Onlangs was ik op een bijeenkomst waar gepresenteerd diende. Eerst door iemand die iets wist te vertellen over een onderwerp waarvan ik nauwelijks kon ontrafelen waar het over zou kunnen gaan, daarna door mij. Web 2.0 en nieuwe media als aperitief was het idee denk ik.
Het zijn dagen waar ik erg naar uitkijk. Kennisoverdracht is één van mijn stokpaardjes en net dat diende te gebeuren. Ook al was het dan als intermezzo. Ik was behoorlijk in mijn nopjes, de organisatie liep gesmeerd. Niet dat ik me daar iets van aan moest trekken maar je voelt dat, als het niet helemaal ok zit.
Toen gebeurde het. De powerpoint van mijn voorganger wilde niet meer. Het gebeurde bij het overschakelen van een video naar de powerpoint. Het touchpad van de laptop gaf niet thuis. Wat gedaan? GSM’s werden getrokken. De vraag in de ogen van de inmiddels aangerukte organisatoren unaniem op driedubbele vraagtekens. Toen sprong ik op de barricades. Jeanne d’Arc en Lenin in één persoon.
Sneltoetsen was het enige waar ik aan kon denken. Het is vreemd. Niemand kent ze nog. De sneltoetsen. Alt voor de menubalk, alt-tab om snel tussen applicaties te wisselen, backspace voor vorige in explorer (want dat gebruikt het slachtoffer dan natuurlijk), control-cee – control-vee…
Veel liever gebruikt men de muis. Het meest onnatuurlijke aller aanwijsapparaten. De muis is een dictaat geworden. Ook voor mensen die zich zeker nog de periode van dos moeten herinneren. De tijd van de cd.. en andere dir /p’s.
Zo jong ben ik dat mijn eerste PC Windows 95 had draaien. Maar een beetje avontuur is me nooit vreemd geweest en het commando format c: heb ik meermaals gebruikt. Uit pure noodzaak of omdat de PC opgeschoond moest.
Zo word je dus op latere leeftijd de redder in nood op een conferentie waar je de vrolijke noot komt brengen. Ook word je de computermaker van de straat.
