De creatieve industrie versus de economie

Er moet wat misgelopen zijn in mijn digibox. Misschien heb ik niet goed geprogrammeerd. In elk geval, de eerste top gear special, die had ik niet staan en ik was wat ziekjes en er was geen sport op televisie.

Enter de BBC iPlayer en een handige handleiding van Denny. Een beetje knutselen. Wat navragen op twitter. Alternatieven bekijken. Hé gasten, ik heb voor die rechten betaald. Ik had kunnen kijken en opnemen en ik wil kijken.

No passeran. Het zou aan de nieuwe beta liggen van de iPlayer. Of niet.

Het programma is beschikbaar, ik zie het staan maar het in niet beschikbaar in mijn regio. Hoe? Niet beschikbaar in mijn regio? Het was op televisie. Digitaal en alles. Het is zo een beetje zoals iedereen in eenzelfde hemd rond zien lopen, het zien hangen in een etalage, de winkel binnenstappen en te horen krijgen dat het hemd niet te koop is. Later misschien. In een geschenkverpakking.

Want laat ons een kat een kat noemen, als ik wil kijken, dan kan ik kijken. Of het nu beschikbaar is in mijn regio of niet. Wat mij dan aan het nadenken zet. Waar heb ik die televisie voor nodig? Waarvoor heb ik die kabeldistributie nodig? Ik weet wat ik wil. Koers. Schaatsen. Een krimi. Een documentaire. Top gear.

Televisie in huis en voor iedereen en op aanvraag zoals yelo belooft is fraai maar het is televisie van gisteren in de toestellen van vandaag en morgen. Dat terwijl de weg al is voorbereid door de iPlayer. Streamen is er vervangen door een peer to peer systeem van het type waar niemand onderuit kan. Kijken is helpen verdelen.

Internettelevisie zoals het kan zijn en zou moeten zijn. Maar tussen droom en daad staan auteursrechten in de weg en aandeelhouders die euro’s willen zien en zogenaamde innovatie. Zelfs de BBC blijkt niet opgewassen tegen de copyrightlobby.

We leven in Europa for crying out loud. Britten zijn buren als er een nieuwe ijstijd komt of het water alsnog besluit te gaan zakken. Er is verdomme een tunnel waar een trein door gaat van hier naar ginder.

Het wordt tijd dat de creatieve industrie nadenkt over een alternatief. Ook in België. De techniek heet peer to peer en ligt zo voor het rapen. Op dit moment wordt het gros van het geld verdiend op de verspreiding van content. Niet op de content zelf.

De vraag is alleen. Wie zet de eerste stap. En wanneer.

Het nieuwe televisiekijken. Vandaag. Morgen.

Oh, mijn kabelabonnement. Ja, ik heb dat. Digitaal en alles. Puur financieel gezien kom ik daar bekaaid vanaf. Teveel zenders. Te weinig kijken. Maar wij komen wel eens in de stad en dan bevalt ons dat en dan wil ik toch het schaatsen zien en dan haal ik mijn telefoon uit mijn sjakos en ik neem op wat ik wil. Wij danken telenet.

Ik heb wel eens een slapeloze nacht. Dan ben ik wakker en dan sta ik op. Wakker in bed liggen gaat me gauw vervelen. Dat deed ik vroeger al en van tijd heb ik dat eens voor. Twee dagen later ben ik wat moe maar verder heb ik daar geen last van. Vroeger keek ik televisie tijdens die nachten. De herhaling van het journaal. Ter Zake. Daarna Nederland. National geographic. MTV.

Als ik de zenderlijst bij telenet bekijk, merk ik dat ik voor op z’n minst 100 zenders teveel betaal. Als ik slapeloos ben, ga ik het internet op, lees ik RSS-feeds of sla ik aan het sociaal netwerken met de laatste volger die op dat moment nog of op dat moment al online is. Als ik opneem, dan is dat live sport. Een enkele keer een krimi.

Tijd om dat kabelabonnement de deur uit te doen eigenlijk. Maar dat laat het huidige systeem niet toe. Het ideale systeem van Davy is ook nog toekomstmuziek. Spijtig eigenlijk. Want de technologie is er. De bandbreedte is er. Er moet alleen nog een businessmodel gevonden worden.

Zullen het de zenders zijn die programma’s verkopen, of productiehuizen? Wie zal de programma’s op de markt brengen? Hoe loopt de prefinanciering? Gaan we naar een systeem van pure on-demand en hoe doen we dat met live-programma’s?

Intussen (en mijn vrienden op facebook en volgers op twitter hebben het mogen merken) heb ik boxee ontdekt. Internet video on demand. Geappificeerd, om dat woord nog maar eens te gebruiken. Heerlijk is dat. Kijk wat je wil, wanneer je wil. Maar dan echt.

Als de VRT en de NOS een app uitbrengen waarmee ik naar actualiteit, nieuws en sport kan kijken, dan ben ik helemaal verkocht. Live graag. Dan koop ik mij misschien een boxee box ofzo. Hardwareproducenten, laat van je horen. Als ik dan mag vergeten dingen op te nemen, is dat mooi meegenomen.

Het zal zijn tijd wel nog duren. In de VS of A is men er ook nog mee bezig. Daar zijn ze er al mee bezig. De randvoorwaarden in Belgenland zijn, en ik wil geen reclame maken, met de nieuwe voorwaarden van telenet ook dichterbij aan het komen.

We zijn er nog lang niet. Begrijp me niet verkeerd. En Telenet en Belgacom en de VRT en de VMMa en alle gevestigde mediamachten doen hun best om het proces tegen te houden. Maar wij zullen betalen en niet meer voor de dingen die we niet willen. De evolutie is onderweg. Jullie hebben nog even tijd. Maar actie graag. Vooruitgang. En snel.

Media zijn in staat tot moord!

Onder de kop “TV-kijkers zouden probleemloos doden” las ik deze week in De Standaard dat:

Uit een Franse documentaire blijkt dat deelnemers van een tv-quiz moeiteloos een dodelijke stroomstoot toedienen als ze daarmee het spel kunnen winnen.

En ook dat

‘Onze (aan het woord is een begeleidende psycholoog) deelnemers zijn mensen die zelf ook televisie kijken. Ze weten dat je een goede speler bent als je doorspeelt tot het eind. Ons experiment toont aan tot welke verschrikkelijke macht de televisie inmiddels verheven is.’

Het verhaal achter de schreeuwerige kop: een televisiezender heeft het experiment van Milgram overgedaan. Het is een klassieker in het genre en iemand die ook maar zeventien minuten psychologie heeft gekregen, moet het experiment hebben besproken.

Men neme een onderzoeker, een proefpersoon en een acteur, men zette de acteur op een stoel. De onderzoeker vertelt de proefpersoon dat hij de acteur stroomstoten dient te geven wegens het falen bij een opdracht. Je kan daar wat in variëren: de acteur is hoorbaar en zichtbaar of juist niet, de onderzoeker dringt aan of verplicht, je kan de proefpersoon en de acteur kennis laten maken en het er laten uitzien dat de rollen toevallig worden verdeeld en meer van dat soort keuzeopties.

Milgram kwam in zijn originele studie tot 65% van de mensen die een stroomstoot van 450 volt zouden toedienen en hiermee het slachtoffer van het spel het hoekje om zouden werken. Waarmee in de jaren ’60 meteen het gedrag van de beulen uit de concentratiekampen werd geduid: wij zijn allemaal beulen. Of zoiets.

In Frankrijk is de test dus overgedaan. Als onderdeel van een reportage op een keurige Franse zender. Met camera’s erbij en spelleiders gaat tot 80% tot een stroomstoot van 460 volt. Jusqu’où va la télé? wordt er dan gevraagd. Tot wat is televisie in staat?

Het antwoord is: tot niets. Camera’s zijn in staat om te filmen en spelleiders zijn in staat mensen dingen te laten doen die ze anders niet zouden doen. Maar deelnemers aan spelletjes op televisie zijn geen steekproef uit de bevolking. Mensen die meedoen aan proefuitzendingen van een programma dat Zone Xtrême zal gaan heten al helemaal niet.

Maar het staat goed als je de verantwoordelijkheid voor je gedrag op een medium of op een instelling kan afschuiven. Het voelt geruststellend dat je weet dat je het zelf nooit zou doen als je voor de keuze stond. Het is zoals het eerste jaar van de universiteit: “kijk links en rechts van je en statistisch gezien zullen die mensen er volgend jaar niet meer bij zijn”.

O ja, na de testen van Milgram zijn een aantal deelnemers geestesziek geworden omdat ze ineens beseften dat ze een mens op gruwelijke wijze konden ombrengen. Misschien dat we daar nog wel iets over horen.

De 10 mediatrends van 2010

Na mijn voorspellingen voor 2010 voor wat betreft internet en IT, is het vandaag de beurt aan mijn voorspellingen voor de rest van de media. Ik richt me hierbij vooral naar de situatie in Nederlandstalig België, omdat ik die situatie het beste ken. Aan u de eer om goed te keuren of af te knallen.
  • Quality media en quantity media groeien steeds verder uit elkaar

Nieuws is een commodity geworden. Een commodity die uitblinkt in onuitputtelijkheid en snelheid. Kwantiteits- en merketingdriven media gaan zich sterker richten op het aanbieden van deze commodity, zonder bewerking, zonder kadering. De kwaliteitsmedia zullen zich opnieuw gaan richten op inhoud.

Hun herwonnen sterkte zal resulteren in meer afgesloten websites waar de eerste alinea van het artikel (het nieuws als commodity) wel nog gratis wordt aangeboden maar waar voor de rest betaald moet worden.

  • Nieuws is persoonlijk en live

Of ik naar het nieuws kijk? Weinig. Omdat ik “Het nieuws” al gezien heb en omdat “het nieuws” voor mij niet nieuw meer is. Ik moet ook niet zo nodig weten dat het gebrand heeft in Zevekote en dat ongeval dat file heeft veroorzaakt, laat ik graag aan mij voorbij gaan. Maar in 2010 gaan we werder. Nieuws wordt as-it-happens naar het publiek gebracht via de geschikte media (online, twitter, facebook). Het nieuws als televisieformat blijft bestaan maar zal minder bekeken worden.

Hier liggen de opportuniteiten voor 2010. Voor veel berichten wil ik enkel tekst. Bij het voetbalverslag wil ik graag beeld. Multidisciplinariteit van redacties wordt steeds meer verwacht.

  • Media worden nu echt gedigitaliseerd

Media zijn vandaag natuurlijk haast allemaal verregaand gedigitaliseerd. Uiteraard. Wat ik bedoel is dat de redenering verandert. Waar vroeger media werden geproduceerd voor offline gebruik en als bijproduct online werden gezet, zal in 2010 de trend omslaan. Mediaoutput wordt meer en meer geproduceerd met online, zoniet als uitgangspunt, dan toch in het achterhoofd.

Uiteraard komen de Vlaamse zenders met een platform naar analogie met uitzendinggemist.nl en de BBC iPlayer. Intussen hebben die platformen zich ook aangepast aan nieuwe behoeften (zoals het live streamen) en blijven we hier te lande nog een stapje achter.

  • Media worden interactief

Het werd ons al verteld toen we afstudeerden: media zullen meer en meer interactief worden. Tot vandaag hebben we er niet zo gek veel van gezien. Ja, je kon Oekraïne naar de Eurosonghemel sturen en ja, de kijker besliste (toch min of meer) dat Natalia carrière zou gaan maken.

(Buitenlandse) media zijn klaar voor die stap verder. Zij besteden de remix van themetunes uit aan de luisteraars en laten het publiek toe om vragen te stellen aan de gasten. Echte interactiviteit, waar de kijker ook de bron kan zijn.

  • Maandbladen krijgen het steeds moeilijker

Maandbladen voelen de concurrentie van de almaar sneller evoluerende nieuwsmarkt het hardst. Wanneer Vogue haar winterspecial in de winkel neerlegt, zijn de televisiemodemagazines al bezig over de volgende lentecollectie. Maandbladen zijn vaak gericht op een nichemarkt die interessant is voor adverteerders maar door de dalende oplagecijfers geraken de bladen in een negatieve spiraal.

  • De VRT opent een extra kanaal

Net voor of net na (afhankelijk wanneer ze deze blogpost lezen ;-)) de Olympische Winterspelen in Vancouver, lanceert de VRT een derde televisiekanaal. De Winterspelen zorgen voor extra content dat andere programma’s wegdrukt. Het vooruitzicht dat uitzendingen voor het WK voetbal nog meer schemaveranderingen zullen zorgen, laat aan de Reyerslaan een licht branden. Een derde (digitale) zender biedt uitkomst.

  • BV’s, BV’s, BV’s

Programma’s waar BV’s in optreden hebben nog steeds veel succes. Kijken we maar naar het succes van De slimste mens vandaag. De vraag naar BV’s voor het volgende televisieseizoen wordt dus enorm. Fictieprogramma’s zetten nieuwe BV’s op de kaart door ze met de oude BV’s te laten spelen en dan kan de recuperatie beginnen.

  • Na de realitysering van documentaires, nu ook de documentarisering van reality TV

Documentaires hebben de invloed van reality TV in de laatste jaren serieus gevoeld. Globale problemen worden vaak verteld aan de hand van één familie. Tijd om de invloed  van de documentaire op reality TV te laten gelden. In 2010 zien we een aantal reality-reeksen over intellectuele onderwerpen zoals opera, archeologie of exacte wetenschap.

  • Iedereen aan de top

Komen eten, De beste hobbykok van Vlaanderen, de Bedenkers. Kort samengevat: amateurs nemen het tegen elkaar op om de beste te zijn. Het concept dat voor het eerst ons land binnenkwam met Idool, wordt volgend jaar verder ontdekt. Couturiers komen er aan, de modellen staan te popelen en misschien zoeken we straks wel de guru van de jaren ’10. (Dat laatste idee valt bij deze onder mijn copyright)

  • Naar een herverdeling van het radiolandschap

Een derde speler wil zich op de radiomarkt storten. Naast de VMMa en VRT zoekt een uitgeverij een uitweg om haar mediacirkel rond te maken. Radio blijft het meest analoge medium, vooral omdat het autoconstructeurs nog steeds niet willen overschakelen op het superieure DBA. De uitgeverij ziet in het te koop gezette MNM de opportuniteit om meteen een marktaandeel te veroveren. De afloop leest u in de trends van 2011 but it ain’t looking good.