De vraag en het aanbod

Er was de vraag of ik het zou zien zitten om voor een kleine groep van hooggeplaatste mensen een workshop te geven rond social media. Insteek: personal branding. Dat zag ik zitten want ik heb daar wel een idee over. Over hoe je dat vooral niet moet gaan doen en hoe je dat dan niet doet. Het kon in mijn agenda gepland worden.

Het ging niet door. Agenda’s aan andere kanten lukten niet, vakantie, dat slag. Het bleef een aanvraag. Intussen had ik wel al nagedacht. Mijn mening verder gevormd. Er was een concept en ik zou eens iets anders doen. Dat probeer ik altijd. Weg van de platgetreden workshop-en-tipspaden.

Als zoiets dan niet doorgaat, vind ik dat altijd jammer, want ik stel me in op dat soort dingen en ik denk na en er is een concept en dat concept is dan uiteraard het beste wat er ooit is geweest. En dan kan ik dat niet doen.

Dan bekruipen de vragen mij: moet ik daar een workshop van maken (ik heb daar geen tijd voor om dat te organiseren) of wacht ik op een nieuwe vraag maar zal dit concept dan nog wel het beste zijn want in de regel doe ik nooit twee keer hetzelfde. Of maak ik er een blogpost van maar dan moet het concept toch wat bijgestuurd en ik kan niet vermijden dat ook andere mensen dan een kleine groep het zouden lezen.

Er zal nooit nog een kleine groep van hooggeplaatste mensen zijn die deze vraag aan mij stelt terwijl ik dit concept het beste concept ter wereld vind en dat hooggeplaatst, dat maakt ook deel uit van het concept. Enfin. De vragen die een mens zich soms stelt, je houdt het niet voor mogelijk.

De Diaboloverbinding door de ogen van een treinadept

Sinds maandag reis ik met de Diabolotrein van Antwerpen naar Leuven. Enfin, ik weet niet of dat officieel de Diabolotrein is maar we komen over het Diabolotraject en dus noem ik ‘m maar zo. We komen langs de spoortunnel van de nationale luchthaven van dit land, daar komt het op neer.

Verandering, ik ben daar wel voor. Zo op geregelde tijdstippen en al zeker als het een verbetering betreft. Twee treinen per uur in plaats van één bijvoorbeeld. De trein als experience zoals mij die op de officiële diabolowebsite wordt aangekondigd. Hoewel ik het niet zag komen, het ding werd mij verkocht zoals geen enkele trein mij ooit is verkocht en ik ben een vaste klant.

We kunnen daar kort over zijn: de diaboloverbinding is niet wat ze belooft te zijn. Dat ik 7 minuten langer onderweg ben, is nog het minste. Ik zit in met de NMBS en haar marketingdepartement. Of ze de vier pees wel kennen en dat de p van product de grootste pee is.

Het was immers niet zonder poeha dat de eerste trein reed. Er was -zoals dat dan heet- een heus event aan gekoppeld met gratis treinritten en animatie en vuurwerk en het was op het nieuws en het stond in de krant en alles erop en eraan. Dat was zondag nog.

De afgeschafte trein op maandagmorgen, daar konden de mannen van den ijzeren weg niet aan doen. Iemand had zich voor de trein gezet en daar was een opzettelijk ongeval van gekomen. Mijn test kwam pas op dinsdag.

Waar de trein naar Leuven vroeger van spoor 5 mocht vertrekken, was er nu sprake van spoor 5A. Dat is hetzelfde met één redelijk groot verschil. Waar er vroeger twee gekoppelde treinen naar Leuven reden, is dat nu naar één teruggebracht. Op die manier kunnen er namelijk twee halve treinen rijden en zoals elk klein kind je zal vertellen, komt dat op hetzelfde neer.

Echter. Live the experience. Dat had wat verwachtingen geschept. De gebruikelijke trein naar Leuven is op warme dagen best een experience zo zonder airco. Dus had ik verwacht dat er met de nieuwe lijn ook nieuwe treinen zouden komen of op zijn minst toch vernieuwde treinen. Dat bleek niet het geval.

Productgewijs is de evolutie dus als volgt: minder beschikbare plaatsen en ruimte op een trein die in plaats van Mechelen-Nekkerspoel en Haacht de stations van Mechelen en Brussel nationale luchthaven aandoet. Vooral die laatste blijkt nogal bagagehevig te zijn en de valiezen van twee oudere dames op weg naar het strand van Egypte krijg je niet weggelegd tussen, onder of boven de zitplaatsen.

Om maar te zeggen dat het wat voller is dan voorheen wegens drukkere stations. Met wat minder ruimte wegens verkorte samenstelling. En dan zijn het nog examens en zitten de meeste studenten op dit moment in afzondering in hun kamer of op hun kot alwaar ze slechts om de twee, drie dagen, samenvatting in de ene, schrijfgerief in de andere hand uit komen.

Airco was er niet op de treinen tussen Leuven en Antwerpen. Dat vind ik niet meer zo hedendaags maar niets wat een douche bij thuiskomst niet weg kan wassen maar wil je als Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zo je visitekaartje afgeven aan buitenlandse toeristen? Wil je als stad Antwerpen geld gooien tegen buitenlandse citymarketing en vervolgens de toeristen laten aanrukken in overvolle en niet-luchtgekoelde treinstellen?

Pardon my French maar wat een kutmarketing. Live the experience my ass. De mensen die uit Nekkerspoel reizen vielen vorige week als ongepolijste natuursteenblokken uit de lucht dat de trein niet meer in hun station stopt, het product is slechter geworden voor de meeste reizigers en aan de toerist wordt een visitekaartje afgegeven dat eigenlijk niet representatief is voor wat de NMBS over het algemeen presteert.

Want begrijp me niet verkeerd. Ik ben voor treinen en zelfs een beetje voor de NMBS waarvan ik vind dat ze soms wat meer modder over zich heen krijgen dan ze eigenlijk verdienen maar dit, my dear friends, you handled it poorly.

Dertig

Een verjaardag is een banale afspraak op de kalender. New all day event. Repeat. Yearly. June 3rd. Expiration date unknown. Meestal is die dag er ineens en dan weet ik het maar half en dan is er toch een kaartje en dan is er iets koud gelegd wat dan gedronken kan worden.

Deze is dus anders. Ineens ben ik geen twintiger meer. Het zat er aan te komen. Al zeven jaar. Al van toen ik afgestudeerd ben is dit een ijkpunt. “Als ik dertig ben, wil ik iemand zijn”, zo sprak ik toen en niemand hoorde het want ik vertelde het niemand.

Nu en dan deed ik dat wel en soms had ik er spijt van. Want er werd doorgevraagd en ik kon dat niet zo zeggen wie dat dan moest zijn, die iemand.

Als je het me zou vragen of ik dat ben, iemand, dan zou ik neigen om ‘ja’ te antwoorden. Mijn lief is de max en wij hebben samen toevallig de schattigste zoon ter wereld geproduceerd. Mijn petekind is gelukkig een meisje. Ik heb een appartement met een breedbandinternetaansluiting, in een stad die ‘thuis’ voelt, ook al ben ik ver van ‘huis’.

Mijn job is van dien aard dat ik recent een commercieel aanbod vriendelijk van de hand wees omdat het toch niet hetzelfde nut heeft als wat ik nu doe. Ook niet voor veel meer op het einde van de maand m’vrouw. Dankuwel.

Deze blog draait zoals het hoort en blijkbaar valt wat ik zeg op twitter ook in de smaak want men zet mij in lijstjes en op posities waarvan ik denk: serieuze madammen en meneren waar gij tussen staat Seurinck. Dat ik teer op dat soort aandacht, ik ga mijn best niet doen om dat te verstoppen. Het bijhorende winkeltje dat ik hier heb in presentaties, daar moet ik eerder de rem op zetten dan gas bijgeven. Dat stoort niet.

Er zijn dingen waar ik minder goed in ben. Zoals vrienden en familie, daar ben ik misschien niet zo goed in. Druk m’neer. Met iemand te worden en iemand te zijn. Intussen ook nog wat van gezin doen. Daar moet ik aan werken. Ik weet dat. Mijn telefoon grijpen en bellen op normale uren, het lijkt een plan dat makkelijker te bedenken dan uit te voeren is.

Als ik mij probeer te herinneren wat ik bedoelde met “iemand zijn als ik 30 ben”, dan denk ik dat ik mag zeggen dat ik tevreden mag zijn met wie ik ben en wat ik met wie mag doen. Een beetje trots misschien zelfs. Ik ben blij.

Santé.

Ik heb iets spannend meegemaakt

Een mens maakt wat mee als je zo op zaterdag naar den Delhaize gaat. Spanning en sensatie. Rook. Vuur. Onwetendheid. Twijfel. Actie. Intense gesprekken. Paniek en veel meer.

Enfin, beste leesbuiskindertjes. Ik was zaterdag in den Delhaize. De fatale Delhaize zou ik schrijven als er gewonden of zelfs doden te betreuren waren geweest.

Mijn lijstje van dertig mee te brengen items was geslonken tot tien. Tussen de appels en de ananassen (op de keper beschouwd is dat geen moeilijk te spellen woord) hoorde ik boven de podcaststem van Maarten Hendrikx (met kaa iex) het geluid van een alarm.

Pas op. Het wordt nog spannend. Een alarm op zich is vandaag den dag niet meer spannend. Zulks liet zich ook vertalen in mijn gedrag. Ik ging lekker verder. Wortelen nog. Tot een vriendelijke winkelbediende me aansprak. Of ik misschien naar de uitgang wilde gaan. Er was alarm en terwijl ik langs zijn gezicht heen keek zag ik ineens ook rook.

Zonder aarzelen verliet de held van dit verhaal het pand. Daar probeerde ik enkele gesprekken aan te knopen. Het zou immers allemaal snel afgelopen zijn en dan konden we verder. Toen was er meer rook en wilden de gesprekken niet zo vlotten. Even bellen. Nee, het vlotte niet zo. Delhaize. Evacuatie. Later.

Mijn. Auto. Staat. Boven. Deze. Winkel.

Mijn heldhaftigheid nam de bovenhand. Met enkele passen rende ik naar de dakparking, ik sprong mijn geleende cambiowagen in en startte de motor. Het gebeurde allemaal heel snel. Terwijl om mij heen nog mensen hetzelfde deden. Snel schakelde ik. Achteruit. Gas. Rem. Stop. Vooruit en weg, de helling naar beneden. De bareel -die jammergenoeg voor mijn heldhaftige daden- omhoog bleek te staan, voorbij. De vrijheid tegemoet.

Dik een uur nadat ik was vertrokken, stond ik opnieuw thuis. Zonder één item van mijn lijstje. Zonder mijn Delhaizezakken ook. Zorgvuldig bijeen gespaard tijdens momenten waarop ik ze was vergeten. Mijn heldendom was in crisis maar ik had een auto, die nog veel mensen zouden gebruiken van uitbranden gered. Een daad van het individu jegens de gelijken.

Later die dag ging ik ook nog naar Colruyt. Het was lang geleden dat ik daar nog eens was. Het beviel niet echt. Dat is voor een volgend avontuur van uw held.

Lijstjestijd

Het is lijstjestijd blijkbaar. Vorige week maandag was er nog de blogawards waar ik me bij de beste 10 mocht rekenen, vrijdag lag het lijstje van de meest invloedrijke tech-twitteraars in België volgens datanews op de digitale deurmat. Vorig jaar was ik daar nog zesde. Dit jaar zeventiende, dat is bijna hetzelfde. Bijna.

Twitter is veel veranderd het laatste jaar, als je het zo bekijkt. Veel mensen erbij, al lang niet meer het exclusieve speelterrein van geeks en communicatiemensen en barcampers. De lijst journalisten moet explosief zijn gestegen, net als de lijst van de studenten en de ambtenaren. De lijst met startuppers en consultants. Trainers ook en coaches. Bij bosjes. Het aantal dokwerkers blijft mijn mijn weten stabiel. Hij heet Jimmy en ik volg hem.

Er was weer kritiek van links en van rechts, op de meetmethode (Klout en Klout alleen). Terecht misschien. Zelf ben ik opnieuw blij daar bij te mogen zitten. Daarom is 17 voor mij hetzelfde als 6. Bijna.

Als ze aan 50 cio’s, ambtenaren, technologiejournalisten en business leaders uit de Belgische ict-sector vragen om een persoonlijke top tien samen te stellen van relevante, lokale tech-twitteraars, dan is er minimum 1 iemand die denkt: de Jan, die doet dat nog zo slecht niet.

Bedankt voor het vertrouwen en tot volgend jaar.

Niet gewonnen is half gewonnen

Het waren gisteren toch die uitreikingen van de blogawards in de lokalen van Roularta in Zellik hé? Je weet wel, ik was daar bij de finalisten enzo. Dat ik daar tevreden mee was, dat ik bij zo rond de 75 blogs uit de 3000 kwam als toch wel op de kaart staande.

Dat ik niet ging winnen stond voor mij op voorhand zowat vast, de concurrentie was te groot, te sterk, te divers. Top 3 zou haalbaar zijn, zo dacht ik. Misschien. Helaas, ook dat mocht niet zijn. Of ik teleurgesteld was? Ja en nee. Je schrijft aan zo’n ding toch wel een pak uur, hoewel ik een snelschrijver ben, ben ik ook een veelschrijver. Al bij al doe ik dat niet slecht denk ik. Soms. Hoewel er nog veel meer ruimte is voor verbetering.

Heel even ging ik gisteren aan het denken. Praatje makend met Amaury. Terwijl ik dit schrijf denk ik opnieuw. Wat zou ik anders moeten doen om wel te winnen? Op welke manier kan ik mijn content verbeteren? Moet ik toch meer een focus hebben? Heb ik een USP vandoen? Moet ik voor de gazet schrijven? Of is dat ook geen garantie. Hoe kan ik de Flanders DC blog verbeteren met de lessen die ik hiermee leer?

Ik ga er niet aan beginnen. Twee keer heb ik de content van mijn blog weggedaan. Helemaal de vuilbak in. Niets van terug te vinden. Omdat ik begon te denken. Omdat ik wist wie de lezers waren. Omdat ik niet meer schreef omdat ik dat leuk vind maar omdat… waarom schreef ik eigenlijk?

Deze keer niet dus. Ik ga niet nadenken. Schrijven omdat dat leuk is. Zonder focus. Waarover ik wil. Als er volgend jaar Blog Awards zijn en ik ben er niet bij in de finale zal ik niet teleurgesteld zijn.

(Bericht aan mezelf binnen één jaar: je had beloofd dat je niet teleurgesteld zou zijn, hou je daar nu maar aan)

Blogawards tussenstand

Die blogawards dus. Ze hebben daar vanavond een tussenstand van gegeven. Een top-3 uit elke categorie. Het podium. Zonder de jurypunten die voor 60% gaan meetellen. Het ziet er niet aardig voor me uit. Ik had dat een beetje gevreesd.

Als je het moet opnemen tegen oorbellen en auto’s, dan heb je met lappen tekst en rare dingen als linklistblogs al bij voorbaat verloren. Al zeker als je zevende staat op een lijst waar het een tijd verplicht was te stemmen.

Doch niet geaarzeld of getreuzeld en geen excuses gezocht, dit zag je aankomen als de sprintoverwinning van Mark Cavendish in de vijfde rit van de ronde van Qatar. Het is een spelletje en ik doe mee.

Daarom blog ik dit ook. Dat willen de mensen van Knack Weekend graag. Zo gaat dat met spelletjes. Je weet dat je speelt en het spel op zich is belangrijker dan het doel en ik heb me twee jaar en een tuk geleden voorgenomen om het alleen nog voor de fun te doen.

Orde van de dag. Jullie hebben werk, jullie die nog niet gestemd hebben maar dit blog wel leuk vinden. Ik zou het leuk vinden als jullie even langs zouden gaan bij de mensen van Knack en daar zeggen dat dat zo is.

Muziek door mijn eeuwen heen (3): Three MC’s and one DJ

Three MC’s and one DJ staat op de CD Hello Nasty van The Beasty Boys. Dat is dezelfde CD waar hits als ‘Remote Control’ en ‘Body Movin” en ook ‘Song for the man’ op staan. Vermoedelijk ken je enkel ‘Intergalactic’ wat een beestig nummer is.

Graag had ik het even over het nog veel epischer ‘Three MC’s and one DJ’. Wenst u onder het verder lezen te luisteren, klik dan even op play. (muziek begint op 1:43 ongeveer)

Hello Nasty is zo’n CD waarvan je denkt: als dit in de iTunesperiode was verkocht dan hadden de meesten daar wat, één, drie, vijf nummers van gekocht? Eigenlijk is dat jammer. Vind ik soms. Ja, er zullen artiesten geweest zijn die in de CD-periode dachten: “kom, we hebben drie leuke nummertjes, laat ons er nog tien bij lappen en we hebben een CD”. Het ‘altijd hits’ principe van iTunes heb ik nooit kunnen vatten. Als ik op Deezer of Spotify luister, dan luister ik ook steeds CD’s.

Maar Three MC’s and one DJ dus. Zo’n Beastie Boys, voor veel mensen zal dat drie man zijn. Te weten de heren Mike D, MCA en Ad-Rock. Zij zijn de rappers van de winkel (alvast op deze CD want de Beasty Boys hebben wel meer muzikale watertjes doorzwommen). Daarachter staat een man van wereldformaat. Mix Master Mike. De DJ. Op deze plaat doet hij dat voor het eerst onder de noemer ‘Beastie Boys’. Hij heeft door de micro weinig of niets te piepen.

Eigenlijk is Three MC’s and one DJ het voorwoord dat bij deze CD hoort. Het gezongen programmaboekje. Het is een een egonummer waarbij iedereen zichzelf mag bewieroken. Het is er zo over dat het nummer wel een soort kritiek lijkt op de pose van de rapper. Mix Master Mike mag tijdens het nummer ook eens expliciet laten horen waartoe hij in staat is en dat is een boel. Mix Master cut faster…

Toch is Three MC’s and one DJ niet het eerste nummer maar het twaalfde. Misschien is het een inleiding op het tweede deel van de CD. Veel minder raps en veel meer DJ Shadow toestanden daarin. Vanaf nummer 13 kan je Hello Nasty geen pop-plaat meer noemen maar zou het niet eens zo fout staan bij een label als Ninja Tune.

Voor mij is Three MC’s and one DJ één van de beste nummers van de CD. Muzikaal top en tekstueel zo compleet banaal dat het weer steengoed wordt. Je twijfelt of het nu gemeend is of een persiflage. Misschien lees ik er al bij al teveel in maar probeer maar eens stil te zitten. Ja jij daar die zonet op play hebt gedrukt.

Genomineerd

Vandaag zouden dus de nominaties bekend gemaakt worden van de Knack Weekend Blog awards. Zulks heeft mij geen slapeloze nachten gebracht noch zat ik te popelen om het nieuws over of ik er wel of niet zou bij zijn want zoiets had ik wel nodig gevonden te schrijven.

Met enige trots ende opluchting (moet ik toegeven) kan ik melden dat ik bij de genomineerden behoor. Dat stemt mij gelukkig. Over stemmen gesproken, u mag dat doen. Hierzo.

De singletaskende superman

Ik houd, zoals collega Pascal dat dan zegt, vaak nogal wat balletjes tegelijk in de lucht. Niet alleen op het werk met 9 project managers die allemaal van communicatie willen doen en dan voor hun digitale winkel langs mij passeren, daarnaast is er deze winkel en af en toe modereer of presenteer ik nog wel eens graag.Er is de wijkblog waar ik me weer wat meer voor zou moeten smijten en tig andere dingen.

Helaas heb ik niet het geluk een multitaskend superwijf te zijn. Het heeft lang geduurd voor ik me daar bij neer heb kunnen leggen. Op momenten heb ik het er nog moeilijk mee. Dan denk ik dat ik alles kan en dan zeg ik ja hier en ja ginder en die presentatie moet pas af zijn als ik het podium op moet, right?

Enfin. Eén en ander zorgt soms voor wat stress zoals je wel kan vermoeden. Omdat ik lange tijd ook geen systeem had en dan ben je met alle balletjes tegelijk bezig behalve met het balletje waar je even geen acht op slaat en dan zegt iemand: “pas op het valt” en dan is het weer duiken. De kunst van het balletjes omhoog houden is het systeem, niet de balletjes. Pak-gooi-geefdoor-pak-geefdoor-gooi.

We zijn er aan bezig. Een Tijs of een Davy ben ik nog niet maar er is een lichtend pad. Je neerleggen bij je beperkingen is een schone zaak. Begrijpen, aanvaarden, bijsturen. Dus probeer ik steeds meer een singletasking superman te worden.

Momenteel zoek ik nog een weg om sociale wenselijkheid met persoonlijke productiviteit te verzoenen. ‘Nee’ zeggen lijkt op papier behoorlijk makkelijk maar als een collega zegt: deze week wil ik zus en zo en je twijfelt of je dat technisch of tijdsgewijs wel trekt, dan is dat ‘nee’ haast niet te verzoenen met het concept ‘collegialiteit’ laat staan dat ‘beroepseer’ ongeschonden uit zo’n debacle komt.

Het zal nog wel even duren voor ik daar helemaal door ben maar op één of andere manier maak ik me daar niet meer zo druk in als toen ik nog probeerde een multitaskend superwijf te zijn dat binnen de zoveel tijd antwoorden moest formuleren op mails en dus zowel mail als facebook als twitter als google reader aan het bestrijden was, naast al die andere dingen die op de dagelijkse to do-lijst staan.

Die balletjes in de lucht houden, dat vind ik wel spannend soms en ik kan niet zeggen dat een beetje gezonde stress mij niet kan motiveren om op korte tijd toch te doen wat ik eigenlijk te lang heb laten liggen. Dat lukte vroeger. Vandaag zijn er teveel van die balletjes. Singletasken en shippen. Het zijn dingen waar ik aan werk. Dat het me keihard zal lukken ook.

I’ll do my dreaming with my eyes wide open

Op de keper beschouwd ben ik een realistisch type. Dromen is voor mietjes. Als ik wat wil, ga ik daar wel voor, dan ga ik daarvoor werken en strijden, zo denk ik wel eens. Misschien is het daarom dat nachtelijk dromen niet aan mij is besteed. Misschien is het zo dat ik overdag al genoeg droom om het ’s nachts niet meer nodig te hebben.

Als je dromen vervangt door wensen, dan heb ik er wel. Veel en grote. Ik droomde op mijn 22ste, toen ik afstudeerde,dat ik ‘iemand’ zou worden voor ik 30 werd. Daarover later (met het zicht op mijn verjaardag waar ik steeds minder naar uitkijk) hoogst waarschijnlijk meer.

Het spijt mij dat ik dit masker (hoera! dit is het thema van wijvenweek!) moet laten vallen maar vandaag zijn een behoorlijk deel van mijn dromen materieel van aard. Op socio-psychologisch vlak kom ik weinig tot niets tekort. Overal waar ik kom, zijn er mensen die ik alvast digitaal ken. In mijn buurt zijn een hoop leuken mensen.
Mijn lief is na meer dan 10 jaar nog steeds behoorlijk geweldig en onze zoon is na 18 maand schattiger dan ooit: ‘allo!’ ‘da!” ‘nee!’ ‘papa’ ‘ mèmè’ ‘tauto!’ (al zou die wel eens mogen beginnen doorslapen). Met uitzondering van dat doorslapen hoeft er voor mij niet gek veel te veranderen op korte termijn.

Al zou ik soms, heel soms, rijk willen zijn. Het valt me zwaar om dat toe te geven. Tot hier toe heb ik steeds mijn zin gedaan. In tijden van tijdelijke werkloosheid heb ik mezelf bijgespijkerd, in tijden van werk heb ik veel bijgeleerd, in tijden van leven heb ik geleefd en ben ik eerder op het gaspedaal dan op de rem gaan staan. Steeds heb ik geroepen: als ik voor het geld moet werken, dan doe ik het liever niet.

Over mijn loon hoor je mij niet klagen, ik werk behoorlijk hard voor een behoorlijk loon denk ik. Omdat ik een awesome job heb, verdien ik niet zo veel als ik zou kunnen verdienen maar ik vind dat een eerlijke deal. Mijn lief verdient zo ongeveer hetzelfde en als ik haar zo ’s avonds bezig zie, dan zit daar niet gek veel verschil op. Volgens mij heeft ook zij een awesome job maar is het rock’n’roll gehalte wat lager.

Dan is de tijd voor een huis aangebroken, na 6 jaar appartementen, dan kijk je naar de huizen, dan kijk je naar de generatie net ouder en dan zie je dat er huizen waren voor een fractie van wat er nu moet worden neergelegd, dan zie je normen en dan zie je dat de subsidies voor renovaties en ecologie naar beneden gaan want we moeten allemaal en dan denk je wat moet ik nu?

Het zijn mijn nachtmerries denk ik. Een kasteel, daar zijn wij niet naar op zoek. Een nieuwbouw met een lap grond waar je een zitmaaier voor nodig hebt, is aan ons niet besteed. Wij zijn stadsmensen. Drie. Ooit misschien vier of wie weet zelfs vijf. Met een ecologische reflex. Genoeg ruimte is leuk genoeg.

Dan droom ik wel eens. Dat ik niet zou moeten kijken op een frank meer of minder, dat ik een huis zou kopen dat weggelopen zou zijn van de inspiratiepagina’s van Pinterest. Dat ik jonge designers zou ondersteunen bij de inrichting van mijn interieur. Dat ik hen wat advies zou geven en dat zij zouden zeggen: jij zocht een tafel, niet? Dan droom ik wel eens van een loft of een herenhuis, dan droom ik wel eens van een pied-à-terre. Niets exotisch maar een stek in Laken of Schaarbeek, een gezellige plek.

Of ik droom van een cohousingproject met allemaal awesome mensen en dat we een fabriek kopen en dat we een bijgebouwde hall slopen en ombouwen naar een tuin en dat we het authentieke deel verloften, daar droom ik van. Het moet niet veel en luxueus te zijn, geen Lotus Elise voor de deur maar een cambiostelplaats om de hoek, geen kasteel met een park maar een plek om te zijn en samen te leven, daar droom ik wel van. Nu en heel concreet.

Soms loop ik wel eens tegen mijn dromen aan. Dan zie ik een huis waarvan ik denk: hier wonen mensen van mijn leeftijd en hoe de fuck kunnen die dit ooit betalen? Dan denk ik: wat doe ik verkeerd. Dat denk ik vaak. Lang en hard en dan verwijt ik mezelf dingen maar dan besef ik dat ik gelukkig hoor te zijn dat dat er niet veel meer te doen is dan mijn best en dan slaap ik.