Boekreview: Afspraak aan de meet

Fietsen is populair in onze contreien. Niet alleen als televisiesport maar ook om te doen. Ook managers, bedrijfsleiders en ondernemers hijsen zich op zon- en andere dagen wel eens strak in het pak. Niet met das, wel in lycra. 

Het is ook Luc Rademakers opgevallen, vrijetijdsfilosoof, bedrijfsstrateeg en auteur van het boek ‘Afspraak aan de meet’ dat als ondertitel ‘waarom topmanagers fietsen’ en met regenboogstrepen op de cover weinig aan de illusie van de inhoud overlaat. Rademakers interviewde voor het boek (half)bekende fietsers die het elk op hun manier gemaakt hebben zoals dat dan heet. 

Hans Bourlon, Bob Verbeeck en Karel Van Eetvelt sieren mee de cover maar binnenin komen onder meer ook Tom Van de Cruys, Alain Bernard en Johan Thijs aan het woord. Een mooi kransje mensen elk met een eigen (wieler)verhaal. De ene letterlijk een zondagsrijder, de andere fanatiek op lijf en materiaal, grenzen verleggend.

Tussen het begin van het boek en de meet ervan, dat 191 snel lezende pagina’s verder ligt, komen in drie delen en 18 hoofdstukken de verschillende onderdelen van een wielercarrière aan bod. Die wordt parallel gelegd aan het bestaan van een ondernemer-manager. 

Klinkt allemaal zwaar en gewichtig maar niet alleen leest het boek als een trein, het is op een luchtige manier ook interessant en het geeft te denken. 

Opvallend bijvoorbeeld om te lezen dat heel veel van die managers alleen fietsen. Dat in grote tegenstelling tot het tot credo verhoffen cliché dat fietsen het nieuwe golfen zou zijn. Het heeft natuurlijk met agenda’s en afspraken te maken maar het is herkenbaar. De eigen weg zoeken, de mogelijkheid hebben om de ochtend van vertrek de koers nog 180 graden te veranderen en vooral de nu-even-niet-rust. 

Daarnaast is het inspirerend om te lezen hoe metaforisch fietsen is voor het werkende leven. Je hoeft daar niet eens een zogenaamde topmanager voor te zijn. Dat vertrekken soms lastig is. Aankomen ook. Dat vrijheid beperkt is en hoe elementen als toeval en externe factoren soms meer invloed hebben dan autobiografieën soms laten doorschemeren. 

Een echt antwoord op de vraag ‘waarom topmanagers fietsen’ krijg je tijdens het boek fragmentarisch. Het antwoord daarop luidt samengevat: ‘daarom’. Want er zijn duizend redenen om een fiets van stal te halen en een end weg te gaan fietsen. Snel of traag, ver of kort, dat maakt niet uit.

Afspraak op vakantie. 

Disclaimer: dit boek werd me als recensiemateriaal toegestuurd. Hierbij werd geen afspraak gemaakt over de inhoud van deze blogpost.

Dvorak is niet alleen een componist

Op een dag was ik ergens aan het lezen over toetsenborden en werd ik herinnerd aan een toetsenbordindeling die Dvorak heet. Eertijds had ik me wel eens willens nillens verdiept in Qwerty omdat ik iets verkeerd had gepeuterd in DOS of een oude versie van Windows waardoor Azerty voor onbepaalde tijd verdwenen was. Maar Dvorak, nee, dat nooit.

Een beetje Dvorak geschiedenis

Dvorak, dat ontwikkeld is in de jaren ‘20 van de vorige eeuw, schijnt de meest efficiënte toetensbordlayout te zijn. Of toch alvast voor de Engelse taal. Waarom dat dan niet de algemeen geldende standaard is?

In de jaren ‘20 van de vorige eeuw gebruikten ze nog geen smartphones maar wel typemachines met hamertjes en kwam een ideale toetsenbordsetup in de problemen omdat de hamertjes dan in elkaar bleven haken.

Toen de hamertjes verdwenen, was iedereen het typen op Qwerty en Azerty al zo gewoon dat je al serieus mag zoeken voor je een winkel met Dvorak toetsenborden zou tegenkomen. Gelukkig bestaan er ook virtuele toetsenborden…

Dvorak installeren op je telefoon

Om updates en berichten te sturen met mijn Android telefoon gebruik ik nu al een paar jaar Swiftkey, een app die allerlei handigheden heeft zoals predictive tekst en taalondersteuning, en nog tig andere features die ik niet of nauwelijks gebruik.

Swiftkey ondersteunt dus ook Dvorak. Daarmee ging ik eind vorig jaar aan het experimenteren. Gewoon zo. Gelezen over Dvorak. Swiftkey genomen. Dvorak geselecteerd en proberen maar. Het klinkt eenvoudiger dan het is. Niet dat aanpassen van het toetsenbord. Wel het typen van het eerste bericht.

Je wordt je ineens heel hard bewust van het feit dat je nooit meer naar je vingers aan het kijken bent, wanneer je berichten aan het tikken bent. Je kijkt naar de woorden die verschijnen en of je geen shortcut kan nemen door de voorstelde woorden aan te tikken.

De flexibiliteit van hersenen

Het tikken van de eerste berichten verliep zo moeizaam dat ik op een gegeven moment mijn laptop openklapte om een bericht te sturen (lang leve WhatsApp web) in plaats van het af te werken op mijn telefoon.

Een andere keer bedacht ik tijdens het kijken van een wedstrijd op televisie een leuke tweet die nooit het daglicht zag want mijn vinding was toch niet zo subliem dat iemand anders er ook niet op kwam.

Het is even ongelofelijk hoe flexibel een stel hersenen is en hoe snel het in gewoontes komt te zitten. Vandaag, na enkele maanden Dvorak denk ik ongeveer even snel te tikken als voorheen. Wanneer ik dan al eens iets moet tikken op zo’n toetsenbord, moet ik altijd twee keer nadenken waar die letters ook alweer staan. Ook al tik ik dit en alles anders gewoon op een Macbook met Azerty toetsenbord.

Of het ook echt efficiënter typt, zo’n Dvorak toetsenbord, ik zou het zo op het zicht niet kunnen zeggen maar het feit dat je na zo’n korte tijd tikt alsof je nooit iets anders hebt gekend, ik ga me daar nog even over verbazen.

Het prisoners’ dilemma van Elon Musk

Er was deze week heel wat te doen over een emotioneel interview dat Elon Musk gaf aan de New York Times. Hij sprak er onder meer over zijn slaapmiddelengebruik en de persoonlijke tol die het leiden van Space X en Tesla hem brengen.


Onder meer Ariana Huffington (niet toevallig auteur van een boek over slaap) gaf de stilaan tanende ster aan het Tech-firmament wat ongevraagd advies: 120 uur werken per week is geen goed idee. Niet voor je lijf en niet voor je familie en ook niet voor de reden waarom je het doet: je werk lijdt onder teveel werk.  

Geen keuze om te kiezen

‘Geen keuze’ luidde het duidelijke antwoord van Musk: ‘jij denkt misschien dat ik die keuze heb maar die is er niet’. Musk blijft veelvoudig slapen op de kantoren van Tesla en verlaat de fabriek vaak dagen aan een stuk niet. Als je hem er op aanspreekt toont hij het korte lontje dat hij ook tijdens aandeelhoudervergaderingen al toonde. De hele fanbase valt hem dan meteen ook bij: niemand hoeft zich met Elon te moeien. Hij is immers het genie achter Tesla en Space X.

Dat Elon een talent heeft, daar valt nauwelijks over te redetwisten. Zijn ‘geen keuze’ is echter een mooi voorbeeld van het meervoudige prisoners’ dilemma waar iedereen willens nillens mee geconfronteerd wordt.

Wie niet zo bekend is met deze klassieker uit de speltheorie: bij het prisoners’ dilemma worden twee pikkedieven opgepakt voor dezelfde misdaad. Wanneer beide ontkennen heeft de politie echter niet genoeg bewijzen om hen aan de misdaad te linken. Geeft één van beide toe en ontkent de andere, dan kan degene die bekentenissen aflegt rekenen op strafvermindering. Gaan beide tot bekentenissen over, komen ze er beide met minder straf vanaf. 

Hoezo dan is wat Elon Musk meemaakt een meervoudig prisoners’ dilemma? Dat zit zo: eigenlijk is Musk één van de gevangenen en weet hij niet wat de andere gaat doen. In dit geval is de medegevangene een onbekende x waarvan hij denkt dat hij of zij het minder goed zou doen als hijzelf. Een persoonlijkheidsprobleem waar elke ondernemer wel eens last van heeft. 

Op zoek naar het evenwicht

Hoe is het dan zover kunnen komen dat Musk 120 uur op een week (dat is 17u per dag, 7 dagen per week) werkt? Daarvoor kunnen we terecht bij nobelprijswinnaar John Forbes Nash Jr. Hij is vooral vooral bekend van zijn speltheoretische inzicht dat zijn naam draagt: het Nash equilibrium. Ofte het Nash evenwicht in het algemeen beschaafd Nederlands. 

Het Nash equilibrium is een evenwichtsstaat waarnaar elke (zeker meervoudige) evenwichtsoefening naartoe vloeit in (niet-coöperatieve) spelen.Voor het prisoners’ dilemma geldt dat het optimale evenwicht voor beide dieven ‘toegeven’ de beste kansen biedt. Je komt er in 66% van de gevallen immers goedkoper vanaf dan wanneer je de lippen op elkaar houdt. 

Ook werk kent Nash evenwichten. Een onschuldig voorbeeld hiervan is de lunch: is het je ooit al opgevallen dat verschillende bedrijven verschillende lunchmomenten hebben? Sommige bedrijven eten om 12u stipt, anderen schuiven naar 12u15, nog anderen later. Op het gezette tijdstip staat één collega recht en de rest volgt: schaft.

Het Nash equilibrium doet ook minder onschuldige dingen. Salarissen van CEO’s naar ongekende hoogtes drijven bijvoorbeeld ondanks de niet heel hard stijgende innovatie- en productiviteitsgroei. Het zorgt er ook voor dat mensen hun vakantiedagen niet meer durven opnemen: want de persoon die het minst vakantie opneemt maakt misschien wel meer kans op de volgende promotie. Daaruit volgt logischerwijs: we kunnen niet anders. Want een promotie, want de collega’s zouden kunnen denken dat, want…, want… 

Zoiets moet zich ook in het hoofd van Musk hebben afgespeeld de voorbije jaren: op zoek naar zijn Nash evenwicht is hij uit het oog verloren dat er ook nog een leven is. Dat rust belangrijk is voor de creativiteit en de efficiëntie.

Hij kon niet anders… maar niet om de reden die hij zichzelf heeft ingepeperd.

Freelance life en het secretaresseprobleem

Als freelancer weet je dat het moment gaat komen maar als het komt, schrikt iedereen zich vermoedelijk een hoedje: er ontstond een gat in mijn agenda. Vroegere gaten hadden zich vrij snel opgevuld maar dit keer was het anders. Het bleef. Vanaf begin december zou ik twee dagen per week met mijn vingers moeten draaien.

Dus greep ik naar de grote middelen: ik mailde oude bekenden. Niets. Ik gooide mijn website om. Niets. Mijn naam verscheen in de juiste context in de krant. Niets. Ik deed een LinkedIn update: opnieuw twee dagen beschikbaar. Wat er toen gebeurde tart de verbeelding.

De voorbije twee weken liep ik van afspraak naar afspraak, als ik alle koffies had gedronken die mij werden aangeboden, had ik nauwelijks geslapen en tussendoor moest het werk dat moest gebeuren ook nog gebeuren…

Een omgekeerd secretaresseprobleem

Het gat-in-de-agenda-probleem werd alras vervangen door een omgekeerd secretaresseprobleem.

Mocht je dat niet kennen: het secretary problem zoals het in het Engels genderneutraler heet, is een vrij bekend vraagstuk uit de optimale stop theorie. Het gaat als volgt: je hebt een wachtkamer vol potentiële toekomstige secretaresses (m/v/x). Eén ervan moet je gaan aannemen. De uitdaging: na elk gesprek moet je meteen beslissen of je de kandidaat aanwerft, dan wel een nieuwe kandidaat binnen laat komen.

Vrij snel werd ik dus de aanwervende vennootschap en zat de wachtzaal vol met potentiële nieuwe klanten. Het ene aanbod al interessanter dan het andere. Ergens in de verte komt een offer you can’t refuse dat misschien als laatste de wachtkamer zal binnenstappen. Of misschien ook niet.

Het is niet mijn fort om ‘neen’ te zeggen. Ik geef dat eerlijk toe. Als ik mensen kan helpen, dan wil ik dat heel graag doen. Een werkweek is echter niet oneindig rekbaar en een gegeven ‘ja’ kan je in mijn hoofd niet twee weken later koudweg vervangen door een ‘nee’.

Uiteraard weet ik in theorie wat ik moet doen. De optimale stop theorie schuift 37 procent naar voor als optimaal stopmoment. Tegen de eerste voorstellen zeg ik dus ‘nee’ en van dan af ga ik voor het voorstel dat beter is dan de voorstellen die ik al heb gekregen. Simpel zat. Secretaresseprobleem omgelost.

Het leven is geen experiment

Alleen is het leven evenmin een laboratoriumexperiment als het een ponykamp is. Je kan tegen een potentiële klant moeilijk zeggen: bedankt voor de interesse maar ik pas voor de opdracht want de optimale stop theorie vertelt me dat dit nog niet het moment is…

Toegegeven, de stress van een berg op je agenda naar Q1 van volgend jaar, is een leukere stress dan die van een gat.

Over nudges en choice architecture: de Nobelprijslezing van Richard Thaler

In oktober werd bekend gemaakt dat Richard Thaler de Nobelprijs voor de Economie in ontvangst zou nemen. Al is de Nobelprijs voor economie geen échte Nobelprijs, Richard Thaler is op vijftien jaar tijd de zesde behavioural econoom die de prijs in ontvangst mag nemen.

Waarom je denkt dat Facebook je afluistert

Af en toe duikt op Facebook hetzelfde verhaal op: het bedrijf van Zuck zou via allerhande methodes meeluisteren met je gesprekken en de content die je ziet daarop afstemmen. Prachtig verhaal vind ik dat. Ontkend in alle toonaarden door het bedrijf zelf maar hardnekkiger dan het onkruid in je moestuin.

Niet verwonderlijk. Het fenomeen werd al beschreven lang voor Facebook nog TheFacebook heette. In het psychologische jargon heet het Baader-Meinhof fenomeen. Uiteraard naar de terreurgroep die ook bekend is onder de merknaam Rote Armee Fraktion. Het Baader-Meinhof fenomeen is overigens niet te verwarren met het Baader-Meinhof complex, dat laatste is een film. 

De oorsprong van het fenomeen ligt in 1994 toen op het nog vrij prille internet fora de dienst uitmaakten. Iemand hoorde binnen de 24 uur twee keer onafhankelijk van elkaar spreken over de Duitse terroristische organisatie en the rest, as they say is history.

Het Baader-Meinhof fenomeen komt vrij frequent voor. Zelf heb ik het met auto’s. Toen ik mijn estorilblauwe kar bestelde, leefde ik in de veronderstelling dat de kleur vrij weinig voorkwam. Tot ik in de dagen erop tijdens een wandeling naar de bakker en terug wel twee estorilblauwe BMW’s tegenkwam. Op zevenhonderdeneenhalve meter!

Er zijn twee psychologische effecten die ons de das omdoen, zo blijkt uit onderzoek.

Het eerste is selectieve aandacht: de mens is ook maar een beestje met kleren aan, evolutionair helpt het ons dus om te letten op dingen die nieuw zijn. Eens we die opmerken, vallen ze ons ook op andere plaatsen op.

Een tweede is confirmation bias wat je in het Nederlands zou kunnen vertalen als bevestigingsfout. Een klassieke metafoor om dat te duiden is de heksenvervolging: gooi de vermeende heks in het water: als ze blijft drijven is het een heks en moet ze gedood worden, verdrinkt ze, dan is ze onschuldig. Om maar te zeggen: eens overtuigd van iets, komt een mens daar niet zo makkelijk op terug en zijn tegenargumenten vaak onvoldoende.

Het Baader-Meinhof fenomeen is dus eigenlijk een ietwat afwijkende vorm van het recency-effect. Een effect dat in de marketing goed gebruikt kan worden om mensen kort voor een aankoop te herinneren aan het product. Wanneer je recent nog aan olifanten gedacht hebt, zal je ook sneller Côte d’or zien liggen in de winkelrekken. Ga na het lezen van deze blogpost maar eens naar de supermarkt als je mij niet gelooft.  

Nassim Nicolas Taleb over Skin in the Game

Vermogensbeheerder Econopolis nodigde Nassim Nicolas Taleb uit voor een lezing over zijn volgend jaar te verschijnen boek Skin in the Game. Ik kreeg een uitnodiging in de bus om te gaan luisteren. Taleb’s nieuwe boek mag dan wat vertraging hebben opgelopen (het was als ik me niet vergis aangekondigd voor mei dit jaar), zijn Skin in the Game concept ook niet nieuw. Hij had het er al zijdelijngs over ten tijde van The Black Swan, wat zowat zijn bekendste boek moet zijn. Tijdens de lezing lichte Taleb alvast enkele tipjes van de game-sluier.

Intussen is Skin in the Game al wat meer uitgediept heb ik het gevoel. Als hij er in de begindagen over had, verwees Taleb naar de code van Hammurabi. In het die stenen wetboeken uit het oude Mesopotamië staan gevleugelde woorden als (en ik vertaal even de vertaling): wanneer een huis door de fout van de architect instort en de bouwheer komt hierbij om het leven, moet ook de architect gedood worden.  

Dit moet zowat de basislezing van Skin in the Game zijn: wanneer je een bepaalde winst nastreeft, moet je ook bereid zijn de consequenties ervan te dragen. Iets wat vandaag op de financiële markten bijvoorbeeld nogal eens fout loopt, zo vertelt Taleb.

De verborgen asymetrieën in de wereld

De uitbreiding die hij tijdens de lezing aan het concept gaf (en wat ook de ondertitel van zijn boek zal gaan worden) is de vaak verborgen asymmetrie die in economische relaties zit. Hij opent zijn betoog met een reprise uit The Black Swan en neemt er een voorbeeld uit Mediocristan en Extremistan bij. Dit zijn de twee stan-landen die je niet op een kaart vindt maar metafoor zijn voor normaalverdelingen en scheve verdelingen uit de statistiek.

Als twee mensen samen vier meter en tien centimeter meten, dan is de kans relatief groot dat je te maken hebt met twee mensen van om en bij de twee meter vijf. Dit is voor hem een Mediocristan voorbeeld. Wanneer het echter gaat over financiële verdelingen in de wereld schuiven we op naar extremistan. Wanneer twee mensen samen € 36 miljoen hebben, valt te verwachten dat je te maken hebt met iemand met pakweg € 100.000 en iemand met de rest.

De tweede asymmetrie, maakt het onderscheid tussen time probability en ensemble probability. Wanneer je 29 mensen met € 1500 naar een casino stuurt en je laat ze een bepaalde periode aan een eenarmige bandiet zitten, kan je zien wat de winstkans in een bepaald casino is. De winst of verlies van persoon 17 en 21 beïnvloeden echter niet die van 29. Zelfs als die twee failliet gaan, kan persoon 29 nog met winst buitenwandelen. Dit is ensemble probability. Wanneer je één iemand echter met € 1500 een casino in stuurt en je wil dit een hele periode aanhouden, dan is het zo dat wanneer de laatste jeton in de slots machine verdwijnt en de jackpot op een haar na gemist wordt, het spelletje letterlijk en figuurlijk uit is. Time probability stapelt de risico’s op.

De derde assymetrie is die van de minority rule. Het gezin van vier dat gaat eten waarbij één iemand vegetariër of lactoseintollerant of whatever is, wordt de keuze van restaurant in onevenredige verdeling beïnvloed door die ene persoon. Daarom eten jij en ik en iedereen die je kent ook veel vaker dan je zou denken kosjer of halal trouwens. Dat komt de producent nu eenmaal goedkoper uit. Drie procent van een populatie/doelgroep/klantenbestand volstaat daarmee om een hele industrie om te draaien. Het deed me denken aan Derek Sivers’ TED talk over hoe een beweging start en evolueert.

Risicovermijdend gedrag als de norm?

Het noopt Taleb er toe om het voorzichtigheidsprincipe te hanteren. What doesn’t kill you makes you stronger is aan hem niet besteed. Althans niet zonder meer. Hij grijpt daarbij zelfs terug naar Aristoteles. Kwestie van het wat gewicht te geven.

Dan komt de kat op de koord en legt Taleb tijdens zijn lezing zijn eigen wonde bloot: hij pleit voor zoveel dingen tegelijk, probeert tegen zoveel schenen te schoppen dat hij willens nillens ook eens zijn eigen voeten onderuit haalt. Tijdens het debat achteraf, is Taleb in staat om zonder meer ‘entrepreneurship’ als leidend voorbeeld te geven. Iets wat inherent verbonden is met het nemen van risico’s.

Taleb doet me daarbij steeds vaker denken aan Slavoj Žižek. Niet alleen omdat ze beide een boon hebben voor Donald Trump. Ze schoppen tegen elke scheen die zich aandient. Taleb gooit ook nogal eens met cijfers waarvan je denkt: heb je die hier nu ter plaatse verzonnen? De kans om te overlijden tijdens het oversteken is volgens hem 1 in 74000. Als dat waar is, zou er toch elke dag in een stad als Antwerpen iemand moeten overlijden op een zebrapad, juist?

De waarde van Taleb

Het is niet voor de micro-inzichten dat je naar Taleb moet luisteren. Hij slaat de bal wel eens mis op cijfers en je bent gezien zijn reputatie zo voorzichtig om niet te hard tegen te spreken dat je het graag beleefd houdt. Eigenlijk wou ik ‘m een vraag stellen over behavioural economics maar ik heb het maar zo gelaten. Hij had Thaler en Kahneman al meermaals verwijten naar het hoofd geslingerd voor er van vragen sprake was.

Naar Taleb moet je luisteren voor de grote inzichten. The Black Swan in de eerste plaats maar ook Antifragile heeft merites. Dat zal Skin in the Game ook hebben. Als het eens uitkomt. Ooit.


Wat is het Blue Ocean Strategy Canvas en wat kan je er mee?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]

Na 15 jaar vonden auteurs Kim en Mauborgne van Blue Ocean Strategy de tijd rijp om een update van het boek uit te werken. Blue Ocean Shift is een boek dat meer de focus legt op de toepassingsvormen dan de theorie. Nieuwe voorbeelden toe.

De Blue Ocean Strategy blijft over de twee boeken een gelijkaardige denkwijze etaleren: door op een gefocuste manier op één cruciaal vlak het verschil te maken, kan je als bedrijf vermijden om in een drukbevolkte marktplaats te concurreren. Door niet te gaan concurreren in de markt maar je er net naast te zetten, creëer je een nieuwe markt ofte een blue ocean waar je je niet of toch veel minder van die concurrenten moet aantrekken.

Ook het Blue Ocean Strategy Canvas is blijven staan. Al is ‘canvas’ een nogal allesomvattende term om een lijndiagram te beschrijven dat punten verbindt die op twee assen worden uitgezet.

De eerste variabele is de producteigenschap waarop vandaag op de markt wordt geconcurreerd. Potentieel onderscheidende voordelen, zo je wil.  Prijs kan er één zijn maar ook kwaliteit, prestige, snelheid. Je noemt het. Op de andere as staat de mate waarin deze competing factors door verschillende concurrenten worden gebruikt.

De doelstelling van het canvas is tweeledig: enerzijds kan je er een soort ‘what is’ situatieschets van een markt mee uittekenen. Aan de andere kant, is het ook een inspiratiebron om te gaan kijken op welke vlakken je als bedrijf het verschil kan maken.

Het Blue Ocean Canvas lijkt op zich een zeer makkelijke tool maar de ervaring leert dat het toch niet altijd zo voor de hand ligt. Bepalen waarom mensen bij één concurrent kopen en niet bij een andere is soms lastiger dan je op het eerste zicht zou denken.

Vaak blijkt met name het verschil tussen wat marketing denkt en wat product owners weten nogal eens van elkaar te verschillen. Op die manier is he Blue Ocean Strategy Canvas een ideale werkvorm om interne mythes te achterhalen. Er bestaat trouwens een online versie die je toelaat om er live eentje te maken zonder dat je met kleurstiften aan de slag moet. 

Om het met de metafoor van de Blue Oceaan Strategy te zeggen: je kan het canvas gebruiken om je uitweg van de rode naar de blauwe oceaan in te zetten.

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Rosy Retrospection of waarom Throwback Thursday als zoete broodjes uitverkoopt

Het Sportpaleis loopt dezer dagen vier keer vol voor Throwback Thursday in het Sportpladijs. Een samenwerking tussen Studio 100 en Ketnet dat dit jaar zijn 20ste verjaardag viert. Vier keer 17000 man, dat is 68.000 man die naar Merksem afzakken voor om mee te brullen bij de Samsonrock en andere Springs.

De verklaring voor zoveel enthousiasme zit uiteraard in de nostalgie die we koesteren voor leuke gebeurtenissen in het leven. Hoe komt dat echter dat alles vroeger mooier en beter was? En wat betekent dat voor ons toekomstbeeld?

Waarom ons geheugen ons bedriegt

Ons geheugen is een machine voor zelfbedrog. Omdat we de mentale capaciteit missen om al die geheugensporen op te slaan gaan we simplificeren en (daarmee samengaand) overdrijven. Daarom ligt er tijdens de wintervakantie uit je jeugd vandaag minstens tien centimeter meer sneeuw dan er toen echt lag. De zondagochtenden met Samson en Gert zijn veel gezelliger en oma bakte veel vaker pannenkoeken.

Dat is echter helemaal niet erg want net dit fenomeen zorgt ervoor dat we een beter zelfbeeld van onszelf overhouden. In een studie werd aan studenten gevraagd om een verhaal neer te pennen dat nostalgische gevoelens bij hen opriep. Anderen werd gevraagd om ‘een gebeurtenis’ te beschrijven. De studenten die het nostalgische verhaal hadden neergepend, scoorden hoger op de daarop volgende zelfbeoordelingstest dan zij die de gewone gebeurtenis hadden omschreven.

Nostalgie zorgt er ook voor dat we een rooskleuriger beeld krijgen van de toekomst. Behalve als we er te hard op gaan focussen. Trop is teveel zoals ze dat plegen te noemen. Dat zijn de mensen die gaan leven in de idee dat vroeger werkelijk alles beter was en dat niets ooit nog hetzelfde zal zijn.

Rosy retrospection en marketing

Het fenomeen heet rosy retrospection in de behavioural economics. Het is het psychologische fenomeen dat er voor zorgt waarbij mensen het verleden disproportioneel beter herinneren dan dat ze het op het moment zelf beleefden.

Een mooie toepassing van dit inzicht las ik ergens in een voorbeeld van een reisorganisatie. Die hadden op basis van dit inzicht naar de meest speciale herinnering gepolst bij mensen die terugkwamen van reis. Zij bleken naderhand positievere herinneringen te hebben aan de vakantie dan mensen die een traditionele vragenlijst met (wat waren de mankementen aan het hotel etc) hadden gekregen.

Overigens is er niets nieuws onder de zon. Memoria praeteritorum bonorum schreef Thomas van Acquino al in zijn Summa Theologiae: het verleden wordt immer goed herinnerd. En hij had het niet eens zelf uitgevonden.

Digitale transformatie door de ogen van een techneut

Als het over digitale transformatie (buzzword alarm) gaat, dan luidt het adagium dat het niet over technologie gaat maar over mensen. Geloof ik ook sterk in. Dat betekent echter niet dat technologie helemaal niet van tel is. Dus las ik Isaac Sacolick’s boek Driving Digital. De ondertitel ‘The Leader’s Guide to Business Transformation Through Technology’ vertelt meteen het perspectief van de auteur.

De achtergrond van Driving Digital

Sacolick is een Chief Information en Chief Technology Officer geweest bij verschillende bedrijven en wie in het boek duikt zal het geweten hebben. Niet dat hij voortdurend techneutenwoorden uit zijn hoed tovert maar wie niet een beetje notie heeft van het Agile Manifesto kan misschien beter een inleidend boek daarover lezen.

In Driving Digital wordt niet alleen over Agile gesproken al wordt het wel als gegeven aanschouwd dat dit de manier is om verder te gaan in digitale transformatie. Het gaat ook over hoe je Big Data in je bedrijf kan gaan gebruiken en hoe je digitale producten kan gaan ontwikkelen die ook nog geld opleveren. Hier en daar komt zelfs de menselijke factor om de hoek kijken.

Onderweg strooit Sacolick af en toe zout in de wonde. Dat bedrijven vandaag nog niet voldoende uit digitale transformatie en big data halen zit ‘m heel vaak in processen.

Key takeaway’s uit Driving Digital

Hij heeft overschot van gelijk als hij stelt dat, wanneer je bedrijf vandaag nog excelfiles over en weer zit te sturen waarin belangrijke data staat, dat je dan eens heel goed moet gaan nadenken. Deze ongestructureerde data zorgen niet alleen voor verwarring: is klantenlijst_2017_def_V3 écht de definitieve versie van die lijst? Het is ook nog eens heel onproductief. Toch gebeurt het nog in héél veel organisaties.

Het interessantste stuk (voor mij dan) is het luik waarin Sacolick het heeft over het genereren van (nieuwe) inkomsten door digitale innovatie. Het wijst me er nog maar eens op dat digitalisering en bedrijfsstrategie samen met marketing en innovatie echt de manieren zijn om een bedrijf vandaag vooruit te helpen. Dat een laagje marketing en communicatie over een onveranderd product, hoe goed ook, geen duurzame manier zijn om bedrijven en organisatie te ondersteunen.

Driving Digital heeft me er nog meer van ervan overtuigd dat technologie en hoe je die inzet weldegelijk een verschil kan maken in de aanpak van digitale transformatie. De nerd in mij veerde op toen ik de agile aanpak als oplossing voor bedrijfsprocessen hoorde beschrijven. Is een laatste hoofdstuk over bedrijfscultuur mogelijks wat beperkt? Ja maar daar zijn ook weer andere boeken voor.

Een Design Thinking handboek

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]

Je kan er sedert een jaar of twee niet meer naast kijken. (Service) Design Thinking is hot and happening en de stapel beschikbare boeken is haast niet meer te overzien. Eén van de meer toepasbare boeken die ik over het onderwerp las, is Designing for Growth van Jeanne Liedtka en Tim Ogilvie.

Vier stappen in het design thinking proces

De auteurs onderscheiden vier grote stappen in het Design Thinking proces: what is, what if, what wows en what works. Vertaald uit het Engels zou je kunnen zeggen: wat vandaag is, wat zou kunnen zijn, wat enthousiasmeert en wat werkt.

Het vierstappenplan valt uiteen in 15 substappen. Van manieren voor het identificeren van opportuniteiten over research en conceptontwikkeling tot test- en lanceringsstrategieën.


De verdienste van het boek is vooral dat ze het Design Thinking proces in een overzichtelijk stappenplan presenteren. Dat is meteen ook een beetje het nadeel van het boek. Waar het naslagwerk waar ik nog het vaakst naar teruggrijp ‘This is Service Design Thinking’ vooral uitblinkt in free form, duwt dit je boek redelijk hard in de richting van een vast stramien.

Design Thinking MOOC en handboek

De auteurs hebben overigens ook een Design Thinking MOOC gemaakt waar het proces dat in het boek wordt beschreven. Het is wat minder gedetailleerd maar voor wie een soort inleiding in Design Thinking wil krijgen is het echt wel interessant.

Wie het stappenplan van het boek in de praktijk wil toepassen is er ook een Field Book beschikbaar. Omwille van het mij te rigide stramien waarin gewerkt wordt, geef ik er de voorkeur aan om zelf een traject samen te stellen. Het kan handig zijn voor iemand die het zelf wil proberen of wanneer je een basis voor een stappenplan wil hebben.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Wat is het IKEA-effect?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]

Wie al eens een relatiecrisis heeft meegemaakt tijdens of na het ineenzetten van een nieuwe woonkamer zou het haast niet geloven maar dat ineenzetten: it’s not a bug, it’s a feature. Een zo vaak voorkomende zelfs dat er een woord voor bestaat: het IKEA-effect.

Het is overigens niet IKEA die het voor het eerst ontdekte. Toen in de jaren ‘50 van de voorbije eeuw kant-en-klare deegmixes op de markt werden gebracht, kenden die aanvankelijk niet zo gek veel succes. Toen fabrikanten er voor kozen om het toevoegen van een ei aan de consument over te laten, schoot de verkoop wel uit de startblokken.

Ook LEGO plukt de vruchten van het IKEA-effect. Het ineenzetten van de blokken zorgt ervoor dat het eindresultaat je een pak meer waard is dan wanneer je het zo kant- en klaar zou kunnen kopen. Een gedachtensprong die mij alvast de kriebels laat krijgen.

Of het IKEA-effect de verklaring is voor het succes van de winkelketen wil ik nog wel in het midden laten. Daar zijn andere effecten zoals prijs en convenience waarschijnlijk nog een pak belangrijker in. Het is trouwens ook aangetoond dat het effect pas optreedt na het (succesvol) in elkaar zetten van het product en dat het meteen verdwijnt als het product terug uit elkaar is gehaald.

Ondernemers die slim zijn kunnen dit effect dus in hun voordeel gebruiken. Mits een goeie handleiding en het juiste aantal schroeven wordt je product ineens waardevoller voor de consument.  

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]