Stelletje amateurs

Het zit zo, ik kijk graag naar een spelletje voetbal op niveau. Ik ben, net als bij wijn of bier, geen kenner maar Champions league, wk’s, toppers in de Spaanse, Engelse of Duitse competitie, Club Brugge tegen Standard of Anderlecht als het echt moet weet ik wel te pruimen. Kijken naar voetbal is iets wat je moet leren. Voetbal is moeilijk.

Momenteel kijk ik naar de WK-finale tussen Nederland en Spanje. Een potige match, veel gele kaarten. Na 90 minuten nog geen doelpunten, laat staan een winnaar. Op twitter speelt zich een ritueel af. Zij die kijken becommentarieerden, zij die niet kijken vragen zich af waar wij (ik hoorde bij de eerste categorie) ons mee bezighouden.

Zij die commentaar leveren willen over het algemeen doelpunten. Daarmee zou de match staan of vallen. Voor één van de twee partijen, voor het spelbeeld, voor de analyses achteraf. Wat een stelletje amateurs. Voetbal draait niet om doelpunten, dat heeft men ons door de jaren heen wijs proberen maken. Met samenvattingen en regels en ingrepen.

Dus zitten wij, stelletje amateurs, voor een keer een hele match af te kijken, valt er 120 minuten geen goal en zijn we teleurgesteld. Verwend als we zijn door ellenlange groepsfases die zich over meerdere maanden uitstrekken. Voetbal is een schaakspel met 22 pionnen, drie vervangingen en drie vreemde mannetjes (één scheidsrechter en twee trainers).

Cope with it.

De comeback van personalitymedia

De laatste tijd was er wat aan het verschuiven in de media. Iets waar ik niet heel erg goed de vinger op kon leggen. Volgens mij merkte ik het op bij de verhuis van Peter Vandermeersch naar het NRC. Dit was anders. Anders dan vroeger, toen professoren mij nog vertelden wat ik hoorde te zien. Of mij de ogen open deden voor dingen die ik zag maar toch niet écht begreep.

De foto’tjes in de weekendkrant, meer bepaald de opiniepagina’s van De Standaard deden een lichtje branden. Dit herkende ik. Dit had ik eerder gezien.

Er was een tijd dat Belgische krantenjournalisten personaliteiten waren. Althans, zo is het me verteld. Maar toen kwam eerst de radio en een stuk later de televisie en toen verschoof de focus naar nieuwsankers. Men kwam er achter dat het visuele primeert. Als communicatiewetenschapper vind ik dat interessant. Als docent hoor ik dat interessant te vinden zelfs.

Die persoonlijkheden zijn terug. Begrijpelijk, dat wel. De crisis slaat hard toe in de media. Ontslagen bij de redactie, teruglopen van lees- en advertentiecijfers. Personaliteiten zijn handig voor kranten. Ze trekken lezers aan. Adverteerders ook. Personaliteiten zijn gemakkelijk voor de lezer, ze leiden je zo door de krant. Je bekijkt de wereld door een bekende bril.

Waarop ik me dan afvraag of men daar wel goed aan doet. Hoe langer hoe meer hoor ik stemmen opgaan voor sterke journalisten die -zoals dat dan heet- niet te beroerd zijn om hun eigen mening te verkondigen. Dat heette eens verzuiling maar nu de breuklijn van de staat versus de kerk en de arbeider tegen het kapitaal zijn opgebroken en er geen einde gekomen is aan de geschiedenis heet het branding. Personal branding om precies te zijn.

Het vervelende is dat je niet langer weet door welke bril je kijkt. Journalisten zijn niet meer bekend omwille van hun mening. Ze hebben televisieprogramma’s of treden erin op. Polspoel en Desmet was een pionier maar inmiddels weet elke redacteur de weg te vinden naar de ochtend van radio1 en de avond van één.

Als je Het Volk las wist je dat je door een katholieke werknemersbril naar de wereld keek, de vooruit was er voor de socialist. Vandaag schreeuwen media al dan niet expliciet hun onafhankelijkheid uit maar willen ze tegelijk een mening hebben. Opiniestukken en bijdragen mogen geschreven door politici of hun vertegenwoordigers. Ook in de week voor de verkiezingen.

Journalisten mogen en moeten misschien een mening hebben maar als ik interviews hoor, als ik tweets doorheen de dag lees, dan hoop ik dat ze die mening voldoende van zich kunnen afzetten tijdens hun interviews en bij het schrijven en monteren van hun stukjes. Ik vorm namelijk zelf ook nog graag een mening. Op basis van en over feiten, niet over meningen.

De tijd en de afgestudeerden

update (zie reacties): ook technische profielen zijn welkom al was het niet zo gezegd in het twitterbericht, mijn kritiek naar De Tijd is misschien wat te direct dan. Dat neemt niet weg dat ik me zorgen maak over de representatie van studieniveaus in de media.

De Tijd, de Belgische financiële krant, niet het theatergezelschap, zoekt “pas afgestudeerde jongeren die de krant wil volgen in hun zoektocht naar een job. Univ en hogeschool welkom…” Het kan aan mij liggen maar als ik dat lees gaan mijn haren ten berge. Univ en hogeschool welkom.

Zelf heb ik het geluk zowel een universitair als een hogeschooldiploma op zak te hebben. In die volgorde behaald ook. Eerst de theorie, dan de praktijk.

Maar over die studenten dus. Ik zou mij als beroeps of technisch opgeleide jongere vandaag echt uitgesloten voelen. Zoek ze maar eens in de krant vandaag. De dropouts en de laagopgeleiden, de generatiearmen en de kansengroepen. Het is zoeken tot je er krank van wordt. Al zeker in de kwaliteitskranten en hun jobbijlagen.

In die upmarket publicaties kom je zonder “manager” of “coördinator” op je kaartje of andere diplomavereisten niet in. Haast niet. Uiteraard niet. Journalisten zijn ook mensen en gaan op zoek in hun adressenbestand of hun facebookvrienden of hun oud-klasgenoten op linkedin. Ze gaan op straat en spreken hun eigen spiegelbeeld aan.

Ik voel me daar niet helemaal comfortabel bij. We zitten met loonkloof en een arbeidsmarkt in drie snelheden. Binnenkort worden managementfuncties erfbaar. Dat noemen we dan MBA’s die we verkopen aan € 10.000. Geen working class heroes meer. Sociale mobiliteit in de wachtkamer.

Zij die de boot missen staan voor eeuwig aan de kant. Misschien voor enkele generaties.

De loge vs de kardinaal

Als er in Belgie wat gebeurt met het gerecht dat meer sensatie opwekt dan gewoonlijk, mag Walter Van Steenbrugge het gaan uitleggen in de pers. Of hij wordt gevraagd als advocaat. Van de slachtoffers. Dat spreekt. Zo ook in de zaak commissie versus gerecht.
Hij zit in de juiste fichenbak en kan het goed uitleggen. Zo moet je dat zien. Goed uitleggen zoals in begrijpbaar voor iedereen, niet beroerd voor wat eigen interpretatie. Niet verlegen om een straffe uitspraak. Nooit geremd door enige vorm van nuance. Zo ook in de zaak van de commissie versus het gerecht.
Die zaak, zo oordeelt het orakel van Oudenaarde in De Standaard, is een zaak van de loge tegen de kerk. Een complot. Dan Brown in het land van Pieter Aspe. Hun verhaal, de strijd van de verlichten tegen de donkere machten waarbij slachtoffers telkens de rol vervullen waarin zij uitblinken. Die van slachtoffer. Zo ook in de zaak commissie versus gerecht.
Media vertellen verhalen. Verhalen die wij voor waarheid dienen aan te nemen. De wereld? Hollywood. Het verhaal een aaneenrijging van scènes. De hoofdrolspelers bekende koppen. Getypecast. De slechterik. De goeien. Sidekicks en externe gewetens. De slachtoffers? Geeneens figuranten. Het is een ode aan de hele ploeg, zo spreekt de regisseur die de oscar wint. Hij bedoelt zichzelf.Zo ook in de zaak van de commissie versus het gerecht.

Gewikt en gewogen: de sony ericsson xperia mini pro

Een androidtoestel van sony met een fysiek klavier kwam door onze voordeur vliegen. Op de bggd had ik me al lovend over de xperia mini pro uitgelaten. Maar spelen met een toestel in een leuk kader is nog wat anders dan zo’n toestel dagelijks ermee door het leven gaan. Althans dat dacht ik.
Voor ik een HTC-man werd was ik een Sony-man. Dat vertelde ik eerder maar ik breng het nog maar eens in herinnering. Kwestie van het volgende wat autobiografisch cachet te geven. Meer nog dan een Sony-man ben ik een klavierman. Als je zoveel schrijft op je GSM als ondergetekende wil je daar wel eens naar kijken. Maar dat betekent geenszins dat ik mij volledig door die geschiedenis heb laten leiden voor deze review.

Xperia-X10-mini-pro

Design
De xperia mini pro is klein. Echt klein. Negen bij vijf centimeter. Leg ‘m naast een iPhone (kwestie van een bekende meeteenheid te nemen) en je ziet het toestelletje niet liggen om zo maar eens breed te schrijven. De achterzijde is wat bol en de gemaakt uit een wat stugger plastic waardoor je het gevoel hebt toch iets in handen de houden. Het is cool en cute tegelijk. Niet geschikt voor überhetero’s voor wie size matters geen loze kreet is misschien.
Technisch
Technisch is de xperia een klein wondertje. Geen raket ofzo. Maar zoveel power in zo’n klein baasje, dat is wel een prestatie. Een qualcom processor met een kloksnelheid van 600 Mhz draait  Android 1.6 met een eigen Sony-UI. (Android 2.1 upgrade verwacht in Q4 van 2010)
Een 5 megapixel camera met flash zorgt voor de beelden die in al te fel zonlicht niet erg zichtbaar zijn op het scherm. Misschien ben ik daaraan wat gevoeliger geworden na dat super-AMOLED-scherm van die samsung van de voorbije weken. Het uitschuivende toetsenbord voelt degelijk aan. Alle toetsen op de goeie plek én een azerty-klavier voor de Belgen. Waar vind je dat?
Android en de Sony Ericsson UI
Moet ik nog zeggen wat ik leuk vind aan Android? Welaan dan. Het installeren van mijn gegevens op dit toestel duurt welgeteld zeven en een halve minuut. Twitter, facebook, gmail en google apps, contacten en google docs. Zonder één kabeltje. Zonder pc.
Naast een eigen UI legt Sony nog wat anders bovenop het Android besturingssysteem. Timescape is een fraai vormgegeven unified inbox voor sms, facebook en twitter. Goed gedaan maar ik heb toch steeds weer de neiging om terug te grijpen naar de applicaties die voor de specifieke communicatietools voorzien zijn. Ik kan me voorstellen dat het voor sommige mensen werkt.
De batterij
Een kleine telefoon, een degelijke processor en een uitschuifbaar toetsenbord. Waar loopt het dan fout? Juist ja, in de batterijduur. Op zich is 285 uur standby op GPRS niet eens zo slecht, het probleem is dat ik met zo’n toestel dan wel wil werken. Het heet niet voor niets pro.
Een voormiddagje treinen, een aantal opzoekingen op google, een blogpostje schrijven, inchecken op foursquare, een telefoontje of drie en een stuk of wat tweets brengen de batterijstand een stevige dreun toe (van het type halverwege de middag stilvallen). Het moet gezegd, je wil dat toestel niet in standby laten. Een klein toestel waar je steeds de charger mee moet slepen, dat is niet wat je noemt een efficiëntiewinst.
Oh ja, Sony, als je een toestel pro noemt, zou het dan mogelijk zijn om geen kinderachtige spelletjes mee te leveren? Doe mij een tetris of sudoku of mastermind of zeeslag ofzo maar geen california gold rush of roller coaster game. Geen slechte games hé maar ik wil een pro telefoon.
Samengevat
Tussen mij en dit toestel zit het snor. Het heeft een hoge cuteness-factor en technisch goeie papieren. De batterijduur en het feit dat het dingetje op een verouderde android-versie draait (beterschap op komst daar) zorgen voor puntenaftrek. De aanbevolen winkelprijs van € 279 maken het toestel very good value for money. Een 13,5 op 20

Over (Facebook)foto’s en privacy (nog een keer)

Een tijd geleden schreef ik al eens een kladje over wat een lang stuk zou gaan worden over Facebookprivacy. Wetten en praktische bezwaren stonden een volledige uitwerking in de weg en ook weemoedigheid (dat laatste enkel om mijn schijnbelezenheid te etaleren).
Red Hot Riding Hood
Het is maar dat er een nieuwe storm zit aan te komen. Het muziekfestival Glastonburry doet het dezer dagen met crowdsourcing en een fototoestel dat de verbeelding niet eens een klein beetje tart. Facebook heeft ook nog steeds een mannetje en een computertje nodig om gezichten te herkennen.

Picassa komt al iets sterker uit de hoek maar veel ruchtbaarheid wordt er niet aan gegeven. Die Sony-toestellen die ik een tijd geleden tegen het lijf liep kunnen tot vijf gezichten op één foto herkennen. Herkennen zoals in: op deze foto staat Gustav. Een telefoon.

Als we over facebook en picassa en google en bing spreken, dan hebben we het niet over telefoons met ochgod ocharme 1Ghz en 512 RAM maar over datacentra waar je qua rekencapaciteit van achterover wordt geslagen. Het gaat er ‘m dus al lang niet meer over of voorgenoemde organisaties het kunnen maar of ze het willen.

Want ja, het komt eraan, gezichtsherkenning voor het hele interwebz. Voor foto en straks ook voor video. En neen, uw privacy zal daarmee niet geschonden worden en ja, die foto’s van je vrijgezellenfeestje laatst staan heel goed op die harde schijf. Laat maar zo.

Foto: “Red Hot Riding Hood” door an untrained eye op Flickr

The return of Jojanneke

De twintigste editie van tech45 ook alweer deze week! Zonder Cindy en Stefaan maar met Jojanneke die vroeger tot het vaste panel behoorde.

Mijn tweede tip van de week was eerder een vraag. Wie kan mij in begrijpbaar Nederlands of Engels of Duits of Frans uitleggen hoe google commands werken? Wie biedt mij een tutorial? Hieronder in de reacties, via tech45 of misschien wel live in da show?

Verder waren er opnieuw genoeg onderwerpen om ons gedurende één uur en 17 minuten over te storten: facebook, the movie, de eerste film in vijf jaar die mij tickets voor de Kinepolis zal laten kopen, de lancering en de daarmee samenhangende problemen van de iPhone4 en seks.xxx. To name but a few.

Dit alles onder kundige begeleiding van Maarten Hendrikx. Met collega Marco Frissen en met aangename en technisch verantwoorde tussenkomst van Adriaan Brillie (die een heel andere stem heeft dan ik vermoedde).

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

De laatste dag

Gisteren was de laatste dag. De laatste dag van het academiejaar, de laatste dag van één van de collega’s die ik hard ga missen. Ik ben in afscheid nemen zo mogelijk nog slechter dan in verliezen.

Het is vreemd. Tot hiertoe heb ik op een periode van 1 jaar (zeg maar mijn evolutie van plannings- en productiemens naar communicatie- en marketingmens) altijd met korte contracten in cultuur gewerkt. Productie opstarten, looptijd, afscheid. Het zou moeten wennen maar dat is buiten deze waard gerekend. Tranen moeten en zullen eraan te pas komen.

Deze keer was het niet anders. Met Bart (en ik noem niet vaak namen maar nu doe ik het wel, zonder vragen bovendien) is het iets speciaals. Ik kreeg de job bij het VIOE waarvoor ik eerst solliciteerde niet omdat ik teveel op Bart leek, zo werd gezegd. Dezelfde collega die mij toen met het slechte nieuws belde omschreef ons later, toen ik die andere job bij het Vioe ging doen, als tweelingsbroers. Quatch natuurlijk. Maar toch.

Bart wordt een crème van een conversation starter. Hou hem in het oog. Ik ben blij voor hem. Ik zal hem missen. Wij zullen hem missen. Het VIOE zal hem missen.

Over stadsplanning

Er waait een nieuwe wind bij de stadsplanners van mijn stad. Dat is goed. Weg met de ouwbolligheid. Weg met de verplichte kunstwerken van dertien in een dozijn. Leve recht, strak en grijs. Leve ingeperkte natuur. Leve voortschrijdende cultuur.

Weg met alle stadsplanners van mijn stad want zij zijn ziende blind. Zij dromen een stad die niet bestaat. Weg met alle nieuwigheden. Leve de inperfecte kromme. Laat maar komen dat onevenwichtige. Leve de inconsequenties. Geef ons een borstbeeld!

Een persoon die het kan weten vertelde me ooit dat architecten, of ze nu huizen tekenen of straten, telkens de mensen bannen. Mensen en de dingen die ze doen zorgen voor onevenwicht in het hoofd van de plannenmaker. Mensen worden abstracties in plannen. Statistieken op zijn hoogst. Net zoals de omgeving. De zon schijnt op automatisch gegenereerde 3D modellen altijd.

Daarom zou ik nooit een stadsplanner kunnen zijn. Een ideale stad wordt uit het niets opgebouwd of uit vroeger tijden geconserveerd, al het andere is oplapwerk. Noch zal ik ooit een architect of kunstenaar zijn. Mijn taak bestaat erin te beoordelen. Functionaliteit en design. Usability zo je wil. Vernieuwend of conservatief.

Vandaag heerst er bij stadsplanners van mijn stad een hang naar strak en grijs. Resultaat zijn prachtige pleintjes en straten die, eens uitgevoerd, nauwelijks of geen connectie hebben met de omgeving. Beton en perkjes. Afgebakend groen. Ik zou dat goed moeten vinden maar ik doe het niet.  Grijs en strak kunnen kleuren en krommen tot hun recht laten komen. Helaas is dat kleur, noch in het weer, noch in de mensen van dit land in grote mate beschikbaar.

Dat moeten plannenmakers toch ook zien?

Samsung Wave, de mainstream telefoon van de toekomst

De laatste wee weken mocht ik van Samsung (via de mannen van de reclame) de nieuwe Wave uitproberen. Volgens mij is dit de mainstream telefoon van de toekomst. Dat is echter niet altijd een compliment. Ik verduidelijk mezelf.

De hardware die je met de Wave in handen krijgt is geweldig en tegelijk handelbaar. Binnenin de 10,9mm smalle metaalbehuizing zit een 1Ghz processor en 512 MB Ram. Vijf. Honderd. En. Twaalf! En een ruim 3,3 Inch Super AMOLED-scherm dat leesbaar blijft in de zon en alles.

Ondanks de geringe dikte heeft het toestel een deftige batterijduur. (lees: ik heb er eens 30 uur mee gedaan) Met een 5 megapixel camera met LED-flash kan je je point-and-shoot al eens thuislaten. Er zit een GPS-ontvanger in. WiFi en 3G radio doen meer dan behoorlijk hun werk. Alles behoorlijk snappy en snel. Het is wat snel is wat het probleem is.

Samsung heeft een nieuw en eigen OS gebouwd. Bada heeft op de keper beschouwd dezelfde look and feel van Android en iPhone OS. Helaas zonder de functionaliteit en de usability van de voorgaande.

Bada heeft native een behoorlijk aantal applicaties aan boord en draait zoals Android ook widgets. De Samsung Apps market biedt op vandaag echter weinig meer. Het klopt dat je maar één twitterclient gebruikt maar als de native applicatie geen bit.ly integratie biedt en geen twitpic of mobypicture dan heb je voor het geek-publiek wel een probleem. Het lijkt me sterk dat er snel een seesmic of tweetdeck voor Bada komt.

Samsung mag dan al developers betalen om voor Bada te ontwikkelen, om de inhaalrace met Android en iPhone en Nokia for that matter nog maar in te zetten zal er serieus gewerkt moeten worden. Niet alleen naar functionaliteit maar ook qua marketing. Een officiële tetrisversie is leuk maar € 4 is behoorlijk prijzig voor een telefoonapp.
Niet dat dat een noodzakelijk probleem hoeft te zijn. Een échte appphone is de Wave voor mij niet. Maar een gewone telefoon is het evenmin. Daarvoor is hij hardwarematig veel en veel te goed. Vandaar mijn uitdrukking dat de Wave te telefoon van de toekomst is. Snelheid wordt een comodity op telefoontoestellen, net zoals het op PC’s vandaag het geval is.
Voor wie steeds mee wil zijn met de laatste technologieën (Augmented reality, locationbased services en andere cloudgebaseerde technologieën) zal dus beter af zijn met een iPhone of Android-toestel. Wie op een normale manier gebruikmaakt van een telefoon en al eens wil facebooken maar niet wil wachten: dit is jouw telefoon en je zal er een hele poos van kunnen genieten.

Vind je deze blog leuk?

read my rss feedqrcode