Gelezen en goedgekeurd: Shape, over de geometrie van alles

Ooit al eens nagedacht hoeveel gaten een rietje heeft? Zijn het er twee of zijn beide uiteinden uitingen van hetzelfde gat? Of is het rietje in essentie een dichtgevouwen rechthoek? Eerlijk? Ik ook niet. Tot ik Shape van Jordan Ellenberg las.

Het boek gaat over geometrie in de brede zin van het woord. Over hoe je de juiste vragen stelt bij een strategie en ook hoe een spelletje kaart soms al op voorhand een winnaar heeft. Tenzij die een fout maakt.

Het boek gaat over verkiezingen en Mercatorprojecties. Over schaakmeesters en artificiële intelligentie. Ja, ik zal dit boek opnieuw lezen om er meer van te begrijpen.

Wat ik zeker weet: als een wiskundeleraar met zoveel vuur over geometrie praat als Ellenberg doet in dit boek, er zouden meer leerlingen voor STEM richtingen kiezen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Boeken

Gelezen en goedgekeurd: The most human human

In The most human human vertelt Brian Christian het omgekeerde verhaal van artificiële intelligentie. Tegen de achtergrond van zijn deelname aan de Loebner price competitie (waarin gezocht wordt naar de meest menselijke chatbot) zoekt hij uit wat het betekent om mens te zijn en wat we kunnen leren van robots.

Het resultaat levert soms verrassende inzichten op. Over AI maar vooral ook over wat het betekent om mens te zijn, hoe we communiceren en signalen achterlaten in onze taal en hoe ook ‘jezelf zijn’ een constructie is. Hoewel robots steeds slimmer worden (veel slimmer dan de mens) lijkt het slagen van de Turing test nog steeds veraf.

Het boek dateert uit 2011 maar toch is het nog de moeite van het lezen waard. Ook in tijden waarin de AI mogelijkheden nog veel verder gevorderd zijn dan toen dit geschreven werd, is het interessant om de aard van het menselijk beestje eens van een andere kant te bekijken.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Boeken

Mijn twaalf boeken van 2021

In de eerste elf maanden van 2021 heb ik vijfendertig boeken gelezen. Twee keer heb ik het nageteld en daarna licht geduizeld. Welaan dan. Regelmatige slechte nachten en een audible abonnement tikken aan in de leesuren. 

Het geeft een mens ook wat keuze bij het opmaken van de top twaalf van het jaar. Ook dit jaar heb ik weer geen enkel fictieboek gelezen. Daar moet ik wel eens wat aan gaan doen. 

De geselecteerde boeken staan in willekeurige volgorde. Chronologie van lezen doet er voor jou als lezer niet toe en ik heb geen goesting om die boeken nog eens opnieuw te moeten lezen om te weten of het deze of gene nu wel echt beter was. 

Een woordje uitleg, dat hoort er wel bij. Dat spreekt.

The price of peace 

De ideeën van John Maynard Keynes zijn iedereen die zich een beetje voor politiek en economie interesseert bekend. Vaak worden ze wat simplistisch weggezet en wordt de tijdsgeest waarin ze werden opgesteld voor het gemak achterwege gelaten. Deze 656 pagina’s geven je alvast wat achtergrond. 

 Bestellen

The alignment problem

Over artificial intelligence en machine learning is in de voorbije jaren al goed wat inkt gevloeid. Dat er veel mogelijk is, weten we intussen wel. Dat er op ethisch vlak nog heel wat uitdagingen liggen, daar raakt dit boek één element van aan. Het alignment problem.  

Bestellen

The drunkard’s walk

Dit boek had ik ook in 2022 kunnen lezen of had ik al in 2018 gelezen kunnen hebben. Het is één van die boeken uit de statistisch / gedragsanalytische wetenschap die mee in de rij staat met Thinking fast and slow van Kahneman en Tversky. Over de onderschatte rol van toeval in ons leven. 

Bestellen

The code breaker

Het was van A brief history of time dat ik nog zo weggeblazen was door de inhoud van een boek. The Code breaker vertelt het levensverhaal van Jennifer Doubna die in 2020 de nobelprijs chemie won voor haar bijdrage aan de wetenschap rond gen-editing. Als de toekomst van de mensheid je interesseert: lezen.  

Bestellen

Positioning

Het leuke aan boeken over marcomstrategie lezen die dateren van voor de grote social wave, is dat je de hele ‘alles is aan het veranderen en nieuwe media zijn zo anders dat de oude wetmatigeheden vergeten moeten worden’ kan overslaan. Vakliteratuur? Yep. 

Bestellen

A world without email

Mijn relatie met mail is vrij eenvoudig: ik haat het medium door de manier waarop het gebruikt wordt. Strategisch CC’en, de constante flow en de quasi inherente verplichting om te antwoorden. Technisch valt er niets op mail aan te merken. Dit boek gaat dan ook meer over mensen dan over technologie met als einddoel: een wereld zonder. 

Bestellen

Think again

Het leven is moeilijker als je denkt. Het is een boutade die zeker zou voorkomen in de inleiding van dit boek als het in het Nederlands geschreven zou zijn. Think Again gaat over leren en nadenken over de grond van dingen waar je altijd al zeker van bent geweest omdat het nu eenmaal zo is. Je leert er ook dat ongelijk hebben mag en hoe je dat dan weer inzet om te leren. 

Bestellen

Hey Whipple, squeeze this

Tranen met tuiten heb ik gelachen bij het lezen van Hey Whipple, Squeeze this. Iedereen die ooit in reclame of communicatie heeft gewerkt zal hetzelfde doen. Er zitten onder de manier van vertellen ook wel wat interessante lessen die er toe doen.

Bestellen

What’s your problem

Geen idee hoe het met jou zit maar ik krijg héél veel vragen te verwerken. Kleine vragen. Grote vragen. Je hebt vaak de neiging om die vragen te beantwoorden. Het op te lossen. Vaker dan niet zit er achter de vraag een nood verborgen die abstracter is. Even stilstaan en nadenken brengt je vaak een eind verder. Hoe je dat (nog) beter doet, lees je in dit boek. 

Bestellen

The delusion of crowds

Toegegeven, dit boek ben ik nog aan het lezen maar ik ben er zeker van dat ik het dit jaar nog uit krijg. Iedereen heeft intussen ‘wisdom of the crowds’ gelezen, neem ik aan? Iedereen heeft ook uit het raam of op sociale netwerken gekeken hoe wappies en extreme politiek bezig zijn? Daarover gaat dit boek. 

Bestellen

Hit makers 

Waarom zijn sommige producten, artiesten of liedjes regelrechte hits en zijn andere bij voorbaat gedoemd om te falen? Hit makers geeft je geen magische formule maar het toont wel helder aan wat elementen zijn van hits. Aanbevolen voor iedereen die iets creatiefs doet en al eens een hit zou willen scoren.  

Bestelllen

Noise

Noise is kort samengevat ‘Thinking fast and slow maar dan bekeken vanuit het effect’. Welk resultaat hebben onze ‘mentale tekortkomingen’ op de dingen die we doen en beslissen. Hoe zorgen onze kronkels zelf voor ‘noise’ en op welke manier werkt systeemruis. Interessante invalshoek maar als je maar tijd hebt voor één Kahneman, lees dan Fast and slow.  

Bestellen

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Boeken

Wordt the great resignation ook bij ons een trend?

Het was managementprofessor Anthony Klotz van de Mays Business School in Texas die het kind ‘The Great Resignation’ een naam gaf. Bedoeld werd de opstoot van mensen die na de lockdowns in het kader van COVID vrijwillig hun job verlaten. 

Dat cijfer was over de jaren heen vrij stabiel, viel dramatisch tijdens de pandemiepiek van 2020 en schiet nu richting drie procent. Bij het zien van de grafieken zegt mijn brein spontaan ‘een aantal mensen hebben mogelijk iets in te halen’ maar ik ben noch arbeidseconoom noch statisticus. 

Bron: wikipedia

Zoals dat gaat, wanneer het in de US regent, dan kijken we hier ook eens uit het raam. Op zoek naar druppels en als die er al niet zijn, toch tenminste wolken. Dan wijzen we en maken we een persbericht. Dat het hier ook kan gebeuren.

Bij ons nam SD Worx die taak voor haar rekening. Een onderzoek bij 5.000 mensen in Europa geeft aan dat ook hier mensen hun job (willen) verlaten. Uiteraard zijn wij, risicoaverse Belgen het minst arbeidsmobiel, zelfs in onze gedachten. In Duitsland zou het tot 6% van de werknemers gaan, België zou afklokken op 1,9%.

Nu is intentie één ding en actief de stap zetten weer een ander. Het bracht Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad (die dus wel weet waar hij over spreekt) tot de conclusie dat The Great Resignation zo niet in Amerika, dan zeker wel bij ons zwaar overroepen is (de grafiek van Frank Vander Sijpe van Acerta onder de tweet bevat alleen cijfers tot 2020 en doet hier dus niet terzake.

Op zoek naar (betere?) indicatoren

Zelfrapportage is een slechte maatstaf voor daadwerkelijk gedrag. Dat kan iedereen die ooit een gedragseconomisch boek heeft gelezen je zo vertellen.

Wat we wel weten, is waar mensen zoal op Googelen. De vraag is dan ‘in welke mate is dat congruent met de realiteit’. Neem nu de zoektocht naar ‘ontslag nemen’ tussen januari 2020 en vandaag. 

Je hebt nauwelijks fantasie nodig om uit deze grafiek de verschillende lockdows van maart 2020 over oktober 2020 tot de zogenaamde paaspauze van april 2020 te halen, hoewel ze steeds minder effect hebben. Dit lijkt een kandidaat indicator te zijn voor wat er zich in de realiteit moet hebben afgespeeld. 

De vraag is dan: in welke mate heeft de zoektocht naar ‘ontslag nemen’, een soort high level zoekopdracht effect op meer concrete zoektermen?

De pieken en dalen in deze grafiek zijn uiteraard niet te interpreteren maar Google laat ook toe de cijfers achter de grafiek te downloaden en daarin zie je vrij duidelijk een piek in zoekverkeer naar ‘opzegtermijn berekenen’ en ‘ontslagbrief’ ongeveer twee, drie weken na de pieken in zoekverkeer naar ‘ontslag nemen’.

Of mensen dan ook daadwerkelijk een ontslagbrief schrijven, kan je uit deze cijfers uiteraard niet afleiden maar je zou kunnen veronderstellen dat je dat soort zoekterm niet ingeeft wanneer je pakweg een nieuwe frigo aan het zoeken bent. 

Komt er dan een Great Resignation aan?

Eerlijk? Geen idee. Noch statistisch, noch arbeidsmarktgewijs voel ik mij geplaatst om hierover voorspellingen te doen. Wat ik wel interessant vind, is om de voorspellende kracht van Google te testen in een frontend gegeven. Iedereen in de marketing kent inmiddels het verhaal van de boze vader en de zwangere tienerdochter van Walmart. De vraag is: kan je dat ook met macro-economische voorspellingen op basis van publieke gegevens. 

Als ik werkgever was, ik zou me er niet rijk op rekenen. 

We moeten iets doen

Het duurde niet lang. Eén. Twee. Vijf dagen na het protest van de UEFA tegen het in regenboog gekleurde stadion in München voor de Euro2020 voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Hongarije, kleurden social media logo’s van zowat alle merken in regenboog. Politiek en voetbal gaan niet samen, zo oordeelde de voetbalbond. De rest, zo zei men, is geschiedenis. 

Aanleiding voor de Münchense stadionverlichting was de goedkeuring van een Hongaarse wet die alles wat LBGTQIA+ uit het publieke leven moest bannen. Aanleiding voor het verbod was uiteraard vooral de financiële structuur van de Europese voetbalbond.

Geen regenboogstadion in München? Dan zorgen wij wel voor regenbogen daar waar iedereen het kan zien, moet iemand gedacht hebben. Ergens in een hoekje van het internet verscheen een eerste regenboog. Daarna was er een tweede. De onder marketeers welbekende Derek Sivers TED talkhow to start a movement” komt meteen voor je geestesoog. 

Daarna gebeurde er iets wat je niet zo vaak ziet. Merken begonnen mee op de kar te springen en hulden ook hun logo’s in regenboogkleuren. DTP’ers werden opgevorderd om logo’s, Facebookposts en -headers aan te passen. Wachten tot morgen had geen zin. Want dan zou het te laat zijn, zo oordeelde menig strateeg. 

In de voorbije jaren heeft Nike uiteraard de weg voorbereid voor meer uitgesproken merken. Hun “Believe in something. Even if it means sacrificing everything.” campagne met voormalig NFL-speler Colin Kaepernick (die knielde bij het Amerikaanse volkslied en daarna nergens nog een contract wist vast te krijgen won naast zowat alles op Cannes ook een Emmy award. 

Toch is -zeker in België- de durf om op de bres te springen voor merken nog steeds klein. Iemand ergens kan altijd op zijn/haar/hun teen getrapt zijn.

Als het dan toch eens gebeurt, zoals nu, kunnen we cynisch verwijzen naar de politieke logicafout ‘we moeten iets doen, dit is iets, dus we doen het’. We kunnen het ook zien als een stap in de goede richting waarbij merken opnieuw het voortouw durven nemen en onder het juk van de-klant-heeft-altijd-gelijk tevoorschijn komen.

Hoera! Geen cookies meer!

Nu Google heeft aangekondigd twee jaar langer te wachten met het bannen van tracking cookies uit hun populaire chrome browser, halen marketeers opgelucht adem. Het rumoer rond de dood van Facebook advertising na de privacy move van Apple’s mobiele OS blijkt ook greatly exaggerated. 

Klanten vragen zich af hoe het zal gaan binnenkort, wanneer tracking niet meer mag. Of zij  krijgen interne vragen van legal afdelingen of privacygevoelige directeurs. Hoe krijgen we ooit nog onze klanten overtuigd als we ze niet meer aan de hand kunnen pakken en door de funnel leiden?

De verbazing is vaak groot als wij niet zoals verwacht met een uitgebreide technische presentatie terugkomen, maar zonder veel omhaal de plannen aanpassen. Wanneer we vertellen dat er eigenlijk niet heel veel verandert, dat een sterk merk ook zonder tracking aantrekkelijk zal zijn en online een boodschap ter vertellen heeft. 

Wanneer ik vertel dat ik blij ben met de evolutie, vallen monden soms open. Cookies en tracking hebben ons jarenlang een valse gemoedsrust gegeven. Mensen klikten en bestelden, reserveerden, bekeken onze landings- en campagnepagina’s. Wij digitalen haalden KPI’s, maakten mooie presentaties en klanten waren tevreden. We A/B testten en deden uitspraken als ‘de social post met de vrouw deed het significant beter dan die met de man’. 

De cijfers klopten. De cijfers verblindden sommigen ook van wat er echt gebeurde. Zolang  de cijfers geruststellend wijzen op doorklikpercentages, engagement rates en de kost niet de pan uit swingt, is de nood om na te denken over de mensen achter de cijfers niet groot. Wanneer je naar klanten kijkt door de bril van cijfers zie je de wereld ook als een collectie van cijfers.  

Het verdwijnen van de cookies, pixels en andere tracking tools zal er opnieuw voor zorgen dat de mensen en hun noden én creativiteit van het bureau opnieuw centraal komen te staan. Neuro- en behavioural marketing staan als wetenschappelijke paradigma’s binnen de marketing al even te dringen om het adagium van ‘alles is meetbaar en dus weetbaar’ te verdringen. 

Het was leuk zolang het duurde. En zelfs dat niet. Hoera! De cookies verdwijnen. Nog even geduld. 

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Communicatie

De tweede slimste in de ruimte

(…) if I want to be a valued member of my team, I basically have to be the second-smartest person on that subject in the room and on any other subject except copywriting… Where I’d hope to be first-smartest. 

Dit citaat komt uit Hey Whipple, Squeeze this, een boek over het maken van reclame dat als ondertitel the classic guide to creating great ads meekreeg. 

Het moet één van de meest citeerbare boeken zijn die ik al heb gelezen. Tussen de zelfrelativerende achtergrond van klantentypologieën en totstandkomingsprocessen van advertenties staan wijze lessen verpakt die verder gaan dan alleen de reclam. 

Bovenstaande citaat is zo een citaat. De auteur is een copywriter en hij beschrijft hoe de context van reclame is veranderd. Naast TV en print en alle klassieke media, is die wereld gedurende zijn carrière sterk veranderd en heeft digitaal een steeds grotere plaats ingenomen. 

Bij het schrijven van de vijfde editie van het boek moeten Apps een dingetje zijn geweest waar velen niets vanaf wisten of vanaf wilden weten. Vandaag zouden daar waarschijnlijk dynamische advertentievormen staan. De auteur houdt zich sterk dat hij, na vele jaren in print en het vak, ook daar zijn zegje mee kon doen.

Het punt wat hij maakt blijft hetzelfde, of het nu gaat over apps of reclam of het gaat over de organisatie van het magazijn: je wil in elke meeting over elk onderwerp de tweede slimste in de ruimte zijn. Behalve om de reden dat jij mee in die meeting bent uitgenodigd. 

Het is één van die dingen waarvan ik dacht: dat probeer ik al mijn hele leven maar zo mooi heb ik dat nog nooit verwoord gezien. “To be the second-smartest person on that subject in the room and on any other subject except…”.

Het is fucking veel werk en je hebt het gevoel dat je nooit uitgeleerd bent. Je knalt tegen de muur als je denkt de tweede slimste te zijn maar je ongemeen hard teruggefloten wordt. Maar die keren dat het je lukt om het te zijn… waaaaaah.

De 70% regel

Na mijn studies aan de Gentse universiteit, volgde ik een aanvullend jaar. Toegepaste Audiovisuele Communicatie heette het. VOTAC voor de vrienden. Kort samengevat: ik leerde er een jaar hoe je er, voeten in de klei, een verhaal vertelt met beelden. 

Heel veel dingen die ik tijdens dat jaar leerde, gebruik ik nog dagelijks. Als we met account en creatie door nieuwe ideeën gaan. Of wanneer er snelle briefings moeten worden gegeven. Eén van de dingen waar ik nu al vijftien werkjaren mee loop te leuren is de 70%-regel.

Wat is de 70% regel en waar komt die vandaan?

Volgens mij was het Johan Tuyaerts, docent productie die vertelde dat er een ongeschreven regel is in televisiequizen: iemand die kijkt, moet het gevoel hebben dat zij 70% van de antwoorden zelf ook wist. 

Als mensen een televisiequiz kijken, willen ze letterlijk mee-maken. Dan roepen ze het juiste antwoord richting de televisie en voelen ze zichzelf De slimste mens ter wereld, de Canvascrack of zien ze zichzelf al prijzen kiezen in de Rad van fortuin shop. 

Uiteraard is die 70% geen exacte wetenschap. Het is de idee erachter die belangrijk is. Wie 100% van het verhaal vertelt, heeft geen buy-in. Of het nu van een klant of een consument is. 

Wat doe je met de 70% regel?

Mensen vullen ontbrekende informatie in. Dat doen ze onbewust. In de gedragswetenschappen is daar zoveel onderzoek naar gedaan, dat je van een vaststaand en universeel fenomeen kan spreken. 

Een bekend voorbeeld is typoglycemia: het fenomeen waarbij je woroden dei er eiglenijk neit stana tcoh correft leest. Het werkt ook perfect wanneer je in sommige wrdn d klnkrs wglt. Geef mensen afwisselend rijen met zwarte stippen en witte stippen en mensen zien alleen nog lijnen.

Wanneer onderzoekers in een labo lampen at random af en aan laten branden en doven, zien mensen patronen. Kijk naar de wolkenkrabbers bovenaan deze pagina en probeer de Canadese vlag niet te zien.

Onze hersenen houden ons voor de zot. Of we dat nu graag willen of niet. Het volledige verhaal vertellen lukt toch nooit. Daarvoor zijn televisiespots niet lang genoeg. Zijn strategische presentatiemeetings te kort. Laat staan banners of social media updates. 

Wat geldt voor televisiequizen, werkt ook voor klantenpresentaties, creatieve ideeën en wat mij betreft ook banners, social media updates of… blogposts. Het vertellen van 70% van het verhaal zorgt ervoor dat mensen de 30% die je zelf niet vertelt, invullen met wat zij zien of willen zien. Het komt er alleen nog op neer om de juiste 70% te vertellen. 

Je zou in die zien de 70% regel in die zin net zo goed de 30% regel kunnen noemen. Maar psychologisch is het altijd beter om meer dan 50% te hebben. Dat is dan weer een ander feneomeen van de menselijke psyche. 

Samenvatting ‘The 5AM club’

Op LinkedIn sprak recent iemand over het boek ‘The 5AM club’ en hoe dat zijn leven had veranderd. Ik sta nogal makkelijk vroeg op en ik dacht: eens kijken.

Intussen heb ik het gelezen en vat ik het graag voor jou samen.

Als je elke dag van het jaar om 5u opstaat en dat uur nuttig gebruikt, heb je aan het eind van het jaar 365 uur nuttige dingen gedaan. 

Ik trek het wat op flessen maar het is net februari en het slechtste boek dat ik dit jaar gelezen heb, is al bekend. 15 miljoen exemplaren zijn er al van verkocht. Ongelofelijk.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Boeken

Een 10 voor orde en netheid dankzij Remarkable

Op mijn rapport zal nooit een 10 hebben gestaan voor ‘orde en netheid’ zoals dat in het schooljargon heette. Het is een signaal voor creativiteit en flexibiliteit, naar het schijnt. Het is ook een signaal dat je af en toe wel eens iets kwijt bent. 

Pakweg je telefoon. Het oplaadkabeltje van je sporthorloge. Of de notities van die interne meeting waarin gezegd werd wat je op slide 7, 11 en 19 moest aanpassen. En de klant verwacht je binnen een uur in de call. Dat is -altijd de positieve kant van dingen bekijken- dan weer een goeie oefening voor je geheugen, je stressbestendigheid en je creativiteit. Het is ook slecht voor je hart. 

Een tablet die voelt als papier

Daarom heb ik sedert kort de legal pads die mijn bureau eertijds geel kleurden en de boekjes waarvan ik dacht dat ik achteraf nog in zou gaan lezen verticaal geklasseerd en vervangen door een Remarkable

Als je dat toestel in één zin aan iemand moet uitleggen zou ‘een e-reader waar je op kan schrijven’ het kortst in de buurt komen. Of een magnetisch tekenbord voor volwassenen. Het unieke verkoopsargument van het toestel is dan ook ‘the only tablet that feels like paper’. 

Toen ik al een hele poos geleden voor het eerst hoorde over de Remarkable was hij nog in zijn eerste generatie. Wat ik zag op de filmpjes zag me er allemaal wat te kickstarter uit. Voor een prijskaartje van om en bij de € 500 all in, vond ik dat een net iets te groot risico en schreef ik pagina’s en pagina’s vol. 

Begin 2021 kwam een UPS-man langs en bracht meer orde in mijn leven. Na een maand gebruik, kan ik echt zeggen dat het een soort lifechanger is. Wat vroeger een losse stapel papieren op mijn bureau werd, is nu een keurige mappenstructuur geworden. Voor elke meeting, planvoorbereiding of berekening is er een apart document zodat ik ‘s morgens naadloos kan starten waar ik de vorige avond was gestopt. 

Voor zowat elk type document, kan je ook een ander soort papier kiezen. Vergaderingen gaan op lijntjes, berekeningen doe ik liever op een blanco blad, wil ik de look en feel van een landingspagina uitleggen, dan grijp ik naar een geruit blad. Dat is handiger dan je zou denken.

Geruststelling is ook dat alles ook meteen naar de cloud gebackupt wordt en ook op je computer, telefoon of tablet te bekijken is. Op die manier weet ik zeker dat ik altijd en overal mijn notities kan raadplegen. 

Mijn papier slaapt nog

Of alles dan rozegeur en maneschijn is? Nog niet. Ik begin er aan te wennen maar voor je een vergadering instapt, heb je best je document al klaar. Wanneer iemand aan de telefoon zegt ‘je kan beter naar nummer 002345709 bellen met die vraag’ hoorde ik mezelf recent antwoorden: ‘wacht even, mijn papier staat nog in sleep modus’. 

In theorie kan je via OCR van je geschreven documenten ook ‘echte digitale documenten’ maken. Dat blijkt in de praktijk vooral theorie. Misschien dat het ooit nog wel beter wordt maar mijn geschrift van een dermate kwaliteit (ook al een teken van creativiteit en zelfs intelligentie) dat ik me geen illusies maak dat dat ooit iets wordt. 

Voor zover ik weet spoort het toestel ook nog geen oplaadkabeltjes van sporthorloges of telefoons op. Gelukkig is er voor dat laatste een Google Home.

Het verdict

Al bij al is de Remarkable één van die toestellen waarvan ik denk: als dit stuk gaat, koop ik mij onmiddellijk een nieuw. Het is ook een toestel waarvan ik denk: had ik me dit maar eerder gekocht. Zelfs voor mensen die wel een 10 scoorden op orde en netheid, heeft het denk ik een serieuze meerwaarde.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie

Wachten op de Zwitser

Het moest ervan komen. Ons koffiezetapparaat was al even een doodstrijd aan het voeren. Er waren de op onregelmatige tijdstippen terugkomende en onverklaarbare lekken. 

Nu weigerde de watertank vaak minutenlang te erkennen dat hij effectief vol stond met water. Om daarna, wanneer de ochtendlijke wanhoop die samenhangt met een dreigend gemis van koffie als een slagersmes door de ochtend sneed, doodleuk toch aan zijn taak te beginnen. 

Wij zijn van die mensen die eigenlijk weten wat ze willen maar er dan toch in slagen om moeilijke beslissers te zijn. Wat we wilden was een bonenmalend machine van een Zwitsers merk dat naast ‘zwart, zo klein het kan, zo heet het kan, zo sterk het kan’ voor mij ook ‘melk met een vleugje koffie’ voor haar kan maken. De enige bezoekers die niet binnen dit spectrum vallen, zijn theedrinkers. 

Alleen. De oude machine deed het nog en… of niet… hallo! koffie! wij willen koffie! nu! please? godverdomme! het is een vreemd proces hoe je tijdens de ondergang van een koffiemachine er ineens allerlei persoonseigenschappen aan begint te geven: ‘gisteren werkte hij meteen, hij begint te voelen dat hij vervangen gaat worden’.

Het Zwitserse machine werd in het noorden van Antwerpen besteld bij een lokale koffiebonen en -machinespecialist en zou binnen twee weken geleverd worden. Twee. Weken. Intussen stond het internet vol advertenties die herinnerden aan de zoektocht naar de bevestiging dat de Zwitser het ideale machine was.

‘Vandaag besteld, morgen in huis’, zo vertelde mij een banner die toonde waar ik op wachtte. ‘Nu met gratis accessoire bij aankoop van…’, probeerde een Italiaans-Nederlands merk een lang verloren zaak toch nog te redden. Nee dankjewel. 

We zijn het zo gewoon geraakt dat we er niet meer bij stilstaan: lang na het sluiten van de winkels besteld, is nog steeds morgen in huis. Dat is handig, vaak. Telefoon stuk? Morgen opnieuw bereikbaar. Voorband van de crossfiets in een put aan frut gereden? Morgen terug de weg op. 

Het oude koffiemachine gedroeg zich inmiddels als een oude tante. Nu eens inschikkelijk, dan weer vreselijk opstandig. ‘Terwijl we wachten op P om de meeting te vervolledigen even koffie zetten’ was er al lang niet meer bij. Watertank vullen, inzetten, uithalen, inzetten, wiebelwiebel, uit, aan, opnieuw. Laat maar. 

Gisteren werd er aangebeld. De Zwitser stond voor de deur in een groot pak dat zwaarder was dan we hadden gedacht. Zeven, negen, tien dagen na de bestelling en minstens vier dagen vroeger dan verwachting. 

Het is psychologie natuurlijk maar uitgestelde beslissingen die ‘vier dagen vroeger’ worden geleverd, zijn zoveel beter dan ‘next day delivery’.

Polestar 2: minimalistische designerkar met karakter

Polestar is geen onbekende naam in de autowereld. Sinds het einde van de vorige eeuw tunen ze Volvo’s alsof het hun eigen auto’s zouden zijn. In juni van dit jaar kwam hun eerste eigen auto, de Polestar 2 op de Europese markt, een 100% elektrische fastback. Wij konden ‘m een weekje testrijden. 

Het afleveren van een testwagen, dat is telkens een heel fijn gevoel. Je kijkt de auto even in de koplampen. Je monstert. Krijgt specificaties en practicalities mee die je maar half hoort want eigenlijk wil je niets liever dan rijden. 

Waarop de vriendelijke mens van Polestar me vertelt: hij is momenteel ingesteld op one pedal drive. Heb je daar al eens eerder mee gereden? Niet dus.

One pedal drive blijkt echter een leercurve te hebben die zo laag ligt dat je na 798,2 meter al weet wat je te doen staat. Geen gas geven is remmen en als het echt nodig is, heb je nog altijd een rempedaal. 

Een subtiele designerkar

Als ik de Polestar naam hoor, dan denk ik spontaan dan de kenmerkende blauwe kleur. Mijn brein springt naar Volvo. Laat ons een kat een kat noemen. Polestar, dat zijn Volvo’s voor patsers. Je zou denken dat ze met hun nieuwe auto ook die kant opgegaan zouden zijn. 

Niets is minder waar. Als er één ding is wat de Polestar 2 niet is, dan is het een patserbak. Hoewel ze dat heel makkelijk hadden kunnen doen. Met de nul tot honder… nul tot zeventig die je er vanaf het rode licht mee doet, zou een sportieve uitstraling zelfs niet misstaan. 

Bij Polestar hebben ze blijkbaar besloten het anders aan te pakken. Het Polestarblauw zit zelfs niet in het gamma. Er is keuze uit zes kleuren waarvan ik ‘snow’ kreeg.

Al bij al zijn de configuratiemogelijkheden miniem. Dat zorgt ervoor dat het prijsverschil tussen een basis Polestar (ongeveer € 58.900) en een full option (€72.400) relatief beperkt blijft. 

Toch valt de Polestar op. Tijdens de week heb ik meerdere keren de vraag gekregen welke auto dit nu juist was. Mensen die het merk kenden van de uitgebreide out of home en online campagne vroegen dan weer hoe ‘m reed. “Heel fijn” was mijn antwoord.

Over elektrisch rijden heb ik op deze blog inmiddels genoeg verteld. Dat zo’n bak uit de startblokken schiet, hoef ik niet meer te vertellen. Deze trekt 0 tot 100 in 4,7 seconden. Genoeg voor een lichte tinteling in de onderbuik en het verbaasde gezicht van een Seattuner in je randloze achteruitkijkspiegels.

Het minimalistisch interieur van de Polestar 2

Waarmee ik het dus ook over het interieur wil hebben. Dat is een verlengde van de buitenkant en volstrekt netjes afgewerkt. Ook hier zit het hem meer in de details dan in de overdaad. Zo wordt het Polestarlogo op het glazen dak geprojecteerd en zijn de interieurlampjes tegelijk ook de schakelaar waarmee je ze aanzet. 

Ook speciaal-minimalistisch is het ontbreken van een startknop. Instappen kan via de contactloze sleutel. De auto detecteert vanzelf iemand achter het stuur. Het enige wat je moet doen, is je (in het performance model gele) gordel aantrekken en beslissen of je vooruit dan wel achteruit wil vertrekken. 

De instellingen van de auto gebeuren via een groot centraal touchscreen waar je verder ook geen omkijken meer naar hebt: de navigatie wordt voor je neus geprojecteerd in de virtuele cockpit van de Polestar. 

Ook qua geluid is er aan verfijning gedacht. Het Harmon Kardon speakersysteem speelt zowel Stockhausen als Rammstein met zowel het nodige volume als detail. 

Google integratie in de auto

Ook aangenaam is de integratie van de Google assistent in de auto. Daarmee kan je zowel de gebruikelijke commando’s ‘navigeer naar de Koekoekstraat in Melle’ als ‘welk weer wordt het vandaag’ gewoon aan je auto vragen. 

Polestar gebruikt hiervoor het Android Automotive OS (dat overigens ook met je iPhone wil praten, als je dat wil). Dat laat ook toe om apps op je auto te installeren. Helaas lukt dat niet met alle apps. In de auto luister ik eigenlijk quasi altijd audioboeken. Helaas bleek de Audible app niet te vinden. 

Polestar 2: kopen of niet?

Rest ons de vraag: zou ik een Polestar kopen? Ja. Eigenlijk wel. Van mij had de auto iets ‘dikker’ mogen zijn. Het knallend blauwe kleur van de orginele Polestar mogen hebben. 

Eigenlijk vind ik dat je heel veel auto hebt voor het geld. Ja, hij kost full option een dikke tweeënzeventigduizend Euro maar in leasing is hij er al vanaf een realistische € 728 (48 maanden – 20.000 kilometer) en dat vind ik bepaald geen slechte deal.  

De boekhouder of dienst HR zal ook blij zijn te horen dat hij 100% fiscaal aftrekbaar is.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Technologie