Categories
Behavioural Economics

Range. Of een boek om mezelf te overtuigen van mijn eigen gelijk.

David Epstein begint ‘Range’ met het verhaal van Tiger Woods en Roger Federer. Woods werd van kindsbeen opgeleid om professioneel golfer te gaan worden. Hij kreeg op zijn drie de eerste stok in handen geduwd en de rest is geschiedenis. Federer was dan misschien in de wieg gelegd voor tennis (moeder was een coach) maar de jonge Roger heeft eerst voetbal gespeeld, geskied, gevoetbald. 

Federer en Woods zijn twee succesverhalen in de sport. Het eerste een schoolvoorbeeld van focus. Het tweede van wat dan ‘range’ wordt genoemd: de manier waarop generalisten het halen in een wereld die doordrongen is van specialisatie. 

Het boek zet zijn ontdekkingstocht van ‘breedte’ versus ‘specialisatie’ verder langs artiesten, nog meer sporters, ondernemers en professionals.  Waarbij de rode draad blijft: hoe breder je fundament, hoe hoger je kan bouwen. 

Specialiseren of verbreden

Toegegeven, de reden voor mij om het boek te lezen was omdat ik soms twijfel over mijn energiebesteding. Ik ben zelf zoals dat heet een beetje van alle markten thuis en dat is in mijn vak al een uitzondering, heb ik het gevoel. 

De mensen waarmee ik me professioneel vergelijk waren vroeger digitale marketeers. Toen werden ze social media specialisten. Dat klonk op den duur niet duidelijk meer genoeg en ontstonden er daarbinnen ook niches. 

Het is niets voor mij, dat specialiseren. Niet op professioneel vlak en niet op persoonlijk vlak. Gisteren wilde ik alles weten over het apolloprogramma, overmorgen lees ik de biografie van Van Gogh. Ik lees De Tijd en de sportkatern van Het Laatste Nieuws. 

De resultaten van verbreden

Epstein beschrijft hoe brede interesses artiesten hebben geïnspireerd om geweldige dingen te doen. Hij gaat daarbij niet uit de weg dat het ook risico’s inhoudt. Hij beschrijft hoe breedte er voor zorgde dat beeldhouwster Rachel Whiteread in hetzelfde jaar zowel de Turner Prize in de wacht sleepte als de ‘Anti-Turner Prize’ in de wacht sleepte. 

‘Range’ bespreekt biografieën en reportages die vaak een eenduidige lijn van punt A naar B aangeven maar dat het pad vaak meerdere zijwegen heeft. Wegen die niet altijd rechtstreeks hebben bijgedragen aan de weg. Soms zelfs op niets uitdraaien maar desalniettemin een niet te onderschatten rol spelen in het verhaal. 

Epstein noemt de durf om te verbreden in één van de hoofdstukken ‘the deliberate amateur’. De durf om af en toe te durven sukkelen. Dingen stuk maken en dan kijken waar het fout liep. Dat leerproces en de parallellen die je daarin ziet zijn volgens hem de beste leerschool.

Is ‘Range’ dan een soort zelfhulpboek? Nee. Is het een veroordeling van de drang naar specialisatie? Ook niet. Het is een boek dat aan de hand van onderzoek en anekdotiek probeert aan te tonen dat breedte een even valabel alternatief is. Altijd al geweten. 

Categories
Behavioural Economics

Het prisoners’ dilemma van Elon Musk

Er was deze week heel wat te doen over een emotioneel interview dat Elon Musk gaf aan de New York Times. Hij sprak er onder meer over zijn slaapmiddelengebruik en de persoonlijke tol die het leiden van Space X en Tesla hem brengen.


Onder meer Ariana Huffington (niet toevallig auteur van een boek over slaap) gaf de stilaan tanende ster aan het Tech-firmament wat ongevraagd advies: 120 uur werken per week is geen goed idee. Niet voor je lijf en niet voor je familie en ook niet voor de reden waarom je het doet: je werk lijdt onder teveel werk.  

Geen keuze om te kiezen

‘Geen keuze’ luidde het duidelijke antwoord van Musk: ‘jij denkt misschien dat ik die keuze heb maar die is er niet’. Musk blijft veelvoudig slapen op de kantoren van Tesla en verlaat de fabriek vaak dagen aan een stuk niet. Als je hem er op aanspreekt toont hij het korte lontje dat hij ook tijdens aandeelhoudervergaderingen al toonde. De hele fanbase valt hem dan meteen ook bij: niemand hoeft zich met Elon te moeien. Hij is immers het genie achter Tesla en Space X.

Dat Elon een talent heeft, daar valt nauwelijks over te redetwisten. Zijn ‘geen keuze’ is echter een mooi voorbeeld van het meervoudige prisoners’ dilemma waar iedereen willens nillens mee geconfronteerd wordt.

Wie niet zo bekend is met deze klassieker uit de speltheorie: bij het prisoners’ dilemma worden twee pikkedieven opgepakt voor dezelfde misdaad. Wanneer beide ontkennen heeft de politie echter niet genoeg bewijzen om hen aan de misdaad te linken. Geeft één van beide toe en ontkent de andere, dan kan degene die bekentenissen aflegt rekenen op strafvermindering. Gaan beide tot bekentenissen over, komen ze er beide met minder straf vanaf. 

Hoezo dan is wat Elon Musk meemaakt een meervoudig prisoners’ dilemma? Dat zit zo: eigenlijk is Musk één van de gevangenen en weet hij niet wat de andere gaat doen. In dit geval is de medegevangene een onbekende x waarvan hij denkt dat hij of zij het minder goed zou doen als hijzelf. Een persoonlijkheidsprobleem waar elke ondernemer wel eens last van heeft. 

Op zoek naar het evenwicht

Hoe is het dan zover kunnen komen dat Musk 120 uur op een week (dat is 17u per dag, 7 dagen per week) werkt? Daarvoor kunnen we terecht bij nobelprijswinnaar John Forbes Nash Jr. Hij is vooral vooral bekend van zijn speltheoretische inzicht dat zijn naam draagt: het Nash equilibrium. Ofte het Nash evenwicht in het algemeen beschaafd Nederlands. 

Het Nash equilibrium is een evenwichtsstaat waarnaar elke (zeker meervoudige) evenwichtsoefening naartoe vloeit in (niet-coöperatieve) spelen.Voor het prisoners’ dilemma geldt dat het optimale evenwicht voor beide dieven ‘toegeven’ de beste kansen biedt. Je komt er in 66% van de gevallen immers goedkoper vanaf dan wanneer je de lippen op elkaar houdt. 

Ook werk kent Nash evenwichten. Een onschuldig voorbeeld hiervan is de lunch: is het je ooit al opgevallen dat verschillende bedrijven verschillende lunchmomenten hebben? Sommige bedrijven eten om 12u stipt, anderen schuiven naar 12u15, nog anderen later. Op het gezette tijdstip staat één collega recht en de rest volgt: schaft.

Het Nash equilibrium doet ook minder onschuldige dingen. Salarissen van CEO’s naar ongekende hoogtes drijven bijvoorbeeld ondanks de niet heel hard stijgende innovatie- en productiviteitsgroei. Het zorgt er ook voor dat mensen hun vakantiedagen niet meer durven opnemen: want de persoon die het minst vakantie opneemt maakt misschien wel meer kans op de volgende promotie. Daaruit volgt logischerwijs: we kunnen niet anders. Want een promotie, want de collega’s zouden kunnen denken dat, want…, want… 

Zoiets moet zich ook in het hoofd van Musk hebben afgespeeld de voorbije jaren: op zoek naar zijn Nash evenwicht is hij uit het oog verloren dat er ook nog een leven is. Dat rust belangrijk is voor de creativiteit en de efficiëntie.

Hij kon niet anders… maar niet om de reden die hij zichzelf heeft ingepeperd.

Categories
Behavioural Economics

Freelance life en het secretaresseprobleem

Als freelancer weet je dat het moment gaat komen maar als het komt, schrikt iedereen zich vermoedelijk een hoedje: er ontstond een gat in mijn agenda. Vroegere gaten hadden zich vrij snel opgevuld maar dit keer was het anders. Het bleef. Vanaf begin december zou ik twee dagen per week met mijn vingers moeten draaien.

Dus greep ik naar de grote middelen: ik mailde oude bekenden. Niets. Ik gooide mijn website om. Niets. Mijn naam verscheen in de juiste context in de krant. Niets. Ik deed een LinkedIn update: opnieuw twee dagen beschikbaar. Wat er toen gebeurde tart de verbeelding.

De voorbije twee weken liep ik van afspraak naar afspraak, als ik alle koffies had gedronken die mij werden aangeboden, had ik nauwelijks geslapen en tussendoor moest het werk dat moest gebeuren ook nog gebeuren…

Een omgekeerd secretaresseprobleem

Het gat-in-de-agenda-probleem werd alras vervangen door een omgekeerd secretaresseprobleem.

Mocht je dat niet kennen: het secretary problem zoals het in het Engels genderneutraler heet, is een vrij bekend vraagstuk uit de optimale stop theorie. Het gaat als volgt: je hebt een wachtkamer vol potentiële toekomstige secretaresses (m/v/x). Eén ervan moet je gaan aannemen. De uitdaging: na elk gesprek moet je meteen beslissen of je de kandidaat aanwerft, dan wel een nieuwe kandidaat binnen laat komen.

Vrij snel werd ik dus de aanwervende vennootschap en zat de wachtzaal vol met potentiële nieuwe klanten. Het ene aanbod al interessanter dan het andere. Ergens in de verte komt een offer you can’t refuse dat misschien als laatste de wachtkamer zal binnenstappen. Of misschien ook niet.

Het is niet mijn fort om ‘neen’ te zeggen. Ik geef dat eerlijk toe. Als ik mensen kan helpen, dan wil ik dat heel graag doen. Een werkweek is echter niet oneindig rekbaar en een gegeven ‘ja’ kan je in mijn hoofd niet twee weken later koudweg vervangen door een ‘nee’.

Uiteraard weet ik in theorie wat ik moet doen. De optimale stop theorie schuift 37 procent naar voor als optimaal stopmoment. Tegen de eerste voorstellen zeg ik dus ‘nee’ en van dan af ga ik voor het voorstel dat beter is dan de voorstellen die ik al heb gekregen. Simpel zat. Secretaresseprobleem omgelost.

Het leven is geen experiment

Alleen is het leven evenmin een laboratoriumexperiment als het een ponykamp is. Je kan tegen een potentiële klant moeilijk zeggen: bedankt voor de interesse maar ik pas voor de opdracht want de optimale stop theorie vertelt me dat dit nog niet het moment is…

Toegegeven, de stress van een berg op je agenda naar Q1 van volgend jaar, is een leukere stress dan die van een gat.

Categories
Behavioural Economics

Over nudges en choice architecture: de Nobelprijslezing van Richard Thaler

In oktober werd bekend gemaakt dat Richard Thaler de Nobelprijs voor de Economie in ontvangst zou nemen. Al is de Nobelprijs voor economie geen échte Nobelprijs, Richard Thaler is op vijftien jaar tijd de zesde behavioural econoom die de prijs in ontvangst mag nemen.

Categories
Behavioural Economics

Waarom je denkt dat Facebook je afluistert

Af en toe duikt op Facebook hetzelfde verhaal op: het bedrijf van Zuck zou via allerhande methodes meeluisteren met je gesprekken en de content die je ziet daarop afstemmen. Prachtig verhaal vind ik dat. Ontkend in alle toonaarden door het bedrijf zelf maar hardnekkiger dan het onkruid in je moestuin.

Niet verwonderlijk. Het fenomeen werd al beschreven lang voor Facebook nog TheFacebook heette. In het psychologische jargon heet het Baader-Meinhof fenomeen. Uiteraard naar de terreurgroep die ook bekend is onder de merknaam Rote Armee Fraktion. Het Baader-Meinhof fenomeen is overigens niet te verwarren met het Baader-Meinhof complex, dat laatste is een film. 

De oorsprong van het fenomeen ligt in 1994 toen op het nog vrij prille internet fora de dienst uitmaakten. Iemand hoorde binnen de 24 uur twee keer onafhankelijk van elkaar spreken over de Duitse terroristische organisatie en the rest, as they say is history.

Het Baader-Meinhof fenomeen komt vrij frequent voor. Zelf heb ik het met auto’s. Toen ik mijn estorilblauwe kar bestelde, leefde ik in de veronderstelling dat de kleur vrij weinig voorkwam. Tot ik in de dagen erop tijdens een wandeling naar de bakker en terug wel twee estorilblauwe BMW’s tegenkwam. Op zevenhonderdeneenhalve meter!

Er zijn twee psychologische effecten die ons de das omdoen, zo blijkt uit onderzoek.

Het eerste is selectieve aandacht: de mens is ook maar een beestje met kleren aan, evolutionair helpt het ons dus om te letten op dingen die nieuw zijn. Eens we die opmerken, vallen ze ons ook op andere plaatsen op.

Een tweede is confirmation bias wat je in het Nederlands zou kunnen vertalen als bevestigingsfout. Een klassieke metafoor om dat te duiden is de heksenvervolging: gooi de vermeende heks in het water: als ze blijft drijven is het een heks en moet ze gedood worden, verdrinkt ze, dan is ze onschuldig. Om maar te zeggen: eens overtuigd van iets, komt een mens daar niet zo makkelijk op terug en zijn tegenargumenten vaak onvoldoende.

Het Baader-Meinhof fenomeen is dus eigenlijk een ietwat afwijkende vorm van het recency-effect. Een effect dat in de marketing goed gebruikt kan worden om mensen kort voor een aankoop te herinneren aan het product. Wanneer je recent nog aan olifanten gedacht hebt, zal je ook sneller Côte d’or zien liggen in de winkelrekken. Ga na het lezen van deze blogpost maar eens naar de supermarkt als je mij niet gelooft.  

Categories
Behavioural Economics

Rosy Retrospection of waarom Throwback Thursday als zoete broodjes uitverkoopt

Het Sportpaleis loopt dezer dagen vier keer vol voor Throwback Thursday in het Sportpladijs. Een samenwerking tussen Studio 100 en Ketnet dat dit jaar zijn 20ste verjaardag viert. Vier keer 17000 man, dat is 68.000 man die naar Merksem afzakken voor om mee te brullen bij de Samsonrock en andere Springs.

De verklaring voor zoveel enthousiasme zit uiteraard in de nostalgie die we koesteren voor leuke gebeurtenissen in het leven. Hoe komt dat echter dat alles vroeger mooier en beter was? En wat betekent dat voor ons toekomstbeeld?

Waarom ons geheugen ons bedriegt

Ons geheugen is een machine voor zelfbedrog. Omdat we de mentale capaciteit missen om al die geheugensporen op te slaan gaan we simplificeren en (daarmee samengaand) overdrijven. Daarom ligt er tijdens de wintervakantie uit je jeugd vandaag minstens tien centimeter meer sneeuw dan er toen echt lag. De zondagochtenden met Samson en Gert zijn veel gezelliger en oma bakte veel vaker pannenkoeken.

Dat is echter helemaal niet erg want net dit fenomeen zorgt ervoor dat we een beter zelfbeeld van onszelf overhouden. In een studie werd aan studenten gevraagd om een verhaal neer te pennen dat nostalgische gevoelens bij hen opriep. Anderen werd gevraagd om ‘een gebeurtenis’ te beschrijven. De studenten die het nostalgische verhaal hadden neergepend, scoorden hoger op de daarop volgende zelfbeoordelingstest dan zij die de gewone gebeurtenis hadden omschreven.

Nostalgie zorgt er ook voor dat we een rooskleuriger beeld krijgen van de toekomst. Behalve als we er te hard op gaan focussen. Trop is teveel zoals ze dat plegen te noemen. Dat zijn de mensen die gaan leven in de idee dat vroeger werkelijk alles beter was en dat niets ooit nog hetzelfde zal zijn.

Rosy retrospection en marketing

Het fenomeen heet rosy retrospection in de behavioural economics. Het is het psychologische fenomeen dat er voor zorgt waarbij mensen het verleden disproportioneel beter herinneren dan dat ze het op het moment zelf beleefden.

Een mooie toepassing van dit inzicht las ik ergens in een voorbeeld van een reisorganisatie. Die hadden op basis van dit inzicht naar de meest speciale herinnering gepolst bij mensen die terugkwamen van reis. Zij bleken naderhand positievere herinneringen te hebben aan de vakantie dan mensen die een traditionele vragenlijst met (wat waren de mankementen aan het hotel etc) hadden gekregen.

Overigens is er niets nieuws onder de zon. Memoria praeteritorum bonorum schreef Thomas van Acquino al in zijn Summa Theologiae: het verleden wordt immer goed herinnerd. En hij had het niet eens zelf uitgevonden.

Categories
Behavioural Economics

Wat is het IKEA-effect?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]

Wie al eens een relatiecrisis heeft meegemaakt tijdens of na het ineenzetten van een nieuwe woonkamer zou het haast niet geloven maar dat ineenzetten: it’s not a bug, it’s a feature. Een zo vaak voorkomende zelfs dat er een woord voor bestaat: het IKEA-effect.

Het is overigens niet IKEA die het voor het eerst ontdekte. Toen in de jaren ‘50 van de voorbije eeuw kant-en-klare deegmixes op de markt werden gebracht, kenden die aanvankelijk niet zo gek veel succes. Toen fabrikanten er voor kozen om het toevoegen van een ei aan de consument over te laten, schoot de verkoop wel uit de startblokken.

Ook LEGO plukt de vruchten van het IKEA-effect. Het ineenzetten van de blokken zorgt ervoor dat het eindresultaat je een pak meer waard is dan wanneer je het zo kant- en klaar zou kunnen kopen. Een gedachtensprong die mij alvast de kriebels laat krijgen.

Of het IKEA-effect de verklaring is voor het succes van de winkelketen wil ik nog wel in het midden laten. Daar zijn andere effecten zoals prijs en convenience waarschijnlijk nog een pak belangrijker in. Het is trouwens ook aangetoond dat het effect pas optreedt na het (succesvol) in elkaar zetten van het product en dat het meteen verdwijnt als het product terug uit elkaar is gehaald.

Ondernemers die slim zijn kunnen dit effect dus in hun voordeel gebruiken. Mits een goeie handleiding en het juiste aantal schroeven wordt je product ineens waardevoller voor de consument.  

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]