Lenny_Kravitz_-_Rock_in_Rio_Madrid_2012_-_35.jpeg

Twitter en het Mattheüseffect

Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft nog worden ontnomen

Vanmorgen nam ik de bus. Het stoeltje naast de mevrouw met de iPhone riep mij. Hier! Hier! Ik knikte, mompelde een soort goeiemorgen en nam plaats terwijl mijn ogen naar het retinadisplay getrokken werden. Twitter. Officiële app. Tijdlijn. Vandaag.be. Lenny Kravitz.

Lenny Kravitz Rock in Rio Madrid 2012 35
“Lang geleden Lenny. Ik wist niet dat jij op Twitter zat. Welkom. Ik ben hier al lang. Wat doe jij hier?”, ik had het hem in persoon willen vragen maar ik weet dat hij niet geantwoord zou hebben. Net zoals vele, vele anderen.

Het antwoord zou iets geweest zijn in de lijn van “de platenmaatschappij kwam daar mee af, ze vonden dat ik dat moest doen, soms tik ik zelf eens wat maar meestal is er iemand die een foto neemt op een concert en dat dan post”. Ik zou begrijpend geknikt hebben en “vroeger vond ik je beter” gezegd hebben. Of misschien vond hij het zelf een goed idee om van sociaal te doen en ik zou ‘m een schouderklopje gegeven hebben en hem succes gewenst hebben met zijn muziek, zo’n kazakkendraaier ben ik dan ook wel.

Het steekt soms. Dat wij, mannen en vrouwen van de eerdere uren, links en rechts voorbijgesneld worden door mensen die het interactieve medium dat ooit was naar de knoppen helpen. Het platform dat wij gepromoot hebben bij onze peers in de hoop zelf een plank in de kast te kunnen worden.

Vandaag worden we op ons eigen terrein afgetroefd door mensen die op televisie komen, of ze nu iets of niets te zeggen hebben. Afgetroefd door mediagroepen die hun RSS-feeds door een kanaal duwen en daar door Twitter voor beloond worden. Afgetroefd ook door marketeers die hun product in de markt willen zetten en daar budget en mankracht tegenover kunnen zetten. Retweet en win een iPad.

Het is al langer duidelijk dat Twitter ons niet meer nodig heeft. Ze hebben het ons nog niet met zoveel woorden gezegd en wanneer ik een nieuwe account aanmaak, krijg ik mezelf nog wel eens te zien tussen de suggested users. Ergens op het laatste plan.

Het zal de statusangst van een Twitteraar in vrije val zijn die mij deze zinnen laat schrijven. Ook al word ik dan jaarlijks nog in een lijstje genoemd, echt tellen op Twitter doe ik niet, een B-figuur op z’n best. Ver achter mediagroepen en journalisten en politici en celebs.

Twitter is een andere richting uitgeslagen dan wij hadden gewild, wij hebben een nieuw, eigen netwerk opgericht en zitten daar onder elkaar te doen wat journalisten, politici en celebs op Twitter doen. Gezellige onderonsjes, geneuzel onder elkaar, ongestoord, ook al roept er iemand aan de andere kant. Voor ons nog een koffie graag.

De mevrouw naast mij op de bus leest verder. Trends, De Tijd, Lenny Kravitz opnieuw. Ze retweet hem. Twitter is een RSS-feed voor haar bedenk ik. Lenny is de influencer uit mijn lezingen. Ik probeer een gevatte oneliner te bedenken maar ik laat het maar.

Ik denk aan Mattheüs en besef dat de klootzak weer gelijk heeft en dat je daar blogposts over kan schrijven maar dat dat zelfs therapeutisch niets uithaalt.

Foto: Wikimedia Commons