Categories
Journalistiek

Mijn kijk op reblogging en fair use

Bloggers en andere beheerders van webeigendommen mogen van de beheersvennootschap der Vlaamse krantenuitgevers Reprocopy 150 karakters van hun nieuwsberichten letterlijk overnemen.

Dat is een SMS naar uw lief zonder kussen erachteraan of een tweet die niet verstuurd geraakt. Over randvoorwaarden van die 150 hebben we het dan nog niet gehad.

In Amerika is dat allemaal anders. Daar hebben ze dat zo niet, zo’n beheersvennootschap. Dat is daar meer van gentlemen’s agreement en fair use. Een overtreding wordt dan bepaald door ‘ik weet het wanneer ik het zie’.

Dat principe stamt uit 1964 wanneer rechter Potter Stewart zei ‘ik herken porno als ik het zie’. Of er zich het volgende academiejaar meer dan wel minder studenten aangeboden hebben voor de studie rechten is mij niet bekend.

1964, dat was het jaar waarin Gigliola Cinquetti het eurosongfestival won met Non ho l’età en Lyndon Johnson en Leonid Brezjnev de koude oorlog niet uitvochten. Dit is 2011 en nu is er het internet en de Huffington Post die centen verdient met teveel te kopiëren en de Huffington Post, dat is het topje van de ijsberg.

Want rebloggen is in. Je ziet wat, dat is interessant, je pleurt het op je eigenste blog, legt even snel een linkje en klaar is kees. Je noemt jezelf content curator en de zaak is opgelost. Gebruik je een wordpress blog, dan is daar zelfs een knopje voor. Even in de browser selecteren wat je wil, klik en hup, je hebt weer een blogpost erbij.

De wolk van kennis wordt mist. Oorsprong onbekend. Een oneindig spoor van waterdruppels. Elke stap een verdubbeling. Onzichtbaar door de veelheid. Het internet als herhaling van zichzelf. De bron nauwelijks te achterhalen.

Je kan dan schermen met ‘everything is a remix‘, het probleem is dat dat vaak zelfs teveel moeite gevraagd is. Het is de remix van een trouwfeestendj. Plaatje. Plaatje. Plaatje. Greatest hits en… vermenigvuldigen! Het curationgedeelte bestaat er dan uit om de voorpagina van Stumbleupon, Delicious of Reddit te skimmen op interessante content. On brand. Uiteraard. Knappe titel. Google juice.

Dan gaat het al lang niet meer over ‘ik lees veel en terwijl ik dan toch bezig ben, kan ik daar zowel nog wat mensen een plezier mee doen’. Dan gaat het in het beste geval om naïviteit. Opportunisme laat zich vermoeden.

Nu kan ik me voorstellen dat ze ook bij Reprocopy de soep niet zo heet drinken als ze wordt geserveerd, toch stel ik me vragen bij dat soort strikte regels van linken verwijderen en bronnen vermelden met de drie namen gods.

Zouden we niet beter af zijn met het Amerikaanse systeem waarin een blogger zich gepakt voelt, dat schrijft en dat daaruit een soort impliciete regelgeving ontstaat?

Moeten we niet naar het systeem van ‘do what you do best and link to the rest’? Als gentlemen’s agreement? Of is het de heerschappij van de nummers? Het bekeken worden. Meer en veel. Liever dan goed bevonden worden. De angst voor het slechte idee. Beter goed gestolen dan slecht bedacht.

Zouden we niet beter af zijn met een positief systeem waarbij mensen trots scheppen in het vervaardigen van eigen stukjes of het nu remixen in de woordelijke wijs zijn of beelden of mashups of infografische interpretaties van een studie?

Flickr cc foto van 917press 

Categories
Journalistiek Social Media

Niets tegen twitter

Niets tegen kranten. Begrijp me niet verkeerd. Niets tegen de mensen die ze volschrijven ook. Niet tegen De Tijd, de krant voor mensen met geld die meer willen. Niets tegen de blogs van de tijd ook. Al helemaal niet tegen cif.

Ook heb ik niets tegen journalisten op Twitter. Ze komen nieuws rapen. Dat deden ze vroeger in de etablissementen die ook door politici werden gefrequenteerd. Dat doen ze vandaag door te gaan daar waar de politici zijn. Op den twitter.

Waar ik wel wat tegen heb, is het verwijten van twitter, daar waar je zelf schuld aan hebt. Lieven Verstraete verlaat Twitter met een Boem! Paukenslag! Want nee, aan Twitter heb je niets. Was ik even blij dat ik niet bij de 73 mensen was die het geluk (?) hadden door hem gevolgd te worden.

Ieder zijn meug. Zelf heb ik er wel wat aan. Dat ligt niet aan het medium, dat ligt aan mij. Soms hoop ik dat ook anderen wat aan mijn tweets hebben. Zelf ben ik niet zo van de televisie.

Thomas Verscheuren mag op de communicatieblog van De Tijd uithalen naar Twitter. Hij noemt het ‘geen communicatiemiddel’. Dat is vreemd. Zonderling. Hij noemt het nonsense en een publieke klaagmuur, een schandpaal en een pr-uitstalraam. Een student van mij zou een keer terug moeten komen. Verscheuren krijgt behoorlijk wat tegenwind ook.

Twitter is iets vreemd. Het gaat tegen de conventies in. Voor politici, journalisten, ceo’s, Jan, Piet, Joris en Corneel. Tegenspraak. Luid. Duidelijk. Met het gebrek aan nuance die je van 140 karakters kan verwachten. Met een bevolking die hoger opgeleid is dan gemiddeld bovendien. Een reactie op een krantensite, wat maakt het? Rechtstreeks aangesproken word je niet. Niet zo met Twitter.

Spreek een godganse dag over jezelf, antwoord niet op een vraag, verzeil in een politiek van enkel zenden en niet terugkoppelen en je krijgt het te horen. Ook ik. Geen probleem daarmee. Feedback is nuttig. Confronterend soms.

Twitter kan bedreigend zijn. Iedereen kan zomaar zender worden en misschien is dat ook wel een reden waarom zoveel politici en journalisten vooral in het laatste jaar de sprong hebben gemaakt. Al dan niet met een duidelijk plan, ingefluisterd of zelf bedacht, komt men aanzetten. Je kan Twitter dan een sekte noemen, het is wel een kritische sekte.

Overigens is dat sektarische iets wat ik wel al meer heb horen vallen. Zeker als het over de zogenaamde Twitter incrowd gaat. Iemand die mij tot die groep rekende, noemde het een ontoegankelijk clubje dat samenhangt in een you-scratch-my-back-cirkel. Als die club bestaat, vraag ik me af wie er nog toe behoort. Laat staan dat het om een ontoegankelijke club zou gaan.

Waarschijnlijk is het zo dat het een medium is waar niet iedereen zich thuis in voelt. Waarschijnlijk is het zo dat de extremiteit van de beschränkung en het momentum van het medium de zaken wat opblazen. Alles wat Twitter is, is nieuws, op Twitter vind je het nieuws. Voor en tegen liggen zelden zo ver uit elkaar.

Categories
Communicatie Journalistiek

Product Placement of hoe subliminale reclame toch kan

Wanneer wij televisie kijken, kijken wij niet naar bewegende beelden maar snel op elkaar volgende stilstaande beelden. Hier te lande zijn dat er 25 per seconde, dat heeft met de frequentie van het stroomnet te maken. Beweging zien wij mensen zo ongeveer vanaf 12 à 13 beelden.

In 1957, toen je nog met mensen mocht experimenteren, vond James Vicary er niet beter op dit ‘foutje’ in het menselijke vermogen uit te buiten en subliminale reclame uit te vinden. Laat één van die 25 (in zijn Amerikaanse geval 30) vervangen door een reclameboodschap, zo redeneerde hij, en de omzet van coca cola en popcorn zou met ettelijke procenten stijgen.

Het resultaat van zijn studie was verbluffend. 57,8% meerverkoop van Coca Cola, 18,1% voor popcorn*. Vicary maakte enkele fouten tijdens zijn onderzoek. Moest in 1962 toegeven dat zijn resultaten niet klopten. Moest lezen hoe men zelfs twijfelde of hij zijn onderzoek wel had uitgevoerd.

Het werd een urban legend waarbij maar al te vaak deel twee van het verhaal, dat van het niet kloppende onderzoek wordt vaak vergeten. Marketingcommunicatie zou nooit nog hetzelfde zijn. Wetten werden uitgevaardigd. Elke marketeer zou voor altijd per definitie medeplichtig worden geacht aan het misleiden van het volk. Tenzij het tegendeel werd bewezen.

We leven in de eenentwintigste eeuw en mensen zijn reclamemoe. Zo lijkt het. Zo zegt men. Televisiereclame wordt doorgespoeld. Televisiereclame gaat viraal op het internet. Niemand klikt op Google advertenties maar Google verdient geld als slijk. Materie en antimaterie van het reclamevak.

Dus wordt er naar oplossingen gezocht. Oude technieken worden verbeterd, nieuwe duiken op. Social media, user generated content, flashmobs, you name it. Product placement is de nieuwe televisiereclame.

Elke scène is een gelegenheid om de kwaliteiten van een product in de verf te zetten. Als het nodig is, wordt er een volledige aflevering aan gewijd. Als het echt nodig is, kan James Bond ook wel zero-zero-seven zeggen wanneer hij double-0 bedoelt.

Bij fictie wil dat nog wel meevallen. Dat Witse met een Lexus rijdt. Och ja, die mens moet met iets rijden en zo’n commissaris zal hier of daar wel wat onder tafel toegeschoven krijgen om zo’n dure kar te betalen zeker? Of rijk getrouwd of zoiets. Als Xavier zijn dagschotel er nu één is van Jupiler of van Romy of van Heineken voor mijn part, het raakt mijn koude kleren niet.

Als sommige mensen zeggen dat ze product placement verkiezen boven dertigsecondenspots, dan geloof ik hen. Als mensen zeggen niet-disruptieve advertenties te verkiezen boven pauzes in hun mediabeleving, dan volg ik hen daarin.

Anders wordt het wanneer ik in De Standaard van dit weekend lees dat de jobbeurzen weer hoogtijdagen beleven. Aangezien er op de VDAB-website 50.000 vacatures openstaan, wordt meteen geconcludeerd dat de crisis op de jobmarkt voorbij zal zijn.

Als geïnteresseerde lezer verwacht ik daarna een uitwerking van deze these. Vorig jaar waren het er maar zus en zoveel en er is een stijgende lijn of iets van die strekking. Het verhaal draait echter richting jobbeurzen. Career launch en Jobdays komen er immers aan en wat wil nu het toeval? Beide events worden georganiseerd door Jobat en Jobat, dat is een zusje van De Standaard.

Dat je er over de koppen kan lopen en dat het de moeite zal zijn en dat je tips kan krijgen en advies en dat je zeker moet gaan als werkzoekende en dat je je geld als rekruterende absoluut zo moet besteden want vacatures, daar is geld mee te verdienen en met events die vacatures in de kijker zetten nog meer.

De ware aard van het artikel is dan ook niet informeren maar adverteren. Zonder vermelding. Een objectief artikel had gewag gemaakt van vergelijkbare evenementen georganiseerd door de concurrentie. Een eerlijk journalistiek werkstuk had de relatie tussen Jobat en De Standaard genoemd.

Wat ik lees, is product placement, verpakt als nieuws. Dat verandert de zaak. De krant gaat over feiten maar ook over agenda setting en over step-flows, over opinieleiderschap en beïnvloeding van mentale rasters. De vierde macht. De boodschap ongezien voor de lezer.

Want fictie, alla, maar nieuws is journalistiek en jounalistiek is heilig. Enfin, een beetje toch. Noem mij ouderwets maar door dit soort artikels verzeilen journalisten (noodgedwongen) in hetzelfde schuitje als de marketeers. Schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Update: Bij De Standaard Online is een ‘Powered by Jobat’ verschenen

* Met dank aan wikipedia voor de cijfers

Categories
Journalistiek

Een wedstrijd tegen uw ochtendhumeur

Laat ons wel wezen: vaak is de weekendkrant de enige krant van de week die echt uitgelezen is als de Chiro langskomt voor de papierslag. Het weekendabonnement moet zowat de beste uitvinding geweest zijn die de marketingafdelingen der Belgische kranten de laatste jaren hebben voortgebracht.

Dezer dagen doet de Standaard er nog een actie met korting en alles. Onder de titel “Doorbreek de sleur van het ochtendhumeur” . Bij die actie hoort een website. Je kan er een Illy Espressomachine winnen en op geheel wetenschappelijk verantwoorde wijze te weten komen wat voor ochtendhumeurpersoon je bent. Naar het schijnt weet ik één en ander aardig te verbergen. Ik ben een camoufleur. Het is maar dat u weet wat je aan mij hebt mocht u ooit naast mij aan de koffie zitten des morgens.

Op zaterdag en zondag doe ik dat camoufleren wel eens achter een kwaliteitskrant. Enfin. Altijd. Meestal. Als ik er last van heb. Dat kan jij ook. Gratis. Voor een maand. Vertel mij in de reacties of via twitter waarom jij een maand lang gratis De Standaard wil krijgen bij je zaterdagse pistolets. Aangezien de helft van de beroepsbevolking inmiddels 55+ is en 4/5 werkt, krijg je er de vrijdageditie bij.

Een onschuldige kinderhand zal zijn werk doen en vijf namen plukken.

In ruil voor deze blogpost lees ik een maand met je mee. Het is maar dat u dat mag weten.

Categories
Journalistiek

Wij verdienen geen kwaliteitskranten en zij ons ook niet

België heeft een rijke perstraditie die mij in geuren en kleuren en alle omstandigheden werd uitgelegd door Els De Bens (pseudoniem van Elsa De Bens). In de gezegende jaren 2000 tot 2004 waren er twee en ineens ook drie kwaliteitskranten. Dat laatste omdat De Tijd in die tijden een uitstap maakte naar een generieke inhoud.

Die tijden zijn niet meer. Vandaag telt België geen kwaliteitskrant meer. Waarmee ik niet gezegd heb dat alles wat in De Standaard en De Morgen* staat crap is. Ver daarvan. Binnenkort eindigt ons krantenabonnement op De Standaard en het moet gezegd dat ik de dag dat de bus leeg blijft niet met blijdschap tegemoet zie.

10 jaar lang heb ik elke dag een betere Belgische krant gelezen. Elke dag. 3650 dagen. Statistisch gezien een achtste van mijn leven. Maar het is genoeg geweest. De tabloidisering die zich eerst in het formaat doorzette en later ook in de inhoud is gewoon te ver gegaan.

Neem nu het artikel over het reclamefilmpje van Laundry Day dat online te lezen is maar ook in de krant werd afgedrukt. Het is komkommertijd en de politici zijn op vakantie en voor de luchtigheid van de krant enzo. Moet kunnen? Niet voor mij. Dit artikel is een aanfluiting mijnheer. Sorry.

Ik ben niet overgevoelig als ik zeg dat dit een reclamefilmpje is dat overloopt van de clichés? Enfin, een dashreclame met een huisvrouw en een voetballend jongetje vindt er zijn evenknie in. Dat Aziaten geen r kunnen uitspreken, je moet er maar opkomen en dan die Japanse showstijl, wie had daaraan gedacht?

Dat geen enkele redacteur de reflex heeft om even een socioloog erbij te halen. Of een communicatiewetenschapper. Die mensen kunnen daar interessante dingen over vertellen. Beeldvorming enzo. De opkomst van Azië in de populaire Westerse cultuur. Ik noem maar wat.

Niet dat wij Belgen kwaliteitskranten verdienen. Liever weten wij dat De inwoners van het dorp van de babymoorden bijeenkwamen of Dat een moeder met haar zoontje van de negentiende verdieping is gesprongen. Het spijt me, beste medeconsumenten van Belgische kranten. Als het dit is wat jullie interesseert, dan hebben we hier geen kwaliteitskrant nodig.

De journalistiek in ons land staat op een keerpunt. De toekomstige journalist zal nog wel voor een grote krant schrijven, je kan moeilijk anders. Maar misschien valt er wel iets te zeggen voor die personaliteitenmedia. Als journalist krijg je de kans een lezerspubliek op te bouwen via het beperkte medium krant. Een publiek dat je als blogger of online reporter of online journalist of hoe je het ook wil noemen verder kan uitbouwen.

Tot zo lang, vaarwel (kwaliteits)krant, ik zal je missen maar dat dat deed ik al.

*De Tijd is vandaag opnieuw te sterk een financieel dagblad om een échte generieke kwaliteitskrant te worden genoemd