De tweede slimste in de ruimte

(…) if I want to be a valued member of my team, I basically have to be the second-smartest person on that subject in the room and on any other subject except copywriting… Where I’d hope to be first-smartest. 

Dit citaat komt uit Hey Whipple, Squeeze this, een boek over het maken van reclame dat als ondertitel the classic guide to creating great ads meekreeg. 

Het moet één van de meest citeerbare boeken zijn die ik al heb gelezen. Tussen de zelfrelativerende achtergrond van klantentypologieën en totstandkomingsprocessen van advertenties staan wijze lessen verpakt die verder gaan dan alleen de reclam. 

Bovenstaande citaat is zo een citaat. De auteur is een copywriter en hij beschrijft hoe de context van reclame is veranderd. Naast TV en print en alle klassieke media, is die wereld gedurende zijn carrière sterk veranderd en heeft digitaal een steeds grotere plaats ingenomen. 

Bij het schrijven van de vijfde editie van het boek moeten Apps een dingetje zijn geweest waar velen niets vanaf wisten of vanaf wilden weten. Vandaag zouden daar waarschijnlijk dynamische advertentievormen staan. De auteur houdt zich sterk dat hij, na vele jaren in print en het vak, ook daar zijn zegje mee kon doen.

Het punt wat hij maakt blijft hetzelfde, of het nu gaat over apps of reclam of het gaat over de organisatie van het magazijn: je wil in elke meeting over elk onderwerp de tweede slimste in de ruimte zijn. Behalve om de reden dat jij mee in die meeting bent uitgenodigd. 

Het is één van die dingen waarvan ik dacht: dat probeer ik al mijn hele leven maar zo mooi heb ik dat nog nooit verwoord gezien. “To be the second-smartest person on that subject in the room and on any other subject except…”.

Het is fucking veel werk en je hebt het gevoel dat je nooit uitgeleerd bent. Je knalt tegen de muur als je denkt de tweede slimste te zijn maar je ongemeen hard teruggefloten wordt. Maar die keren dat het je lukt om het te zijn… waaaaaah.

De 70% regel

Na mijn studies aan de Gentse universiteit, volgde ik een aanvullend jaar. Toegepaste Audiovisuele Communicatie heette het. VOTAC voor de vrienden. Kort samengevat: ik leerde er een jaar hoe je er, voeten in de klei, een verhaal vertelt met beelden. 

Heel veel dingen die ik tijdens dat jaar leerde, gebruik ik nog dagelijks. Als we met account en creatie door nieuwe ideeën gaan. Of wanneer er snelle briefings moeten worden gegeven. Eén van de dingen waar ik nu al vijftien werkjaren mee loop te leuren is de 70%-regel.

Wat is de 70% regel en waar komt die vandaan?

Volgens mij was het Johan Tuyaerts, docent productie die vertelde dat er een ongeschreven regel is in televisiequizen: iemand die kijkt, moet het gevoel hebben dat zij 70% van de antwoorden zelf ook wist. 

Als mensen een televisiequiz kijken, willen ze letterlijk mee-maken. Dan roepen ze het juiste antwoord richting de televisie en voelen ze zichzelf De slimste mens ter wereld, de Canvascrack of zien ze zichzelf al prijzen kiezen in de Rad van fortuin shop. 

Uiteraard is die 70% geen exacte wetenschap. Het is de idee erachter die belangrijk is. Wie 100% van het verhaal vertelt, heeft geen buy-in. Of het nu van een klant of een consument is. 

Wat doe je met de 70% regel?

Mensen vullen ontbrekende informatie in. Dat doen ze onbewust. In de gedragswetenschappen is daar zoveel onderzoek naar gedaan, dat je van een vaststaand en universeel fenomeen kan spreken. 

Een bekend voorbeeld is typoglycemia: het fenomeen waarbij je woroden dei er eiglenijk neit stana tcoh correft leest. Het werkt ook perfect wanneer je in sommige wrdn d klnkrs wglt. Geef mensen afwisselend rijen met zwarte stippen en witte stippen en mensen zien alleen nog lijnen.

Wanneer onderzoekers in een labo lampen at random af en aan laten branden en doven, zien mensen patronen. Kijk naar de wolkenkrabbers bovenaan deze pagina en probeer de Canadese vlag niet te zien.

Onze hersenen houden ons voor de zot. Of we dat nu graag willen of niet. Het volledige verhaal vertellen lukt toch nooit. Daarvoor zijn televisiespots niet lang genoeg. Zijn strategische presentatiemeetings te kort. Laat staan banners of social media updates. 

Wat geldt voor televisiequizen, werkt ook voor klantenpresentaties, creatieve ideeën en wat mij betreft ook banners, social media updates of… blogposts. Het vertellen van 70% van het verhaal zorgt ervoor dat mensen de 30% die je zelf niet vertelt, invullen met wat zij zien of willen zien. Het komt er alleen nog op neer om de juiste 70% te vertellen. 

Je zou in die zien de 70% regel in die zin net zo goed de 30% regel kunnen noemen. Maar psychologisch is het altijd beter om meer dan 50% te hebben. Dat is dan weer een ander feneomeen van de menselijke psyche. 

Samenvatting ‘The 5AM club’

Op LinkedIn sprak recent iemand over het boek ‘The 5AM club’ en hoe dat zijn leven had veranderd. Ik sta nogal makkelijk vroeg op en ik dacht: eens kijken.

Intussen heb ik het gelezen en vat ik het graag voor jou samen.

Als je elke dag van het jaar om 5u opstaat en dat uur nuttig gebruikt, heb je aan het eind van het jaar 365 uur nuttige dingen gedaan. 

Ik trek het wat op flessen maar het is net februari en het slechtste boek dat ik dit jaar gelezen heb, is al bekend. 15 miljoen exemplaren zijn er al van verkocht. Ongelofelijk.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Boeken

Een 10 voor orde en netheid dankzij Remarkable

Op mijn rapport zal nooit een 10 hebben gestaan voor ‘orde en netheid’ zoals dat in het schooljargon heette. Het is een signaal voor creativiteit en flexibiliteit, naar het schijnt. Het is ook een signaal dat je af en toe wel eens iets kwijt bent. 

Pakweg je telefoon. Het oplaadkabeltje van je sporthorloge. Of de notities van die interne meeting waarin gezegd werd wat je op slide 7, 11 en 19 moest aanpassen. En de klant verwacht je binnen een uur in de call. Dat is -altijd de positieve kant van dingen bekijken- dan weer een goeie oefening voor je geheugen, je stressbestendigheid en je creativiteit. Het is ook slecht voor je hart. 

Een tablet die voelt als papier

Daarom heb ik sedert kort de legal pads die mijn bureau eertijds geel kleurden en de boekjes waarvan ik dacht dat ik achteraf nog in zou gaan lezen verticaal geklasseerd en vervangen door een Remarkable

Als je dat toestel in één zin aan iemand moet uitleggen zou ‘een e-reader waar je op kan schrijven’ het kortst in de buurt komen. Of een magnetisch tekenbord voor volwassenen. Het unieke verkoopsargument van het toestel is dan ook ‘the only tablet that feels like paper’. 

Toen ik al een hele poos geleden voor het eerst hoorde over de Remarkable was hij nog in zijn eerste generatie. Wat ik zag op de filmpjes zag me er allemaal wat te kickstarter uit. Voor een prijskaartje van om en bij de € 500 all in, vond ik dat een net iets te groot risico en schreef ik pagina’s en pagina’s vol. 

Begin 2021 kwam een UPS-man langs en bracht meer orde in mijn leven. Na een maand gebruik, kan ik echt zeggen dat het een soort lifechanger is. Wat vroeger een losse stapel papieren op mijn bureau werd, is nu een keurige mappenstructuur geworden. Voor elke meeting, planvoorbereiding of berekening is er een apart document zodat ik ‘s morgens naadloos kan starten waar ik de vorige avond was gestopt. 

Voor zowat elk type document, kan je ook een ander soort papier kiezen. Vergaderingen gaan op lijntjes, berekeningen doe ik liever op een blanco blad, wil ik de look en feel van een landingspagina uitleggen, dan grijp ik naar een geruit blad. Dat is handiger dan je zou denken.

Geruststelling is ook dat alles ook meteen naar de cloud gebackupt wordt en ook op je computer, telefoon of tablet te bekijken is. Op die manier weet ik zeker dat ik altijd en overal mijn notities kan raadplegen. 

Mijn papier slaapt nog

Of alles dan rozegeur en maneschijn is? Nog niet. Ik begin er aan te wennen maar voor je een vergadering instapt, heb je best je document al klaar. Wanneer iemand aan de telefoon zegt ‘je kan beter naar nummer 002345709 bellen met die vraag’ hoorde ik mezelf recent antwoorden: ‘wacht even, mijn papier staat nog in sleep modus’. 

In theorie kan je via OCR van je geschreven documenten ook ‘echte digitale documenten’ maken. Dat blijkt in de praktijk vooral theorie. Misschien dat het ooit nog wel beter wordt maar mijn geschrift van een dermate kwaliteit (ook al een teken van creativiteit en zelfs intelligentie) dat ik me geen illusies maak dat dat ooit iets wordt. 

Voor zover ik weet spoort het toestel ook nog geen oplaadkabeltjes van sporthorloges of telefoons op. Gelukkig is er voor dat laatste een Google Home.

Het verdict

Al bij al is de Remarkable één van die toestellen waarvan ik denk: als dit stuk gaat, koop ik mij onmiddellijk een nieuw. Het is ook een toestel waarvan ik denk: had ik me dit maar eerder gekocht. Zelfs voor mensen die wel een 10 scoorden op orde en netheid, heeft het denk ik een serieuze meerwaarde.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie

Wachten op de Zwitser

Het moest ervan komen. Ons koffiezetapparaat was al even een doodstrijd aan het voeren. Er waren de op onregelmatige tijdstippen terugkomende en onverklaarbare lekken. 

Nu weigerde de watertank vaak minutenlang te erkennen dat hij effectief vol stond met water. Om daarna, wanneer de ochtendlijke wanhoop die samenhangt met een dreigend gemis van koffie als een slagersmes door de ochtend sneed, doodleuk toch aan zijn taak te beginnen. 

Wij zijn van die mensen die eigenlijk weten wat ze willen maar er dan toch in slagen om moeilijke beslissers te zijn. Wat we wilden was een bonenmalend machine van een Zwitsers merk dat naast ‘zwart, zo klein het kan, zo heet het kan, zo sterk het kan’ voor mij ook ‘melk met een vleugje koffie’ voor haar kan maken. De enige bezoekers die niet binnen dit spectrum vallen, zijn theedrinkers. 

Alleen. De oude machine deed het nog en… of niet… hallo! koffie! wij willen koffie! nu! please? godverdomme! het is een vreemd proces hoe je tijdens de ondergang van een koffiemachine er ineens allerlei persoonseigenschappen aan begint te geven: ‘gisteren werkte hij meteen, hij begint te voelen dat hij vervangen gaat worden’.

Het Zwitserse machine werd in het noorden van Antwerpen besteld bij een lokale koffiebonen en -machinespecialist en zou binnen twee weken geleverd worden. Twee. Weken. Intussen stond het internet vol advertenties die herinnerden aan de zoektocht naar de bevestiging dat de Zwitser het ideale machine was.

‘Vandaag besteld, morgen in huis’, zo vertelde mij een banner die toonde waar ik op wachtte. ‘Nu met gratis accessoire bij aankoop van…’, probeerde een Italiaans-Nederlands merk een lang verloren zaak toch nog te redden. Nee dankjewel. 

We zijn het zo gewoon geraakt dat we er niet meer bij stilstaan: lang na het sluiten van de winkels besteld, is nog steeds morgen in huis. Dat is handig, vaak. Telefoon stuk? Morgen opnieuw bereikbaar. Voorband van de crossfiets in een put aan frut gereden? Morgen terug de weg op. 

Het oude koffiemachine gedroeg zich inmiddels als een oude tante. Nu eens inschikkelijk, dan weer vreselijk opstandig. ‘Terwijl we wachten op P om de meeting te vervolledigen even koffie zetten’ was er al lang niet meer bij. Watertank vullen, inzetten, uithalen, inzetten, wiebelwiebel, uit, aan, opnieuw. Laat maar. 

Gisteren werd er aangebeld. De Zwitser stond voor de deur in een groot pak dat zwaarder was dan we hadden gedacht. Zeven, negen, tien dagen na de bestelling en minstens vier dagen vroeger dan verwachting. 

Het is psychologie natuurlijk maar uitgestelde beslissingen die ‘vier dagen vroeger’ worden geleverd, zijn zoveel beter dan ‘next day delivery’.

Polestar 2: minimalistische designerkar met karakter

Polestar is geen onbekende naam in de autowereld. Sinds het einde van de vorige eeuw tunen ze Volvo’s alsof het hun eigen auto’s zouden zijn. In juni van dit jaar kwam hun eerste eigen auto, de Polestar 2 op de Europese markt, een 100% elektrische fastback. Wij konden ‘m een weekje testrijden. 

Het afleveren van een testwagen, dat is telkens een heel fijn gevoel. Je kijkt de auto even in de koplampen. Je monstert. Krijgt specificaties en practicalities mee die je maar half hoort want eigenlijk wil je niets liever dan rijden. 

Waarop de vriendelijke mens van Polestar me vertelt: hij is momenteel ingesteld op one pedal drive. Heb je daar al eens eerder mee gereden? Niet dus.

One pedal drive blijkt echter een leercurve te hebben die zo laag ligt dat je na 798,2 meter al weet wat je te doen staat. Geen gas geven is remmen en als het echt nodig is, heb je nog altijd een rempedaal. 

Een subtiele designerkar

Als ik de Polestar naam hoor, dan denk ik spontaan dan de kenmerkende blauwe kleur. Mijn brein springt naar Volvo. Laat ons een kat een kat noemen. Polestar, dat zijn Volvo’s voor patsers. Je zou denken dat ze met hun nieuwe auto ook die kant opgegaan zouden zijn. 

Niets is minder waar. Als er één ding is wat de Polestar 2 niet is, dan is het een patserbak. Hoewel ze dat heel makkelijk hadden kunnen doen. Met de nul tot honder… nul tot zeventig die je er vanaf het rode licht mee doet, zou een sportieve uitstraling zelfs niet misstaan. 

Bij Polestar hebben ze blijkbaar besloten het anders aan te pakken. Het Polestarblauw zit zelfs niet in het gamma. Er is keuze uit zes kleuren waarvan ik ‘snow’ kreeg.

Al bij al zijn de configuratiemogelijkheden miniem. Dat zorgt ervoor dat het prijsverschil tussen een basis Polestar (ongeveer € 58.900) en een full option (€72.400) relatief beperkt blijft. 

Toch valt de Polestar op. Tijdens de week heb ik meerdere keren de vraag gekregen welke auto dit nu juist was. Mensen die het merk kenden van de uitgebreide out of home en online campagne vroegen dan weer hoe ‘m reed. “Heel fijn” was mijn antwoord.

Over elektrisch rijden heb ik op deze blog inmiddels genoeg verteld. Dat zo’n bak uit de startblokken schiet, hoef ik niet meer te vertellen. Deze trekt 0 tot 100 in 4,7 seconden. Genoeg voor een lichte tinteling in de onderbuik en het verbaasde gezicht van een Seattuner in je randloze achteruitkijkspiegels.

Het minimalistisch interieur van de Polestar 2

Waarmee ik het dus ook over het interieur wil hebben. Dat is een verlengde van de buitenkant en volstrekt netjes afgewerkt. Ook hier zit het hem meer in de details dan in de overdaad. Zo wordt het Polestarlogo op het glazen dak geprojecteerd en zijn de interieurlampjes tegelijk ook de schakelaar waarmee je ze aanzet. 

Ook speciaal-minimalistisch is het ontbreken van een startknop. Instappen kan via de contactloze sleutel. De auto detecteert vanzelf iemand achter het stuur. Het enige wat je moet doen, is je (in het performance model gele) gordel aantrekken en beslissen of je vooruit dan wel achteruit wil vertrekken. 

De instellingen van de auto gebeuren via een groot centraal touchscreen waar je verder ook geen omkijken meer naar hebt: de navigatie wordt voor je neus geprojecteerd in de virtuele cockpit van de Polestar. 

Ook qua geluid is er aan verfijning gedacht. Het Harmon Kardon speakersysteem speelt zowel Stockhausen als Rammstein met zowel het nodige volume als detail. 

Google integratie in de auto

Ook aangenaam is de integratie van de Google assistent in de auto. Daarmee kan je zowel de gebruikelijke commando’s ‘navigeer naar de Koekoekstraat in Melle’ als ‘welk weer wordt het vandaag’ gewoon aan je auto vragen. 

Polestar gebruikt hiervoor het Android Automotive OS (dat overigens ook met je iPhone wil praten, als je dat wil). Dat laat ook toe om apps op je auto te installeren. Helaas lukt dat niet met alle apps. In de auto luister ik eigenlijk quasi altijd audioboeken. Helaas bleek de Audible app niet te vinden. 

Polestar 2: kopen of niet?

Rest ons de vraag: zou ik een Polestar kopen? Ja. Eigenlijk wel. Van mij had de auto iets ‘dikker’ mogen zijn. Het knallend blauwe kleur van de orginele Polestar mogen hebben. 

Eigenlijk vind ik dat je heel veel auto hebt voor het geld. Ja, hij kost full option een dikke tweeënzeventigduizend Euro maar in leasing is hij er al vanaf een realistische € 728 (48 maanden – 20.000 kilometer) en dat vind ik bepaald geen slechte deal.  

De boekhouder of dienst HR zal ook blij zijn te horen dat hij 100% fiscaal aftrekbaar is.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie

De coronacijfers van Google Trends

Voor een gedragswetenschappelijk georiënteerd digitaal strateeg zijn Google Trends van onschatbare waarde. Die geven op een schaal van 0 tot 100 aan in welke relatieve mate er interesse is voor een bepaald onderwerp.

Je leert er verborgen seizoensschommelingen mee kennen. Je leert er wat hot and happening is bij verschillende doelgroepen. Je haalt er bewijzen uit om een klant te overtuigen of je weerlegt er -soms ook je eigen- assumpties mee. 

Want Rutger Bregman mag dan al bij hoog en bij laag beweren dat de meeste mensen deugen en dat de mens niet zomaar een beestje is met een laagje vernis over: het zoeken van de gemiddelde mens laat vaak anders vermoeden. 

Case in point: vorige vrijdag werden de nieuwe coronamaatregelen aangekondigd. Zoals een beetje te verwachten viel, is er van versoepelingen niet veel aan, daarvoor is de druk op de cijfers nog te groot en politici hebben intussen ook wel al door wij Belgen een soort zevende zintuig hebben om regels naar eigen goeddunken te interpreteren.

De zoektocht naar een oplossing voor ons coronakapsel 

Dus zoeken we. Aan beide kanten van de taalgrens. Naar oplossingen om iets aan ons coronakapsel te doen. In de eerste lockdown waren bij momenten geen tondeuses meer te vinden. Niet moeilijk. Want in de week van 12 tot 18 april werd wat economen piek-tondeuse zouden noemen bereikt.

In de winter liggen kortgekapte kopjes net wat moeilijker natuurlijk. Toch zie je de laatste weken opnieuw een duidelijke opgaande trend naar meer tondeuses. Je zou een kerstcadeaupiek kunnen vermoeden maar die ligt dan toch een stuk hoger dan de voorbije jaren. 

Echt interessant wordt het wanneer je gaat inzoomen op wat er de voorbije week gebeurt. Op dinsdag kondigt men in Frankrijk aan dat de kappers opnieuw open zullen gaan. Meteen zie je in het Franstalige landsgedeelte een piek aan mensen die de zoektocht naar een nieuwe coupe inzetten. 

Op vrijdag wordt dan duidelijk dat de kappers hier te lande dit jaar waarschijnlijk de deuren niet meer zullen openen. Meteen komt de duivel uit het doosje. Geen seconde wachten we. Tussen 19 en 21 u bereiken we in het hele land piek-coiffeur. Na een ongetwijfeld slechte collectieve nacht zetten we de zoektocht verder. Om 8u op een zaterdagmorgen wil iedereen ineens een kapper over de landsgrenzen. 

Zijn de coronamaatregelen onduidelijk? 

De onduidelijkheid van de regels is iets wat de voorbije maanden veelvuldig is aangehaald. In publieke opinie en in de media. Het proces gaat in mijn hoofd als volgt: een maatregel wordt gelezen waarna een logische uitzondering wordt gezocht die niet gedekt wordt door de letterlijke bewoordingen van de maatregel. Iemand tweet dit, er komt een artikel van en de scène is gezet. 

Wanneer je naar de cijfers gaat kijken, valt het met de onduidelijkheid nog wel mee. Zo werd deze week aangekondigd dat de winkels na een tweede confinement in Frankrijk opnieuw open zouden gaan. Plof! Laat het zoeken beginnen. 

In het Nederlands bereiken we de piek op zaterdagmorgen. Kwatongen zouden haast durven beweren dat we redelijk goed op de hoogte zijn van maatregelen die in het buitenland gelden. 

Als er nog mensen zijn die graag willen pleiten voor gezond verstand en zelfdiscipline: de cijfers spreken je tegen.

Tado slimme thermostaat: hoe werkt het en wat heb je nodig?

Om van ons gerenoveerde arbeidershuisje een intelligent huis te maken, is er nog een serieuze weg af te leggen. Eén ding wat wij letterlijk geen seconde hebben uitgesteld, is de installatie van een intelligente thermostaat en bijhorende kranen. 

Onze keuze viel op het systeem van Tado. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik redelijk verliefd was op het Nest systeem van Google. Het design van het Google systeem is vele malen mooier en het zelflerende systeem en de integratie met alle andere Google dingen die hier ten huize Seurinck in dienst zijn, steken soms de ogen uit. 

Waarom wij voor Tado slimme thermostaat kozen

Wij hebben een wat redelijk onorthodoxe huislayout met een klein hoofdgebouw en een gerenoveerde schuur met groot raam die dienst doet als living achteraan. Dat zorgt ervoor dat het huis meerdere natuurlijke klimaatzones heeft. Daarom kozen we voor de slimme thermostaat van Tado. 

Waar de Nest thermostaat gebaseerd is op één intelligente centrale unit, kan je de Tado slimme thermostaat uitbreiden met slimme radiatorknoppen. Die zorgen ervoor dat je de temperatuur op elke manier in elke ruimte apart kan regelen. De verwarming blijft opstaan zolang er vraag is naar verwarmingswater. 

Dit heb je nodig voor een Tado installatie

De installatie begint altijd met een zogenaamde Tado starterskit. Die bevat naast een thermostaat en een verbindingsunit ook meteen twee slimme radiatorknoppen. Op dezelfde set kan je (eventueel later) extra extra slimme radiatorknoppen aansluiten. 

In de doos vind je ook de nodige verloopstukjes voor allerhande radiatoraansluitingen. Wij hebben op alle behalve twee radiatoren in ons huis een intelligente radiatorknop gezet. Niet dat het niet zou lukken maar een slimme thermostaat op een retro chauffage, dat gaat wat te ver. 

De installatie van een slimme Tado thermostaat

Beginnen doe je met de installatie van de zogenaamde Tado bridge. Die sluit je via USB aan op je internetmodem en verbind je eenvoudig met je thuisnetwerk.

De bridge zorgt voor een verbinding tussen je Tado slimme thermostaat systeem en het Tado platform dat je aanstuurt via een app op je smartphone. 

Eens je account gemaakt en de bridge geregisteerd, kan je echt aan de slag. De oude thermostaat kan je gewoon van de muur afhalen en vervangen door de Tado slimme thermostaat. Achteraan de thermostaat staat een QR-code die je met de app moet inscannen, daarna maakt de bridge contact met het toestel en klaar is kees. 

Ook de slimme radiatorknoppen laten zich zo aansluiten. Oude knop eraf, QR van de Tado radiatorknop scannen, verbinden met de bridge en de slimme radiatorknop op de radiator schroeven. Materiaal heb je eigenlijk niet voor over en qua technische kennis kom je met de basis al een heel eind. 

De Tado slimme thermostaat gebruiken

Eens de fysieke installatie van de thermostaat gebeurd is, moet het eigenlijke werk nog beginnen. Via de app kan je de thermostaten toewijzen aan een ruimte en die ruimte kan je daarna in een slim schema steken. 

Dat schema zorgt ervoor dat je chauffage automatisch aan en uitgaat op het juiste moment. Zo hebben wij standaard een warme badkamer op drie momenten in de dag, worden de kinderkamers warm voor als ze hun huiswerk moeten maken. Via de app of aan de thermostaatkranen kan je dit schema naderhand op elk moment overrulen. 

De Tado komt standaard uitgerust met geolocatie in de app. Dit betekent dat wanneer wij de deur uit gaan, de verwarming een melding geeft om uitgeschakeld te worden. Via een maandelijkse servicefee kan je dit proces ook automatiseren maar zeker in deze thuiswerktijden heb je dat eigenlijk niet echt nodig.

De links in dit artikel bevatten affiliate tags van bol.com. Dit betekent dat wanneer jij op deze link een bestelling doet, daar een commissie naar mij komt.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie

De elektrische Jaguar I-PACE getest

Er is iets met Jaguar auto’s. Wie kiest voor een Jaguar maakt een keuze om niet te zijn zoals alle anderen met hun BMW’s en Mercedessen die hetzelfde kosten maar toch die je ne sais quoi missen. Althans, zo zie ik dat dan.

De laatste week reed ik ook met een auto die je ne sais quoi uitdrukte. Een Jaguar I-Pace. Full electric. Die auto heeft heel de week een smile op mijn gezicht gezet.

De dubbele persoonlijkheid van de I-Pace 

De I-Pace is een auto waar ik ook na een week mijn hoofd niet helemaal rond krijg. Wanneer je hem voor het eerst ziet, denk je aan een SUV. Licht tot medium gedistingeerd zoals dat bij een Jaguar past.

Daarna kijk je even van dichterbij en merk je een gat in de motorkap die ook een spoiler is en rechtstreeks de link legt met een achterspoiler. Mijn exemplaar kreeg een grijze kleur waar ik normaal van ga steigeren. Deze auto kan het wel hebben. 

Zeker in combinatie met de 20inch zwarte velgen krijg je een soort Harvey Specter op wielen: keurig in pak en pak en das maar met een handleiding. De gentleman-met-karakter rijdt ook zoals hij eruitziet. 

Het rijgedrag van de I-Pace

Elektrisch rijden heeft iets magisch. Je hebt de rust en de stilte. Je hoort door de muziek het ruisen van de banden. EN DAN GEEF JE GAS EN DAN IS HET WHAAAAAAAH. Tot je denkt: zo kan ie wel weer en dan cruise je lekker door. 

De I-Pace is hier geen uitzondering. Het is best een dikke kar maar het gaspedaal schiet je in dynamic mode van 0 naar 100 in 4,79 seconden. Ook hier blijft de I-Pace zijn dubbele gezicht tonen: je krijgt geen schop in de kont. De auto vertrekt en gaat knal naar 100 terwijl je het gevoel hebt in een zetel te zitten. 

Het maakt van de I-Pace nog geen racebolide. Dat kan ook niet. Daarvoor is de draaicirkel te ruim. In een doorsnee bocht staat daar tegenover dat het lage zwaartepunt deze auto zo vast laat liggen dat je er van gaat kikken. Ik heb het geprobeerd om hem te laten uitwaaieren in een natte bocht. Hij gaf geen krimp. 

Rijden met de Jaguar I-Pace 

In het verleden heb ik ergens tussen de 10 en de 20 testauto’s opgehaald. Meestal is er een PR-jongen (m/v/x) bij die je uitgebreid een uitleg doet. Corona heeft de wereld veranderd dus was het bij de Jaguar: dat is de auto, hier is de sleutel, dit is het document. Heerlijk.

Heerlijk want dan kan je zelf ontdekken hoe de auto werkt en het moet gezegd: bij Jaguar zijn ze er in geslaagd om een intuïtieve cockpit te maken. Alle instrumentenpanelen zijn elektronisch en Android auto werkt op hup-twee-drie.

Verder is alles zo overzichtelijk en logisch met niet zot veel knoppen en twee touchscreens. Mensen die wat minder into technologie zijn, krijgen dus niet meteen een overweldigend F-16 gevoel. De binnenruimte van de auto én de koffer zijn ruim bemeten. 

Het cliché van de grote E-car waar de batterij het haalt van de gebruiker is hier zeker niet het geval. 

Voor wie is de Jaguar I-Pace?

Wie een Jaguar kiest, maakt een actieve keuze. Een Mercedes of een BMW zijn de voor de hand liggende keuzes. Bij BMW zou het equivalent de iX3 zijn, bij Mercedes de EQC, beide hele of halve e-versies van bestaande modellen. Voor mij al meer dan reden genoeg om deze een streepje voor te geven.

Binnenruimte, usability en rijgedrag maken van deze I-Pace een meer dan keurige auto en met 400+ kilometer op de reëel geteste range moet je ook niet meteen schrik hebben om halverwege ergens te stranden. Wil je ‘m gebruiken voor lange reizen, dan zal je wat moeten plannen. 

Tegen 2026 moeten alle bedrijfswagens elektrisch zijn. Althans dat is de doelstelling van onze regering. De leasingrijder ligt dus voor de hand. De geafficheerde vanafprijs voor een financiële leasing is € 499. Dat is dan wel met een voorschot van € 13.635 exclusief BTW. Goedkoop is dat allemaal niet maar je krijgt met deze auto wel waar voor je geld. En 100% fiscaal aftrekbaar.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie

Een spiegel met cijfers

Is het ouder worden? Het verhuizen? Is het Corona? Het werk? In elk geval is het kijken naar de weegschaal ‘s morgens dit jaar ineens pijnlijker geworden dan de spiegel. En daar was ik al geen fan van. 

Er is geen ontkennen aan. Ik hoor bij de club van 49,3% Belgen die overgewicht heeft. 

Het is een pijnlijke vaststelling. Ja, ik heb altijd wat geschommeld. In de winter pakte ik wat kilo’s en zo ergens rond april trok ik de handrem even op en dook ik opnieuw naar een gewichtsniveau waarmee ik kon leven. 

Zo niet dit jaar. Ik sportte de maand januari aan frut. We verhuisden. Er was een boel werk. Thuis. Klanten. Er was corona die me de zin in sporten ontnam. Er waren excuses die pour ‘s en servir waren en nu zit ik ermee. Coronakilo’s en de winter moet nog beginnen. 

Wat op het eten letten. Het midweekse aperitief laten vallen. Een postit in de koekjeskast: ‘afblijven Seurinck’. Opnieuw meer bewegen. Dat is zowat het plan. Intermittend fasting en andere diëten: ik denk niet dat het echt iets voor mij is. 

Tien kilo moet eraf. Tien. 

Decathlon gaat de Amazon-tour op

De termen digitale transformatie en platform-denken zijn de laatste jaren even vaak gebruikt als misbruikt. 

Jeff Bezos is er al even mulimiljardair mee geworden en het is stellig mijn indruk dat bol.com lang niet het kneusje is binnen de Ahold Delhaize groep. Daar wordt echter danig geheimzinnig over gedaan. 

Deze week kreeg ik een persbericht van de mensen van Decathlon. Ook zij gaan de digitale platformtour op. In samenwerking met de (uiteraard Franse) e-commerce bouwer Mirakl gaan ze vanaf eind dit jaar hun webshop openstellen voor andere sportmerken. 

Een uitgebreider aanbod

Offline hebben ze dat idee in België al getest met de Belgische e-bike startup Cowboy die in de winkel letterlijk een podium heeft gekregen. Voor de online winkel hebben ze (ook) een afspraak met de ‘Dutch designed’ e-bike Bayck. 

Er worden meteen samenwerkingsverbanden aangekondigd met onder meer UCI en Santini. Binnenkort kan je dus officiële wielertruitjes van verschillende merken en zelfs een wereldkampioenwielrennentruitje (niet doen!) kopen via het platform. Ook Stasdock, het Amsterdamse koersfietsenophangsysteem heeft al getekend bij Decathlon.

De logistiek blijft in handen van de partners waarmee ze samenwerken, tenzij de partners ook dat uit handen geven. Dat betekent dus dat een shirt van het huismerk en een broek van Santini gekocht in de Decathlon webshop vanuit twee richtingen zullen worden aangeleverd. 

De toekomst van het Decathlon platform

De ambities reiken trouwens ook verder. Bij lancering wordt gefocust op producten, op termijn wil Decathlon ook diensten gaan verkopen via het platform. Denk aan reizen en workshops. 

Het idee van Decathlon blijft daarbij om betaalbare kwaliteit voorop de blijven stellen. Met het platform willen ze ook het beste sportaanbod bieden. Daar kan ik inkomen. Dat ze hierbij een beetje de sportmarkt afromen is natuurlijk aardig meegenomen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Wielrennen

Het cobra effect in online marketing

We schrijven 1897. Paul Doumer, de gouverneur-generaal van de Franse kolonie Indochina, heeft een plan. Hij wil van Hanoi (de huidige hoofdstad van Vietnam) een stad maken naar Westers beeld. Prioriteit? De uitbouw van een stelsel van riolen. 

Die riolen blijken echter een ideale leefomgeving voor ratten en wanneer die in 1902 steeds vaker opduiken in de betere buurten wordt alarm geslagen. Een leger van rattenvangers wordt gerecruteerd en al snel worden ratten per duizendtallen gevangen. Op 12 juni 1902 werden niet minder dan 20.114 rattenstaarten als vangstbewijs aangeboden bij de lokale autoriteiten. 

De rattenpopulatie hield echter verbazingwekkend goed stand. Pas toen er opvallend veel ratten zonder staart werden opgemerkt werd duidelijk hoe de vork werkelijk aan de steel zat. Niet ver buiten Hanoi werden daarna diverse rattenkwekerijen opgedoekt. 

Dit verhaal is een klassieker in de populair statistische literatuur. Het is een voorbeeld van het Cobra-effect. Ook de Britse koloniale waren in hun Indische kolonie namelijk al eens in de vang-die-beesten-en-wij-betalen-val getrapt. Vandaar de naam…

Hoe het cobra-effect werkt

Het cobra-effect treedt op wanneer de oplossing voor een probleem het omgekeerde effect heeft van wat de bedoeling hoorde te zijn. De oorzaak? De menselijke natuur om te denken dat de snelste weg van A naar B immer en altijd een rechte lijn moet zijn.

Zeker wanneer er een positieve feedback ingebouwd zit in het systeem, is het moeilijk voorbij de Cobra te kijken. We betalen de lokale bevolking per staart, de lokale bevolking brengt staarten en krijgt betaald. Iedereen gelukkig. Intussen groeit de rattenpopulatie verder aan en heb je niets in de gaten. 

Tenzij je natuurlijk wat langer of verder kijkt dan je neus lang is. 

Het cobra-effect in marketing

Digitale marketing zit vol potentiële cobra’s. Alles is meetbaar, zo roepen we al jaren. En dat is juist. Op Cobraniveau. Alle online communicatiekanalen meten hoeveel mensen wat doen met jouw advertenties. Je weet hoeveel mensen een online aankoop doen. De grote platformen hebben zelfs systemen om offline conversies te meten. 

Ik ga er niet om liegen: ik ben daar dol op. Want mensen zijn tot op zekere hoogte voorspelbaar. X impressies zijn Y clicks zijn Z conversies. Na een aantal campagnes kan je er zo een lijn op trekken. Telkens weer vind je manieren om beter van X naar Y te gaan of sneller van Y naar Z. Zo blijf je als strateeg aan de waggel. 

Het gebeurt meer dan eens dat er mij gevraagd wordt naar KPI’s. Dan zet ik me over allerlei mentale en statistische drempels en schiet ik mezelf in de voet door realistisch ambitieuze doelstellingen voorop te stellen. Goed wetend dat ik het mezelf een pak makkelijker had kunnen maken door mijn verwachtingen lager te zetten en ze dan los te overtreffen. Ik zie het vaak genoeg gebeuren.

Soms betrap ik mezelf op de gedachte hoe gemakkelijk het zou zijn om shortcuts te nemen. Om een KPI die je heel ambitieus had ingezet makkelijk zou kunnen overtreffen. Als je maar genoeg staarten zou kunnen verzamelen.

Dan denk ik weer aan de ratten en leg ik uit aan een klant dat die KPI niet is gehaald en dat daar goeie redenen voor zijn.