Zo gebruik ik mijn smartphone om af te vallen

Laat ons zeggen dat ik de voorbije jaren wat ben bijgekomen. Er was een winterlaagje dat er niet meer afviel zoals dat vroeger het geval was. Er kwam een laagje over dat laagje en dat begon zo op de middellange termijn aan te tikken.

Mijn volle 1 meter 71 (en een half zeg ik er soms bij) wees zo op een avond 76 kilo aan. Dat het genoeg was geweest. Om het even te duiden: het gezonde gewicht voor een persoon van mijn lengte zou ergens tussen de ruime marge van 59 en 73 liggen. Het hangt er wat vanaf welke bron je daarvoor raadpleegt.

Daar zat ik dus boven. Niet dramatisch en de feesten waren net geweest maar toch. Alarmbellen en toeters. Dat er wat moest gebeuren dus.

De hardware

Jawbone up24: het waren dus feesten en er moesten cadeaus gekocht. Terwijl ik toch een up24 aan het bestellen was voor de madam, kocht ik er ineens ook eens voor mezelf. Met dat ze toch in de afslag stonden… Die Jawbone, ik ga daar nog wel eens iets ruimer over schrijven.
Laat ons zeggen dat het ding mijn knoop in de zakdoek is. Niet alleen om te letten op mijn eten en om al eens vaker de benenwagen te nemen maar ook omdat het ding op geregelde tijden trilt (na een half uur stil zitten), ik heb er een call to action van gemaakt om dan even op te staan en een glaasje water te tanken. Want water is ook gezond.

HTC One Max: mensen die mij wel eens hebben zien rondlopen, hebben het vast opgemerkt, ik heb een nogal groot uitgevallen telefoon. Wel zo dat ik vroeger elke week, nu ongeveer elke maand wel eens ergens uitleg moet verschaffen over het ding. Ja, dat is groot en ja, ik ben daar heel tevreden van. Ik gebruik het om al mijn gegevens bij te houden (voor apps: zie verder).

Huawei Ascend P7: heel tevreden dus over die One Max. Eén probleem: dat ding is groot. Groot en (mede door een extra batterijhoes) vrij zwaar. Als je gaat hollen, wil je dat niet in je hesje hebben shaken. Daarom gebruik ik dus een lichte telefoon als one purpose device: looptracker.

De software

UP: om de link te maken met de Up24, gebruik je de bijhorende software. Je leest erin af hoeveel je stapt. Je leest hoeveel en hoe goed je slaapt. Je leest erin af hoeveel calorieën je hebt genuttigd en hoeveel je er hebt verbruikt. De app geeft tips en aanwijzingen. Je kan er ook je voeding mee tracken maar dat doe ik niet.

MyFitnessPal: deze (gratis, wat jammer is want dan ben ik het product) app gebruik ik dus om mijn voeding en calorieën bij te houden. Het grote voordeel: in vergelijking met de UP app heeft deze een pak meer voedingsmiddelen standaard in de bibliotheek steken. Met name op het vlak van vegetarische dinges, zit deze er wat dikker in. MyFitnessPal vertelt de UP app wat ik gegeten heb, dus dat hoef ik geen twee keer in te voeren. Hier heb ik ook mijn doelstelling opgegeven: ik sta momenteel nog even op ‘streng dieet’.

Strava: gebruik ik om mijn sportactiviteiten bij te houden. Dat heb ik in het verleden niet altijd even consequent gedaan en dat is wel jammer eigenlijk. Dat doe ik nu wel. Het is winter en ik ben in afwachting van een nieuwe koersfiets. Momenteel loop ik. 3, 4, 5, 6 kilometer. Om de conditie dus wat op te bouwen en het gewicht wat naar beneden te halen.

De workflow en de (voorlopige) resultaten

Vorig jaar dacht ik ook al: ik zou wat moeten afvallen. Nu ben ik er de mens wel naar om dat te denken en vervolgens een tweede stukje taart te nemen als een collega trakteert met zijn verjaardag. Als ik dan toch een café binnen ben, dan is de kans dat ik een bruiswater bestel vrijwel onbestaande.

De jawbone heb ik nog bijna niet uitgedaan (twee keer ergens laten liggen en dan een dag niet omgehad ofzo). Het zou me verwonderen dat ik in de voorbije maanden één iets heb geconsumeerd dat niet op één of andere manier de weg naar mijn registratieflow heeft gevonden. Het mooie is: dat kost eigenlijk nauwelijks tijd als je het maar niet de volgende dag begint te doen.

Het fijne van de jawbone is dus dat je die om hebt. Die app staat ook op het homescreen van mijn HTC One Max en geeft van tijd notificaties als je het goed aan het doen bent. Of minder. Cijfertjes motiveren mij wel. Eigenlijk.

De Jawbone hangt nu ruim anderhalve maand rond mijn pols. Vier en een halve kilo ben ik intussen lichter. Geen idee of dat veel of weinig of net op de maat is. Wat wel zeker is: ik zit intussen weer binnen de gezondegewichtmarge. Beetje technologie kan dus nuttig zijn, bij tijd en wijlen.

Een ontmoeting met de grootste

Het valt wel eens voor dat ik plannen wil veranderen. Dat ik ineens zus doe waar zo de bedoeling was. Dat is niet altijd goed te volgen. Ook niet voor mezelf.

Zo stond ik op de singel in Antwerpen. De straat, niet het gebouw, zo ver ga ik nu ook weer niet. Mijn zoon Juul zat op de achterbank en er passeerde een trein. Volkswagens! Allemaal Volkswagens! En Audi’s! Een trein vol.

Een dik half uur later schoof de dubbele schuifdeur van het Audi Contact center in Kortenberg open. De man achter de balie vertelde na even rondbellen dat de mensen van de PR met verlof waren. Dat soort dingen kom ik dan ook dus tegen.

In showrooms hebben Juul en ik een afspraak. We bekijken alle auto’s en dan mag hij er twee kiezen waar hij in mag zitten. Dat lijkt me redelijk. Hij kiest de cabrio en nog iets.

De Q5 en de A3 cabrio in dit geval. Toen kreeg ik de autokoper in het oog. Op koersen was ik ‘m wel eens tegengekomen. Misschien heb ik ooit een woord gewisseld. Als zoon van dan. Hij was zeker publiek bezit op dat moment. Hij is de grootste aller tijden.

Daar sta je dan, wielerliefhebber van vader op zoon maar ook een mens van het beleefde soort. Wachten dus. Tot de verkoop gerond is. Je wil niet tussen de beslissing over de verwarmde autozetels of het panoramisch open dak gaan staan.

Intussen liet ik af en toe halfluid vallen ‘die hebben wij ook gereden hé jongen’, je wil ook niet dat het personeel denkt dat je niet beter te doen hebt dan te wachten op hij die de ronde vijf keer won maar nu gewoon Eddy die een auto koopt is. Terwijl het dus dat is wat ik deed. Ik wachtte.

Of ik een foto mocht? Nu hij de aankoop gerond had. Hij riep Juul bij zich. Ik verontschuldigde me. Hij zij dat het niet stoorde. Hij tilde Juul. Ik nam een foto. Juul begreep niet wat hij is. Dat is een kwestie van tijd.

Dat ik het leuk vond dat hij dat even wilde doen. Hij stak zijn hand uit. We schudden. Ik zei nog iets over zijn A3 die hij gekocht had. Dat ik er zo ook een paar had gehad.

Officieel mainstream: ik heb een auto. Now kill me.

Een tijd geleden heb ik een beslissing genomen. Er was sprake van bouwen. Er was sprake van verhuizen. Er was tijd, er was raad en er werd besloten. Zonder auto zou dit niet lukken. Na veel water naar de zee staat hij ook voor de deur.

Hij werd afgeleverd met een strik en mijn naam op een bordje en ik nam daar een foto van. Dat hoort zo. Denk ik.

Een zwarte. Een golf. Variant. Ja, want ik heb twee kinderen en je wil niet weten wat je allemaal mee moet en dat gaat niet in een gewone Golf. Zoals algemeen geweten, heeft de Golf één van de grootste koffers in zijn klasse. Alleen de Skoda octavia doet beter.

Die dingen weet ik. Van die koffergrootte en van het verbruik. Van de prijs en de opties. Het beslissingsproces over welke auto het nu moest worden had aan de processie van Echternach geen concurrentie. Na de levering komt er veel cognitieve dissonantiewerk aan te pas om mezelf te overtuigen dat ik juist beslist heb. Om een auto te nemen dus.

Het is me te mainstream. Een eigen auto. Ik ben gewoon geworden. Hij heeft zijn maidentrip gehad, de Golf. Hij is naar de Colruyt en daarna naar den Delhaize geweest en ik ben naar Limburg gereden voor een feestje. Hij parkeert zichzelf en dat vind ik heel erg leuk. Hij klapt zijn spiegels in als je ‘m sluit en je moet je sleutel niet uithalen om ‘m te starten, te openen of te sluiten.

De laatste maanden heb ik met een pak auto’s gereden. Stuk voor stuk luxueuzer, sportiever, straffer uitgerust, prestigieuzer. Meestal al deze eigenschappen. Dat was anders. Dat waren one night stands.

Het valt me zwaar om het te zeggen. 32 jaar oud. Mijn eerste eigen auto. Mijnheer, mevrouw, ik ben officieel mainstream. Ik heb een auto. Now kill me.

Dat Hello Kitty geen kat is…

On Wednesday, the LA Times reported that the famous Kitty is no cat. The revelation came out of a story on anthropologist Christine Yano who has spent years studying Hello Kitty and is currently creating an exhibition for the Japanese American National Museum on the icon.

Dat Hello Kitty geen kat is, verwondert geen kat meer maar let eens op “anthropologist Christine Yano who has spent years studying Hello Kitty”. Google Scholar schetst een ander beeld maar met titels als Kitty litter: Japanese cute at home and abroad en Face to Face: On-Line Subjectivity in Contemporary Japan zou ik soms toch graag een onderzoeker zijn. Ander onderwerp, dat wel.

Gelezen op Entrepreneur.com.

Antwerp’s Enduring Appeal to the Creative Set

Antwerp has long been known as Belgium’s capital of cool. The trendy little city, a buzzing hive of creativity, attracts an increasing number of artists, designers and other globetrotters with its thriving avant-garde style scene.

Kijk eens aan. Positieve dinges gelezen over ’t Stad op NYTimes.com.

Why Side Projects Should Be Stupid

The only way a side project will work is if people give themselves permission to think simple, to change their minds, to fail — basically, to not take them too seriously. When you treat something like it’s stupid, you have fun with it, you don’t put too much structure around it. You can enjoy different types of success.

Dat is hoe deze blog werkt, ik had het niet beter kunnen verwoorden.

Woorden van Tobias van Schneider van Spotify, gelezen bij Firstround (via @dbuntinx)

De kunst van het Evangelist zijn

De cirkel is rond. Guy Kawasaki, spreker op het Creativity World Forum waar ik rond mag evangeliseren, schrijft wat een ‘Evangelist’ onderscheidt van een andere medewerker. Mijn favoriete quote:

“Evangelist” isn’t a job title. It’s a way of life.

Op mijn businesskaartje staat Creativity Evangelist. Ik heb daar al over getwijfeld, vaak, om dat te laten veranderen naar ‘online communicatie manager’. Omdat ik dan serieuzer zou overkomen. Omdat mensen mij raar bekijken als ze mijn kaartje aannemen. Ik denk ineens niet dat ik dat snel ga doen.

Gelezen bij Futurelab.

Waar gaan we eens voor stemmen?

Stemtest van de VTM eens gedaan zie. Heel vaak gedacht: ja maar die stelling, dat is wel heel ongenuanceerd.  En ook: ik ben bang hoe mensen deze vraag interpreteren. Politiek in vragen van twee zinnen, het is niet alles. Enfin. Resultaten.

Tech influential in België

Het lijstje van de 50 meest invloedrijke tech Twitteraars van Datanews lag vrijdag op de virtuele (zonder veel uitleg) en fysieke (met uitleg en twee interviews) mat. Voor het jaar 2014 mag ik op mijn CV zetten dat ik de 15de meest invloedrijke twitteraar van ons land ben.

Heb ik daar een dansje voor gedaan? Ja. Toen het nieuws brak op Twitter ben ik letterlijk recht gesprongen, ik heb mijn armen breed gestrekt, ik heb met een brede glimlach geroepen: ‘ik ben de 15de meest invloedrijke twitteraar van ons land’ en heb en plein public vier danspasjes gezet. Mijn collega’s zijn gelukkig van het begrijpende soort. Ze hebben me zelfs proficiat gewenst.

Vind ik dat belangrijk? Best wel een beetje eigenlijk. Het zet een mens op de kaart en -ik ga daar niet belachelijk over doen- voor mijn werkgever en mijn marktwaarde is dat ook niet slecht. De kans dat ik dit jaar nog met mijn eigen telefoon moet bellen is opnieuw een pak kleiner geworden. De mogelijkheden om de zoon van tijd te verblijden met een nieuwe auto zijn gemaximaliseerd.

Een lijstje is maar een lijstje en hoewel de techniek om de rangschikking te maken duidelijk een pak beter is dan de voorbije jaren, mis je toch pakweg een boskabout in die lijst omdat die een gesloten twitteraccount heeft. Of ben ik zogenaamd invloedrijker dan Neelie Kroes herself. In de praktijk ligt dat net iets anders, geloof ik.

Het zou me trouwens benieuwen op welke plaats ik zou eindigen op andere thema’s die me na aan het hart liggen.

Mijn eerste tweet #firsttweet

Op 22 mei 2008, twee dagen nadat ik mijn account had aangemaakt, sprak ik voor het eerst de twittermensheid toe. ’s Mans eerste woorden waren, en ik citeer:

Het had erger kunnen zijn. Ook jouw #firsttweet ontdekken: hier moet je wezen

Auto’s kijken

Auto’s wezen kijken vanavond. In bulk. Samen met mijn collega. Op uitnodiging van een collega. Naar het autosalon. Zij kent meer van auto’s dan ik. Zij houdt van feiten en ik meer van dromen en dus vulden we elkaar aan.

Er was een longlist van dingen die ik wilde zien (en zag). Mazda6 wagon (te duur), Volkswagen Touran (te groot voor ons), Ford C-max (echte focus is beter), Opel Zafira sports tourer (geen waw-gevoel),  Audi A3 sportwagon (wil ik), Seat Leon ST (leuke kar), Volvo V40 (koffer te klein), Skoda octavia of superb (te skoda naar ons beider smaak). Tussendoor wat speelgoed.

Kwamen dus als mogelijkheden uit de bus:

De Mazda3. Bleek achteraf dat deze ook wel te duur zou worden. Of er moet over de prijs te spreken zijn.

 

 

 

De Ford Focus Clipper. Al heeft Ford het verschrikkelijkste dashboard van West-Europa en omstreken. Gelijk duust knoppen overal.

 

De Seat Leon ST FR. Is leasinggewijs niet zo heel waardevast als een top-A-merk (straks die van Seat weer achter me aan). Dan kom je per maand hoger te zitten. Als de FR-versie met wat leuke extra’s niet kan, dan doe ik het niet denk ik.

En die A3 dus hé. Het zal wel te duur zijn maar ik vind dat echt een schoon masjien.

 

De (kleine) monovolumes, ik ben daar voor ons wat vanaf gestapt. Wij hebben kleine kinderen en willen kofferruimte, die vind je net zogoed in een break.

Liefst van al wil ik nog een maatje downsizen naar een hatchback met een degelijke koffer (zoals die A3 dus en die Mazda3).

Dat gaat hier nog niet voor morgen zijn.