Categories
Wielrennen

Achter de schermen bij Decathlon bikes

Of iemand -ooit- tweeduizendzeshonderd Euro zou neertellen voor een Decathlon koersfiets? Dat vroeg ik me luidop af toen ik voor het eerst de nieuwe koersfietsenrange van Decathlon zag. Het volgende wat ik weet, is dat ik samen met nog drie koersfietsliefhebbers naar BTWIN Village in Lille reed om er een vrij exclusief kijkje achter de schermen te gaan nemen.

BTWIN Village is een aan fietsen gewijde campus van Decathlon in het noorden van Frankrijk. Er is een winkel, een soort fitnesscentrum én het R&D centrum van de sportsupermarktketen. Niet toevallig dichtbij de kasseien van Parijs-Roubaix. Zo doen ze dat bij Decathlon met hun campussen. De ski-specialisten zitten in Chamonix, de surfspecialisten ergens aan de oceaan.

De fietsen van Decathlon

Vijf miljoen fietsen verkoopt Decathlon per jaar. Ze doen dat onder een aantal verschillende merken. Het bekende BTWIN, Triban, Mountainbikemerk Rockrider en het nieuwe koersfietsenmerk Van Rysel. Ze doen dat ook al heel lang. In de jaren ’90 waren ze zelfs fietssponsor van Cofidis. Al waren de fietsen waar die gasten op reden nooit écht te koop.

Die fietsen worden dus allemaal ontworpen en ontwikkeld in het research en development center in Rijsel. Tekenen, 3D-printen, prototypen, testen. We mochten er geen foto’s nemen en veel van wat gezegd werd is niet voor publicatie maar wat ik gezien heb: aan toeval wordt het niet overgelaten.

Het (Belgische) opperhoofd van de stadsfietsendesignafdeling die ons de weg wees wist ons ook te vertellen dat iedereen die bij Decathlon fietsen aan de slag is, ook zelf met de fiets rijdt. Ja, ook de kleurspecialist en de trendwatcher.

De psychologie van fietsen

Maar koersfietsen dus. De reden van ons bezoek. Bij Decathlon hebben ze er een nieuw merk voor ontwikkeld. De illustere naam ‘Van Rysel’ verwijst niet naar een wielerheld uit het verleden maar gewoon naar ‘afkomstig uit Rijsel’.

De reden voor dat nieuwe merk moet je volgens mij niet veel verder gaan zoeken dan marketing. Fietsen mag dan al een vrij toegankelijke bezigheid zijn, bij koersfietsen kom je al snel een vorm van snobisme tegen. Het cliché van te dikke mannen op lichte koersfietsen van ettelijke duizenden Euro’s is niet helemaal gelogen.

Een fiets van BTWIN past nu eenmaal niet in het plaatje van wie zichzelf op een fiets ook maar iet of wat serieus neemt. Van dat kneusjesimago willen ze bij Decathlon dus af. Daarom dus Van Rysel.

Is it good enough for what you pay?

Als je ziet hoe rigoureus het er bij Decathlon aan toegaat. Als je ziet hoe er nagedacht wordt over fietsen, dan kan het haast niet anders of er moeten degelijke fietsen van die band af rollen. Hun PNPL2.0 conceptfiets (helaas niet te koop) mag zelfs een beauty genoemd worden.

Dan blijft de vraag: zou ik iemand met een budget van pakweg € 2500 een fiets van Decathlon aanbevelen? Eerlijk gezegd: ik denk het niet. Op de tweehandsmarkt vindt je voor die prijs pareltjes en zelfs nieuw kan je bij pakweg Isaac of Ridley degelijke modellen vinden.

Het is een kwestie van intelligente marketing, vrees ik. Het ‘goedkope’ imago van Decathlon speelt hen vandaag nog parten in dit segment. Een highend fiets past dan weer niet in hun winkelconcept. Een catch22 die ze bij Van Rysel nog moeten oplossen, vrees ik.

Categories
Wielrennen

Boekreview: Afspraak aan de meet

Fietsen is populair in onze contreien. Niet alleen als televisiesport maar ook om te doen. Ook managers, bedrijfsleiders en ondernemers hijsen zich op zon- en andere dagen wel eens strak in het pak. Niet met das, wel in lycra. 

Het is ook Luc Rademakers opgevallen, vrijetijdsfilosoof, bedrijfsstrateeg en auteur van het boek ‘Afspraak aan de meet’ dat als ondertitel ‘waarom topmanagers fietsen’ en met regenboogstrepen op de cover weinig aan de illusie van de inhoud overlaat. Rademakers interviewde voor het boek (half)bekende fietsers die het elk op hun manier gemaakt hebben zoals dat dan heet. 

Hans Bourlon, Bob Verbeeck en Karel Van Eetvelt sieren mee de cover maar binnenin komen onder meer ook Tom Van de Cruys, Alain Bernard en Johan Thijs aan het woord. Een mooi kransje mensen elk met een eigen (wieler)verhaal. De ene letterlijk een zondagsrijder, de andere fanatiek op lijf en materiaal, grenzen verleggend.

Tussen het begin van het boek en de meet ervan, dat 191 snel lezende pagina’s verder ligt, komen in drie delen en 18 hoofdstukken de verschillende onderdelen van een wielercarrière aan bod. Die wordt parallel gelegd aan het bestaan van een ondernemer-manager. 

Klinkt allemaal zwaar en gewichtig maar niet alleen leest het boek als een trein, het is op een luchtige manier ook interessant en het geeft te denken. 

Opvallend bijvoorbeeld om te lezen dat heel veel van die managers alleen fietsen. Dat in grote tegenstelling tot het tot credo verhoffen cliché dat fietsen het nieuwe golfen zou zijn. Het heeft natuurlijk met agenda’s en afspraken te maken maar het is herkenbaar. De eigen weg zoeken, de mogelijkheid hebben om de ochtend van vertrek de koers nog 180 graden te veranderen en vooral de nu-even-niet-rust. 

Daarnaast is het inspirerend om te lezen hoe metaforisch fietsen is voor het werkende leven. Je hoeft daar niet eens een zogenaamde topmanager voor te zijn. Dat vertrekken soms lastig is. Aankomen ook. Dat vrijheid beperkt is en hoe elementen als toeval en externe factoren soms meer invloed hebben dan autobiografieën soms laten doorschemeren. 

Een echt antwoord op de vraag ‘waarom topmanagers fietsen’ krijg je tijdens het boek fragmentarisch. Het antwoord daarop luidt samengevat: ‘daarom’. Want er zijn duizend redenen om een fiets van stal te halen en een end weg te gaan fietsen. Snel of traag, ver of kort, dat maakt niet uit.

Afspraak op vakantie. 

Disclaimer: dit boek werd me als recensiemateriaal toegestuurd. Hierbij werd geen afspraak gemaakt over de inhoud van deze blogpost.

Categories
Wielrennen

Het leven zoals het is: zonder fietscomputer

Het moet van de vroege jaren 2000 zijn dat de fietscomputer op mijn oude Moser het begeven had. Het was een Cateye zoals iedereen er bij de wielertoeristen er in die tijd één had.

Bij Cateye maakten ze in die tijd goed gerief (als ik de website vandaag bekijk denk ik dat ze de trein naar een nieuw decennium gemist hebben maar dat is een ander verhaal). Mijn Cateye moet omstreeks het missen van die trein de geest hebben gegeven en werd niet vervangen. Jaren niet.

Gewoon, omdat ik dan ga zitten kijken. Hou ik de 30 in dit stuk tegen de wind in? Kan ik dat gemiddelde nog een punt of drie omhoog krijgen? Als ik het stuk naar de brug nu eens een versnelling of drie bijtik, ga ik dan meer versnellen dan verzuren?

Mijn Isaac Meson kwam dit voorjaar binnen “nieuwe fietsen krijgen een gratis fietscomputer of pedalen” wist de fietsmaker te vertellen. Daar moest ik niet over nadenken. Doe mij maar pedalen.

Een fietscomputer mijnheer, het is niet goed voor mijn gemoedsrust en weet je waar ik fietsen net zo goed voor vind? Juist ja. Dan liever een app in de achterzak die me naderhand vertelt wat ik gereden heb.

Het is leuk om Waterloo-Leuven blind te fietsen, te voelen dat de heenweg dan wel in de benen hangt maar dat je bovenaan het hellingetje weer twee keer op het knopje kan duwen. Tak. Tak. Versnellen. Maar van wat tot wat? Van 23 naar 25 of reed je toch nog aan 28, misschien?

Er zijn new kids on the bike computer block. Die hartslag meten en cadans en kracht en die de weg wijzen en die nog allemaal dingen. Het gebeurt wel eens dat ik daar naar kijk. Polar. Garmin. SRM. Natuurlijk kijk ik daar naar.

Alleen: ik wil op mijn ellebogen kunnen thuiskomen zonder dat er bellen en toeters afgaan om mij daar op te wijzen. Voorlopig toch.

Categories
Wielrennen

Tien redenen waarom wielertoeristen op de rijweg fietsen

Het wielertoeristenseizoen is sedert een poos weer op gang geschoten. Koers op TV, dat is rijwielen onderweg. Onderweg en op de weg. Tot grote ergernis van de moderne chauffeur die zulks maar matig kan appreciëren. Omdat ik mij ook al eens per koersfiets door ons land beweeg, wil ik toch even uitleggen waarom dat zo gebeurt.

Er is geen fietspad
Menig straat in ons land is niet voorzien van een fietspad. Dat weet u als doorwinterde autochauffeur misschien niet en zonder enig zicht op de statistieken zou ik durven gokken dat het hier over 50% van de straten gaat. Dat is de helft en dus veel. Maar moet het dan midden op de weg? Kan het dan niet op het kantje? Nee, dat gaat niet want dan word je gewoon van de sokken gereden.

Het fietspad wordt (deels) gebruikt als parkeerstrook
Weet je hoe het voelt om om een ribbeltje dat zeventien centimeter breder is dan je stuur te fietsen? Probeer het maar eens. Dan heb ik het nog niet eens over deuren die (denk ook weer aan de verrassende snelheid waarmee mensen soms aan komen zetten) openzwaaien.

Het fietspad op- of afrijden is gevaarlijk
Het is een mopje dat een oom van me wel eens maakt: een goed fietspad, daar niet van, alleen jammer dat ze een muurtje zijn vergeten metsen aan het einde. Je gelooft je ogen soms niet, welke halsbrekende toeren je moet uithalen om een fietspad te kunnen op- of afrijden. Sowieso gaat het op de helft van de kruispunten ongeveer zo: fietspad af, goot door (je bent blij dat er geen putteke ligt), autobaan over, goot door, fietspad weer op. Als je ooit op een koersfiets hebt gezeten en het is een tijdje geleden doet je gat nu zeer alleen al door erover na te denken.

Het fietspad is in slechte staat
Of de wegen in ons land in goede staat zijn, relatief tegenover andere landen, ik heb er niet zo’n kijk op. Daarvoor ken ik onze wegen te weinig en de buitenlandse nog minder.  Wat ik wel weet is dat er een pak fietspaden niet zo goed aan toe zijn. Opstekende wortels, losliggende tegels, gaten, plassen enzovoort enzoverder.

Het fietspad is in perfecte staat
Fietspaden in België zijn een ramp. Sorry dat ik het zo bot zeg.  Eén of andere sufferd moet ooit hebben bedacht dat fietspaden beter in klinkers worden gelegd dan in asfalt. Ga het maar eens na hoeveel er zo zijn. Werkelijk een ramp om met je koersfiets over te rijden (voel je je achterste al, het wordt nog beter).

Dezelfde (of een andere) sufferd heeft ooit bedacht dat fietspaden niet meer of minder zijn dan stroken aan de kant van de weg die de verbinding vormen tussen opritten. Een fietspad dat is van tijd gelijk een rollercoaster in Walibi. Dat botst en hotst en je wil je seatbelts nog aantrekken maar er is geen ontkomen meer aan. Je achterste ziet nu blauw.

Het fietspad ligt samen met het voetpad
Alsof het hier een complot van de sufferd tegen de gehele fietsgemeenschap betrof, werd een regel uitgevaardigd die stipuleert dat er zoiets bestaat als ‘zwakke weggebruikers’. Deze categorie omvat niet de kinderen en de bejaarden of de kreupelen en de armen van geest maar ‘de fietsers’ en ‘de voetgangers’. Hebben ze die letterlijk (en hoe langer hoe meer) op hetzelfde niveau gezet als het over wegaanlegging gaat. Alleen het klinkerkleur verschilt. Te voet is grijs. Met de fiets is rood. Nu zal ik eens zeggen hoe 5 mensen die samen op wandel zijn met dat kleurverschil omgaan. Of misschien kan je het zelf wel raden.

Auto’s die de weg op willen moeten over het fietspad
Wielertoeristen komen vaak sneller aan dan een automobilist kan inschatten. Onze straten, zeker in bebouwde kommen hebben de laatste jaren meer en meer (afgescheiden) fietspaden gekregen. Goeie zaak. Ware het niet dat een chauffeur (en zij kan daar ook niet aan doen) vaak de neus van de auto over het fietspad moet duwen om dan te weten te komen dat er geen auto kwam maar daar ligt al een wielertoerist tegen de vloer.

Auto’s die van de weg af willen moeten over het fietspad
Ook hier. Een beetje fietser rijdt met een koersfiets makkelijk 28 per uur (om maar iets te zeggen), doorwinterde fietsers lappen daar nog wat bij. Als je dan een moeilijk zichtbaar fietspad moet dwarsen, dan gebeuren er altijd ongelukken. 35 per uur is veel sneller dan je denkt.

Fietspaden zijn niet gemaakt op snelheid en/of groepen
Laat ons een kat een kat noemen. Je wil wat vaart maken op zo’n zondagvoormiddag of welk moment je voorkeur ook geniet. Zelfs met een groep die behoorlijk relaxed fietst is zo’n fietspad vaak niet haalbaar. Een putje en een paaltje, dat kan een groep nog wel aan maar met vijftien man overstemt het informeren over de staat van het wegdek al snel elk gesprek over het weer en de kinderen en de koers.

Je kan beweren dat je dat dan maar niet moet doen en dat je dan maar een hobby moet zoeken waar je de andere weggebruikers niet mee stoort. Tja. Ooit gekeken naar De Ronde van Vlaanderen? Al die mensen hebben om vorige en volgende reden ooit op de rijweg gereden. Dat is niet hetzelfde. Maar toch. Maar toch.

Het fietspad ligt vuil
De boer rijdt zijn veld op en af. Dat is wat de boer doet.  De boer doet dit graag met zijn Massey Ferguson 6400 en geef hem eens ongelijk. Wat. Een traktor. Wat een indrukwekkende banden. De moddersporen landen het eerst op het fietspad, daar kan de boer niet aan doen maar het is wel een reden om op de rijweg te rijden.

Langs drukke wegen zijn kleine keitjes en dergelijke een plaag. Auto’s rijden een pak harder dan fietsers. Dat is wat auto’s doen. Door die snelheid keilen ze een boel smeerlapperij op het fietspad. Kunnen auto’s niets aan doen maar een borstel op tijd en stond kan helpen.

Het mag
Vanaf 15 personen mag een wielertoeristenclub, mits zij vergezeld zijn van een volgauto (zoals lezer Kenny Moens hieronder in de reacties aangeeft, mag het vanaf 15 zonder volgauto), op de openbare weg rijden. Waar een wet is, zijn ook mensen die dit toepassen.

 

Dat betekent uiteraard niet dat er niet 101 redenen zijn om niet op de rijweg te rijden. Dat betekent niet dat je, omdat je hobby zich toevallig op de openbare weg dient af te spelen, dat je daarvoor de cowboy moet gaan uithangen. Vrije snelheid langs een drukke baan, dat is zottenwerk maar een groep toeristen op de rijweg op zondagvoormiddag, daar ga je heus niet dood van. Begin niet te claxonneren en te roepen. Meestal weten die mensen ook wel dat ze niet in regel zijn. Met of zonder geldige reden.