Waarom ook je koffie belangrijk is

Wanneer ik Twitter moet uitleggen in formele of informele kring komt altijd weer die vraag die Vincent zoveel beter kan zeggen dan ik ze kan schrijven. Wat heb ik te vertellen op social media?

Soms is er een voorgevormde mening. Ook wel vooroordeel genoemd. Dat je op twitter zegt wanneer je koffie gaat drinken. Wie daar nu geïnteresseerd in is?

De snelste van de bende springt me dan bij en leert de slechte leerling dat het helemaal niet zo hoeft te zijn. Dat je ook professioneel kan twitteren luidt het dan vaak. Interessante dingen linken en schrijven waar je zoal mee bezig bent. Een knikje om aan te geven dat ik dit nu mag beamen in mijn richting.

Daarna geef ik de snelste van de bende ongelijk. Tenslotte word ik in dat soort situaties vaak betaald om het beter te weten. Niet dat ik altijd gelijk heb, daar niet van. Maar ik ben niet slecht in doen alsof.

Dan zeg ik (en dat is waar): “jouw koffie is voor mij even belangrijk, zoniet belangrijker dan waar je op je werk mee bezig bent, kans is groot dat ik dat zelfs niet begrijp”.

De slechte leerling verbaasd. De snelste van de bende haast verontwaardigd. Wanneer ik hoor dat jij koffie zo belangrijk vindt dat je dat wil delen, dan hebben wij een gemeenschappelijke grond.

Neem een willekeurige roman uit je kast (of selecteer er een op je e-reader), sla die open op een willekeurige pagina en lees drie bladzijden. Hoeveel verhaal? Hoeveel kleur? Daarom is ook die koffie belangrijk. Niet alleen. Ook.

Who Reads For You?

I don’t care if you’re a “blogger”, a poet, a novelist, or someone who writes marketing copy. You need a reader. You need someone who is your model, someone who you are writing specifically for. Without this idea of who you’re writing for you might find that you’re writing just for yourself, or worse, for no one at all.

I guess I don’t know who my ideal reader is. This scares me now. I will get over it. I guess I write for someone who could be me. But I’m not very sure about that.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Communicatie

Facebook

Er moest van een facebookprofiel een pagina gemaakt worden en dat zou gemakkelijk gaan want ik heb daar ooit eens twee testaccounts voor opgezet, gevuld, veranderd, gewijzigd, van voor naar achter van links naar rechts…

Dat zou ik dus vandaag dus nog eens doen maar dan in het echt want een profiel voor een organisatie hoort een pagina te zijn toch als je ermee wil doen wat je er dan mee wil doen en dat is onoverzichtelijk nu en Mark wil het zo en de mensen zullen het ook zo willen als de veranderingen zich voltrekken zoals ik denk dat ze zich zullen voltrekken.

Dat gezegd zijnde heb ik dus een hele dag gewerkt en dat profiel is nog steeds geen pagina en als ik ook maar iets durf bewegen aan dat ding dan gaat facebook in alarmmodus van hack hier en toegang tot uw profiel daar en bewijs nu maar eens, bewijs maar eens dat dit jouw vrienden zijn. Drie foto’s, zes namen. Wie.Zie.Je.Hier? Weet ik veel.

Misschien had ik dat dinsdag in de podcast niet moeten zeggen Mark, dat ik dacht dat je de bal voor het eerst serieus mis had geslagen. Het spijt me. Ik heb je vanavond gezien op f8 en ik vond je geweldig. Wil je het voor mij ook laten werken? Danku.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Communicatie

De mythe van de social media expert

Social media experts zijn neutraal gesproken specialisten binnen één specifiek deel van wat we algemeen de marketing- en communicatiebranche zouden kunnen noemen. Een aantal factoren zorgen er echter voor dat van dat neutraal weinig in huis komt.

Het is de aard van de media die de social media expert de das omdoen. Niemand betwijfelt de competenties van de affichespecialist of de televisiespotjesproducent. Slechts zelden hoor je hoongelach wanneer iemand radiospots aan de man weet te brengen.

Anders zit het met de social media expert. Zijn tools zijn die van het publiek. Facebook. Twitter. Foursquare. Die zijn leuk om te gebruiken. Leuk. Werk. Dat lijkt verdacht. Dat wat wij social media noemen nauwelijks tien jaar bestaat, helpt ook niet aan de overtuigingskracht. Dat enkele opportunisten een gat in de markt denken te zien nog minder.

Het is daar waar de mythe van de social media expert begint. De mythe waarbij de bijvoeglijke naamwoorden zelfverklaard en zogenaamd nooit ver weg zijn. Want wie is social media expert? Hij toch die het zelf zegt te zijn? Het zogenaamde karakter van zijn expert-zijn is slechts een dekmantel om niet sjacheraar te hoeven zeggen.

Het voordeel van een mythe is dat ze, eens een eigen leven ingeblazen ook zelf kan gaan spreken. Dan lees je dingen als

Al die ‘”experten” die roepen dat je als bedrijf aanwezigheid moet zijn of je mist iets, proberen je ofwel iets te verkopen, ofwel zijn ze toch niet zo bekwaam als ze zelf beweren.

Het is niet zozeer wat de social media expert zegt wat zijn imago maakt, het is zijn mythe die spreekt. Er wordt, zonder een zelfverklaarde of zogenaamde expert te raadplegen voorondersteld wat hij of zij zou zeggen in een bepaalde situatie. Dat iets is dan natuurlijk net fout of niet juist genoeg in de ogen van de auteur van het zogenaamd gezegde.

Wanneer Google Plus (schrijf ik Google+?) op de markt komt wordt de vraag gesteld hoe lang het zou duren tot de zogenaamde experten hun zeg zouden doen. In de veronderstelling dat die experten zouden gaan controleren op welke manier met een medium zou moeten worden omgegaan.

Die expert die zegt hoe je het moet doen en social media in termen van zekerheden en voldongen feiten ziet bestaat helemaal niet. Zou niet mogen bestaan. Het is wel een mythe die ontstaan is. Een mythe die zelf spreekt en daarmee zichzelf in stand houdt.

cc foto: Pete Prodoehl op flickr.com

Product Placement of hoe subliminale reclame toch kan

Wanneer wij televisie kijken, kijken wij niet naar bewegende beelden maar snel op elkaar volgende stilstaande beelden. Hier te lande zijn dat er 25 per seconde, dat heeft met de frequentie van het stroomnet te maken. Beweging zien wij mensen zo ongeveer vanaf 12 à 13 beelden.

In 1957, toen je nog met mensen mocht experimenteren, vond James Vicary er niet beter op dit ‘foutje’ in het menselijke vermogen uit te buiten en subliminale reclame uit te vinden. Laat één van die 25 (in zijn Amerikaanse geval 30) vervangen door een reclameboodschap, zo redeneerde hij, en de omzet van coca cola en popcorn zou met ettelijke procenten stijgen.

Het resultaat van zijn studie was verbluffend. 57,8% meerverkoop van Coca Cola, 18,1% voor popcorn*. Vicary maakte enkele fouten tijdens zijn onderzoek. Moest in 1962 toegeven dat zijn resultaten niet klopten. Moest lezen hoe men zelfs twijfelde of hij zijn onderzoek wel had uitgevoerd.

Het werd een urban legend waarbij maar al te vaak deel twee van het verhaal, dat van het niet kloppende onderzoek wordt vaak vergeten. Marketingcommunicatie zou nooit nog hetzelfde zijn. Wetten werden uitgevaardigd. Elke marketeer zou voor altijd per definitie medeplichtig worden geacht aan het misleiden van het volk. Tenzij het tegendeel werd bewezen.

We leven in de eenentwintigste eeuw en mensen zijn reclamemoe. Zo lijkt het. Zo zegt men. Televisiereclame wordt doorgespoeld. Televisiereclame gaat viraal op het internet. Niemand klikt op Google advertenties maar Google verdient geld als slijk. Materie en antimaterie van het reclamevak.

Dus wordt er naar oplossingen gezocht. Oude technieken worden verbeterd, nieuwe duiken op. Social media, user generated content, flashmobs, you name it. Product placement is de nieuwe televisiereclame.

Elke scène is een gelegenheid om de kwaliteiten van een product in de verf te zetten. Als het nodig is, wordt er een volledige aflevering aan gewijd. Als het echt nodig is, kan James Bond ook wel zero-zero-seven zeggen wanneer hij double-0 bedoelt.

Bij fictie wil dat nog wel meevallen. Dat Witse met een Lexus rijdt. Och ja, die mens moet met iets rijden en zo’n commissaris zal hier of daar wel wat onder tafel toegeschoven krijgen om zo’n dure kar te betalen zeker? Of rijk getrouwd of zoiets. Als Xavier zijn dagschotel er nu één is van Jupiler of van Romy of van Heineken voor mijn part, het raakt mijn koude kleren niet.

Als sommige mensen zeggen dat ze product placement verkiezen boven dertigsecondenspots, dan geloof ik hen. Als mensen zeggen niet-disruptieve advertenties te verkiezen boven pauzes in hun mediabeleving, dan volg ik hen daarin.

Anders wordt het wanneer ik in De Standaard van dit weekend lees dat de jobbeurzen weer hoogtijdagen beleven. Aangezien er op de VDAB-website 50.000 vacatures openstaan, wordt meteen geconcludeerd dat de crisis op de jobmarkt voorbij zal zijn.

Als geïnteresseerde lezer verwacht ik daarna een uitwerking van deze these. Vorig jaar waren het er maar zus en zoveel en er is een stijgende lijn of iets van die strekking. Het verhaal draait echter richting jobbeurzen. Career launch en Jobdays komen er immers aan en wat wil nu het toeval? Beide events worden georganiseerd door Jobat en Jobat, dat is een zusje van De Standaard.

Dat je er over de koppen kan lopen en dat het de moeite zal zijn en dat je tips kan krijgen en advies en dat je zeker moet gaan als werkzoekende en dat je je geld als rekruterende absoluut zo moet besteden want vacatures, daar is geld mee te verdienen en met events die vacatures in de kijker zetten nog meer.

De ware aard van het artikel is dan ook niet informeren maar adverteren. Zonder vermelding. Een objectief artikel had gewag gemaakt van vergelijkbare evenementen georganiseerd door de concurrentie. Een eerlijk journalistiek werkstuk had de relatie tussen Jobat en De Standaard genoemd.

Wat ik lees, is product placement, verpakt als nieuws. Dat verandert de zaak. De krant gaat over feiten maar ook over agenda setting en over step-flows, over opinieleiderschap en beïnvloeding van mentale rasters. De vierde macht. De boodschap ongezien voor de lezer.

Want fictie, alla, maar nieuws is journalistiek en jounalistiek is heilig. Enfin, een beetje toch. Noem mij ouderwets maar door dit soort artikels verzeilen journalisten (noodgedwongen) in hetzelfde schuitje als de marketeers. Schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Update: Bij De Standaard Online is een ‘Powered by Jobat’ verschenen

* Met dank aan wikipedia voor de cijfers

How Writing By Hand Boosts Our Learning Abilities

Recent research illustrates how writing by hand engages the brain in learning. During one study at Indiana University published this year, researchers invited children to man a “spaceship,” actually an MRI machine using a specialized scan called “functional” MRI that spots neural activity in the brain. The kids were shown letters before and after receiving different letter-learning instruction. In children who had practiced printing by hand, the neural activity was far more enhanced and “adult-like” than in those who had simply looked at letters.

 

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Communicatie

Met vriendelijke groet

[vc_row][vc_column width=”2/12″ el_id=’5a056368f3e0e’][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_alignment=”left” md_text_title_line_height=”40″ md_text_desc_line_height=”21″ md_text_title_bottom_space=”10″ md_text_separator_bottom_space=”10″ md_text_description_bottom_space=”25″ md_text_title_separator=”no” md_text_separator_width=”110″ md_text_separator_height=”5″ md_text_separator_color=”rgb(0, 255, 153)” md_text_style=”solid” md_text_solid_color=”rgba(20,20,20,1)” md_text_gradient_color=”pixflow_base64eyJjb2xvcjEiOiIjODcwMmZmIiwiY29sb3IyIjoiIzA2ZmY2ZSIsImNvbG9yMVBvcyI6IjAuMDAiLCJjb2xvcjJQb3MiOiIxMDAuMDAiLCJhbmdsZSI6MH0=” md_text_title_size=”32″ md_text_letter_space=”0″ md_text_hover_letter_space=”0″ md_text_easing=”cubic-bezier(0.215, 0.61, 0.355, 1)” md_text_use_title_custom_font=”no” md_text_title_google_fonts=”font_family:Roboto%3Aregular%2C100%2C100italic%2C300%2C300italic%2Citalic%2C500%2C500italic%2C700%2C700italic%2C900%2C900italic|font_style:300%20light%20regular%3A300%3Anormal” md_text_number=”1″ md_text_title1=”pixflow_base64PGRpdj4mbmJzcDs8L2Rpdj4=” md_text_title2=”Typography Shortcode” md_text_title3=”Typography Shortcode” md_text_title4=”Typography Shortcode” md_text_title5=”Typography Shortcode” md_text_content_size=”14″ md_text_content_color=”rgba(20,20,20,1)” md_text_use_desc_custom_font=”yes” md_text_desc_google_fonts=”font_family:Roboto%3Aregular%2C100%2C100italic%2C300%2C300italic%2Citalic%2C500%2C500italic%2C700%2C700italic%2C900%2C900italic|font_style:400%20regular%3A400%3Anormal” md_text_use_button=”no” md_text_button_style=”fade-oval” md_text_button_size=”standard” left_right_padding=”0″ md_text_button_text=”READ MORE” md_text_button_icon_class=”icon-angle-right” md_text_button_color=”rgba(0,0,0,1)” md_text_button_text_color=”rgba(255,255,255,1)” md_text_button_bg_hover_color=”rgb(0,0,0)” md_text_button_hover_color=”rgb(255,255,255)” md_text_button_url=”#” md_text_button_target=”_self” md_text_animation_type=”fade” md_text_animation_speed=”200″ md_text_animation_delay=”0″ md_text_animation_position=”center” md_text_animation_show=”once” md_text_animation_easing=”Quart.easeInOut” md_text_parallax_speed=”1″]

Geachte,
Geen idee hoe dat bij u zit maar ik krijg nogal wat mail zo op een dag. Soms denk ik dat de wereld zou imploderen zonder. Nog vaker denk ik dat de wereld ermee zal exploderen.
Mails hebben iets inherent verderfelijk. Conversaties starten met geachte en verspreiden zich daarna met toenemende kracht en snelheid. Steeds meer mensen rollen in steeds meer kopieën van dezelfde kennis richting een steeds dichterbij komende afgrond.
De metafoor van de sneeuwbal ligt voor de hand. Het probleem van die metafoor ligt in het effect die de sneeuwbal heeft. Hoe groter de lawine, hoe groter zijn effect. Met het mailverkeer gaat die regel niet op. Wel integendeel. Dat is de sneeuwbalparadox. Hoe groter de bal wordt en hoe sneller hij rolt, hoe onvermijdelijker zijn ondergang wordt. Het ravijn betekent zijn dood. Het dorp blijft staan.
Hoe langer zo’n digitaal gesprek blijft staan, hoe minder de regels van de normale briefwisseling worden gevolgd. Geachte wordt beste wordt hallo wordt hey wordt hi wordt niets. Andere zinsnedes blijven wel. Omdat ze geautomatiseerd zijn. Met vriendelijke groet is er zo een. Vaker dan niet zie ik zo’n zin niet staan. Ze voegt niets toe aan de boodschap. Ze staat er voor de vorm. Ze zijn de zichtbare code van een mail. Maar wat zijn vriendelijke groeten helemaal en in welke mate verschillen ze van andere groeten. Bestaan er ook onvriendelijke groeten en als de vriendelijke groeten verdwijnen, wat moet ik er dan mee? Zijn er dan geen groeten meer te doen of zijn dat dan negatieve groeten?
Als u dat even voor mij zou kunnen uitklaren?
Met vriendelijke groet,
Jan Seurinck

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″ el_id=’5a056368f3e6c’][/vc_column][/vc_row]

De digitale revolutie is nu (nog niet?)

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]Als je mij zou vragen van welk mediamerk ik fan ben, dan zou de BBC ongetwijfeld het eerste merk zijn wat in mijn hoofd opkomt. Niet alleen omdat ik een behoorlijk grote bewondering heb voor wat er aan fraais wordt geproduceerd daar in het broadcasting house maar ook over de state of the art technologie waar ze zich steeds van bedienen. Als je de BBC iPlayer bijvoorbeeld vergelijkt met wat de VRT aanbiedt, dan moet je toch even achter de oren krabben. Ik weet dat ze het aan de Reyerslaan met zoveel minder centen moeten stellen, I know. Al is creativiteit is niet altijd in geld uit te drukken.

De BBC bedient zich niet alleen van state of the art technologie, ze loopt er ook op voor. Zo lanceerden ze eerder deze maand BBC digital revolution, een project, een experiment om te zien waar de digitale revolutie mogelijk toe kan of zal leiden. Op de site kan je rushes downloaden van programma’s en ze zelf in elkaar knutselen, je kan er discussiëren op de blog en er is een kortfilmcompetitie voorzien.

Ze hebben het daar goed voor mekaar in Londen, dunkt het mij. Ze richten zich met de ter beschikking staande fragmenten op een duidelijk internetminded publiek. Al is en blijft het natuurlijk een experiment, dat benadrukken ze daar ook. Het blijft afwachten of mensen echt hun eigen programma’s willen gaan maken. Mij lijkt dat nogal sterk.

Waar het wel op wijst, is een duidelijke verschuiving van de taak van de broadcaster. Misschien zal het in de toekomst zo zijn dat we, naast het knip-en-plakwerk van het journaal ook de volledige interviews ter beschikking zullen krijgen. Mijns inziens ligt daar de digitale revolutie, in het extra aanbieden van content. Zo is het in het verleden altijd gegaan.

De krant was een uitbreiding van het vlugschrift, de radio werd omschreven als het gesproken dagblad, televisie als radio met beeld. Zo zal het ook met internet gaan. Een aanvulling op onze mediaconsumptie, geen vervanging. De Digital revolution die door de BBC telkenmale wordt aangevuld met (working title) zal volgens mij dan ook een traditioneel experiment zijn in de traditionele zin van het woord.

Een experiment dat geen doel op zich is maar wel blootlegt in welke zin de evolutie zal plaatsvinden. Deze uitzending van het radioprogramma Digital planet bevat meer informatie. Benieuwd wat het wordt. Et tu?

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Communicatie