posted by Jan Seurinck (@janseurinck) on

Zeggen en schrijven zes december om drie uur in de namiddag . Ruim tijd genoeg om alles geregeld te krijgen zou je denken. Niet dus. Ik liep nog wel als een dwangneuroot rond want ik voelde dat de omschakeling er snel aan zou komen en je zal nooit anders zien dat je ergens op de boerenbuiten aan het fietsen bent, een derde lekke band krijgt en met bevroren vingers niet naar het thuisfront kan bellen want je telefoon doet het niet meer.

Op 13 december voelde ik de bui hangen. Even Brussel DM’en zeker? Flanders DC op de hoogte brengen dat het niet had gewerkt en of ze zo vriendelijk wilden zijn om mijn telefoon nog even te betalen. Dat ze het factuur dan maar naar mij moesten sturen als het nodig was. Bij Proximus luidde het intussen dat het mogelijks aan de oude provider zou kunnen liggen en dat het tot een paar dagen kon duren… Tik tak tik tak tik tak.

Op 14 december is het ineens zo dat er geen aanvraag tot overzetting terug te vinden is maar gelukkig is de andere kant van de Twitterlijn heel vriendelijk en zal het doorgegeven worden aan het callcenter. Een lange telefoon later weet ik dat ik toch een business abonnement vandoen heb want dat kan zomaar niet en of ik mijn telefoonnummer wens te behouden? Ja. Ik wil dat. En snel. En nu.

Veertien dagen later… VEERTIEN… Valt er een brief in de bus. Dat ik tevreden mag zijn van mijn keuze want Proximus dat is een gerief in huis. Dan begint het me weer te dagen… Nog geen nieuwe simkaart gezien. De andere kaart is inmiddels de vuilnisbak ingegaan. Wat als… Opnieuw de Twitter helpdesk gebuzzd. Hoe zit het nu? Waarop het verrassende antwoord komt…

jantje-wou-eens-proximus-klantje-worden

Nu zou ik vroeger in een Spaanse furie geschoten zijn maar kijk, wijsheid komt met de jaren en ik weet dat er ergere dingen zijn dan vechten met een windmolen dus ik doe de uitleg nog eens kalmpjes over. Dat er geen nieuw nummer vandoen is en dat het weldegelijk over een bedrijfsaccount moet gaan en… jantje-wou-eens-proximus-klant-worden-bis

Omdat alleen de kalmte u kan redden geef ik de gegevens van mijn bedrijfje door en voorwaar ik zeg u: alles gaat in orde komen. Het IT team van Proximus schiet zelfs voor mij in actie. Waarop ik nog even piep dat ik dan ook nog wel een sim-kaart nodig heb want je moet je voorstellen dat die IT’ers bij Proximus zo snel handelen… Mocht je al bang zijn dat nu de slechte afloop komt. Gelukkig niet. We schrijven de donderdag voor nieuwjaar en er gebeurt niets.

Tot vandaag. De eerste maandag van het nieuwe jaar. Als ik thuiskom wacht de post op de livingtafel. De simkaart is gearriveerd! Helaas gaat het hier over een microsim en doe ik al jaar met een nano… Dat kunnen ze op zich bij Proximus niet weten maar je zou denken dat ze dat wel kunnen vragen. De tweede brief is een factuur. Voor het niet-gevraagde nummer.

Het bericht dat ik niet van plan ben om die factuur te betalen en de vraag om een nano-sim te krijgen blijven bijna een hele werkdag na versturen onbeantwoord. Ik denk dat ze bij Proximus klanten genoeg hebben. Wat kunnen jullie voor mij betekenen Telenet?

 

 

De verjaardagscabrio van 2016: de Audi TT Roadster

Een paar jaar geleden vroeg ik Juul -dat is de oudste- wat hij voor zijn verjaardag wilde. ‘Een cabrio’ was het duidelijke antwoord. Ik zag er de uitdaging wel van in. De vriendelijke mensen van Volkswagen leenden me toen een Beetle Cabrio uit. Het weer was niet echt goed maar het dak kon er heel even af en een blije driejarige, daar doet een mens het voor.

De uitdaging werd een sport want na de verjaardagsbeetle kwam ook nog een verjaardags Mini Roadster en een verjaardags Citroën DS3. Ook dit jaar stond een cabrio hoog op het verlanglijstje en dus vroeg ik de mensen van Audi of de TT Roadster beschikbaar was in de verjaarperiode. Dat bleek het geval en dus mochten we de na de Audi TTS vorig jaar opnieuw van de Vorsprung durch technik genieten. Zonder dak deze keer.

audi TT roadster official photo

De versie die we meekregen was voorzien van 180 pk, een automatisch schakelende motor  en een S-line pakket. Goed voor veel rijplezier in een mooi jasje. Iemand was er heel erg tevreden mee.

juul seurinck audi tt roadster

Niet alleen Juul was in de wolken (hebdem) trouwens. Wij genieten alleen op een ingetogen manier.

Audi TT roadster open dak jan en ken

De TT roadster heeft (behalve vier zetels) alles wat de gewone TT heeft. Je kan er zelfs mee naar de Albert Heijn als je dat wil. De weekbehoeftes van een modaal gezin zoals het onze passen er net in.

audi TT roadster shopping

Het was me werkelijk een plezier om een weekend lang met het karretje te rijden. € 55000 voor een auto met de meeste toeters en bellen er wel op én een roadster, dat vind ik niet overdreven veel geld voor wat het is. Eigenlijk. Basisprijs voor de goede orde: € 36000. 

De Under Armour Healthbox: ingrediënten voor een platformervaring

HTC, het merk dat alweer een paar jaar mijn telefoons levert heeft het moeilijk, we moeten daar niet belachelijk over doen. Er is de iPhone natuurlijk, die de markt afroomt en Samsung die even synoniem voor ‘Android’ dreigde te worden.

Daarop willen de Taiwanezen antwoorden met (design-)kwaliteit en andere businessmodellen. Er is hun VR afdeling natuurlijk maar ik kreeg (in primeur nog wel) iets anders te pakken: het sportpakket dat het resultaat is van hun samenwerking met Under Armour, het Amerikaanse sportkleding en -accessoiresbedrijf.

HTC Under Armour healthbox

Under Armour is al een tijdje bezig met het uitbouwen van een platform voor alles wat te maken heeft met sport. Ze hebben daarvoor Mapmyfitness gekocht, wat je een Strava-concurrent zou kunnen noemen en Myfitnesspal, een caloriënteller en activiteitendagboek.

Platformen zijn wat je in de moderne economie doet en dus hebben ze dat goed gezien. Voeg daarbij dus de knowhow van HTC in het maken van hardware en je hebt een recept voor succes in handen. Althans, dat zou je denken.

De doos waarin de Healthbox wordt geleverd is meteen een toonbeeld van wat ik anno 2016 van HTC verwacht. Apple-achtige kwaliteit en feel maar dan met een twist. Daarin zitten dus een UA band (een fitnesstracker), de UA hartslagmeter en een weegschaal met enige pretentie. Voor hardware design krijgt het drieluik een welverdiende 8,5.

De hardware van de Healthbox

De UA band is een wearable van de moderne fitbitsoort. Aan te sluiten via bluetooth en te gebruiken als verlengstuk van je telefoon. Agenda en muziek starten en stoppen en onderweg kan je zien wie je belt (schijnt, want ik word zelden gebeld als ik aan het sporten ben). Het meet je slaap (automatisch) en telt je stappen. Het toestel is een pak minder gedetailleerd op bewegingsvlak als ik gewoon ben van mijn Polar. Als het over sporten gaat, moet je echt naar de software-oplossing van de box kijken.

Terwijl het dan toch over sporten gaat: de hartslagmeter is daar een goeie compagnon de route. Het blauwe Under Armour logolichtje dat laat weten dat je hart nog klopt en dat één en ander werkt, maakt het de coolste hartslagmeter die ik al heb gedragen.

Het hardware sluitstuk van de Healthbox is meteen de kers op de taart. De weegschaal communiceert met de app via bluetooth en met het platform via wifi. Hij weegt en meet je vetpercentage en stuurt dat meteen door. Het ding herkent verschillende gebruikers en zegt ‘s morgens vriendelijk goeiedag. Het is vast niet de meest gesofistikeerde personenweegschaal die vandaag op de markt is maar de integratie en het platform is in deze het verkoopsargument, niet de kwaliteit van de individuele toestellen.

Het Under Armour platform

De integratie met de band, de hartslagmeter en de weegschaal zijn op een wip geregeld en je hoeft geen diploma informatica te hebben om pakweg de weegschaal op de wifi te zetten. Alles gaat netjes uit de app. Voor mensen die niet graag handleidingen hebben zoals ondergetekende: je kan zonder (maar het gaat iets vlotter met).

Op de standaard app die alles zowat bij elkaar moet houden valt weinig negatief te zeggen. UA Record heet het ding en het trekt de look en feel van de healthbox digitaal helemaal door. Het kwadrant-in-een-cirkel van de weegschaal komt hier terug. Overzicht in een mooi jasje. Helemaal goed gedaan.

Helaas is het niet allemaal zonneschijn: bij Under Armour hebben ze zich dus een platform geprogrammeerd (de UA Record hub) maar voor grote stukken rekenen ze dus nog op hun aankopen: de myfitnesspall en mapmyfitness apps moet je dus ook installeren om het onderste uit je healtbox kan te krijgen. Dat je drie apps nodig hebt om je fitnessding te doen is knap vervelend. Dat Strava daarenboven niet ondersteund wordt (begrijpelijk, je wil een platform bouwen, niet een ander ondersteunen) is voor een sport-gerichte gebruiker als ik spijtig.

Een corrigerende tik verdienen ze bij Under Armour trouwens om mensen die € 449 neertellen voor de box om die dan een jaar te laten genieten van de pro accounts van beide periferal apps en daarna gewoon te laten betalen. Je hebt het Polar model waarbij je hardware verkoopt en software weggeeft. Je hebt het Strava-model waarbij je software verkoopt. Van beide walletjes eten als uitdager op een markt? Ik zou het niet doen.

De conclussie

Under Armour heeft in HTC een goeie partner gevonden voor het maken van de electronica. Ook het platform mag er wezen. De periferal apps doen ook meer dan goed hun ding. Alleen, dat zijn dus de ingrediënten voor een platform waar ik het in mijn inleiding over had. Het is denk ik een kwestie van tijd dat die integratie er komt maar die tijd is dus niet nu.

Vandaag zou ik de Healthbox aanbevelen aan mensen die aan hun conditie willen werken of die willen afvallen. Zij vinden in de integratie van hardware en software al een mooi hulpmiddel om hun doelstellingen te bereiken.

De iPad: het blok erop

Hier ten huize zijn drie iPad’s in omloop. Een grote van mijn lief, een iPad mini van de eerste reeks nog en een nieuwe iPad mini. De eerste mini, uit 2013 ook alweer wordt gebruikt door Juul, de oudste zoon. Hij speelt er Lego games mee en Angry birds. Op de nieuwe wordt deze blogpost geschreven. Het is mijn mobile office.

ipad_mini_blok_focus_keyboard_case

Sedert kort worden de twee mini’s beschermd door een nieuwe hoes uit de BLOK reeks van Logitech. In 2013 heb ik van hetzelfde merk al eens een keyboard getest. Deze keer kreeg ik twee exemplaren ter beschikking, een bumper voor de mini van Juul en een keyboard voor vader.

Bij Logitech beweren ze dat de BLOK een val van degelijke hoogte kan opvangen en als je naar het materiaal kijkt en voelt, heb je wel het gevoel dat je materiaal goed beschermd is. Als ik een blog had waar ik stukken van mensen mee verdiende, had ik de proef wel eens op de som genomen maar ik ga het zo moeten formuleren: die van de PR zegt dat en ik heb de indruk dat die mens wel van de betrouwbare soort is. Voor wat betreft de kinderversie van de iPad dus: helemaal geslaagd daarvoor. Je kan in plaats van dertig keer volstaan met tien keer ‘let op met die iPad’.

Het opladen van het BLOK met keyboard moet zowat de enige downside zijn. Bij Apple hebben ze die verschrikkelijke gewoonte om afwijkende adapterformaten te leveren bij al hun toestellen. Kan je dus twee keer raden: het Logitech BLOK keyboard laad je op met een standaard micro USB, je iPad doe je dus met zo’n Apple only ding. Gelukkig heb ik dan overal wel zo’n kabeltjes wegens al jaren HTC telefoon op zak en Polar om de pols.

In tegenstelling tot de folio toen, ben ik wel heel enthousiast over het nieuwe iPad klavier. Mogelijks omdat ik deze keer een langere testperiode heb gehad. Zo’n keyboard is een beetje mentale training. Eens je het gewoon bent, tik je er net zo hard op als op het klavier dat ik dagelijks op kantoor gebruik om te tikken of het klavier van mijn MacBook Air.

Als je het meeste van je werk in the cloud doet, zoals ik en je hebt een mobiele levensstijl zoals ik, dan is zo’n klavier dus echt handig. Je hebt ineens een kantoor op handtasformaat bij de hand.

Angst is geen goede raadgever

Het allerergste vind ik de oproep van (Peter) Hinssen tot meer angst. Gelooft hij echt dat meer angst zal aanzetten tot meer creativiteit? Angst is geen goede raadgever en al zeker geen bron tot creativiteit. Creativiteit kan alleen gestimuleerd worden als we naast bedreigingen ook de kansen zien worden aangereikt door de technologie maar ook door nieuwe businessmodellen en andere vormen van werkorganisatie.

Woorden van Jan Denys, gelezen als reactie op het artikel van Peter Hinssen in De Standaard

Doe iets nuttig in de auto: lees een boek

De al bij al weinige tijd die ik in een auto doorbreng, ervaar ik meestal niet als de meest nuttige. Omdat ik vaak een kot in de ochtend of lang na de avondspits rijd, komt het er op neer veilig naar en van de autostrade te rijden en verder doet de adaptieve cruisecontrol het meeste werk.

Je luistert wat naar het nieuws wat je eigenlijk al weet. Je denkt wat. Met wat geluk is er een goed nummer en kan je even op je stuur drummen. Je kijkt wat om je heen en dan ben je op je bestemming en denk je dat je onderweg ergens mogelijks een idee hebt gehad dat je helaas bent vergeten.

Om die tijd wat nuttig in te vullen ben ik sedert enige tijd begonnen met boeken lezen achter het stuur. Het klinkt gevaarlijker dan het is.

Ooit was ik er al eens mee begonnen, met audioboeken. Toen las ik ze in de trein van en naar Brussel maar ik maakte de fout dat ik daarbij ook nog wat op mijn iPad wilde gaan tokkelen zodat ik schrijffouten maakte in mijn mails en de lijn van mijn boek vaker dan ik wilde kwijt raakte.

Een auto heeft dat soort afleidingen niet. Of je moest die tweedevaksrijders die je ‘s morgens in de vroegte al tegenkomt meetellen.

Zo heb ik de voorbije maanden elke maand ongeveer een boek gelezen. Mijn abonnement bestaat toevallig uit één boek per maand, dus dat valt even mee zeg. Zo heb ik de hagiografie van Walter Isaacson over Steve Jobs met veel plezier gelezen en ook Thinking Fast and Slow van Daniel Kahneman.

Het is duidelijk dat niet elk boek zich even goed leent tot het consumeren via audio. Zo zijn de vele verwijzingen naar grafieken in Pikkety’s Kapitaal in de 21ste eeuw een echte domper op de luisterleesvreugde. Of ik ben gewoon te dom voor dat boek want ik heb me op de e-bookversie ook al stukgebeten.

Je kan Audible, zo heet de dienst waarmee ik boeken luister, trouwens gratis proberen met twee boeken erbij. De boeken zijn meestal in het Engels, als je een mondje Spaans of Frans spreekt, heb je hier of daar wat opties. Wegens al lang gewoon via de Amazon Kindle, luisterlees ik louter Engels. Dat is voor sommige mensen misschien een drempel…

De Polar M400: meer dan een fitness tracker

Er was eens een jawbone. Die ging stuk. Dus kreeg ik van bol.com mijn centen terug en mocht ik iets nieuw kiezen. Heel even heb ik gekeken naar de nieuwe jawbones maar pardon my french: het zijn lelijke dingen geworden. Dat je een beetje meer lifestyle dan geek wil worden, ik begrijp het allemaal wel. Edoch: niet mijn ding. 

polar m400

Ik koos voor een andere weg. Mijn ogen vielen op een Polar M400 met Heart Rate Monitor band. In de witte versie. Sedertdien heb ik dus weer een horloge aan die ineens ook nog eens vanalles meet van de dingen die ik doe en laat en ik sport niet meer met mijn Wahoo Tickr maar met een Polar band.

Als ik vergelijk met de Jawbone (en dat doe ik dus bij deze) is het grote verschil dat de focus van de Polar toch wat meer op het sporten gericht is. Wat gezien het merk misschien niet onlogisch is. Voor iemand die een wearable keuze moet maken wel van belang kan zijn. Voor huis-tuin-en-keuken toepassingen en voor slaap en dieet en die shizzle, is die jawbone toch wel echt beter.

Als je wat serieuzer aan het sporten slaat, is de Polar M400 wel een mooi instapmodel dat ook meer meet dan zomaar je hartslag. Het meet je slaap maar geeft dat niet zo heel goed weer, ook niet in de bijgeleverde software. Het registreert je bewegingen maar als je denkt: wat ik nodig heb is een stappenteller om me te stimuleren om 10000 stappen te zetten: dit is niet waar je voor wlil gaan.

Dat klinkt misschien allemaal negatief maar ik wil geen verkeerde verwachtingen stellen. Op heel veel vlakken is het ook een superieur product aan de jawbone. De build quality voelt op zoveel vlakken zoveel beter aan.

Het is ook een beter toestel. Het meet ongeveer dezelfde dingen en doet dat (op gevoel) vrij accuraat. Daarboven doet het dus hartslag. Niet met gissen via zo’n armband maar met een echte band om je borstkas heen. Via GPS ook je afstand en je snelheid en je parcours en heel de zooi. De one more thing? Als je dat wil doet het ook van smartwatch. Je kan notificaties krijgen op dat ding. SMS’en en Tweets enzo op je scherm. Beetje Pebble-achtig allemaal. Voor € 155 heb je meer dan een lifestyle wearable die ook dienst doet als horloge.

Op het horloge lees je af hoe je aan het sporten bent (inclussief snelheid en tijd per kilometer bij het lopen). Het toestel kan je ‘fitness’ meten. Drie minuten stil liggen en dan zou je moeten weten wat je hart zoal vermag. Niet dat ik er helemaal vertrouwen in heb dat het allemaal klopt maar niet gemeten is altijd mis.  In praktisch gebruik gaat ie bij mij zo’n week op één batterijlading. Dat is met een keer of twee-drie-vier ‘sporten’ per week. Ongeveer tien keer op een dag kijken hoeveel procent van mijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid beweging al heb gehad. 

Helemaal goed dus als je aan het sporten wil slaan en toch geen € 350 wil betalen voor een wat ik dan zou noemen échte hartslagmeter met alle toeters en bellen die daar dan bij horen. Het is trouwens een vrij unisex ding begrijp ik ook, want Madam Vélo en/of haar betere wederhelft hebben er ook één als ik me niet vergis.

Apple did a much better job

You must be wondering how it feels to see a concept you worked so very hard on end up as a native feature in an Apple product. Honestly, it doesn’t feel that bad, besides from not being a part of the actual implementation

Kristof Houben, één van de mensen achter de Belgische startup Smile zag zijn idee tijdens de Apple keynote voorbijkomen als een feature in de native Camera App.

In de tijd dat ze bij Start-it in Antwerpen zaten heb ik met die mannen nog over hun marketing en business plannen gesproken. Intussen is Smile op sterven na dood maar het idee leeft…

Gelezen op Medium