Tado slimme thermostaat: hoe werkt het en wat heb je nodig?

Om van ons gerenoveerde arbeidershuisje een intelligent huis te maken, is er nog een serieuze weg af te leggen. Eén ding wat wij letterlijk geen seconde hebben uitgesteld, is de installatie van een intelligente thermostaat en bijhorende kranen. 

Onze keuze viel op het systeem van Tado. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik redelijk verliefd was op het Nest systeem van Google. Het design van het Google systeem is vele malen mooier en het zelflerende systeem en de integratie met alle andere Google dingen die hier ten huize Seurinck in dienst zijn, steken soms de ogen uit. 

Waarom wij voor Tado slimme thermostaat kozen

Wij hebben een wat redelijk onorthodoxe huislayout met een klein hoofdgebouw en een gerenoveerde schuur met groot raam die dienst doet als living achteraan. Dat zorgt ervoor dat het huis meerdere natuurlijke klimaatzones heeft. Daarom kozen we voor de slimme thermostaat van Tado. 

Waar de Nest thermostaat gebaseerd is op één intelligente centrale unit, kan je de Tado slimme thermostaat uitbreiden met slimme radiatorknoppen. Die zorgen ervoor dat je de temperatuur op elke manier in elke ruimte apart kan regelen. De verwarming blijft opstaan zolang er vraag is naar verwarmingswater. 

Dit heb je nodig voor een Tado installatie

De installatie begint altijd met een zogenaamde Tado starterskit. Die bevat naast een thermostaat en een verbindingsunit ook meteen twee slimme radiatorknoppen. Op dezelfde set kan je (eventueel later) extra extra slimme radiatorknoppen aansluiten. 

In de doos vind je ook de nodige verloopstukjes voor allerhande radiatoraansluitingen. Wij hebben op alle behalve twee radiatoren in ons huis een intelligente radiatorknop gezet. Niet dat het niet zou lukken maar een slimme thermostaat op een retro chauffage, dat gaat wat te ver. 

De installatie van een slimme Tado thermostaat

Beginnen doe je met de installatie van de zogenaamde Tado bridge. Die sluit je via USB aan op je internetmodem en verbind je eenvoudig met je thuisnetwerk.

De bridge zorgt voor een verbinding tussen je Tado slimme thermostaat systeem en het Tado platform dat je aanstuurt via een app op je smartphone. 

Eens je account gemaakt en de bridge geregisteerd, kan je echt aan de slag. De oude thermostaat kan je gewoon van de muur afhalen en vervangen door de Tado slimme thermostaat. Achteraan de thermostaat staat een QR-code die je met de app moet inscannen, daarna maakt de bridge contact met het toestel en klaar is kees. 

Ook de slimme radiatorknoppen laten zich zo aansluiten. Oude knop eraf, QR van de Tado radiatorknop scannen, verbinden met de bridge en de slimme radiatorknop op de radiator schroeven. Materiaal heb je eigenlijk niet voor over en qua technische kennis kom je met de basis al een heel eind. 

De Tado slimme thermostaat gebruiken

Eens de fysieke installatie van de thermostaat gebeurd is, moet het eigenlijke werk nog beginnen. Via de app kan je de thermostaten toewijzen aan een ruimte en die ruimte kan je daarna in een slim schema steken. 

Dat schema zorgt ervoor dat je chauffage automatisch aan en uitgaat op het juiste moment. Zo hebben wij standaard een warme badkamer op drie momenten in de dag, worden de kinderkamers warm voor als ze hun huiswerk moeten maken. Via de app of aan de thermostaatkranen kan je dit schema naderhand op elk moment overrulen. 

De Tado komt standaard uitgerust met geolocatie in de app. Dit betekent dat wanneer wij de deur uit gaan, de verwarming een melding geeft om uitgeschakeld te worden. Via een maandelijkse servicefee kan je dit proces ook automatiseren maar zeker in deze thuiswerktijden heb je dat eigenlijk niet echt nodig.

De links in dit artikel bevatten affiliate tags van bol.com. Dit betekent dat wanneer jij op deze link een bestelling doet, daar een commissie naar mij komt.

De elektrische Jaguar I-PACE getest

Er is iets met Jaguar auto’s. Wie kiest voor een Jaguar maakt een keuze om niet te zijn zoals alle anderen met hun BMW’s en Mercedessen die hetzelfde kosten maar toch die je ne sais quoi missen. Althans, zo zie ik dat dan.

De laatste week reed ik ook met een auto die je ne sais quoi uitdrukte. Een Jaguar I-Pace. Full electric. Die auto heeft heel de week een smile op mijn gezicht gezet.

De dubbele persoonlijkheid van de I-Pace 

De I-Pace is een auto waar ik ook na een week mijn hoofd niet helemaal rond krijg. Wanneer je hem voor het eerst ziet, denk je aan een SUV. Licht tot medium gedistingeerd zoals dat bij een Jaguar past.

Daarna kijk je even van dichterbij en merk je een gat in de motorkap die ook een spoiler is en rechtstreeks de link legt met een achterspoiler. Mijn exemplaar kreeg een grijze kleur waar ik normaal van ga steigeren. Deze auto kan het wel hebben. 

Zeker in combinatie met de 20inch zwarte velgen krijg je een soort Harvey Specter op wielen: keurig in pak en pak en das maar met een handleiding. De gentleman-met-karakter rijdt ook zoals hij eruitziet. 

Het rijgedrag van de I-Pace

Elektrisch rijden heeft iets magisch. Je hebt de rust en de stilte. Je hoort door de muziek het ruisen van de banden. EN DAN GEEF JE GAS EN DAN IS HET WHAAAAAAAH. Tot je denkt: zo kan ie wel weer en dan cruise je lekker door. 

De I-Pace is hier geen uitzondering. Het is best een dikke kar maar het gaspedaal schiet je in dynamic mode van 0 naar 100 in 4,79 seconden. Ook hier blijft de I-Pace zijn dubbele gezicht tonen: je krijgt geen schop in de kont. De auto vertrekt en gaat knal naar 100 terwijl je het gevoel hebt in een zetel te zitten. 

Het maakt van de I-Pace nog geen racebolide. Dat kan ook niet. Daarvoor is de draaicirkel te ruim. In een doorsnee bocht staat daar tegenover dat het lage zwaartepunt deze auto zo vast laat liggen dat je er van gaat kikken. Ik heb het geprobeerd om hem te laten uitwaaieren in een natte bocht. Hij gaf geen krimp. 

Rijden met de Jaguar I-Pace 

In het verleden heb ik ergens tussen de 10 en de 20 testauto’s opgehaald. Meestal is er een PR-jongen (m/v/x) bij die je uitgebreid een uitleg doet. Corona heeft de wereld veranderd dus was het bij de Jaguar: dat is de auto, hier is de sleutel, dit is het document. Heerlijk.

Heerlijk want dan kan je zelf ontdekken hoe de auto werkt en het moet gezegd: bij Jaguar zijn ze er in geslaagd om een intuïtieve cockpit te maken. Alle instrumentenpanelen zijn elektronisch en Android auto werkt op hup-twee-drie.

Verder is alles zo overzichtelijk en logisch met niet zot veel knoppen en twee touchscreens. Mensen die wat minder into technologie zijn, krijgen dus niet meteen een overweldigend F-16 gevoel. De binnenruimte van de auto én de koffer zijn ruim bemeten. 

Het cliché van de grote E-car waar de batterij het haalt van de gebruiker is hier zeker niet het geval. 

Voor wie is de Jaguar I-Pace?

Wie een Jaguar kiest, maakt een actieve keuze. Een Mercedes of een BMW zijn de voor de hand liggende keuzes. Bij BMW zou het equivalent de iX3 zijn, bij Mercedes de EQC, beide hele of halve e-versies van bestaande modellen. Voor mij al meer dan reden genoeg om deze een streepje voor te geven.

Binnenruimte, usability en rijgedrag maken van deze I-Pace een meer dan keurige auto en met 400+ kilometer op de reëel geteste range moet je ook niet meteen schrik hebben om halverwege ergens te stranden. Wil je ‘m gebruiken voor lange reizen, dan zal je wat moeten plannen. 

Tegen 2026 moeten alle bedrijfswagens elektrisch zijn. Althans dat is de doelstelling van onze regering. De leasingrijder ligt dus voor de hand. De geafficheerde vanafprijs voor een financiële leasing is € 499. Dat is dan wel met een voorschot van € 13.635 exclusief BTW. Goedkoop is dat allemaal niet maar je krijgt met deze auto wel waar voor je geld. En 100% fiscaal aftrekbaar.

Fritz! WiFi repeater getest en give away

Als wij ten huize Seurinck met één iets geluk hebben gehad in 2020, dan is het met onze verhuis. Van een appartement in Berchem naar een huis Aartselaar zowat drie weken voor het land in lockdown ging. Van één verdieping naar een huis met achterbouw is ook een uitdaging voor de IT-dienst. In casu: ondergetekende.

De lockdown bracht twee thuiswerkende mensen die vaak tegelijk aan het videoconferencen waren. Plus kinderen die van tijd aan het Zoomen, Universiteit van Vlaanderen of YouTuben waren. Een oplossing werd gezocht en gevonden tot het zomer werd. 

Toen lonkte de schaduw van de tuin en daar kreeg ik het niet op orde. Bereik ja, maar niet zo dat je zonder zorgen een Teams meeting in zou gaan. Niet dat ik het niet geprobeerd heb. Tot de mensen van AVM hier een Fritz! Repeater 2400 lieten bezorgen. 

De installatie van de Fritz! repeater

Alles simpel vertelde mij de handleiding. Repeater het stopcontact in, wachten op pinkend lampje, knopje op de repeater indrukken, WPS van de router inschakelen en klaar. Als het simpel klinkt, werkt het in mijn hoofd al niet. 

Exact zoals beschreven op het doosje deed ik mijn drie klikken en zeggen en schrijven twee minuten later stapte ik met telefoon en Wifi-analyser app de tuin in. 

Wij beschikken hier nu niet over een uitgestrekt domein, daar niet van maar het verheugde mij dat ik nu ook achteraan de tuin een verbinding vond die een toevallige teams meeting met een collega kon opvangen. 

Een repeater, werkt dat wel?

Sceptisch omschreef mijn gevoel nog het meest. Want research en ervaring had mij geleerd dat zo’n repeater toch maar een dom ding is. Het krijgt zijn internet draadloos binnen en verspreidt het via een andere antenne verder. Zelfs good in betekende in mijn hoofd garbage out

Daarom was ik in huis gegaan voor een oplossing met netwerkpunten die hun broninternet over de electriciteitskabel trekken. Een oplossing die ervoor zorgde dat hier een lockdown lang vrij stabiel kon worden gewerkt. 

Edoch: zoals ik eerder schreef op Twitter: Duitse Gründlichkeit, het bestaat nog. Deze repeater had net zo goed door HG kunnen gemaakt zijn: hij doet wat hij belooft.

Deze repeater kan je, wanneer je alle toestellen bij AVM inslaat ook in een mesh netwerk zetten. Zonder technisch te worden: dat is het netwerktype dat de IT’er bij jou op kantoor heeft hangen dat ervoor zorgt dat jij met je call van je bureau naar de andere kant van het verdiep kan lopen zonder onderbreking. 

De repeater staat ondermeer te koop bij de online winkel van ons allemaal, die met de glimlach én je vindt ‘m bij Mediamarkt en kost ergens rond de € 75. Dat heb je er na drie keer ‘Godverdomme, dat internet werkt hier weer voor gene meter’ al uit.

Twee AVM Fritz! te geef

Het beste nieuws? Bij AVM liggen nog twee exemplaren te wachten op twee mensen die mij via gelijk welke weg vertellen waarom zij zo’n Fritz nodig hebben. Stuur mij een bericht via het formulier hieronder en je gaat de grote grabbelton in. Trekking: zondag 13 september.

Sidenote: voor deze blogpost kreeg ik van AVM een repeater in de bus en ook de give away wordt door hen gesponsord. Dat betekent echter niet dat dit mijn review in enige zin heeft gekleurd.

Polestar: nieuwe ster aan het autofirmament

Nee, ik zal het niet onder stoelen of banken steken: ik ben al even fan het merk Polestar. Eerder produceerden ze daar performancemodellen, gebaseerd op Volvo-wagens. Nu willen de Zweeds-Chinezen er een eigen merk van maken. 

Ze verloochenen daarbij hun performanceverleden niet (helemaal) en kijken tegelijk naar de toekomst. Elektrische wagens, verkoop via internet en slechts een handvol dealers. In België plannen ze er vier in: Brussel, Antwerpen, Gent en Luik.

Twee modellen. Klaar.

De wijsheden uit The Choice Paradox (en het wetenschappelijk onderzoek daaromtrent) beginnen stilaan de autowereld binnen te sluipen. Er zijn twee modellen Polestar: de Polestar 1 en de Polestar 2. 

Van de Polestar 1 worden slechts 1500 exemplaren geproduceerd, wist men mij op de stand van Polestar op het autosalon te vertellen. Met een prijskaartje van om en bij de € 175.000 wordt met de hybride sportkar dan ook eerder naar verzamelaars dan naar woon-werkrijders gekeken. 

Wat ze ons bij Polestar echt willen verkopen is hun versie 2. Die komt met of zonder performance pack dat wat gelijkenissen vertoont met de M-packs bij BMW: je krijgt er vooral extra sportievere looks bij.

Leg je er de Tesla-maatsstaf naast, dan is de Polestar 2 eerder een concurrent voor de Tesla Model 3: een betaalbare elektrische wagen. Wat heet betaalbaar natuurlijk. Het prijskaartje is nog wel steeds € 59.800 en dat is niet wat je zegt ‘een auto voor het volk’.

It’s not a car, it’s a design accessory

Hoewel ik de Polestar auto’s al eerder op mijn radarscherm had zien verschijnen, ben ik er pas écht eens goed naar gaan kijken na het horen van één van de Polestar designers op een conferentie. Alles rond dat merk klopt gewoon.

Het is allemaal afgelijnd en heel erg subtiel. Het sterlogo dat omhoog hing op de autosalonstand zou niet misstaan als lichtelement in menig interieur. Noem mij één ander automerklogo of logo in het algemeen for that matter dat je in je living zou ophangen?

Wat de auto’s betreft: ja het zijn nog altijd tot op zekere hoogte Volvo’s. Vooral de Polestar 2 heeft nog wel Volvotrekjes. Zelfs de Polestar 1 zou voor het ongetrainde oog in de Zweedse stal worden gesitueerd.

Maar ze hebben dat bij Polestar goed gezien. De ervaring rond een merk is minstens zo belangrijk als de auto zelf. De tijden de nichemerken zijn aangebroken en je hoort op de elektro-automarkt mensen snakken naar ‘iets anders van big-T’. 

Hoeveel performance zit er nog in Polestar?

Polestar begon ooit -en ik zeg het wat denigrerend- als de inhouse tuner van Volvo. Ook vandaag nog kan je een Volvo laten optimaliseren onder de Polestar merknaam. 

Het ‘nieuwe’ Polestar hinkt duidelijk nog wat op twee benen: de Polestar 1 is flatout een sportbak. Twee elektromotoren én een benzinebak van 2 liter op een aluminium chassis en een koetswerk met heel veel carbon. Het sportresultaat daarvan valt me echter wat tegen: Je hebt toch nog 4 seconden nodig om van 0 tot 100 te komen. Je rijdt er dan weer wel 150 kilometer puur elektrisch mee.  

Dan blijft de Polestar 2, de wagen waar jij en ik straks mee zouden kunnen rijden, met een 4,7 seconden van 0-100 niet eens zo heel ver achter. Het doelbereik van 470 kilometer is best aardig. Geen Tesla-prestaties maar de Polestar is wel wat groter dan de concurrerende Model 3. Performance moet dus met een korrel zout worden genomen.

Zou ik een Polestar 2 overwegen?

In 2021 loopt de leasing van mijn BMW af en dus ben ik stilaan mijn opties aan het verkennen. Een elektrische wagen is daarbij zeker een mogelijkheid. De Polestar 2 staat voor mij daar zeker bovenaan.

De teleurstelling van het jaar

Ze rolden bijna over elkaar, de mensen die me er op wilden wijzen dat ik met de Google Pixel 4 XL de teleurstelling van het jaar had gekocht. Dat beweerden ze niet zelf. Dat beweerde Marques Brownlee in een video op YouTube (vanaf minuut 15:12). 

Ook ZDnet en Android Authority en andere reviewers waren niet laaiend enthousiast. Er viel anders wel een lijn op te trekken, op die slechte reviews: er was veel verwacht van de Pixel 4 en die verwachtingen waren om diverse redenen niet ingevuld. Teleurstelling was het logische gevolg. 

Mij gaf het een beetje de indruk dat mensen een vliegende auto hadden verwacht en dat de teleurstelling slechts een Lamborghini Aventador betrof. Maar toen was ik al vooringenomen. 

Een week met de Pixel 4 XL

Inmiddels loop ik dus een week rond met de Pixel 4 en ik kan niet zeggen dat ik zwaar teleurgesteld ben. De upgrade van mijn vorige telefoon (een bijna afgeschreven OnePlus) was dan ook niet min. 

Wat mij het meest opvalt is de batterijduur die ik uit de Pixel haal. Op werkdagen heb ik een pendel van ongeveer anderhalf uur à twee uur per dag. Tijdens die ritten sloot ik deze week de telefoon aan terwijl ik Android Auto, Waze en Audible gebruikte. Dat bleek voldoende om de dag door te komen en meer. Verder heb ik niet opgeladen. Helemaal niets. 

Daarnaast zijn er uiteraard de foto’s. Eén van de redenen waarom ik sowieso van plan was over te schakelen naar een nieuwe telefoon. Het moet gezegd: voor een teleurstelling van het jaar schiet dat ding best straffe beeldjes. 

Waarom ik een Pixel 4 kocht

Misschien moeten we even terug naar waarom ik überhaupt voor een Pixel ben gegaan. Ook al was er sprake van teleurstellingen. Ook al had ik voor hetzelfde (of iets minder) geld een andere telefoon kunnen kopen. 

Sowieso zou het opnieuw een Android telefoon worden. Wij zijn een Google Home / GSuite integratie familie en eens je die keuze gemaakt hebt, is er niet zo’n harde weg terug. iPads? Dat dan weer wel. 

De Google Pixel is daarenboven de flagship phone van big G. Dat betekent dat je drie jaar lang kan rekenen op het laatste Android besturingssysteem. Niet na drie-vier-zeven maanden maar op de dag dat het op de wereld wordt losgelaten. Features, toeters en bellen inbegrepen. 

Daarnaast zijn er de foto’s. Die waren op de Pixel 3 al ronduit indrukwekkend en zijn nog wat verbeterd heb ik de indruk. Om nu eind 2019 een telefoon te kopen van meer dan een jaar oud, dat vond ik echter wat te belachelijk. 

Misschien is de voornaamste reden nog irrationeel. Als ik heel eerlijk ben vind ik het wel leuk om een telefoon te hebben die je niet zo vaak ziet. Het is belachelijk en patserig, ik weet het maar ik wil daar ook niet flauw over doen. 

Is de Pixel 4 XL een teleurstelling?

Nee, de Google Pixel XL is niet goedkoop. Dat is geen enkele toptelefoon. Ja, er zijn voor dezelfde prijs snellere, grotere en smartphones met meer camera’s. Dat wist ik toen ik de telefoon bestelde. Hij doet echter waar ik ‘m voor gekocht heb. Dat lijkt me wel zo belangrijk. 

Een Google Pixel 4 kopen in België

Een aantal jaar geleden kocht ik me een Google Nexus. Dat was toen zeg maar de officiële Google-telefoon. De Google Nexus heet nu Google Pixel en bij Coolblue is die niet meer te koop. Zelfs op de officiële Google store voor België is er van de Google Pixel 4 geen sprake. Het zal met prioriteiten te maken hebben.

Lang verhaal kort: het glas van mijn OnePlus begaf het en ik had mijn gedacht eigenlijk al gemaakt. Ik dacht dus een ommetje Duitsland te maken. Daar koop je een Pixel immers gewoon van het schap van de jawaddedadde Mediamarkt.

Ich bin ein Ausländer

Er bleek ook een makkelijker manier om aan een Google Pixel 4 te geraken. Het antwoord op het raadsel ‘hoe koop je een Google Pixel in België’ luidt plain and simple ‘amazon.de’. Je hoeft er niet eens je naamvallen voor te hernemen want die .de versie bestaat gewoon ook in het Nederlands. 

Wanneer je een Amazon.com account hebt, werkt die ook op de .fr .co.uk of .nl versie. Dus ook op de Amazon.de. Wanneer je bij Amazon een business account aanmaakt en bestelt, dan wordt de BTW zelfs automagisch afgetrokken. Want ja, import uit het buitenland dus.

Zelf kocht ik de witte XL versie in 64GB. Dat wit om esthetische, werk- en merkaangelegenheden. Die XL omwille van de screen real estate en omdat ik graag nog eens een echt grote telefoon wilde. 64GB want ik ben mentaal niet klaar voor een telefoon van meer dan € 1000.

Wat kost een Google Pixel 4?

Je betaalt bij Amazon gewoon de prijs zoals je die in de winkel zou betalen. Op moment van schrijven is dat € 899 (BTW inclusief) voor de XL versie en € 695 (BTW inclusief) voor de gewone versie.

Er bestaan ook een hoop (vooral Nederlandse) sjacherwebsites die je een Google Pixel 4 willen verkopen tegen een invoermeerprijs. Helemaal nergens voor nodig dus.

Amazon levert je met medewerking van de Belgische posterijen zonder morren een Pixel aan huis. Nee, dat is geen next day delivery maar dat is voor mij nog nooit een bezwaar geweest. 

Amazon, srsly?!

Nee, bestellen bij Amazon zit nooit echt superlekker. Al zeker niet in de eindejaarsperiode. Daarvoor zijn de geruchten die je hoort over de werkomstandigheden in de Amazon distributiecentra meer dan iets te luid. Dat wordt enkele jaren extra in het vagevuur, later.

Onder de indruk van Facebook

Ja. Ik vloek wel eens op Facebook. Als hun facturatiesysteem weer eens gek doet en we nu weer teveel, dan weer te weinig betaald hebben. Wanneer hun cijfers die je vorige maand uit hun systeem haalde niet dezelfde zijn als vandaag. Meestal echter ben ik zwaar onder de indruk.

Zo lees ik graag en religieus de developerblog van de blauwe brigade. Ze schrijven er artikels over wat er technisch achter Facebook zit. Het zijn vaak artikels die ik twee keer moet lezen om ze te begrijpen of -in best wel wat gevallen- te beseffen dat ik het wel honderd keer kan lezen maar dat het boven mijn technische pet is.

Er zit meer in een Facebook dan je denkt

Deze week ging het op die developerblog over Scribe. Het log server systeem van Facebook dat ooit open source was. Nu staat het als één van hun 307 open source projecten wat te verkommeren op de Facebook Githubpagina. Dat betekent echter niet dat Scribe dood en begraven is. Allerminst.

Nee, ik ga hier niet doen alsof ik technisch iets van log servers ken. Verder dan het feit dat dit ding een lijst van serveractiviteiten bijhoudt kom ik niet. Waar ik echter wel verstand van heb is cijfers en die geven ze er bij Facebook trots bij.

Meer data dan de Large Hadron Collider

Met de 2,7 miljard (slik) gebruikers die Facebook tegenwoordig maandelijks pretendeert te servicen, verwerkt dit systeem 2,5 inkomende en tot 7 uitgaande terabytes. Per seconde. Dat is de harde schijf van een gemiddelde MacBook gelezen in 0,1 seconde.

De Large Hadron Collider (dat ding waarmee ze elementaire deeltjes zoeken) in Zwitserland spuwt ter vergelijking 25 Gigabyte per seconde uit. Lang niet verkeerd natuurlijk en een pak minder gebruikers ook maar toch… Het verschil in logs alleen al is gigantisch.

En dan hebben we het nog niet over het echte video, foto en ander materiaal dat we tegenwoordig de planneet over verspreiden. Want dat zit hier allemaal nog niet in.

Lessen (in nederigheid)

Hoewel ik me in de verste verte niet kan voorstellen hoe je een log server zou beginnen programmeren, vind ik het lezen van die developerstukjes ongelofelijk boeiend. Net zoals ik graag weet hoe de motor van mijn auto werkt.

Niet omdat ik de ambitie heb ooit één sleutel naar die kar uit te steken. Of een server te programmeren. Wel omdat ik graag weet waar ik mee onderweg ben.

De HTC U11 review

[vc_row][vc_column width=”2/12″ el_id=’5a0560b19e3a6′][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_alignment=”left” md_text_title_line_height=”40″ md_text_desc_line_height=”21″ md_text_title_bottom_space=”10″ md_text_separator_bottom_space=”10″ md_text_description_bottom_space=”25″ md_text_title_separator=”no” md_text_separator_width=”110″ md_text_separator_height=”5″ md_text_separator_color=”rgb(0, 255, 153)” md_text_style=”solid” md_text_solid_color=”rgba(20,20,20,1)” md_text_gradient_color=”pixflow_base64eyJjb2xvcjEiOiIjODcwMmZmIiwiY29sb3IyIjoiIzA2ZmY2ZSIsImNvbG9yMVBvcyI6IjAuMDAiLCJjb2xvcjJQb3MiOiIxMDAuMDAiLCJhbmdsZSI6MH0=” md_text_title_size=”32″ md_text_letter_space=”0″ md_text_hover_letter_space=”0″ md_text_easing=”cubic-bezier(0.215, 0.61, 0.355, 1)” md_text_use_title_custom_font=”no” md_text_title_google_fonts=”font_family:Roboto%3Aregular%2C100%2C100italic%2C300%2C300italic%2Citalic%2C500%2C500italic%2C700%2C700italic%2C900%2C900italic|font_style:300%20light%20regular%3A300%3Anormal” md_text_number=”1″ md_text_title1=”pixflow_base64PGRpdj4mbmJzcDs8L2Rpdj4=” md_text_title2=”Typography Shortcode” md_text_title3=”Typography Shortcode” md_text_title4=”Typography Shortcode” md_text_title5=”Typography Shortcode” md_text_content_size=”14″ md_text_content_color=”rgba(20,20,20,1)” md_text_use_desc_custom_font=”yes” md_text_desc_google_fonts=”font_family:Roboto%3Aregular%2C100%2C100italic%2C300%2C300italic%2Citalic%2C500%2C500italic%2C700%2C700italic%2C900%2C900italic|font_style:400%20regular%3A400%3Anormal” md_text_use_button=”no” md_text_button_style=”fade-oval” md_text_button_size=”standard” left_right_padding=”0″ md_text_button_text=”READ MORE” md_text_button_icon_class=”icon-angle-right” md_text_button_color=”rgba(0,0,0,1)” md_text_button_text_color=”rgba(255,255,255,1)” md_text_button_bg_hover_color=”rgb(0,0,0)” md_text_button_hover_color=”rgb(255,255,255)” md_text_button_url=”#” md_text_button_target=”_self” md_text_animation_type=”fade” md_text_animation_speed=”200″ md_text_animation_delay=”0″ md_text_animation_position=”center” md_text_animation_show=”once” md_text_animation_easing=”Quart.easeInOut” md_text_parallax_speed=”1″]

HTC zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen. Op één of andere manier lukt het ze niet om hun Smartphones die al jaar en dag stelselmatig innovatiever en beter zijn dan die van pakweg Samsung, in de markt te zetten.
Deze zomer kwam dan de mededeling dat ze misschien wel eens op zoek zouden kunnen zijn naar een overnemer. Nu zou Google wel eens die overnemer kunnen gaan worden. Dat zou wel eens vonken kunnen geven want terwijl ze daar in Taiwan zichzelf in de etalage aan het zetten waren, liep ik nog eens rond met een testtoestel. De HTC U11.
Die U11, dat is dan wat ze noemen het vlaggenschip van het HTC-gamma. Over de inhoud van de officiële doos moet je mij geen vragen stellen want ik kreeg de PR-doos. Wat meteen opvalt na de glimmende telefoon (ik kreeg de lichtblauwe versie) is de koptelefoon, die geen audiojack maar een USB-C aansluiting heeft. Zelf kreeg ik er ook een doorzichtig hoesje bij. Wat goed is want die blinkende achterkant met krassen, het zou geen zicht zijn.
Een vlaggenschip, dat betekent de snelste processor van de reeks en genoeg werkgeheugen om tijdens de testmaand geen enkele keer het gevoel te hebben dat er gewacht moet worden op het toestel. De batterij haalt je makkelijk de dag door, zelfs als je een intensieve gebruiker als ik bent. Als je echt een hele dag Pokemon Go wil spelen, kom je er misschien toch niet. Daarvoor is er dan Quick charge, versie 3.0. Ik heb de versies 2.1 tot en met 2.9 duidelijk gemist. Handig is het wel. Even aan het stopcontact, neem een half uur, en je kan weer een ommetje of zeven door het Middelheimpark lopen.
Zeer te spreken ben ik ook over (de kleuren van) het scherm. Het zou iets met het glas zijn, lees ik hier en daar. Ik heb ooit televisie gedaan en de kleuren van een scherm, ik ben daar nogal gevoelig aan. Of het nu softwarematig is of het is effectief het glas, dat zal mij dan worst wezen.
De mobiele internetverbinding daarentegen, daar hebben we al beter gezien. Zonder daarover in details te treden, wanneer je hier ten huize Seurinck op het toilet zit, durfde het wifi-signaal wel eens verloren te gaan. Iets wat met de Nexus en de One Plus 3T die hier momenteel in gebruik zijn nooit gebeurt.
Softwarematig blijft HTC investeren in haar Sense-laag bovenop de standaard Android. Voor mij zou dat allemaal niet moeten maar ik begrijp dat de gewone gebruiker er wel wat aan heeft. Veel features die in de vroege Sense zaten, zijn nu overgenomen (en een pak beter gemaakt) door Google Now. Dat maakt features als Blinkfeed bijvoorbeeld vooral storend want niet beschikbaar in een Vlaamse versie want die Franse versie is leuk als je daar op reis bent maar eens terug wil je toch graag de strapatsen van de lokale politici volgen.  
Nieuw bij de U11 is dat Sense ook een hardwarelaagje krijgt. Je kan namelijk op de telefoon knijpen. Knijpen? Jawel. Je kan de telefoon zo instellen dat je, wanneer je er op knijpt een bepaalde functie kan ontgrendelen. Foto-app openen of je moeder bellen, je zegt het zelf maar. Leuke feature maar niet meteen iets waarvan ik een aankoopbeslissing zou laten afhangen.
Heeft HTC met de U11 een telefoon opgeleverd waar je van gaat dromen? Die tijd is voorbij denk ik. Van droomtelefoons. Tenzij je het statussymbool met het fruit op de achterkant wil kopen. Dat is geen telefoon, it’s a fashion accessory. De U11 is wel één, zoniet dé Android telefoon die je wil kopen als je in de markt bent voor een nieuw en hardstikke degelijk toestel.

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″ el_id=’5a0560b19e40b’][/vc_column][/vc_row]

De BMW 330e: een schaap in wolfsvacht

Toen vorig jaar besloten werd om de bvba WIT op te richten, moest er ook een voertuig bij gekozen worden. Enfin moest. Dat zou ooit wel van pas komen, zo werd algemeen bedacht. Aangezien de klant die het factuur 001 van WIT kreeg een partnership met BMW heeft en ik dat toevallig ook nog wel te pruimen wagens vind, was de keuze al wat makkelijker gemaakt.

Alleen het type moest dan nog gekozen. De koffer van de X1 bleek bij inspectie een beetje een tegenvaller en ik was toch al niet zo’n fan van het hele crossovergebeuren. Qua looks zou ik voor een 4-reeks gran coupé zijn gegaan. Alleen wil ik ook nog wat groen kleuren, zelfs in mijn automobiliteit. Dus werd het een 330e. De plugin hybride 3-reeks.

Waarom zou je een BMW 330e kopen?

Zonder meer één van de mooiste en de leukste wagens waar ik ooit al mee gereden heb, die 330e. Ja, het is door dat M-pakket een beetje een patsterbak, zeker als je die geblindeerde ramen en die fraaie wielen ziet.
Vergis je niet. Het is een soort schaap in wolfsvacht.
Ja, een schaap in wolfsvacht. Want onder die koffer zit een batterij die een elektromotor aandrijft. Je komt er een kleine dertig kilometer ver mee als je ‘m oplaadt aan een stopcontact of laadpaal.
Of je kan, als je de combinatie van de benzinemotor en elektromotor gebruikt van nul tot honderd sprinten in zeggen en schrijven 6,1 seconde. Voor dat laatste heb ik ‘m niet gekocht maar ik kan niet doen alsof ik dat niet een beetje leuk vind.

Minstens even leuk is het groene kantje van de auto. Want hoe graag ik het ook doe, met de fiets de jongens naar school brengen, naar het werk fietsen en terug naar school en terug naar huis en koken en de kinderen in bed steken en… is het erg als ik zeg dat mij dat gewoon niet heel erg goed lukt, timinggewijs? Dus doe ik het voor het grootste stuk op batterij, gevuld met groene stroom. Dat is al wat.

Een PHEV: opladen en verbruik

Uiteraard komt het reële verbruik in de verste verte niet aan de vooropgestelde doelen maar eerlijk is eerlijk, ik kom er ook niet altijd toe om ‘m overal en altijd op te laden. Bij ouders en schoonouders lukt het best want die hebben een oprit tot aan de garage.
Thuis is het met verlengdraad te doen. Bij klanten is het nu niet meteen zo dat ik bij het kennismakingsgesprek ga vragen ‘en waar is nu het stopcontact’ maar als er een laadpaal beschikbaar is, zal ik niet nalaten om ‘m in te palmen.

Is dit de meest handige familiewagen die er is? Hoogst zeker niet. Daarvoor is de koffer te klein. Is het de sportiefste auto out there? Heel zeker niet. De meest luxueuze? Neen. Het is wel by far de auto die voor mij het meeste doet. Ziet er goed uit. Rijdt als een beest als je daar eens zin in hebt, fluistert stil als het moet. Oh. Ja. Dan nog iets. De boekhouder, die vond dat ook een goed idee, zo’n plugin hybride.

Krystina Sferlazza: Proximus werknemer van de maand

Hoera! Het is gelukt! Proximus heeft mij dan toch als klant willen binnenhalen. Alle gekheid op een stokje: er zullen wel redenen zijn waarom het met mij en hen zo fout liep. Slechte opleiding waardoor de winkelbediende niet weet dat je bij een privéabonnement geen bedrijfsfactuur kan krijgen, matige informaticasystemen waardoor Twitter- en telefoonhelpdesk en socialmediateam van elkaar niet zien wat er gaande is. Ik zeg voor de vuist weg maar wat.

Toen het gisteren pas echt fout dreigde te lopen kwam er echter een soort deus ex machina zoals je ze nog maar zelden op de bühne ziet: Krystina Sferlazza. Ze heeft haar naam nog mee ook. Voor zover ik kan inschatten werkt ze op een andere dienst bij Proximus maar weet ze zo een beetje hoe de vork aan de steel zit.

‘Ga gewoon naar de winkel, vraag een nieuwe simkaart en klaar’ adviseerde ze toen Mobile Vikings ineens sneller dan verhoopt de telefoonkraan dichtdraaide. Er moeten meer Proximuswerknemers meegelezen hebben en eerlijkheid gebiedt om te vertellen dat er me maandag iemand al had aangeboden om intern aan bellen te gaan trekken. Als ik echt de ik-ben-blogger-en-ik-wil-nu-geholpen-worden-kaart had willen spelen zijn er ook wel manieren. De helpdesk deed er het zwijgen toe. Ik moet geen voorkeursbehandeling. Ik hoef geen compensatie. Trek lessen uit het gebeurde en los het op.

Het zal vast buiten de procedures liggen wat Krystina Sferlazza deed. Privé account gebruikt, andere dienst, heel de ramsamsam. Het is wat Mobile Vikings de laatste jaren is verloren. Het is wat je van een grote boite als Proximus niet verwacht: een persoon met voornaam én familienaam die het zich aantrekt en die denkt: fuck het boekje, dit is een te simpele oplossing om iemand mee te laten sukkelen.

Dominique, als je dit te lezen krijgt, laat Krystina opnemen in de opleiding voor al je personeel en stuur haar een mailtje, ze zal vereerd zijn.

Een nieuwe aflevering in de Proximus-soap

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]Maandagavond was ik het hele gedoe met Proximus een beetje beu. Een blogpost werd geschreven. Een tijdslimiet werd gezet. Als het om 17u op dinsdag niet opgelost zou zijn, zou ik publiceren. Zo geschiedde helaas.

De reacties lieten niet op zich wachten. De blogpost is inmiddels zo’n 2000 keer gelezen. Bij Proximus deden ze hun best om alles zo snel mogelijk recht te zetten. Met reacties tot op mijn Facebookbericht toe. Alles zou goedkomen, dat voelde je. Hier stonden de zenuwen op scherp.

Om 9u52 kwam het bericht van Proximus dat de overzetting van mijn nummer opnieuw werd aangevraagd. Ik bedankte de jongedame aan de andere kant van de lijn en voegde er voor de zekerheid aan toe dat ik ook nog een nieuwe simkaart verwachtte. Een nano-exemplaar deze keer. Daar zou voor gezorgd worden.

Vandaag werk ik thuis. Geconcentreerd verder werken aan een plan voor 2017. Ik was er dus om 7u30 al aan begonnen. Kwestie van wat meters te kunnen maken. Om 12u was het op, zowat. Dus besloot ik tot een wandeling. De rest van het verhaal kan je al raden, juist?

Onderweg wil ik dus iets opzoeken. Blijkt mijn verbinding weggevallen. Wat doet een beetje techneut dan? Eens aan en uitzetten. Eerst de verbinding. Daarna de hele telefoon. Helaas niets. In draf naar huis. Bericht naar Mobile Vikings gestuurd. Hebben jullie mijn nummer al gedeactiveerd? Ja, dat hebben ze.

Ondergetekende gaat dus even douchen, kostuum aantrekken en naar het werk vertrekken want het gevoel dat de collega’s mij niet gewoon kunnen bereiken, het zit me niet lekker. Intussen ga ik eens nadenken hoe ik me op een beleefde manier toch heel erg boos kan maken.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Die keer dat ik klant wilde worden bij Proximus

Twaalf december zou mijn laatste officiële werkdag worden bij Flanders DC. Dat had Sabrina van HR voor mij berekend. Veranderen van werkgever, dat is ook veranderen van telefoon-abonnement en in mijn geval ook van operator. Mobile Vikings is naast zijn zelfstandigheid de voorbije jaren ook zijn sympathieke kantje kwijtgeraakt. De dekking blijft wat ze was en dat is voor mij niet genoeg.

Trek ik dus naar Proximus. Terwijl ik toch in het centrum moest zijn even binnenwippen in de Proximuswinkel, dacht ik zo. Of ik mijn nummer wilde behouden? Jazeker. Welk abonnement ik wilde? Een business abonnement alstublieft met 8 GB aan data want ik trek er wat door op een maand. Waarom neem je geen gewoon abonnement vroeg de verkoopster? Het is eigenlijk goedkoper en kan ook via vennootschap betaald. Waarom ook niet? Toch? Contractje getekend. Simkaart gekregen. Trots een instagramfoto genomen. Wist ik veel.

A photo posted by Jan Seurinck (@janseurinck) on

Zeggen en schrijven zes december om drie uur in de namiddag . Ruim tijd genoeg om alles geregeld te krijgen zou je denken. Niet dus. Ik liep nog wel als een dwangneuroot rond want ik voelde dat de omschakeling er snel aan zou komen en je zal nooit anders zien dat je ergens op de boerenbuiten aan het fietsen bent, een derde lekke band krijgt en met bevroren vingers niet naar het thuisfront kan bellen want je telefoon doet het niet meer.

Op 13 december voelde ik de bui hangen. Even Brussel DM’en zeker? Flanders DC op de hoogte brengen dat het niet had gewerkt en of ze zo vriendelijk wilden zijn om mijn telefoon nog even te betalen. Dat ze het factuur dan maar naar mij moesten sturen als het nodig was. Bij Proximus luidde het intussen dat het mogelijks aan de oude provider zou kunnen liggen en dat het tot een paar dagen kon duren… Tik tak tik tak tik tak.

Op 14 december is het ineens zo dat er geen aanvraag tot overzetting terug te vinden is maar gelukkig is de andere kant van de Twitterlijn heel vriendelijk en zal het doorgegeven worden aan het callcenter. Een lange telefoon later weet ik dat ik toch een business abonnement vandoen heb want dat kan zomaar niet en of ik mijn telefoonnummer wens te behouden? Ja. Ik wil dat. En snel. En nu.

Veertien dagen later… VEERTIEN… Valt er een brief in de bus. Dat ik tevreden mag zijn van mijn keuze want Proximus dat is een gerief in huis. Dan begint het me weer te dagen… Nog geen nieuwe simkaart gezien. De andere kaart is inmiddels de vuilnisbak ingegaan. Wat als… Opnieuw de Twitter helpdesk gebuzzd. Hoe zit het nu? Waarop het verrassende antwoord komt…

Nu zou ik vroeger in een Spaanse furie geschoten zijn maar kijk, wijsheid komt met de jaren en ik weet dat er ergere dingen zijn dan vechten met een windmolen dus ik doe de uitleg nog eens kalmpjes over. Dat er geen nieuw nummer vandoen is en dat het weldegelijk over een bedrijfsaccount moet gaan en… 

Omdat alleen de kalmte u kan redden geef ik de gegevens van mijn bedrijfje door en voorwaar ik zeg u: alles gaat in orde komen. Het IT team van Proximus schiet zelfs voor mij in actie. Waarop ik nog even piep dat ik dan ook nog wel een sim-kaart nodig heb want je moet je voorstellen dat die IT’ers bij Proximus zo snel handelen… Mocht je al bang zijn dat nu de slechte afloop komt. Gelukkig niet. We schrijven de donderdag voor nieuwjaar en er gebeurt niets.

Tot vandaag. De eerste maandag van het nieuwe jaar. Als ik thuiskom wacht de post op de livingtafel. De simkaart is gearriveerd! Helaas gaat het hier over een microsim en doe ik al jaar met een nano… Dat kunnen ze op zich bij Proximus niet weten maar je zou denken dat ze dat wel kunnen vragen. De tweede brief is een factuur. Voor het niet-gevraagde nummer.

Het bericht dat ik niet van plan ben om die factuur te betalen en de vraag om een nano-sim te krijgen blijven bijna een hele werkdag na versturen onbeantwoord. Ik denk dat ze bij Proximus klanten genoeg hebben. Wat kunnen jullie voor mij betekenen Telenet?