I’ll do my dreaming with my eyes wide open

Op de keper beschouwd ben ik een realistisch type. Dromen is voor mietjes. Als ik wat wil, ga ik daar wel voor, dan ga ik daarvoor werken en strijden, zo denk ik wel eens. Misschien is het daarom dat nachtelijk dromen niet aan mij is besteed. Misschien is het zo dat ik overdag al genoeg droom om het ’s nachts niet meer nodig te hebben.

Als je dromen vervangt door wensen, dan heb ik er wel. Veel en grote. Ik droomde op mijn 22ste, toen ik afstudeerde,dat ik ‘iemand’ zou worden voor ik 30 werd. Daarover later (met het zicht op mijn verjaardag waar ik steeds minder naar uitkijk) hoogst waarschijnlijk meer.

Het spijt mij dat ik dit masker (hoera! dit is het thema van wijvenweek!) moet laten vallen maar vandaag zijn een behoorlijk deel van mijn dromen materieel van aard. Op socio-psychologisch vlak kom ik weinig tot niets tekort. Overal waar ik kom, zijn er mensen die ik alvast digitaal ken. In mijn buurt zijn een hoop leuken mensen.
Mijn lief is na meer dan 10 jaar nog steeds behoorlijk geweldig en onze zoon is na 18 maand schattiger dan ooit: ‘allo!’ ‘da!” ‘nee!’ ‘papa’ ‘ mèmè’ ‘tauto!’ (al zou die wel eens mogen beginnen doorslapen). Met uitzondering van dat doorslapen hoeft er voor mij niet gek veel te veranderen op korte termijn.

Al zou ik soms, heel soms, rijk willen zijn. Het valt me zwaar om dat toe te geven. Tot hier toe heb ik steeds mijn zin gedaan. In tijden van tijdelijke werkloosheid heb ik mezelf bijgespijkerd, in tijden van werk heb ik veel bijgeleerd, in tijden van leven heb ik geleefd en ben ik eerder op het gaspedaal dan op de rem gaan staan. Steeds heb ik geroepen: als ik voor het geld moet werken, dan doe ik het liever niet.

Over mijn loon hoor je mij niet klagen, ik werk behoorlijk hard voor een behoorlijk loon denk ik. Omdat ik een awesome job heb, verdien ik niet zo veel als ik zou kunnen verdienen maar ik vind dat een eerlijke deal. Mijn lief verdient zo ongeveer hetzelfde en als ik haar zo ’s avonds bezig zie, dan zit daar niet gek veel verschil op. Volgens mij heeft ook zij een awesome job maar is het rock’n’roll gehalte wat lager.

Dan is de tijd voor een huis aangebroken, na 6 jaar appartementen, dan kijk je naar de huizen, dan kijk je naar de generatie net ouder en dan zie je dat er huizen waren voor een fractie van wat er nu moet worden neergelegd, dan zie je normen en dan zie je dat de subsidies voor renovaties en ecologie naar beneden gaan want we moeten allemaal en dan denk je wat moet ik nu?

Het zijn mijn nachtmerries denk ik. Een kasteel, daar zijn wij niet naar op zoek. Een nieuwbouw met een lap grond waar je een zitmaaier voor nodig hebt, is aan ons niet besteed. Wij zijn stadsmensen. Drie. Ooit misschien vier of wie weet zelfs vijf. Met een ecologische reflex. Genoeg ruimte is leuk genoeg.

Dan droom ik wel eens. Dat ik niet zou moeten kijken op een frank meer of minder, dat ik een huis zou kopen dat weggelopen zou zijn van de inspiratiepagina’s van Pinterest. Dat ik jonge designers zou ondersteunen bij de inrichting van mijn interieur. Dat ik hen wat advies zou geven en dat zij zouden zeggen: jij zocht een tafel, niet? Dan droom ik wel eens van een loft of een herenhuis, dan droom ik wel eens van een pied-à-terre. Niets exotisch maar een stek in Laken of Schaarbeek, een gezellige plek.

Of ik droom van een cohousingproject met allemaal awesome mensen en dat we een fabriek kopen en dat we een bijgebouwde hall slopen en ombouwen naar een tuin en dat we het authentieke deel verloften, daar droom ik van. Het moet niet veel en luxueus te zijn, geen Lotus Elise voor de deur maar een cambiostelplaats om de hoek, geen kasteel met een park maar een plek om te zijn en samen te leven, daar droom ik wel van. Nu en heel concreet.

Soms loop ik wel eens tegen mijn dromen aan. Dan zie ik een huis waarvan ik denk: hier wonen mensen van mijn leeftijd en hoe de fuck kunnen die dit ooit betalen? Dan denk ik: wat doe ik verkeerd. Dat denk ik vaak. Lang en hard en dan verwijt ik mezelf dingen maar dan besef ik dat ik gelukkig hoor te zijn dat dat er niet veel meer te doen is dan mijn best en dan slaap ik.

1 Comment

  1. “hoe de fuck kunnen die dit ooit betalen?” – zelf ook al enorm veel aan zitten denken, zelf ben ik 27 & ik ben blij dat ik een huis gekocht heb nog net voor de hele boel ontploft is. Moest ik nu op dit eigenste moment met dezelfde vraag naar m’n bank stappen, ik zou zelfs geen lening meer krijgen.
    En dan denk ik; hoe gaat m’n jonger broer dat ooit nog kunnen doen. Wat ik destijds enorm frustrerend vond, we hebben beide geen slecht loon (ook niet gigantisch – gewoon goed) en we konden gewoon geen nieuwbouw meer betalen. Zelfs al kon ik goedkoper aan grond geraken, dan nog konden we geen lening krijgen voor dat bedrag om er een huis op te bouwen.
    Het enige dat ik me kan inbeelden hoe dat andere 20ers dit wel kunnen, is mamaatje & papaatje of iets dergelijks… Reden tot jaloezie, nee – want ik heb er zelf voor gewerkt.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.