Archive for the 'woord van de week' Category

Page 2 of 2

Duigen

“Een duig is een gebogen houten plank die gebruikt wordt bij het maken van houten vaten“, zo vertelt ons Wikipedia. De duigen vormen, samen met  metalen ringen de vaten die wij allen kennen van wijnvaten ook oude kuipen en andere vloeistofdragende houten gebruiksvoorwerpen.

wijnvaten in het zonlicht door illyrias

Het is maar zelden dat wij het woord ‘duigen’ nog gebruiken. Het ambacht van het kuipen, zoals het maken van tonnen en dergelijke wordt genoemd, wordt immers nog nauwelijks bedreven. Bezoek maar eens een zogenaamd authentieke wijnboerderij, de eikenhouten vaten zijn vaak niet meer dan een afleidingsmanoeuvre voor de toeristen.

Uiteraard zijn duigen vooral bekend van de uitdrukking ‘in duigen vallen’ wat ‘de mist ingaan’, ‘mislukken’ of zelfs ‘floppen’ kan betekenen. De duigen worden hier gebruikt wanneer het vat in stukken uiteenvalt, bij het maken, transporteren of gewoon door een technisch probleem.

Dat maakt het woord tot het woord van de week. Een duig is een onderdeel van een groter geheel dat haast alleen wordt benoemd als er iets mee misloopt. Ik vind dat mooi.

Koosjer

Koosjer of Kosjer is een van oorsprong Hebreeuws bijvoeglijk naamwoord dat meestal gebruikt wordt om voedsel aan te duiden dat volgens de joods-orthodoxe voorschriften geschikt is voor consumptie. Ook andere zaken zoals kleren kunnen als al dan niet koosjer worden aangeduid.

Omdat ik mijn shoppings doe in de Delhaize aan de Antwerpse Plantin en Moretuslei, kom ik het woord op regelmatige basis tegen. Niet alleen kom ik er vaak (Chassidische) Joden tegen, in de winkel is één zijde van een rayon voorbehouden voor producten met koosjere oorsprong. Dat is best een lap grond als je het in retailtermen bekijkt.

Ik vermoed dat er wel meer producten zijn die koosjer zijn maar niet als dusdanig staan aangegeven. Misschien houden niet alle Joden zich even sterk aan de regels. Ik zie Joodse medeburgers in elk geval regelmatig met volle winkelkarretjes voor of achter mij aan de kassa. Dat haal je dus niet uit die ene rayon.

Koosjer heeft het harde van de K en de O, het zachte van de S en het snijdende van de J en is daardoor al een complexe samenstelling van fonemen. Je moet het even luidop zeggen om het te proeven. Koosjer is in onze taal echt een vreemd woord. De aaneensluiting van S en J duidt voor ons meestal op een verkleinwoord maar dat is het hier in geen geval.

Uiteraard kan ik hier de zegswijzer “dat is niet koosjer” hier niet onvermeld laten. Deze -altijd in de negatieve zin gebruikte- zegswijze betekent dat iets niet helemaal pluis is. Een goede, een veel betere, manier om te zeggen dat iets niet pluis is daarenboven. Geef toe, wat heeft een pluis er nu helemaal mee te maken?

Als vreemde woorden onze taal verrijken, kunnen we daar alleen maar voor open staan. Koosjer. Mijn tweede woord van de week.

Modiste

Structuur, ook daar draait een blog om. Structuur zoals in: alle dagen een blogpost. Structuur zoals in verwante thema’s. Vandaar is er vanaf heden op maandag de rubriek “Het woord van de week”. Deze week is dat modiste.

Modiste is een prachtig woord. Vrouw die modeartikelen voor dames, met name dameshoeden, vervaardigt en verkoopt. Heerlijk. Veel mooier dan hoedenmaakster. Hier zien we een modiste in de deur van haar winkel aan de Turnhoutsebaan in Borgerhout staan.

Ik kwam het woord tegen in mijn eigen geheugen toen ik door de foto’s bladerde waaruit we putten om de Krugerplein Peperbus blog te illustreren. Daar vond ik bovenstaande foto. Ik dacht: “hé, een modiste”. Toen ik klein was en nog in Edewalle aan het togen was, woonde er een modiste. Men noemde haar ook zo, maar niet als ze er bij was. Je zou nooit zeggen: “dag modiste, hoe gaat het nog met je hoedenwinkel?”. Je zei: “dag mevrouw” of je noemde haar bij haar voornaam als je die kende. Ik ben die naam vergeten.

De modiste werd in de dagelijkse omgang van de dorpsbewoners benoemd aan de hand van haar beroep, ook al was ze oud en bejaard en maakte ze al lang geen hoeden meer. Aangezien ze de enige modiste in het dorp was, ontstond er ook nooit verwarring. In ons dorp was er van alles maar één. Eén kerk, één pastoor, één bakker, één beenhouwer, één school. Alleen waren er twee cafés. De eigenaars werden dan ook bij hun voornaam genoemd, samen met de naam van hun café. Maar dat is een ander verhaal.

Jammer dat er nog zo weinig zijn, modistes. Dat je haast nooit eens kan zeggen: “ik kwam straks de modiste nog tegen”. Dat komt natuurlijk omdat niemand nog een hoed draagt. Ook dat is jammer. Lang leve hoeden, lang leve modistes. Het is mijn eerste woord van de week.

Sponsor