Categories
Autohagiografie

We zitten hier met een stukske stok

Elke kreeg een stokske, brak het in vier, vijf, zes delen en gooide het verder. Ondermeer in mijn richting. Ze deed dat met de woorden:

“Geschreven om te lezen, Jan. Geek der geeks. Sterke mening. Hij stoot tegen de borst, slijmt zijn speekselklieren soms droog, maar ik lees hem graag. Behalve over auto’s. Jan, stopt daarmee. Auto’s zijn rete saai. Re-te-saai.”

Allow me to retort Elke. Niet na je obligatoir bedankt te hebben voor de complimenten. Die mening, Dominiek vindt me politiek correct, jij zegt dat ik tegen de borst stuit. De waarheid zal ergens in het midden liggen zou ik denken. Zo gaan die dingen.

Wat die auto’s betreft, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Zelf heb ik er geen. Enfin. Ik heb er veel maar ik deel ze met andere mensen. Er is een zoon in mijn leven en cliché o cliché, hij vindt auto’s het einde. Papa is niet zo cool dat hij robots in elkaar kan zetten maar als hij cool kan zijn door om de zoveel tijd met een andere auto aan te komen zetten, dan zal hij dat niet laten.

Dat wou ik maar even gezegd hebben. Voor ik aan die vragen begin.

Hoe ben je er achter gekomen dat je schrijftalent bezit?
Op een heel stomme manier eigenlijk. Kom ik aan het vierde jaar unief, moeten we ineens een stukje pennen. Ik had vier jaar lang twee kranten per dag gekregen. Van mijn ouders kreeg ik De Morgen, zelf kocht ik daar het Nieuwsblad bij. Voor de sport. Stilaan had ik wel een idee van hoe het moest.

Ik kreeg het werkstuk terug en de prof vroeg of ik ervaring had met schrijven. Dat ik talent had. Dat ik het leuk vond om te doen, vertelde ik. Het kostte me ook geen moeite. Dat ik er wat mee moest, zei hij. Het was in die tijd dat ik een account opende op een blogdienst die intussen niet meer bestaat. Ik schreef er stukjes die niemand las en later schreef ik er niets meer.

Als je schrijversinspiratie een stad zou zijn, welke was het dan? En waarom?
Brussel denk ik. Mijn toekomstige woonstad. Het is de enige stad van ons land die naam waardig. Brussel is raar. Je kan de hoek om keren en je beeld kan helemaal anders zijn. Brussel is prachtig en lelijk en donker en licht en groen en grijs. Dat mag schrijven voor mij ook zijn.

Het spijt me erg dat ik geen trieste, lelijke dingen schrijf. Dat zou ik nog willen kunnen. Het spijt me ook dat ik niet verder durf gaan in de schoonheid. Dat ik niet schrijf over het meisje met de ogen op de trein of de dronkaard die om 8u vanmorgen een pint zat te drinken. Omdat ik denk dat mensen dat gek zouden vinden.

Wat heb je nodig om goed te kunnen schrijven?
Tijd. Eigenlijk zou ik veel meer moeten schrijven. Hier. Daar ook. Het komt er niet altijd van.

Ik ga er even vanuit dat je trots bent op je schrijftalent. Waar blijkt dat uit?
De veronderstelling is alvast juist. Kort geleden zei iemand ‘je stukje is zo goed, je moet het naar De Morgen sturen’. Dat deed ik en het werd gepubliceerd. Heel trots was ik daarover. Zo trots dat ik even niets schreef. Omdat ik bang was de het niet meer zo goed zou zijn en dat mensen nu verwachtingen hadden. Ik niet in het minst.

Mijn trots blijkt ook uit negatieve dingen, denk ik. Soms zou ik gevraagd willen worden om iets voor een krant of een tijdschrift of een boek te doen. Alleen, dan zou ik bang worden en niet meer schrijven, omdat ik dan zou denken dat alles goed moet zijn en dan ben ik blij dat een blog tot niets verplicht.

Als je bevestiging zoekt voor je blogs, waar vind je die dan?
In de feedback die ik van mensen krijg. Als Elke zegt dat ze me graag leest, dan vind ik dat leuk. Gisteren vertelde Robin me dat hij mijn stukjes leest. Een half uur later zweefde ik van de Brusselsepoortstraat naar Gent Dampoort.

Wat zijn je favoriete blogs?

San F. Yezersky
Koning van de tristesse. Dat zou ik dus ook willen kunnen.

Krugerplein en Peperbus
Koning van de ironie en de laagjes. Hans is een heerser.

Radio Plasky
Over de achterkant van de media. Dramatisch sarcastische ondertoon. Het liefst lees ik de gebroeders als ze een redactievergadering hebben.

Ik ben nageslacht
Houbi is al genoemd. Ik ben nageslacht is zijn Tumblr en ik mag graag lachen met zijn onderschriften bij absurde foto’s.

Ysabje
Een topwijf zeg ik je. Topwijf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.