Innovatie

Over atletiekpistes en probleembepaling

Telkens wanneer het regende, lag de atletiekpiste er slecht bij. Grote plassen maakten het lopen op de binnenbaan onmogelijk. Gravel vermengde zich met water en wie zich na een plensbui toch aan een loopje waagde besloot in ruime ovalen rond te lopen. Dus besloot het gemeentebestuur om er iets aan te doen. De oplossing voor het waterprobleem was wel duidelijk: de afvoer moest worden opgelost. De betonlaag onder de laag gemalen baksteen diende te worden opengehaald om het overtollige water toe te laten meteen in de grond te verdwijnen.  

Een aannemer werd gezocht en gevonden. Een specialist terzake die perfect kon uitvoeren wat er werd gevraagd: betonlaag open en een nieuwe laag gemalen baksteen erbij. De aannemer had gesuggereerd om ook afvoer via gootjes te voorzien, iets wat het gemeentebestuur zelf kon doen. Dan moest er geen nieuwe procedure doorlopen.

Gootjes werden aangelegd en beton opengehaald. Een nieuwe laag gravel werd aangevoerd en door een gespecialiseerd team van de aannemer over de 400 meter uitgespreid. Het probleem van het water bleef echter. In mindere mate in de binnenbaan maar zowat overal, nu.

Dus kwam de deskundige van de aannemer terug. Om te kijken wat er fout was gelopen.
Het beton bleek opengehaald en het gravel aangelegd. De aangelegde gootjes waren correct geplaatst, al was 7 meter op 400 misschien wat weinig om de regen van de afgelopen dagen te kunnen slikken. Er werd besloten dat dit uitzonderlijke omstandigheden waren. Dat had noch de aannemer noch het bestuur kunnen voorzien.

Voor de zekerheid werd beslist een extra laag gemalen baksteen aan te voeren.
Het probleem bleef bestaan. Enkele dagen regen zorgde voor een zompige ondergrond. Niet voor een dag zoals vroeger het geval was maar voor enkele dagen na de regenval.

“We hebben geen Finse piste besteld”, zo telefoneerde een verantwoordelijke van de gemeente naar de aannemer die, geschrokken door de felle bewoordingen en vooral door de manier waarop ze werden uitgesproken een nog deskundiger deskundige ter plaatse sturen. Samen met de deskundige keek de verantwoordelijke voor sportinfrastructuur naar de piste.

Een loper die toevallig gepasseerd kwam zag de twee. Hij informeerde naar de stand van zaken. Hij had de bordjes over de op til zijnde werken zien hangen en wilde weten wanneer hij zijn trainingsommetje zou moeten veranderen. “We zijn er mee bezig”, zei de verantwoordelijke voor sportinfrastructuur, “het komt in orde”.


De vaststelling bleef dezelfde: het beton was afdoende gebroken. Een extra laag zou mogelijks soelaas brengen. Het leek voor iedereen een goeie oplossing. Nog geen week later werd een vrachtwagen aangereden met opnieuw een berg gemalen baksteen. Het uitrijden zou de gemeente deze keer voor de rekening nemen. Het mocht niet baten. De vaste gebruikers van de piste begonnen te morren. Eén was na een looptocht thuisgekomen met schoenen die zo vuil waren dat haar man uitdagend gevraagd had of zij in het vervolg het huis zou schoonmaken.

De meest ervaren deskundige van de aannemer werd erbij gehaald. Hij bracht gespecialiseerd materiaal mee en werd door de schepen van sport zelf opgewacht. Op de weg naar de piste had hij er de offerte voor de uitgevoerde werken bekeken. Het leek hem een tekstboekvoorbeeld van wat zijn bedrijf kon doen. Uiteindelijk waren ze grondaannemers en wisten ze nu niet bepaald veel van sport, het draineren van zandleem- of kleigrond had voor hen niet de minste geheimen.

De ervaren deskundige keek naar de piste en liet zijn gespecialiseerde meetapparatuur in zijn auto liggen. Hij sprak een loper aan en vroeg naar de situatie. Daarna stapte hij op de schepen van sport aan die vond dat het nu wel dringend tijd werd om aan de slag te gaan zodat kon vastgesteld worden waar de uitvoeringsfout zat.

“Er is helemaal geen fout gemaakt”, zo stak de ervaren deskundige van wal. De gootjes zijn correct geplaatst, het beton is naar behoren opengewerkt. Het gravel is niet van de beste maar ook niet van de slechtste kwaliteit zoals aangegeven op de offerte. “Nee”, zo kondigde de deskundige aan, “hier treft niemand schuld, behalve degene die de oplossing heeft bedacht voor het probleem zelf werd geïdentificeerd”.

Het beton dat onder de gravelpiste lag, zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat het water werd afgevoerd naar de gootjes. Het beton is aanzien als een deel van het probleem terwijl het net een onderdeel van de oplossing was. Helaas is dat nu weg. “Misschien moet je de aanleg van een kunststofpiste overwegen, dat doet elke gemeente tegenwoordig”, zo besloot de deskundige.

Dit verhaal (dat linken met de realiteit vertoont) geeft aan wat er vandaag vaak gebeurt in organisaties. Of ze nu klein zijn of groot. Er wordt een oplossing gevonden voor een probleem dat niet scherp gedefinieerd is. De oplossing wordt zelfs uitgevoerd zonder dat één van de lopers (die gezegd zou hebben dat wanneer het regent je dan maar beter een dagje voor het wegparcours opteert) is geluisterd.

Ook de aannemer gaat niet vrijuit. Hij verkocht een oplossing omdat daar naar gevraagd werd. Niet de oplossing die de klant eigenlijk had moeten krijgen: ineens een nieuwe piste zoals die op de meeste plaatsen wordt aangelegd of gewoon voldoende afwatering via een goot die de gemeente zelf had kunnen installeren. Drie keer werd de atletiekpiste aangepakt. Mensen en materieel zijn ingezet. Kosten gemaakt langs elke kant. Het resultaat? Slechter dan het oorspronkelijke probleem waarbij de piste enkele dagen per maand onbruikbaar bleef.