Categories
Autohagiografie

Zippo

Een roker ben ik nooit geweest. De puberdingen. Dat. Betrapt ook. Door mijn vader. Ik kan de film zo afspelen. Toch sta ik elk jaar, op dagen dat de grond ’s morgens wit ligt en ook de mensen die niet roken wolkjes blazen te kijken naar de etalage van de krantenwinkel.

De display met de glimmende aanstekers trekt mijn aandacht. Niet de sigaretten. Die zijn ongezond en hebben akelige pakjes met foto’s en slogans die bedacht zijn door mensen die zowel de verkoop als het afremmen van de verkoop promoten. Vijf rijen met telkens vier aanstekers. Vier keer. Draaiend. De volle drie minuten die mijn verblijf aan de halte zal duren smeken ze om mijn aandacht.

Ik stel me voor dat ik de winkel binnenstap. Ik koop de basisversie want voor versiering moesten ook de oorspronkelijke gebruikers van de magische lichters het niet doen. Ineens ook een bus brandvloeistof. Die zal ik nooit nodig hebben. Ik plan niet te beginnen roken. Toch vind ik dat je dat in huis moet hebben, zoals mensen met een wegenhulp lidkaart ook een reservewiel en een bus premium olie in de koffer hebben. Ik reken af. Zo’n Zippo is een pak goedkoper dan ik denk. Ik stap buiten. Ik ben een andere man. Een Zippoman.

Terug aan de tramhalte test ik mijn nieuw verworven aansteker uitgebreid. Ik zoek er een plaats voor  in jas en tas. Ik bekijken het licht van het vuur dat geel is als de vlam die ’s avonds boven de haven naar de hemel reikt. Ik klap het deksel dicht, de enige manier om de eeuwige vlam van het merk met de eeuwige vlam te doven. Ik die het opnieuw aan. Opnieuw kijken en even mijn ogen oprichten of de andere wachtenden het ook zien. Ik ben de man met de vlam en dat weer noch wind zullen mij niet tegenhouden als zij iets dienden te laten ontbranden.

Zo loopt het niet en zo zal het niet lopen. Ik rook niet en dus behoef ik geen eeuwigdurende vlam. Dat spijt me. Soms. Op dat de grond ’s morgens wit ligt en ook de mensen die niet roken wolkjes blazen.

Categories
Autohagiografie

De witte vlag

Een jaar lang, misschien langer, heb ik me verzet. Hard. Tegen de trend naar analoog. Tegen moleskine boekjes en tegen alles wat nog maar rook naar ‘niet meer digitaal’. Ik heb me verzet tegen het afzetten van notificaties en tegen minder toeters en bellen en dan heb ik mijn huik naar de wind gehangen.

Nu heb ik een moleskine boekje (waarover later meer) en een analoog kanbanbord (waarover ook later meer). Het zou teveel van mijn eergevoel vragen om te schrijven dat ik geplooid ben.

Eigenlijk is het gewoon zo: er is zo’n boekje in mijn schoot gevallen en er was mij gevraagd om een boekje te testen en zoals ik bij het testen van telefoons altijd boemslag overstap van telefoon ben ik nu boemslag een analoge kantoorridder geworden.

De ervaringen na een week: meetings verlopen beter, ik schrijf minder, ik kan weer schrijven, wie vindt copypaste uit voor analoog?.

Uiteraard lees ik nooit mails tijdens meetings, laat staan twitter, uiteraard zit ik steeds volop te noteren wat er gezegd wordt. Zo’n boekje heeft geen notificaties wil ik maar zeggen. Het is wel meer werk achteraf. Je moet die todo’s ergens anders kwijt. Ik weet ook wel dat ik niet maanden ga lezen wat ik moet doen.

Ik schrijf minder. Ja, er zijn ideeën en nee, ik schrijf die niet op, want een boekje uithalen, mijn pen zoeken in mijn sjakosse, opschrijven en dat achteraf nog nabekijken en weten wat ik nu weer wilde vertellen: it just doesn’t happen. Oplossing gezocht.

Wil je dat wel geloven dat ik twee dagen gesukkeld heb om weer te schrijven. Het ging me niet meer af. Mijn geschrift is nooit het mooiste ter wereld geweest maar kijk, het gaat snel want nu tater ik alweer op papier zoals in de periode toen ik student was.

Wat mij brengt bij het grootste probleem van papier. Dat heeft geen copypaste. Hoe vaak komt het voor dat iemand iets zegt dat gaat over iets wat daarvoor is gezegd maar dat heeft dan zou dan eigenlijk tussen dit en dat moeten staan maar daar staat dan al dat en dan is dat niet meer te doen.

Volgens mij ben ik een sucker voor een soort digitale pen met de voordelen van papier én van digitaal.

Verder blijft het een work-in-progress. Misschien heb ik een analoge bevlieging en hoor je er hier nooit meer iets over. Laat het mij een staakt-het-vuren noemen voorlopig.

Categories
Autohagiografie

De willekeurige en ik

Soms zegt iemand mij dat ik wel kan schrijven. Dan probeer ik iets te zeggen in de stijl van ‘ik doe mijn best’ of ‘ik probeer ook maar wat’. Dat laatste ligt dichter bij de waarheid geloof ik.

Dan stap ik de trein op en ik zie haar. De willekeurige. Zij zit altijd op mijn trein. Dan denk ik dat ik haar moet beschrijven. Omdat ik mezelf moet testen. Dit. Heeft. Nog. Nooit. Gewerkt. Ik heb me vaker in deze positie bevonden.

Haar oversized handtas en haar bordeaux gelakte nagels. Haar ouderwetse schoenen en dat blonde haar dat haar op haar leeftijd -hoe oud zou ze zijn, 42?- een jonge aanblik geeft.

Dan ga ik focussen op het boek dat ze aan het lezen is. Diereneten. Dan zie ik de blik in haar ogen en dan valt er een puzzel. Niet. Zou die ring van glas of plastic zijn? Het eerste denk ik. Het zou beter zijn voor mijn verhaal dat niet geschreven wordt.

Dan denk ik: was ik maar een schrijver. Dan zou ik haar beschrijven. Een foto maken in woorden. Dan zou ik haar een betekenis geven. Zij, de willekeurige. Waarom ze net dat boek aan het lezen is en ik zou vooruit denken over wat dat boek voor verdere reis doorheen mijn verhaal zou betekenen.

Ze draait een pagina om. Krachtig. Haar seconden worden dagelijks met de hand geteld. 64387. 63388. Ze leest haar boek per hoofdstuk en doet van die roze bladwijzers van 3M op de belangrijkste pagina’s. Twee codes. Kort uitstekende bladwijzers zijn oneliners. Ver uitstekende duiden belangrijke passages aan.

Mijn vingers glijden over het kalvier maar ik krijg geen woord na elkaar op het virtuele papier dat ik heb opgezet.

Zij heeft het door. Dat voel ik. Dat merk ik als ik langs haar door het raam kijk, alleen maar omdat ik dan wel twee keer naar haar moet kijken, een proces dat ik gedurende deze treinrit meermaals zal moeten herhalen.

Ik vraag me af wat ik hier zit te doen en wat zij. Waarom zij de willekeurige is en ik de niet-schrijver. Ik vraag me af waarom ze het boek dat eigendom is van de gemeentelijke bibliotheek van Aarschot met zoveel kracht omplooit om dan met haar hoofd tegen het raam en het boek op haar nonchalant leunende linkerarm vlak voor haar gezicht te houden.

Het is vrijdagavond. Ik maak me zorgen. Omdat ik niet kan schrijven wat ik zie. Niet verder kan kijken. Ik kijk naar haar nauw zittende donkere jeans en ik vraag me af of ze dit met opdoet deze kleren. Ze zijn net onmodieus genoeg om de bedoeling te kunnen zijn. Als hier over is nagedacht, dan is dat met kennis van zaken gebeurd.

Intussen heb ik nog steeds geen letter op papier en zinkt mij de moed in de schoenen. “Onafhankelijk van het onderwerp, een leuke stijl”, dat waren zijn letterlijke woorden denk ik maar nu ik mijn onderwerp voor me zie, de kans heb te schrijven, dan lukt het niet.

Categories
Autohagiografie

Muziek door mijn eeuwen heen (5): Jazz

Ha! Een reeks die bestaat uit vijf blogposts. Het betreft hier de voortreffelijke reeks ‘muziek door mijn eeuwen heen’ en biedt een overzicht van waar ik zo naar luister. Een andere aanpak deze keer. Graag heb ik het over een genre. Jazz.

Aanleiding? Jazz Middelheim. Oorzaak voor de veranderde aanpak deze keer: ik ken nog steeds te weinig jazz om mezelf een zelfs vaagweg een kenner te noemen. Mijn actieve kennis van de standards beperkt zich tot het herkennen van bluesette en dat is echt minimum minimorum.

Het moet tijdens mijn studentenperiode geweest zijn dat ik op halfregelmatige basis in aanraking kwam met jazz. Dan wordt het al eens later terwijl je op kot nog wat achter de boeken zit.

Dan zijn er tussen elf en twaalf op Klara van die fijn zwiepende noten die je tot rust lieten komen na het onovertroffen radioprogramma mixtuur. (daar moet ik ook nog eens wat over pennen)

Het was de periode waarin de nu-jazz opgang maakte. Saint-Germain kwam in de hitlijsten te staan, Blue Note werd een huishoudnaam. Na een passieve periode van luisteren wat er op de radio te horen was, kwam een actieve periode, niet in het minst onder invloed van mijn betere wederhelft.

Actieve ontdekkingstochten langs de bibliotheekrekken brachten een overzicht van de jazzgeschiedenis binnen. Niet dat ik nu vijf jazzmuzikanten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op een tijdlijn kan zetten. Niet dat ik elke muzikant aan het juiste instrument kan linken.

Sinds die tijd ga ik op halfregelmatige basis naar jazzconcerten. In de Roma of tijdens jazz middelheim, één van de weinige festivals die ik meer dan één keer heb bezocht. Dit jaar was ik er niet. Hoe dat juist komt, ik zou het niet kunnen vertellen. Bij Klara hebben ze een playlist opgesteld. Zo kom je te weten wat je dit jaar gemist hebt.

Bij The Guardian hebben ze een overzicht van wat je zo van jazz moet kennen. Misschien vind je er wat tussen.

Categories
Autohagiografie

Geheelonthouder

Het is sterker dan mezelf. Soms. Even een tweet. Interessant artikel lezen en delen. Eens kijken hoe de zaken draaien op een Facebookpagina. Had ik nog een mail? Snel nog even…

Persoonlijk en werk lopen in elkaar over bij mij. Ik ben me daarvan bewust. Niets tegen. Soms moet je eens zeggen. Gedaan. Even. Een week. Dat is 5,41 keer zo lang als de vorige keer.

Dat doe ik de komende 7 dagen. Van dinsdag 8 augustus tot en met 14 augustus. Digitale retraite. Niet een beetje. Dat werkt niet. Niet bij mij. Ineens het stopcontact er volledig uit. Geen internet voor mij. Geen telefoon. Geen fax. Televisie en lezen op de Kindle mogen wel. Lean back media.

Mijn collega’s zeggen dat ik het nooit vol zal houden. Misschien hebben ze gelijk. Misschien lees je hier binnen drie dagen een blogpost over onweerstaanbare drang en ontoerekeningsvatbaarheid in de nabijheid van communicatiemedia. Het is niet de bedoeling.

Als het dringend is, stuur je maar een kaartje.

Categories
Autohagiografie

Ploegenachtervolging

Vandaag reed de Britse ploeg een Wereldrecord in de discipline ploegenachtervolging. Ik kon niet meteen een embedbare video vinden maar kijk eens bij Sporza. Ploegenachtervolging is één van de disciplines die ik voor geen geld ter wereld wil missen. Kijk mee naar de volgende foto.

Afgetrainde lijven, dat zie je overal. Ploegenachtervolging is zoveel meer. Dat is snelheid en technologie. Design en innovatie. Psychologie en sociologie en alle sociale wetenschappen samen in één sport gegoten. Ploegenachtervolging dat is Carl Philipp Gottlieb von Clausewitz en Sun Tzu. Dat is schaken per team met vier keer 300 Watt in de benen.

Morgen is er meer van dat. Twee keer. Nu niet meer ploeg per ploeg maar ook tegen elkaar. Split screen. Wie komt het eerst aan de lijn. Wie is de derde van elke ploeg want die telt. Het individuele overheerst het collectief. Dan. Als je de derde Rus bent die het wiel heeft moeten lossen en alles pijn doet, je geen energie meer hebt om te trappen, geen lucht meer om de roepen. Wacht. Op. Mij.

Ploegenachtervolging. Schoner worden de spelen niet.

Afbeeldingsbron

Categories
Autohagiografie

Met de elektrische auto naar den delhaize, editie 2012

Mensen die deze kolommen al langer volgen weten dat mijn wagenpark geoutsourced is. Enfin. Ik heb een abonnement bij autodeelfirma cambio. Die mensen boden al langer een elektrische wagen aan in Gent maar nu zijn er ook een paar e-auto’s in Antwerpen. Een test drong zich op.

Eerder al reed ik met een e-Renault. Dat vond ik wel een leuke ervaring. Toen was mijn voornaamste opmerking dat ik het geen ‘speciaal’ genoege auto vond. De lancering van de Twizy moest ik aan mij voorbij laten gaan, wat een jammerlijke zaak is. De auto in Antwerpen cambiostation Kievit (voor de mensen die niet zo vertrouwd zijn met ’t stad: de achterkant van het centraal station) is een Mitsubishi Miev.

Mijn enige ervaring met Mitsubishi is dat ik van hen ooit een telefoon had (echt waar), een i-mode telefoon van Base die ik kreeg bij mijn eerste data-abonnement. Het was 2002, 2003 denk ik. Nu dus een auto. There is no second chance to make a first impression en de Mitsubishi maakt een eerste indruk. Ik vind haar wel iets hebben (een auto is vrouwelijk, leerde ik van Wim). Iets speciaal, niet iets mooi. Dat is niet jammer, dat is een vaststelling.

De rijervaring komt overeen met wat ik toen met de Renault beschreef. Een beetje bevreemdend, but in a good way. Het is vooral vreemd dat je niet hoort wanneer je motor gestart is. Dat je glijdt en niet rijdt. Dat je je rem loslaat en dat je beweegt. De i-miev is een vierdeurswagen maar het moet gezegd, op echt veel bagageruimte moet je niet rekenen. Een e-voertuig is vandaag nog niets om mee op reis te gaan. Delhaizeshoppings ter waarde van € 141,37 passen net in de koffer.

Wat mij vooral opviel was de magere extra-uitrusting van de Miev eigenlijk. Het zal bij Cambio wel een basismodel zijn, die mensen moeten het ook betaalbaar houden maar toch, in de Renault was er zo in het interieur iets wat je meer ‘toekomstgevoel’ gaf. LED-verlichting, de juiste e-touch aan het dashboard, dat slag dingen. De Mitsubishi is net iets te spaarzaam daarmee.

Het is de toekomst zou je denken, dat elektrisch rijden. Of er moest een radicale doorbraak komen voor waterstofmotoren, dat zou ik nog de max’er vinden. Als je het station dan buitenkomt en je ziet al die ontploffingsmotorenauto’s, kan je niet anders dan denken: “ik ben net even weg geweest maar nu ben ik terug in de échte 21ste eeuw”.

Dan denk je: “eigenlijk ben ik het aan mijn stad verplicht om hier geen CO2 te gaan liggen uitstoten want hier wonen mensen, niet in het minst ikzelf”. Dan denk je: wat maakt mijn zes kilometer van en naar Delhaize nu eenmaal uit? Mensen rijden auto’s. Veel. Teveel. Moet ik verantwoordelijkheid nemen? Moet ik altijd een uur van mijn tijd opofferen omdat de i-miev niet in Borgerhout maar in hartje Antwerpen geparkeerd staat? Ik weet het niet.

Maar er staat een elektrisch laadstation aan ‘mijn’ cambiostelplaats. Ik hoop straks ook elektrisch te rijden. Hoop.

Categories
Autohagiografie

Muziek door mijn eeuwen heen (4): Amon Tobin ft MC Decimal – Verbal

Het was in Brussel dat ik Amon Tobin zag optreden. Het moet de AB geweest zijn. 2003. 2004. Helemaal zeker ben ik dat niet.

In den beginne was er niets. Zelfs geen podium. Alleen een gaas waar het podium had moeten zijn. Dat en publiek. Daarna gingen de lichten uit. Verscheen er helemaal in de verte een klein lichtje. De achterkant van een MacBook.

Daarna een van de spectaculairste optredens die ik zag, denk ik. Amon Tobin hebben we niet gezien die avond. Zijn schaduw sprong achter het scherm heen en weer van scherm naar computer naar synthesiser naar drumcomputer.

De grot van Plato in een muzikale editie. Muzikaal en visueel geweld uit het niets. Uit doosjes en elektronische circuits. Centraal achter het gaas één felle lamp waaruit de projecties op het gaas werden gegooid.

Er was geen MC Decimal, die keer in Brussel. Zijn stem weerklonk maar het kwam uit een doosje. Het was een stevige live-versie herinner ik me. Met snedige raps en harde beats.

Amon Tobin maakte indruk en stelde ongewild een vraag. Wat is dat, live-muziek? Zou ik het geweten hebben als het een stagehand was die het die avond had overgenomen, script nog bij de hand, voor het geval dat? Zou ik het geweten hebben als het een CD was die avond? Maakt dat wat uit?

Het antwoord weet ik nog niet. Dat Verbal een beestig nummer is wel.

Categories
Autohagiografie

De vraag en het aanbod

Er was de vraag of ik het zou zien zitten om voor een kleine groep van hooggeplaatste mensen een workshop te geven rond social media. Insteek: personal branding. Dat zag ik zitten want ik heb daar wel een idee over. Over hoe je dat vooral niet moet gaan doen en hoe je dat dan niet doet. Het kon in mijn agenda gepland worden.

Het ging niet door. Agenda’s aan andere kanten lukten niet, vakantie, dat slag. Het bleef een aanvraag. Intussen had ik wel al nagedacht. Mijn mening verder gevormd. Er was een concept en ik zou eens iets anders doen. Dat probeer ik altijd. Weg van de platgetreden workshop-en-tipspaden.

Als zoiets dan niet doorgaat, vind ik dat altijd jammer, want ik stel me in op dat soort dingen en ik denk na en er is een concept en dat concept is dan uiteraard het beste wat er ooit is geweest. En dan kan ik dat niet doen.

Dan bekruipen de vragen mij: moet ik daar een workshop van maken (ik heb daar geen tijd voor om dat te organiseren) of wacht ik op een nieuwe vraag maar zal dit concept dan nog wel het beste zijn want in de regel doe ik nooit twee keer hetzelfde. Of maak ik er een blogpost van maar dan moet het concept toch wat bijgestuurd en ik kan niet vermijden dat ook andere mensen dan een kleine groep het zouden lezen.

Er zal nooit nog een kleine groep van hooggeplaatste mensen zijn die deze vraag aan mij stelt terwijl ik dit concept het beste concept ter wereld vind en dat hooggeplaatst, dat maakt ook deel uit van het concept. Enfin. De vragen die een mens zich soms stelt, je houdt het niet voor mogelijk.

Categories
Autohagiografie Communicatie

De Diaboloverbinding door de ogen van een treinadept

Sinds maandag reis ik met de Diabolotrein van Antwerpen naar Leuven. Enfin, ik weet niet of dat officieel de Diabolotrein is maar we komen over het Diabolotraject en dus noem ik ‘m maar zo. We komen langs de spoortunnel van de nationale luchthaven van dit land, daar komt het op neer.

Verandering, ik ben daar wel voor. Zo op geregelde tijdstippen en al zeker als het een verbetering betreft. Twee treinen per uur in plaats van één bijvoorbeeld. De trein als experience zoals mij die op de officiële diabolowebsite wordt aangekondigd. Hoewel ik het niet zag komen, het ding werd mij verkocht zoals geen enkele trein mij ooit is verkocht en ik ben een vaste klant.

We kunnen daar kort over zijn: de diaboloverbinding is niet wat ze belooft te zijn. Dat ik 7 minuten langer onderweg ben, is nog het minste. Ik zit in met de NMBS en haar marketingdepartement. Of ze de vier pees wel kennen en dat de p van product de grootste pee is.

Het was immers niet zonder poeha dat de eerste trein reed. Er was -zoals dat dan heet- een heus event aan gekoppeld met gratis treinritten en animatie en vuurwerk en het was op het nieuws en het stond in de krant en alles erop en eraan. Dat was zondag nog.

De afgeschafte trein op maandagmorgen, daar konden de mannen van den ijzeren weg niet aan doen. Iemand had zich voor de trein gezet en daar was een opzettelijk ongeval van gekomen. Mijn test kwam pas op dinsdag.

Waar de trein naar Leuven vroeger van spoor 5 mocht vertrekken, was er nu sprake van spoor 5A. Dat is hetzelfde met één redelijk groot verschil. Waar er vroeger twee gekoppelde treinen naar Leuven reden, is dat nu naar één teruggebracht. Op die manier kunnen er namelijk twee halve treinen rijden en zoals elk klein kind je zal vertellen, komt dat op hetzelfde neer.

Echter. Live the experience. Dat had wat verwachtingen geschept. De gebruikelijke trein naar Leuven is op warme dagen best een experience zo zonder airco. Dus had ik verwacht dat er met de nieuwe lijn ook nieuwe treinen zouden komen of op zijn minst toch vernieuwde treinen. Dat bleek niet het geval.

Productgewijs is de evolutie dus als volgt: minder beschikbare plaatsen en ruimte op een trein die in plaats van Mechelen-Nekkerspoel en Haacht de stations van Mechelen en Brussel nationale luchthaven aandoet. Vooral die laatste blijkt nogal bagagehevig te zijn en de valiezen van twee oudere dames op weg naar het strand van Egypte krijg je niet weggelegd tussen, onder of boven de zitplaatsen.

Om maar te zeggen dat het wat voller is dan voorheen wegens drukkere stations. Met wat minder ruimte wegens verkorte samenstelling. En dan zijn het nog examens en zitten de meeste studenten op dit moment in afzondering in hun kamer of op hun kot alwaar ze slechts om de twee, drie dagen, samenvatting in de ene, schrijfgerief in de andere hand uit komen.

Airco was er niet op de treinen tussen Leuven en Antwerpen. Dat vind ik niet meer zo hedendaags maar niets wat een douche bij thuiskomst niet weg kan wassen maar wil je als Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zo je visitekaartje afgeven aan buitenlandse toeristen? Wil je als stad Antwerpen geld gooien tegen buitenlandse citymarketing en vervolgens de toeristen laten aanrukken in overvolle en niet-luchtgekoelde treinstellen?

Pardon my French maar wat een kutmarketing. Live the experience my ass. De mensen die uit Nekkerspoel reizen vielen vorige week als ongepolijste natuursteenblokken uit de lucht dat de trein niet meer in hun station stopt, het product is slechter geworden voor de meeste reizigers en aan de toerist wordt een visitekaartje afgegeven dat eigenlijk niet representatief is voor wat de NMBS over het algemeen presteert.

Want begrijp me niet verkeerd. Ik ben voor treinen en zelfs een beetje voor de NMBS waarvan ik vind dat ze soms wat meer modder over zich heen krijgen dan ze eigenlijk verdienen maar dit, my dear friends, you handled it poorly.

Categories
Autohagiografie

Dertig

Een verjaardag is een banale afspraak op de kalender. New all day event. Repeat. Yearly. June 3rd. Expiration date unknown. Meestal is die dag er ineens en dan weet ik het maar half en dan is er toch een kaartje en dan is er iets koud gelegd wat dan gedronken kan worden.

Deze is dus anders. Ineens ben ik geen twintiger meer. Het zat er aan te komen. Al zeven jaar. Al van toen ik afgestudeerd ben is dit een ijkpunt. “Als ik dertig ben, wil ik iemand zijn”, zo sprak ik toen en niemand hoorde het want ik vertelde het niemand.

Nu en dan deed ik dat wel en soms had ik er spijt van. Want er werd doorgevraagd en ik kon dat niet zo zeggen wie dat dan moest zijn, die iemand.

Als je het me zou vragen of ik dat ben, iemand, dan zou ik neigen om ‘ja’ te antwoorden. Mijn lief is de max en wij hebben samen toevallig de schattigste zoon ter wereld geproduceerd. Mijn petekind is gelukkig een meisje. Ik heb een appartement met een breedbandinternetaansluiting, in een stad die ‘thuis’ voelt, ook al ben ik ver van ‘huis’.

Mijn job is van dien aard dat ik recent een commercieel aanbod vriendelijk van de hand wees omdat het toch niet hetzelfde nut heeft als wat ik nu doe. Ook niet voor veel meer op het einde van de maand m’vrouw. Dankuwel.

Deze blog draait zoals het hoort en blijkbaar valt wat ik zeg op twitter ook in de smaak want men zet mij in lijstjes en op posities waarvan ik denk: serieuze madammen en meneren waar gij tussen staat Seurinck. Dat ik teer op dat soort aandacht, ik ga mijn best niet doen om dat te verstoppen. Het bijhorende winkeltje dat ik hier heb in presentaties, daar moet ik eerder de rem op zetten dan gas bijgeven. Dat stoort niet.

Er zijn dingen waar ik minder goed in ben. Zoals vrienden en familie, daar ben ik misschien niet zo goed in. Druk m’neer. Met iemand te worden en iemand te zijn. Intussen ook nog wat van gezin doen. Daar moet ik aan werken. Ik weet dat. Mijn telefoon grijpen en bellen op normale uren, het lijkt een plan dat makkelijker te bedenken dan uit te voeren is.

Als ik mij probeer te herinneren wat ik bedoelde met “iemand zijn als ik 30 ben”, dan denk ik dat ik mag zeggen dat ik tevreden mag zijn met wie ik ben en wat ik met wie mag doen. Een beetje trots misschien zelfs. Ik ben blij.

Santé.

Categories
Autohagiografie

Ik heb iets spannend meegemaakt

Een mens maakt wat mee als je zo op zaterdag naar den Delhaize gaat. Spanning en sensatie. Rook. Vuur. Onwetendheid. Twijfel. Actie. Intense gesprekken. Paniek en veel meer.

Enfin, beste leesbuiskindertjes. Ik was zaterdag in den Delhaize. De fatale Delhaize zou ik schrijven als er gewonden of zelfs doden te betreuren waren geweest.

Mijn lijstje van dertig mee te brengen items was geslonken tot tien. Tussen de appels en de ananassen (op de keper beschouwd is dat geen moeilijk te spellen woord) hoorde ik boven de podcaststem van Maarten Hendrikx (met kaa iex) het geluid van een alarm.

Pas op. Het wordt nog spannend. Een alarm op zich is vandaag den dag niet meer spannend. Zulks liet zich ook vertalen in mijn gedrag. Ik ging lekker verder. Wortelen nog. Tot een vriendelijke winkelbediende me aansprak. Of ik misschien naar de uitgang wilde gaan. Er was alarm en terwijl ik langs zijn gezicht heen keek zag ik ineens ook rook.

Zonder aarzelen verliet de held van dit verhaal het pand. Daar probeerde ik enkele gesprekken aan te knopen. Het zou immers allemaal snel afgelopen zijn en dan konden we verder. Toen was er meer rook en wilden de gesprekken niet zo vlotten. Even bellen. Nee, het vlotte niet zo. Delhaize. Evacuatie. Later.

Mijn. Auto. Staat. Boven. Deze. Winkel.

Mijn heldhaftigheid nam de bovenhand. Met enkele passen rende ik naar de dakparking, ik sprong mijn geleende cambiowagen in en startte de motor. Het gebeurde allemaal heel snel. Terwijl om mij heen nog mensen hetzelfde deden. Snel schakelde ik. Achteruit. Gas. Rem. Stop. Vooruit en weg, de helling naar beneden. De bareel -die jammergenoeg voor mijn heldhaftige daden- omhoog bleek te staan, voorbij. De vrijheid tegemoet.

Dik een uur nadat ik was vertrokken, stond ik opnieuw thuis. Zonder één item van mijn lijstje. Zonder mijn Delhaizezakken ook. Zorgvuldig bijeen gespaard tijdens momenten waarop ik ze was vergeten. Mijn heldendom was in crisis maar ik had een auto, die nog veel mensen zouden gebruiken van uitbranden gered. Een daad van het individu jegens de gelijken.

Later die dag ging ik ook nog naar Colruyt. Het was lang geleden dat ik daar nog eens was. Het beviel niet echt. Dat is voor een volgend avontuur van uw held.