De coronacijfers van Google Trends

Voor een gedragswetenschappelijk georiënteerd digitaal strateeg zijn Google Trends van onschatbare waarde. Die geven op een schaal van 0 tot 100 aan in welke relatieve mate er interesse is voor een bepaald onderwerp.

Je leert er verborgen seizoensschommelingen mee kennen. Je leert er wat hot and happening is bij verschillende doelgroepen. Je haalt er bewijzen uit om een klant te overtuigen of je weerlegt er -soms ook je eigen- assumpties mee. 

Want Rutger Bregman mag dan al bij hoog en bij laag beweren dat de meeste mensen deugen en dat de mens niet zomaar een beestje is met een laagje vernis over: het zoeken van de gemiddelde mens laat vaak anders vermoeden. 

Case in point: vorige vrijdag werden de nieuwe coronamaatregelen aangekondigd. Zoals een beetje te verwachten viel, is er van versoepelingen niet veel aan, daarvoor is de druk op de cijfers nog te groot en politici hebben intussen ook wel al door wij Belgen een soort zevende zintuig hebben om regels naar eigen goeddunken te interpreteren.

De zoektocht naar een oplossing voor ons coronakapsel 

Dus zoeken we. Aan beide kanten van de taalgrens. Naar oplossingen om iets aan ons coronakapsel te doen. In de eerste lockdown waren bij momenten geen tondeuses meer te vinden. Niet moeilijk. Want in de week van 12 tot 18 april werd wat economen piek-tondeuse zouden noemen bereikt.

In de winter liggen kortgekapte kopjes net wat moeilijker natuurlijk. Toch zie je de laatste weken opnieuw een duidelijke opgaande trend naar meer tondeuses. Je zou een kerstcadeaupiek kunnen vermoeden maar die ligt dan toch een stuk hoger dan de voorbije jaren. 

Echt interessant wordt het wanneer je gaat inzoomen op wat er de voorbije week gebeurt. Op dinsdag kondigt men in Frankrijk aan dat de kappers opnieuw open zullen gaan. Meteen zie je in het Franstalige landsgedeelte een piek aan mensen die de zoektocht naar een nieuwe coupe inzetten. 

Op vrijdag wordt dan duidelijk dat de kappers hier te lande dit jaar waarschijnlijk de deuren niet meer zullen openen. Meteen komt de duivel uit het doosje. Geen seconde wachten we. Tussen 19 en 21 u bereiken we in het hele land piek-coiffeur. Na een ongetwijfeld slechte collectieve nacht zetten we de zoektocht verder. Om 8u op een zaterdagmorgen wil iedereen ineens een kapper over de landsgrenzen. 

Zijn de coronamaatregelen onduidelijk? 

De onduidelijkheid van de regels is iets wat de voorbije maanden veelvuldig is aangehaald. In publieke opinie en in de media. Het proces gaat in mijn hoofd als volgt: een maatregel wordt gelezen waarna een logische uitzondering wordt gezocht die niet gedekt wordt door de letterlijke bewoordingen van de maatregel. Iemand tweet dit, er komt een artikel van en de scène is gezet. 

Wanneer je naar de cijfers gaat kijken, valt het met de onduidelijkheid nog wel mee. Zo werd deze week aangekondigd dat de winkels na een tweede confinement in Frankrijk opnieuw open zouden gaan. Plof! Laat het zoeken beginnen. 

In het Nederlands bereiken we de piek op zaterdagmorgen. Kwatongen zouden haast durven beweren dat we redelijk goed op de hoogte zijn van maatregelen die in het buitenland gelden. 

Als er nog mensen zijn die graag willen pleiten voor gezond verstand en zelfdiscipline: de cijfers spreken je tegen.

Tado slimme thermostaat: hoe werkt het en wat heb je nodig?

Om van ons gerenoveerde arbeidershuisje een intelligent huis te maken, is er nog een serieuze weg af te leggen. Eén ding wat wij letterlijk geen seconde hebben uitgesteld, is de installatie van een intelligente thermostaat en bijhorende kranen. 

Onze keuze viel op het systeem van Tado. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik redelijk verliefd was op het Nest systeem van Google. Het design van het Google systeem is vele malen mooier en het zelflerende systeem en de integratie met alle andere Google dingen die hier ten huize Seurinck in dienst zijn, steken soms de ogen uit. 

Waarom wij voor Tado slimme thermostaat kozen

Wij hebben een wat redelijk onorthodoxe huislayout met een klein hoofdgebouw en een gerenoveerde schuur met groot raam die dienst doet als living achteraan. Dat zorgt ervoor dat het huis meerdere natuurlijke klimaatzones heeft. Daarom kozen we voor de slimme thermostaat van Tado. 

Waar de Nest thermostaat gebaseerd is op één intelligente centrale unit, kan je de Tado slimme thermostaat uitbreiden met slimme radiatorknoppen. Die zorgen ervoor dat je de temperatuur op elke manier in elke ruimte apart kan regelen. De verwarming blijft opstaan zolang er vraag is naar verwarmingswater. 

Dit heb je nodig voor een Tado installatie

De installatie begint altijd met een zogenaamde Tado starterskit. Die bevat naast een thermostaat en een verbindingsunit ook meteen twee slimme radiatorknoppen. Op dezelfde set kan je (eventueel later) extra extra slimme radiatorknoppen aansluiten. 

In de doos vind je ook de nodige verloopstukjes voor allerhande radiatoraansluitingen. Wij hebben op alle behalve twee radiatoren in ons huis een intelligente radiatorknop gezet. Niet dat het niet zou lukken maar een slimme thermostaat op een retro chauffage, dat gaat wat te ver. 

De installatie van een slimme Tado thermostaat

Beginnen doe je met de installatie van de zogenaamde Tado bridge. Die sluit je via USB aan op je internetmodem en verbind je eenvoudig met je thuisnetwerk.

De bridge zorgt voor een verbinding tussen je Tado slimme thermostaat systeem en het Tado platform dat je aanstuurt via een app op je smartphone. 

Eens je account gemaakt en de bridge geregisteerd, kan je echt aan de slag. De oude thermostaat kan je gewoon van de muur afhalen en vervangen door de Tado slimme thermostaat. Achteraan de thermostaat staat een QR-code die je met de app moet inscannen, daarna maakt de bridge contact met het toestel en klaar is kees. 

Ook de slimme radiatorknoppen laten zich zo aansluiten. Oude knop eraf, QR van de Tado radiatorknop scannen, verbinden met de bridge en de slimme radiatorknop op de radiator schroeven. Materiaal heb je eigenlijk niet voor over en qua technische kennis kom je met de basis al een heel eind. 

De Tado slimme thermostaat gebruiken

Eens de fysieke installatie van de thermostaat gebeurd is, moet het eigenlijke werk nog beginnen. Via de app kan je de thermostaten toewijzen aan een ruimte en die ruimte kan je daarna in een slim schema steken. 

Dat schema zorgt ervoor dat je chauffage automatisch aan en uitgaat op het juiste moment. Zo hebben wij standaard een warme badkamer op drie momenten in de dag, worden de kinderkamers warm voor als ze hun huiswerk moeten maken. Via de app of aan de thermostaatkranen kan je dit schema naderhand op elk moment overrulen. 

De Tado komt standaard uitgerust met geolocatie in de app. Dit betekent dat wanneer wij de deur uit gaan, de verwarming een melding geeft om uitgeschakeld te worden. Via een maandelijkse servicefee kan je dit proces ook automatiseren maar zeker in deze thuiswerktijden heb je dat eigenlijk niet echt nodig.

De links in dit artikel bevatten affiliate tags van bol.com. Dit betekent dat wanneer jij op deze link een bestelling doet, daar een commissie naar mij komt.

De elektrische Jaguar I-PACE getest

Er is iets met Jaguar auto’s. Wie kiest voor een Jaguar maakt een keuze om niet te zijn zoals alle anderen met hun BMW’s en Mercedessen die hetzelfde kosten maar toch die je ne sais quoi missen. Althans, zo zie ik dat dan.

De laatste week reed ik ook met een auto die je ne sais quoi uitdrukte. Een Jaguar I-Pace. Full electric. Die auto heeft heel de week een smile op mijn gezicht gezet.

De dubbele persoonlijkheid van de I-Pace 

De I-Pace is een auto waar ik ook na een week mijn hoofd niet helemaal rond krijg. Wanneer je hem voor het eerst ziet, denk je aan een SUV. Licht tot medium gedistingeerd zoals dat bij een Jaguar past.

Daarna kijk je even van dichterbij en merk je een gat in de motorkap die ook een spoiler is en rechtstreeks de link legt met een achterspoiler. Mijn exemplaar kreeg een grijze kleur waar ik normaal van ga steigeren. Deze auto kan het wel hebben. 

Zeker in combinatie met de 20inch zwarte velgen krijg je een soort Harvey Specter op wielen: keurig in pak en pak en das maar met een handleiding. De gentleman-met-karakter rijdt ook zoals hij eruitziet. 

Het rijgedrag van de I-Pace

Elektrisch rijden heeft iets magisch. Je hebt de rust en de stilte. Je hoort door de muziek het ruisen van de banden. EN DAN GEEF JE GAS EN DAN IS HET WHAAAAAAAH. Tot je denkt: zo kan ie wel weer en dan cruise je lekker door. 

De I-Pace is hier geen uitzondering. Het is best een dikke kar maar het gaspedaal schiet je in dynamic mode van 0 naar 100 in 4,79 seconden. Ook hier blijft de I-Pace zijn dubbele gezicht tonen: je krijgt geen schop in de kont. De auto vertrekt en gaat knal naar 100 terwijl je het gevoel hebt in een zetel te zitten. 

Het maakt van de I-Pace nog geen racebolide. Dat kan ook niet. Daarvoor is de draaicirkel te ruim. In een doorsnee bocht staat daar tegenover dat het lage zwaartepunt deze auto zo vast laat liggen dat je er van gaat kikken. Ik heb het geprobeerd om hem te laten uitwaaieren in een natte bocht. Hij gaf geen krimp. 

Rijden met de Jaguar I-Pace 

In het verleden heb ik ergens tussen de 10 en de 20 testauto’s opgehaald. Meestal is er een PR-jongen (m/v/x) bij die je uitgebreid een uitleg doet. Corona heeft de wereld veranderd dus was het bij de Jaguar: dat is de auto, hier is de sleutel, dit is het document. Heerlijk.

Heerlijk want dan kan je zelf ontdekken hoe de auto werkt en het moet gezegd: bij Jaguar zijn ze er in geslaagd om een intuïtieve cockpit te maken. Alle instrumentenpanelen zijn elektronisch en Android auto werkt op hup-twee-drie.

Verder is alles zo overzichtelijk en logisch met niet zot veel knoppen en twee touchscreens. Mensen die wat minder into technologie zijn, krijgen dus niet meteen een overweldigend F-16 gevoel. De binnenruimte van de auto én de koffer zijn ruim bemeten. 

Het cliché van de grote E-car waar de batterij het haalt van de gebruiker is hier zeker niet het geval. 

Voor wie is de Jaguar I-Pace?

Wie een Jaguar kiest, maakt een actieve keuze. Een Mercedes of een BMW zijn de voor de hand liggende keuzes. Bij BMW zou het equivalent de iX3 zijn, bij Mercedes de EQC, beide hele of halve e-versies van bestaande modellen. Voor mij al meer dan reden genoeg om deze een streepje voor te geven.

Binnenruimte, usability en rijgedrag maken van deze I-Pace een meer dan keurige auto en met 400+ kilometer op de reëel geteste range moet je ook niet meteen schrik hebben om halverwege ergens te stranden. Wil je ‘m gebruiken voor lange reizen, dan zal je wat moeten plannen. 

Tegen 2026 moeten alle bedrijfswagens elektrisch zijn. Althans dat is de doelstelling van onze regering. De leasingrijder ligt dus voor de hand. De geafficheerde vanafprijs voor een financiële leasing is € 499. Dat is dan wel met een voorschot van € 13.635 exclusief BTW. Goedkoop is dat allemaal niet maar je krijgt met deze auto wel waar voor je geld. En 100% fiscaal aftrekbaar.

Een spiegel met cijfers

Is het ouder worden? Het verhuizen? Is het Corona? Het werk? In elk geval is het kijken naar de weegschaal ‘s morgens dit jaar ineens pijnlijker geworden dan de spiegel. En daar was ik al geen fan van. 

Er is geen ontkennen aan. Ik hoor bij de club van 49,3% Belgen die overgewicht heeft. 

Het is een pijnlijke vaststelling. Ja, ik heb altijd wat geschommeld. In de winter pakte ik wat kilo’s en zo ergens rond april trok ik de handrem even op en dook ik opnieuw naar een gewichtsniveau waarmee ik kon leven. 

Zo niet dit jaar. Ik sportte de maand januari aan frut. We verhuisden. Er was een boel werk. Thuis. Klanten. Er was corona die me de zin in sporten ontnam. Er waren excuses die pour ‘s en servir waren en nu zit ik ermee. Coronakilo’s en de winter moet nog beginnen. 

Wat op het eten letten. Het midweekse aperitief laten vallen. Een postit in de koekjeskast: ‘afblijven Seurinck’. Opnieuw meer bewegen. Dat is zowat het plan. Intermittend fasting en andere diëten: ik denk niet dat het echt iets voor mij is. 

Tien kilo moet eraf. Tien. 

Decathlon gaat de Amazon-tour op

De termen digitale transformatie en platform-denken zijn de laatste jaren even vaak gebruikt als misbruikt. 

Jeff Bezos is er al even mulimiljardair mee geworden en het is stellig mijn indruk dat bol.com lang niet het kneusje is binnen de Ahold Delhaize groep. Daar wordt echter danig geheimzinnig over gedaan. 

Deze week kreeg ik een persbericht van de mensen van Decathlon. Ook zij gaan de digitale platformtour op. In samenwerking met de (uiteraard Franse) e-commerce bouwer Mirakl gaan ze vanaf eind dit jaar hun webshop openstellen voor andere sportmerken. 

Een uitgebreider aanbod

Offline hebben ze dat idee in België al getest met de Belgische e-bike startup Cowboy die in de winkel letterlijk een podium heeft gekregen. Voor de online winkel hebben ze (ook) een afspraak met de ‘Dutch designed’ e-bike Bayck. 

Er worden meteen samenwerkingsverbanden aangekondigd met onder meer UCI en Santini. Binnenkort kan je dus officiële wielertruitjes van verschillende merken en zelfs een wereldkampioenwielrennentruitje (niet doen!) kopen via het platform. Ook Stasdock, het Amsterdamse koersfietsenophangsysteem heeft al getekend bij Decathlon.

De logistiek blijft in handen van de partners waarmee ze samenwerken, tenzij de partners ook dat uit handen geven. Dat betekent dus dat een shirt van het huismerk en een broek van Santini gekocht in de Decathlon webshop vanuit twee richtingen zullen worden aangeleverd. 

De toekomst van het Decathlon platform

De ambities reiken trouwens ook verder. Bij lancering wordt gefocust op producten, op termijn wil Decathlon ook diensten gaan verkopen via het platform. Denk aan reizen en workshops. 

Het idee van Decathlon blijft daarbij om betaalbare kwaliteit voorop de blijven stellen. Met het platform willen ze ook het beste sportaanbod bieden. Daar kan ik inkomen. Dat ze hierbij een beetje de sportmarkt afromen is natuurlijk aardig meegenomen.

Het cobra effect in online marketing

We schrijven 1897. Paul Doumer, de gouverneur-generaal van de Franse kolonie Indochina, heeft een plan. Hij wil van Hanoi (de huidige hoofdstad van Vietnam) een stad maken naar Westers beeld. Prioriteit? De uitbouw van een stelsel van riolen. 

Die riolen blijken echter een ideale leefomgeving voor ratten en wanneer die in 1902 steeds vaker opduiken in de betere buurten wordt alarm geslagen. Een leger van rattenvangers wordt gerecruteerd en al snel worden ratten per duizendtallen gevangen. Op 12 juni 1902 werden niet minder dan 20.114 rattenstaarten als vangstbewijs aangeboden bij de lokale autoriteiten. 

De rattenpopulatie hield echter verbazingwekkend goed stand. Pas toen er opvallend veel ratten zonder staart werden opgemerkt werd duidelijk hoe de vork werkelijk aan de steel zat. Niet ver buiten Hanoi werden daarna diverse rattenkwekerijen opgedoekt. 

Dit verhaal is een klassieker in de populair statistische literatuur. Het is een voorbeeld van het Cobra-effect. Ook de Britse koloniale waren in hun Indische kolonie namelijk al eens in de vang-die-beesten-en-wij-betalen-val getrapt. Vandaar de naam…

Hoe het cobra-effect werkt

Het cobra-effect treedt op wanneer de oplossing voor een probleem het omgekeerde effect heeft van wat de bedoeling hoorde te zijn. De oorzaak? De menselijke natuur om te denken dat de snelste weg van A naar B immer en altijd een rechte lijn moet zijn.

Zeker wanneer er een positieve feedback ingebouwd zit in het systeem, is het moeilijk voorbij de Cobra te kijken. We betalen de lokale bevolking per staart, de lokale bevolking brengt staarten en krijgt betaald. Iedereen gelukkig. Intussen groeit de rattenpopulatie verder aan en heb je niets in de gaten. 

Tenzij je natuurlijk wat langer of verder kijkt dan je neus lang is. 

Het cobra-effect in marketing

Digitale marketing zit vol potentiële cobra’s. Alles is meetbaar, zo roepen we al jaren. En dat is juist. Op Cobraniveau. Alle online communicatiekanalen meten hoeveel mensen wat doen met jouw advertenties. Je weet hoeveel mensen een online aankoop doen. De grote platformen hebben zelfs systemen om offline conversies te meten. 

Ik ga er niet om liegen: ik ben daar dol op. Want mensen zijn tot op zekere hoogte voorspelbaar. X impressies zijn Y clicks zijn Z conversies. Na een aantal campagnes kan je er zo een lijn op trekken. Telkens weer vind je manieren om beter van X naar Y te gaan of sneller van Y naar Z. Zo blijf je als strateeg aan de waggel. 

Het gebeurt meer dan eens dat er mij gevraagd wordt naar KPI’s. Dan zet ik me over allerlei mentale en statistische drempels en schiet ik mezelf in de voet door realistisch ambitieuze doelstellingen voorop te stellen. Goed wetend dat ik het mezelf een pak makkelijker had kunnen maken door mijn verwachtingen lager te zetten en ze dan los te overtreffen. Ik zie het vaak genoeg gebeuren.

Soms betrap ik mezelf op de gedachte hoe gemakkelijk het zou zijn om shortcuts te nemen. Om een KPI die je heel ambitieus had ingezet makkelijk zou kunnen overtreffen. Als je maar genoeg staarten zou kunnen verzamelen.

Dan denk ik weer aan de ratten en leg ik uit aan een klant dat die KPI niet is gehaald en dat daar goeie redenen voor zijn.

Fritz! WiFi repeater getest en give away

Als wij ten huize Seurinck met één iets geluk hebben gehad in 2020, dan is het met onze verhuis. Van een appartement in Berchem naar een huis Aartselaar zowat drie weken voor het land in lockdown ging. Van één verdieping naar een huis met achterbouw is ook een uitdaging voor de IT-dienst. In casu: ondergetekende.

De lockdown bracht twee thuiswerkende mensen die vaak tegelijk aan het videoconferencen waren. Plus kinderen die van tijd aan het Zoomen, Universiteit van Vlaanderen of YouTuben waren. Een oplossing werd gezocht en gevonden tot het zomer werd. 

Toen lonkte de schaduw van de tuin en daar kreeg ik het niet op orde. Bereik ja, maar niet zo dat je zonder zorgen een Teams meeting in zou gaan. Niet dat ik het niet geprobeerd heb. Tot de mensen van AVM hier een Fritz! Repeater 2400 lieten bezorgen. 

De installatie van de Fritz! repeater

Alles simpel vertelde mij de handleiding. Repeater het stopcontact in, wachten op pinkend lampje, knopje op de repeater indrukken, WPS van de router inschakelen en klaar. Als het simpel klinkt, werkt het in mijn hoofd al niet. 

Exact zoals beschreven op het doosje deed ik mijn drie klikken en zeggen en schrijven twee minuten later stapte ik met telefoon en Wifi-analyser app de tuin in. 

Wij beschikken hier nu niet over een uitgestrekt domein, daar niet van maar het verheugde mij dat ik nu ook achteraan de tuin een verbinding vond die een toevallige teams meeting met een collega kon opvangen. 

Een repeater, werkt dat wel?

Sceptisch omschreef mijn gevoel nog het meest. Want research en ervaring had mij geleerd dat zo’n repeater toch maar een dom ding is. Het krijgt zijn internet draadloos binnen en verspreidt het via een andere antenne verder. Zelfs good in betekende in mijn hoofd garbage out

Daarom was ik in huis gegaan voor een oplossing met netwerkpunten die hun broninternet over de electriciteitskabel trekken. Een oplossing die ervoor zorgde dat hier een lockdown lang vrij stabiel kon worden gewerkt. 

Edoch: zoals ik eerder schreef op Twitter: Duitse Gründlichkeit, het bestaat nog. Deze repeater had net zo goed door HG kunnen gemaakt zijn: hij doet wat hij belooft.

Deze repeater kan je, wanneer je alle toestellen bij AVM inslaat ook in een mesh netwerk zetten. Zonder technisch te worden: dat is het netwerktype dat de IT’er bij jou op kantoor heeft hangen dat ervoor zorgt dat jij met je call van je bureau naar de andere kant van het verdiep kan lopen zonder onderbreking. 

De repeater staat ondermeer te koop bij de online winkel van ons allemaal, die met de glimlach én je vindt ‘m bij Mediamarkt en kost ergens rond de € 75. Dat heb je er na drie keer ‘Godverdomme, dat internet werkt hier weer voor gene meter’ al uit.

Twee AVM Fritz! te geef

Het beste nieuws? Bij AVM liggen nog twee exemplaren te wachten op twee mensen die mij via gelijk welke weg vertellen waarom zij zo’n Fritz nodig hebben. Stuur mij een bericht via het formulier hieronder en je gaat de grote grabbelton in. Trekking: zondag 13 september.

Sidenote: voor deze blogpost kreeg ik van AVM een repeater in de bus en ook de give away wordt door hen gesponsord. Dat betekent echter niet dat dit mijn review in enige zin heeft gekleurd.

De grootste strategische denkers in één audiocursus

Als marketing-communicatie-ditgitaal-strateeg moet je Sun Tzu’s ‘The art of war’ gelezen hebben, naar het schijnt. Je moet zoveel… Dus las ik een ander boek. Of ik volgde een cursus, zo je wil. 

Masters of War: History’s Greatest Strategic Thinkers is opgenomen met Andrew R Wilson van het Naval War College. Kort gezegd: als strateeg bij de Amerikaanse Marine heb je of les van de man gehad of je bent te oud.

Militair strategisch denken door de eeuwen heen

Wilson neemt een dikke 12 uur om samen met de luisteraar door de geschiedenis van het militaire denken te lopen. Van Thucydides’ vaststelling dat het tussen grootmachten ooit wel eens tot een clash moet komen tot het 21ste eeuwse denken over terrorisme en contraterrorisme. 

Tussendoor komen Sun Tzu (ja, toch hij), Machiavelli en Von Clausewitz en andere huishoudnamen langs. Er zijn ook namen waar ik niets van wist. Antoine-Henri Jomini bijvoorbeeld. De man diende zowel Napoleon als de Russen en inspireerde het wetenschappelijke denken over strategie. 

Het is een stevige cursus waar je beter niet aan begint als je niet de basis van de Vietnamoorlog, de strijd tussen Athene en Sparta of de Napoleontische oorlogen kent. De cursus heeft een sterk geschiedkundige inslag en Wilson gaat er nogal vanuit dat je minstens ruwweg weet waar het over gaat en wat er is gebeurd. 

Als je die basiskennis meehebt, is de cursus niet alleen een mooie bloemlezing van de grootste strategische denkers uit de militaire geschiedenis. Het geeft je ook een beetje een inzicht in het hoe en waarom van sommige acties. En dat je achteraf makkelijk praten hebt en voor alles een uitleg kan verzinnen. 

Nadenken over de militaire metafoor

Het nadenken over militaire strategie en het dan overzetten op een marketingstrategie, het is een oefening die ik vanaf nu wel meer ga doen. Want nee, ik heb geen ambitie in het leger of bij NAVO. Als strateeg kan je er echter wel wat mee.

Wat als mijn merk een markt wil openbreken of wat als het net een positie te verdedigen heeft. Vol voor de confrontatie? Aanval op de periferie? Of toch maar voorbereiden op oorlog om de vrede te bestendigen?

Published
Categorized as Business

Predictably Irrational: een zoektocht naar de drijfveren van de mens

Het was er gewoon nog nooit van gekomen, om Dan Ariely’s klassieker Predictably Irrational te lezen. Het boek is nochtans helemaal up my alley en dateert ook alweer uit 2005. Een boek van vijftien jaar oud in een vakgebied dat sedertdien zowat geboomd is. Is dat nog relevant om te lezen?

Dat blijkt van wel. Omdat Ariely zelf best wel wat onderzoek heeft gedaan, is het boek een beetje teruggaan naar de bron. 

Predictably Irrational beschrijft -zoals de titel al aangeeft- het voorspelbare irrationele gedrag van mensen. Tegen de wetten van klassieke economie in gaat de vraag omhoog als de prijs maar genoeg stijgt. Evengoed vinden we bier met twee druppels balsamicoazijn lekkerder dan het winkelbier. Tenzij onderzoekers op voorhand vertellen dat er azijn aan het bier is toegevoegd. 

Ariely schetst in dertien hoofdstukken een beeld van de irrationaliteit van de mens die anno 2020 niet écht meer verrast. Daarvoor heb ik mogelijk al wat teveel boeken uit de stal van de behavioural economisten gelezen.

Ariely is succesauteur én heeft op Google Scholar meer dan vijfenveertigduizend citaten achter zijn naam staan. Dat heeft te maken met zijn werk maar evengoed met de manier waarop hij het weet te verpakken. Predictably Irrational is meesterlijk geschreven en net daarom is het één van die standaardwerken uit de behavioural economics geworden. 

Zeer warm aanbevolen.

Het syndroom van nu-ton-en-noois

Er zijn vast goede redenen voor op te geven dat de heraanleg van een brug en het aanbouwen van een fietsersbrug drie jaar moet duren. Eén van die redenen is symptomatisch.

Case at hand: in Antwerpen is in augustus 2016, zeggen en schrijven een dikke drie jaar geleden begonnen met de bouw van een fietsersbrug over de Singel (voor mensen die niet van hier zijn: een soort ringweg). Naderhand werd ook de bijhorende auto-fiets en voetgangersbrug over de ring aangepakt.

Dit alles speelde zich af bij ons om de hoek. De brug ligt op zowat de helft van mijn fiets- en autoverplaatsingen én op weg naar het station. Ik heb het dus wat kunnen volgen. 

Deze blogpost had een lijst kunnen bevatten van onbegrijpelijke beslissingen: van het nu eens om 6uur ‘s morgens palen in de grond heien op een verlaten parking en dan weer weken stilleggen van de werken. Van het herinrichten van de verkeerslichten waardoor je er met de fiets (letterlijk) vijf minuten over deed om de overliggende hoek te bereiken. 

Liever heb ik het over een ziekte die de wegenwerken in ons land teistert en het gevolg is van ondoordachte beslissingen in het verleden en het syndroom van nu-ton-en-noois in het heden. Het syndroom lijkt een vreemde kronkel waar politici last van hebben en aannemers willens nillens in meestappen.

Het zorgt ervoor dat verkeerspleinen worden heraangelegd waarvan iedereen op voorhand kan en (in het geval er specialisten betrokken zijn) zou moeten weten dat de oplossing erger dan halfslachtig zal zijn.

Het resultaat is een compromis à la Belge dat wordt bekroond met kruispunten waar vier tot zeven verschillende wegbekledingen uit dichte en verre verledens een disharmonie vertonen waar Stockhausen’s muziek niet bij in de buurt komt.  

De resultaten laten zich voelen in wegenwerken die eindeloos duren. Omdat een weg niet gewoon voor twee weken mag afgesloten worden. Want De Lijn. Want de buurtbewoners. Want de fietsers. Want de automobilisten. Want iedereen half content zorgt ervoor dat niemand iets moet uitleggen.

Het syndroom van nu-ton-en-noois komt niet voort uit slechte bedoelingen, dat weet ik bijna zeker. Het komt voort uit de beslissing om niet te beslissen.

Wie luidst roept krijgt gelijk maar niet zonder consessies. Kruispunten zijn omwille van de heilige doorstroming half-vierkant groen voor fietsers en voetgangers, slimme verkeerslichten worden dom gehouden. Een haakse bocht wordt ter wille van snelle fietsen verbreed. Daardoor wordt de doorgang voor voetgangers weer wat smal…

Zo blijf je -en ik keer even terug naar het geval om de hoek- drie jaar lang aan de waggel. Het eindresultaat? Dat moet ik schuldig blijven. Gisteren zag ik opnieuw mannen graven. Vorige week is de bocht in het fietspad van 345 graden wat breder gemaakt. Wij verhuizen binnenkort.

Polestar: nieuwe ster aan het autofirmament

Nee, ik zal het niet onder stoelen of banken steken: ik ben al even fan het merk Polestar. Eerder produceerden ze daar performancemodellen, gebaseerd op Volvo-wagens. Nu willen de Zweeds-Chinezen er een eigen merk van maken. 

Ze verloochenen daarbij hun performanceverleden niet (helemaal) en kijken tegelijk naar de toekomst. Elektrische wagens, verkoop via internet en slechts een handvol dealers. In België plannen ze er vier in: Brussel, Antwerpen, Gent en Luik.

Twee modellen. Klaar.

De wijsheden uit The Choice Paradox (en het wetenschappelijk onderzoek daaromtrent) beginnen stilaan de autowereld binnen te sluipen. Er zijn twee modellen Polestar: de Polestar 1 en de Polestar 2. 

Van de Polestar 1 worden slechts 1500 exemplaren geproduceerd, wist men mij op de stand van Polestar op het autosalon te vertellen. Met een prijskaartje van om en bij de € 175.000 wordt met de hybride sportkar dan ook eerder naar verzamelaars dan naar woon-werkrijders gekeken. 

Wat ze ons bij Polestar echt willen verkopen is hun versie 2. Die komt met of zonder performance pack dat wat gelijkenissen vertoont met de M-packs bij BMW: je krijgt er vooral extra sportievere looks bij.

Leg je er de Tesla-maatsstaf naast, dan is de Polestar 2 eerder een concurrent voor de Tesla Model 3: een betaalbare elektrische wagen. Wat heet betaalbaar natuurlijk. Het prijskaartje is nog wel steeds € 59.800 en dat is niet wat je zegt ‘een auto voor het volk’.

It’s not a car, it’s a design accessory

Hoewel ik de Polestar auto’s al eerder op mijn radarscherm had zien verschijnen, ben ik er pas écht eens goed naar gaan kijken na het horen van één van de Polestar designers op een conferentie. Alles rond dat merk klopt gewoon.

Het is allemaal afgelijnd en heel erg subtiel. Het sterlogo dat omhoog hing op de autosalonstand zou niet misstaan als lichtelement in menig interieur. Noem mij één ander automerklogo of logo in het algemeen for that matter dat je in je living zou ophangen?

Wat de auto’s betreft: ja het zijn nog altijd tot op zekere hoogte Volvo’s. Vooral de Polestar 2 heeft nog wel Volvotrekjes. Zelfs de Polestar 1 zou voor het ongetrainde oog in de Zweedse stal worden gesitueerd.

Maar ze hebben dat bij Polestar goed gezien. De ervaring rond een merk is minstens zo belangrijk als de auto zelf. De tijden de nichemerken zijn aangebroken en je hoort op de elektro-automarkt mensen snakken naar ‘iets anders van big-T’. 

Hoeveel performance zit er nog in Polestar?

Polestar begon ooit -en ik zeg het wat denigrerend- als de inhouse tuner van Volvo. Ook vandaag nog kan je een Volvo laten optimaliseren onder de Polestar merknaam. 

Het ‘nieuwe’ Polestar hinkt duidelijk nog wat op twee benen: de Polestar 1 is flatout een sportbak. Twee elektromotoren én een benzinebak van 2 liter op een aluminium chassis en een koetswerk met heel veel carbon. Het sportresultaat daarvan valt me echter wat tegen: Je hebt toch nog 4 seconden nodig om van 0 tot 100 te komen. Je rijdt er dan weer wel 150 kilometer puur elektrisch mee.  

Dan blijft de Polestar 2, de wagen waar jij en ik straks mee zouden kunnen rijden, met een 4,7 seconden van 0-100 niet eens zo heel ver achter. Het doelbereik van 470 kilometer is best aardig. Geen Tesla-prestaties maar de Polestar is wel wat groter dan de concurrerende Model 3. Performance moet dus met een korrel zout worden genomen.

Zou ik een Polestar 2 overwegen?

In 2021 loopt de leasing van mijn BMW af en dus ben ik stilaan mijn opties aan het verkennen. Een elektrische wagen is daarbij zeker een mogelijkheid. De Polestar 2 staat voor mij daar zeker bovenaan.

Een gesprek met een slim verkeerslicht

Hier in Antwerpen loopt er sinds een paar jaar een project met slimme verkeerslichten. Dat zorgt volgens de website van de stad voor een veilige en vlotte doorstroming van het verkeer. Dat is maar één voordeel. Vanmorgen sprak ik op weg naar de bakker met zo’n slim verkeerslicht. Je leert nog wat bij.

Het begon toen ik op de knop drukte hier bij ons om de hoek. 
V: “Dag fietser, vroeg bij vandaag!”
J: “Als ik hier ‘s morgens passeer is dat meestal op dit uur hoor. Mag ik over?”
V: “Even geduld jongeman.”
J: “Maar er is niemand anders op weg en jij bent een slim verk…”
V (duidelijk geërgerd): “Iedereen op zijn beurt, ok?”
J: “OK. Ik wacht wel.”

Het moet tien na zes zijn geweest. Als ik brood eet bij het ontbijt ben ik nogal gesteld op vers. Dus sta ik vaak vroeg bij de bakker. Dat kilometertje in de ochtendlucht doet daarenboven deugd.

V: “Nog eerst even die auto’s doorlaten en dan kom jij aan de beurt.”
J: “Die ene auto daar, die is pas gestopt en ik sta hier al even.”
V: “Zo is dat, elk om beurt.”
J: “Hoe, maar jij bent toch slim?”
V: “Klopt helemaal, daarom moet je op het knopje duwen als je over wil.”
J: “Die auto dan? Moet die dat ook?”
V: “Als het is om moeilijk te doen, kan ik je ook laten wachten hé. Dan schakel ik over op mijn vorige instelling en doe je er vijf minuten over om het kruispunt over te steken.”

Dat zat zo: het kruispunt was opnieuw aangelegd en er werd gekozen voor halfvierkant rood. Een soort compromis dat ervoor zorgde dat wanneer je het kruispunt links wou oversteken met de fiets je twee keer gedurende tweeënhalve minuut stilstond voor rood. Een situatie waarvan zelfs de meest hardnekkige fietshater moest toegeven dat het wat overdreven was.

J: “Dus eigenlijk zit jouw intelligentie erin dat ik op een knopje duw en dat ik dan het gevoel heb een actie gedaan te hebben en dan krijg ik gewoon groen wanneer dat ook zonder dat knopje zou gebeurd zijn.”
V: “Klopt als een bus. Daarenboven is het veel verkeersveiliger want als jij niet duwt, wordt het niet groen en wanneer je toch zou oversteken, ben je sowieso in fout.”
J: “Dat is verkeersveiliger?”
V: “Het scheelt in het onveiligheidsgevoel voor autobestuurders.”
J: “Ik ben…”
V: “Groen! Snel die fiets op! Je hebt vijftien seconden om over te geraken!”