Zo mag de toekomst eruit zien

Op tumblr verzamel ik foto’s van dingen die eruit zien alsof ze niet echt zijn. Speelterreinen waar niet gespeeld kan worden. Affiches die doen nadenken. Trouwfoto’s maar dan zonder het kasteel. Verwarrende landschapsbeelden.

Ook dingen over de toekomst. Zoals prototypes van auto’s met ledlampen.

Alsook bruggen.

Zo mag de toekomst er voor mij uitzien. In bewegende beelden geeft dat zoiets.

ZoemZoem met de Renault ZE

Het was een tijd geleden dat ik nog eens ‘ja’ had gezegd op een avondinvitatie van de bloggerssekte. Deze keer betrof de gevierde geen GSM of onszelf maar een Renault ZE, een auto op batterijen.

Dat ‘helaas, ik kan er niet zijn maar testen doe ik graag stuur maar op’ niet zou werken dus…

Naar daar met trein en daarna een lift van Boskabout en meteen zien waarom we zo’n andere mobliliteit nodig hebben. ‘Alles vast’, meldde de überkabouter en op latitude zag ik dat hij op vier kilometer van mij stond en dat hij er met de fiets een pak sneller zou zijn geweest. Even overwoog ik de eerste bluebikegebruiker te worden maar dat leek me net iets overdreven excentriek.

In de door Renault ingepalmde ruimte stonden schaalmodelletjes van de auto’s die komen: de Kangoo en Fluence, die rijden nu al rond op aardolie (zeg: thermische wagen), er komt een Zoë, dat is een kleine auto (zeg: hatchback) en een microwagen die het midden houdt tussen zo’n BMW scooter en een smart en Twizy gaat heten.

Wat ik zo jammer vind is dat Renault niet meer gedurfd heeft (behalve dan met de Twizy). Iets meer conceptcar dan seriemodel, de Frendzy bijvoorbeeld, dat lijkt me wel wat. Wat in 2012 op de markt komt, zijn Renaults die je vandaag al ziet. Het zijn wagens die niet meteen zullen opvallen en kijk, als ik dan meer zou betalen voor een auto met een bereik van 160 kilometer, dan zou ik verdomme willen opvallen in het verkeer: kijk naar mij, ik rijd al in de toekomst en jij?

Bij Renault zullen ze die bedenking ook wel gemaakt hebben en de rationale wijst blijkbaar eerder in de richting van ‘doe maar gewoon’ dan ‘doe eens wat anders’ en ik plan niet meteen een aankoop. Er schijnt een designer aan het werk die zijn vak wel kent en ik ben een blogger met lettertjes.

Wij hoorden de uitleg over de wagen en over het oplaadsysteem. Het maakte mij gelukkig dat Renault publieke oplaadpalen wil gaan installeren (onder meer in Antwerpen) die ook voor andere voertuigen open zullen staan. Be a platform en zet de standaard. Goed gezien.

Of ze ook dachten aan autodelen, vroeg ik? Niet geheel zonder oog op het eigenbelang. Dat doen ze. Ook denken ze aan een systeem waarbij je door het jaar met een ZE zou rijden en dat je dan om op vakantie te gaan iets anders zou kunnen nemen met meer bereik en op diesel. Dat is goed vind ik. Alleen moeten we nog wel een manier vinden om voldoende groene energie op te wekken om dat jaar dan door te komen.

We mochten eens rijden. Bij mij ging dat ongeveer als volgt: hier rechts, dat weer rechts, meevolgen, links, we gaan de autostrade op, geef maar eens goed door, file. F*. Het ‘alles vast’ had zich verplaatst. Eerste afrit terug. Zicht op een verlichte koeltoren.

Elektrisch rijden is vreemd. Er zijn geen versnellingen. Denk aan een automatiek maar dan zonder de overgangen die je hoort en een beetje voelt. Gas geven is direct en hoe dieper je duwt, hoe sneller je accelereert maar het huilen van een motor in hoge toeren, dat zit er zo niet in. Om iets nuttig te zeggen over het rijgedrag zou ik er eens wat langer en op andere wegen mee onderweg moeten zijn.

Het stuk waar ik wel kon rijden kreeg ik weer dat gevoel: rijden in de toekomst, hier ben ik dieselvreters en toen werden we gecoupeerd door een Renault Espace en kon ik het remsysteem testen. Het concept van de automobilist strookte niet met mijn gevoel.

In de brochure heet de rijervaring Zen maar in de praktijk zit je met die andere luidruchtige weggebruikers gekloot en met toeters enzo. Het is wel een leuke ervaring om stil te rijden. #zoemzoem schreef Boskabout en hij heeft gelijk.

De creatieve industrie versus de economie

Er moet wat misgelopen zijn in mijn digibox. Misschien heb ik niet goed geprogrammeerd. In elk geval, de eerste top gear special, die had ik niet staan en ik was wat ziekjes en er was geen sport op televisie.

Enter de BBC iPlayer en een handige handleiding van Denny. Een beetje knutselen. Wat navragen op twitter. Alternatieven bekijken. Hé gasten, ik heb voor die rechten betaald. Ik had kunnen kijken en opnemen en ik wil kijken.

No passeran. Het zou aan de nieuwe beta liggen van de iPlayer. Of niet.

Het programma is beschikbaar, ik zie het staan maar het in niet beschikbaar in mijn regio. Hoe? Niet beschikbaar in mijn regio? Het was op televisie. Digitaal en alles. Het is zo een beetje zoals iedereen in eenzelfde hemd rond zien lopen, het zien hangen in een etalage, de winkel binnenstappen en te horen krijgen dat het hemd niet te koop is. Later misschien. In een geschenkverpakking.

Want laat ons een kat een kat noemen, als ik wil kijken, dan kan ik kijken. Of het nu beschikbaar is in mijn regio of niet. Wat mij dan aan het nadenken zet. Waar heb ik die televisie voor nodig? Waarvoor heb ik die kabeldistributie nodig? Ik weet wat ik wil. Koers. Schaatsen. Een krimi. Een documentaire. Top gear.

Televisie in huis en voor iedereen en op aanvraag zoals yelo belooft is fraai maar het is televisie van gisteren in de toestellen van vandaag en morgen. Dat terwijl de weg al is voorbereid door de iPlayer. Streamen is er vervangen door een peer to peer systeem van het type waar niemand onderuit kan. Kijken is helpen verdelen.

Internettelevisie zoals het kan zijn en zou moeten zijn. Maar tussen droom en daad staan auteursrechten in de weg en aandeelhouders die euro’s willen zien en zogenaamde innovatie. Zelfs de BBC blijkt niet opgewassen tegen de copyrightlobby.

We leven in Europa for crying out loud. Britten zijn buren als er een nieuwe ijstijd komt of het water alsnog besluit te gaan zakken. Er is verdomme een tunnel waar een trein door gaat van hier naar ginder.

Het wordt tijd dat de creatieve industrie nadenkt over een alternatief. Ook in België. De techniek heet peer to peer en ligt zo voor het rapen. Op dit moment wordt het gros van het geld verdiend op de verspreiding van content. Niet op de content zelf.

De vraag is alleen. Wie zet de eerste stap. En wanneer.

No, Google Is Not Making You Stupid

In complete scientific ignorance, I reject the idea that the Internet has fundamentally and forever impeded our ability to concentrate. We are simply adapting to the media of the moment. No, the desktop web is not made for deep immersion in content. It’s distant and impersonal. But as technologies continue to evolve, so will we.

via No, Google Is Not Making You Stupid – Paul Michelman – Our Editors – Harvard Business Review.

E-mail is dood

E-mail is dood en ik ben niet de enige om dat te vinden. Noch ben ik er de man naar om daar om te treuren. Het heeft zijn tijd gehad maar is nooit écht een nieuw medium geworden. Alles elektronisch dat wel, je hoeft geen postzegels meer maar à la limite is een mail een brief. Een brief die jammergenoeg wel gekopieerd kan worden.

E-mail is een vergeetput voor initiatief. Een middel voor pennenlikkers om te scoren en daarmee sisyfusoverwinning na sisyfusoverwinning op te stapelen. Je kan het hen niet kwalijk nemen mijnheer. Zij vergissen zich van doel. E-mail is het excuus voor actie. Schrijf wel en zie niet om. Liefst in tienvoud verstuurd om de schijn van actie hoog te houden. E-mail is een virus dat zichzelf verspreid en in stand houdt en als nefaste nevenwerking van productiviteit immobilisme heeft.

Een volle mailbox is de nieuwe secretaresse. De ontvanger wentelt zich in een mengvorm van schijnbare belangrijkheid en machteloosheid.

Het niet eens zo tragische omkomen van een concept dat heel even de wereld dreigde te veranderen is niet alleen op de mensheid af te schuiven. Zowel technisch als conceptueel heeft er altijd iets verkeerd gezeten.

Neem er de laatste professionele mail die je hebt verstuurd even bij. Is die mail verstuurd naar een organisatie of naar een persoon. 99,3% kans (cijfers via Data Driven) dat dit een mail is die naar een persoon is verstuurd. Stel jezelf nu de vraag of je die vraag ook naar dezelfde persoon zou hebben verstuurd als die bij een andere organisatie zou hebben gewerkt. Wat ik je brom.

Het is misschien zwaar overdreven om in termen van het personaliteitsbeginsel (vreemd trouwens hoe laag kwaliteitskranten scoren op die nogal belangrijke term in ons land) te beginnen als het over mail gaat maar toch. Een mail versturen doe je heel vaak naar een persoon. Omdat hij of zij je contactpersoon is of je kent de persoon van een gesprek of…

Ook technisch valt er heel wat af te dingen op het concept mail. Spam is een kinderziekte van een medium dat nooit een medium is geweest (ooit al eens een spam-televisiezender gezien?). Hoe vaak heb je de telefoon genomen of telefoon gekregen met de vraag of die ene mail goed ontvangen is. Niemand die zich niet een keer liet gaan en de vermoorde onschuld speelde. Om eigen of andermans bestwil.

Elk rouwproces begint met een periode van ontkenning. Veel te jong en tragisch onverwacht komt immers het overlijden. Onmisbaar en onvervangbaar schijnt de overledene. Maakt u zich geen zorgen. De wereld zal verder draaien en efficiënter bovendien. E-mail lived hard, died young.

Waarom ik voor twitter wil betalen

Soms denkt een mens al eens: al dat getwitter, waar is dat voor nodig? Wat heb je eraan te weten dat iemand koffie gaat zetten, wat doe je met de zoveelste interessante maar potentieel redundante bit.ly-link? Hoeveel tijd kan je besteden aan een discussie over politiek over een medium dat per definitie beperkt is in diepgang?

De antwoorden: voor veel meer dan je zou verwachten, je beseft dat je zelf even aan een pauze toebent, je leest de titel en klikt indien interessant, lang en bij terzake krijgen politici ook maar 12 seconden.

Nu u dat weet kunnen we aan de discussie van vandaag beginnen. Dat doen we met enkele stellingnames. Twitter is gratis. Twitter wil dat zo houden door reclameboodschappen in de zoekresultaten mee te geven. Twitter is populairder dan hun servers zwaar zijn. Twitter ligt vaak plat.

Het gratis zijn van Twitter zou het, net als facebook of netlog of orkut of andere soortgelijke dingen democratisch kunnen maken. Heel veel mensen in de Westerse wereld beschikken inmiddels over een internetconnectie. Of het nu over breedband gaat of smalband, zo’n twitterstream drukt zich uit in kilo en megabytes, niet in gigabytes.

Ervaring leert dat Twitter bevolkt wordt door studenten, techneuten, journalisten, hogere (woord gebruikt zonder rangschikkende bijbedoelingen) ambtenaren, reclamejongens (m/v) en andere witteboordenmensen. Daarmee bedoel ik niet de criminelen maar de white collar in tegenstelling tot blue collar professionals.

Met dat democratische gehalte valt het dus nogal tegen op dit moment. Waarna ik zonder ethisch bezwaar mijn punt kan maken.

Maak Twitter betalend en verlos ons heer. Verlos ons van politici die hun boodschap verkeerdelijk aan ons proberen op te dringen. Verlos ons van mensen die er een twitteraccount of drie op nahouden om hun boodschap naar verschillende doelgroepen te verspreiden.

Verlos ons van organisaties die het blijkbaar in hun arbeidscontracten hebben staan dat elke tweet van de organisatie door iedereen geretweet moet worden. Verlos ons van de marketeers (ik pleit schuldig). Verlos ons van twitterfeed en andere robots. Verlos ons van teveel volk. Verlos ons van de mainstream. Ik vond twitter een half jaar geleden leuker denk ik.

Vraag 5 dollar per maand per account. Het medium zal er op lange termijn niet alleen financieel rijker door worden. En koopt u ne deftige server.

Boek

Er is wat vreemds aan de hand met het boek. Boeken leven meer dan ooit. Iedereen literatuur! Iedereen een boek! Iedereen roman! Iedereen poëzie! Lezen én schrijven. Het boek was nooit zo toegankelijk. Het boek zoals we het kennen loopt op z’n laatste benen.

De Kindle van Amazon verovert Amerika, Apple zet met de iPad een wel erg sterke tegenzet in het boek-van-de-toekomst schaakspel. Het ziet er naar uit dat we na onze CD’s binnenkort ook onze boeken het huis uit kunnen doen en dat we dus weer wat meer plaats zullen krijgen in onze livingkasten.

Bibliotheken en verkopers van (vooral nieuwe) boeken kunnen alvast hun hart vast gaan houden. We vergeten vaak hoe snel het kan gaan. We vergeten dat eens het woord ‘boek’ niet langer per definitie de gedachte aan een samengebonden of genaaid aantal bedrukte bladen oproept, de neergang is beslecht. We vergeten dat de generatie na ons zal opgroeien met de realiteit van een boek-op-een-toestel.

Intussen wordt er geschreven. Zoveel mogelijk. In alle talen van Babylon. En wordt er gelezen. De wereld is informatieziek. De zucht naar meer klinkt luider dan de schreeuw naar minder.

Boek. Op de grens tussen verleden en heden. Op de rand van morgen. De toekomst van het boek ziet er, met uitzicht op een nakend einde, positiever uit dan ooit.