Een zwaktebod van $19 miljard

Facebook koopt Whatsapp voor in totaal $19 miljard. Zonder in te gaan op de financiële details van aandeelberschuivingen en cashflow: mag ik dat een zwaktebod noemen?

Elke grote speler doet zijn overnames. Iedereen zoekt in dezelfde stal waar plofkipstartups de dienst uitmaken en op hun beurt scharrelaars overnemen. Alleen: 19 miljard betalen voor een dienst waar je met Facebook messenger een halve concurrent voor bouwt, dat is een zwaktebod.

Het is 19 miljard bibbergeld. Preemptive strike tegen een uk van 190 miljoen jongeling van 450 miljoen gebruikers. Niet om de technologie. Niet om het talent. Niet om het idee maar om de angst dat iemand anders hen voor had kunnen zijn. Angst omdat het product op een lijn zit waarlangs de toekomst kan lopen.

Is Facebook echt bang dat ze de 16-jarigen aan het verliezen zijn?

 

Facebook’s first 10 years: should we be scared by the rise of Mark Zuckerberg?

I discovered to my astonishment that some senior politicians thought that the world wide web was the same as the internet. One day I mentioned this to Tim Berners-Lee, the inventor of the web, over coffee at a symposium. “It’s even worse than that,” he replied. “There are hundreds of millions in the people in the world today who think that Facebook is the internet.”

via The Observer.

Facebook Releases Data, Including All National Security Requests

De officiële newsroom van Facebook schrijft vandaag:

We’ve reiterated in recent days that we scrutinize every government data request that we receive – whether from state, local, federal, or foreign governments. We’ve also made clear that we aggressively protect our users’ data when confronted with such requests: we frequently reject such requests outright, or require the government to substantially scale down its requests, or simply give the government much less data than it has requested. And we respond only as required by law.

Benieuwd. Benieuwd.

On Facebook, Sharing Can Come at a Cost

After promoting his New York Times column on Facebook with as little as $ 7, Nick Bilton writes:

Facebook proudly informed me in a message that 5.2 times as many people had seen my post because I had paid the company to show it to them. Gee whiz. Thanks, Facebook.

This may be great news for advertisers, but I felt slightly duped.

Hey Nick! Welcome to the real world. Facebook is a company trying to make a profit now. You are trying to market a product here. Your articles. Or a brand. Yourself. Facebook wants brands and products to pay to get their word out. That’s the way Facebook rolls these days. It cost you $7. That’s not that much is it?

Sorry to spoil the party.

Twitter adds ability to filter tweets by ‘importance’ with new API metadata

(The feature) will allow developers to identify what Twitter feels are ‘high value’ tweets. Then, apps that work around surfacing important content that a user wants to see, or delivering relevant and high-quality search results, can tap into this rating to surface ‘better’ stuff.

Het was mooi zo lang het duurde, de meritocratie die Social Media heette. Die zij beloonde die wat creatiever waren met hun tweets en hen veel volgers gaf. Die ervoor zorgde dat je met een goeie punchline op Facebook uithoeken kon bereiken waarvan je niet wist dat ze ook maar geïnteresseerd zouden kunnen zijn.

Het zal misschien zo’n vaart niet lopen. Met creativiteit zal je met minder budget altijd nog wel verder komen dan zonder. Het wordt toch eerder een aspiratiecultuur van weten dat je het ooit kon maar nu niet meer, gewoon omdat iemand aan de knopjes heeft liggen prutsen en dat zint me allerminst.

 

 

The age of the platform

Na mijn lean-agile-leesperiode eerder dacht ik dat het wel eens tijd werd om weer over ideeën te gaan lezen. Het idee waarover gelezen werd is ‘het platform’, een idee met meer betekenissen dan een blogpost kan verdragen.

Laat mij het zo stellen: een platform ontstaat wanneer een bedrijf verder kijkt dan de producten en zelfs dan de organisatie zelf. Wanneer bedrijven andere bedrijven en producten gaan gebruiken als bouwstenen om hun kwartaalcijfers omhoog te jagen en langetermijnwaarde te verhogen en garanderen.

The age of the platform bekijkt hoe de grote vier van het internet van dit moment (Amazon, Apple, Facebook en Google) hun platformen hebben uitgebouwd. Of dat nu is door van boekenwinkel tot alleswinkel uit te groeien of door interne verticale integratie via producten en diensten.

Aardig samengebracht allemaal, daar niet van, maar als lezer blijf ik een beetje op mijn honger zitten. Het verhaal van de grote vier van het internet, dat lees je dagelijks en in een boek moet dat dan allemaal wat korter en hoewel het boek vrij recent is, kan het niet anders of er zijn al wat dingen veranderd. Dat is de aard van het internet.

Wat ik waardeerde aan het boek is dat het op vrij eenvoudige manier uitlijnt wat een platform in de vier bedrijven betekent en wat het zou kunnen betekenen. Jammergenoeg blijft het daarbij te vaag en bevat het te weinig houvast om zelf aan de slag te gaan.

Dit boek is één van de redenen waarom ik recent onelinede dat het consultants verboden moet worden om boeken te schrijven. Auteur Phil Simon is dan wel consequent in zijn dogfooding dat hij ook van zijn boek een platform wil maken (met een blog en alles en lezingen en televisieoptredens) maar als lezer krijg je niet mee hoe je dat moet aanpakken.

Je kan als auteur verwachten dat de lezer een intellectuele inspanning doet om een paar lessen te trekken maar je kan niet verwachten dat je vier boeken en wat internetpagina’s op een hoopje trekt en dat je dan zegt: “vanaf hier is het aan jou, bouw nu je eigen platform en als je daar hulp bij nodig hebt: hier is het nummer van mijn personal assistant”.

Een “van 0 tot platform voor elk bedrijf”, dat valt haast niet te schrijven maar als het uitgangspunt is dat je misschien maar eens moet proberen met een overname te doen, dan schakel je een boel ondernemers bij voorbaat uit. Als je als auteur schrijft: “mijn platform begint met dit boek”, dan had het van lef getuigd om te vertellen van waar en waarheen.

Jammergenoeg voor de lezer valt dat onder de consultancydivisie van het platform Phil Simon.

Done is better than perfect (en hoe moeilijk dat is)

Laatst schreef ik toch over mijn lezen van The Lean Startup. Dat het dingen veranderde. Niet alleen door dingen die in dat boek staan maar ook door puzzelstukken die erdoor in elkaar bleken te passen.

Uit apocriefe geschriften over Facebook blijkt dat Zuck in zijn kantoren de slogan ‘done is better than perfect’ heeft laten schilderen.

Done

Dat ‘Done is better than perfect’ klonk mij altijd vreemd in de oren. Waarom zou je dat willen? Als maatstaf zetten zelfs. Soms, op lastige dagen, klonk het al eens in mijn hoofd. ‘Done is better than perfect’. Als ik een lastige mail voor mij uit lag te duwen of dat papierwerk. Of dat tekstje op de website zetten.

CMD-C – klik – klik – klik – klik – CMD-V – Save – Save – Preview – Het is niet wat het moet zijn. Weg daarmee. Het systeem geeft een foutmelding als je dat doet en dat willen de mensen niet. Terwijl ik dan toch bezig ben, eerst een foto opvragen? Dat zou beter zijn, niet? Er zijn 100 woorden. Een beeld geeft een tienvoud. Op het lijstje. Mijn lijstje? Het lijstje van de techneut? Of toch maar return to sender voor die foto? Even iets anders.

Ik besef dat, dat ik dat doe. Dat ik dat deed en nog ga doen. Als ik lastige dagen heb. Iets half doen en vervolgens wegens niet helemaal naar de goesting weggooien, zonder meer. Niets gebeurd maar wel een half uur tijd verloren. Dan wel ‘s avonds nog eens proberen. Zou het echt niet werken? Ligt het aan mij? Wat deed ik?

Geen idee of ik zelf tot de jaren van verstand aan het komen was, of er een metaforisch lampje gaan branden is, maar ineens was het daar weer: ‘Done is better than perfect’. Deze keer begreep ik het. Wat als die zinsconstructie niet helemaal klopt? Wat koop ik ermee als ik het nu niet doe? Wat is er beter, nu online zonder foto en met foutmelding of gewoon wat langer op de stapel?

‘Better done than perfect’ is makkelijker als slogan op je bureaublad te zetten dan het uit te voeren is. Het is een beetje als aan een niet-van-nature-blogger zeggen dat ze gewoon moeten starten met schrijven. Dat dat gewoon lukt. Als je maar probeert. Dat klinkt goed. Gewoon doen. Dat legt het echter niet uit. Erger nog. Zij die zich aan het klavier zet en het lukt niet komt helemaal nooit meer tot schrijven.

Eens je over die grens bent, is het net als bij schrijven, zo stel ik me voor. Hé, ik kan het wel. Daar staat het. Zwart op wit op die pagina en er staat geen foto bij maar die heb ik opgevraagd en die fout is gemeld en fuck it. Zo is het voorlopig wel goed en als die foto niet komt, dan komt hij niet en als die fout onopgelost blijft, dan zal ik daar niet blij om zijn maar blijkbaar ben ik niet de enige die het niet kan verhelpen.

Volgens mij ben ik niet de enige die daar gisteren, vandaag, morgen mee worstelt. Met dingen neer te leggen zoals ze zijn. Met geen compromissen te willen sluiten en daardoor halve uren vergooien met dingen te zetten, weg te halen, opnieuw, nog eens…

Je moet het eens proberen. Echt waar. Bij mij hielp het om ‘Better done than perfect’ op mijn bureaublad te zetten. Elke keer je dan dat document wegslikt dat niet wil vorderen slaat het je baf in het gezicht. Leuk is het niet. Het werkte. Bij mij.

Een saai bericht over een week offline

Zeg eens Jan: hoe was het, zo een week offline? Geen afkickverschijnselen gehad? Heb je substitutieverslavingen aangenomen? Ben je onder de voet geweest? Nee. Eigenlijk niet. Blijkbaar was mijn stille vrees voor een verslaving overroepen. Het is meer een gewoonte denk ik.

Of ik dan niets bijgeleerd heb? Toch wel. Misschien moet ik die dingen maar eens wat meer afzetten. Het is niet zozeer dat ik alles gelezen wil hebben, het is met wat ik wil zeggen en tonen op een dag dat ik het moeilijk heb. Dat is nogal veel, zo blijkt uit de vaststellingen van de eerste dagen: kijk iets leuk, snel een instagrammeke doen? Kijk daar, een quote in het boek dat ik aan het lezen ben, tweetje? Niet dan.

Misschien moet ik wat vaker nadenken zonder dat er een blogpost moet zijn waarin beschreven wordt wat ik van een onderwerp vind waarna een betoog dat mijn gelijk als nooit tevoren laat weerklinken. Misschien moet ik al eens meer iets inslikken.

Misschien heeft Tijs wel gelijk als hij zegt dat ik soms te luid ben. Niet zozeer door wat ik zeg maar door de frequentie waarmee ik dat doe.

Misschien kunnen sommige dingen wel wachten. Dat wist ik niet meer. Overschatting van het ik. De mailbox van het werk is inmiddels tien dagen gesloten. Het is vakantie. Volgende week zie ik wel weer. Niet dat het me niet kan interesseren, verre van maar soms moet een mens zichzelf tegen zichzelf beschermen.

Nu. Ik ben terug. Vooral hier. En graag ook. Daar niet van.

Geheelonthouder

Het is sterker dan mezelf. Soms. Even een tweet. Interessant artikel lezen en delen. Eens kijken hoe de zaken draaien op een Facebookpagina. Had ik nog een mail? Snel nog even…

Persoonlijk en werk lopen in elkaar over bij mij. Ik ben me daarvan bewust. Niets tegen. Soms moet je eens zeggen. Gedaan. Even. Een week. Dat is 5,41 keer zo lang als de vorige keer.

Dat doe ik de komende 7 dagen. Van dinsdag 8 augustus tot en met 14 augustus. Digitale retraite. Niet een beetje. Dat werkt niet. Niet bij mij. Ineens het stopcontact er volledig uit. Geen internet voor mij. Geen telefoon. Geen fax. Televisie en lezen op de Kindle mogen wel. Lean back media.

Mijn collega’s zeggen dat ik het nooit vol zal houden. Misschien hebben ze gelijk. Misschien lees je hier binnen drie dagen een blogpost over onweerstaanbare drang en ontoerekeningsvatbaarheid in de nabijheid van communicatiemedia. Het is niet de bedoeling.

Als het dringend is, stuur je maar een kaartje.

Retailers feast on free Facebook tools, shun ads

Krishan Agarwal, van luxehorlogewinkel Melrose.com

‘Some of the tools that are free are just a lot better than ads on Facebook’

Als online mens is Facebook leuk maar af en toe neig ik om de dingen die ik eerder al over Twitter heb geschreven ook over Facebook te gaan zeggen. Als ik zie hoeveel charlatans er wegkomen met dingen die eigenlijk volgens de terms of service verboden zijn. Als ik zie dat voor alles en altijd een Facebookpagina wordt aangemaakt, dan denk ik soms: Marc, bouw toch een drempel in, hoe klein ook, dat mensen hun bankkaart moeten bovenhalen als ze wat willen verkopen.

Zorg dat mensen met serieuze langetermijndoelstellingen meer kunnen dan zij die uit zijn op snel gewin. Dat hoeft niet eens negatief te zijn. Als ik een event op een maand uiverkocht moet krijgen, dan wil ik gerust wat centen voor Facebook opzij leggen maar ik moet er dan wel mijn ROI uit halen. Mij maakt het niet zo erg uit dat mijn boodschappen als ads gezien worden omdat ik zeker ben van mijn product(en) en zo zijn er nog wel mensen in de wereld.

Tot zo lang gaan we verder met de tools die gratis worden aangereikt en inderdaad fenomenaal zijn. Maar mensen die denken aan ‘iets doen met Facebook’ en niet helemaal zeker zijn, vraag eerst even raad bij een gespecialiseerde firma. Uw collega’s-marketeers danken u.