Categorieën
Autohagiografie Maatschappij

De toevallige man

Laatst sprak ik een man. Zomaar een man. Een man op straat. Een toevallige man. We kwamen elkaar tegen in de etalage van een elektronicazaak waar een reeks HD-televisietoestellen ons de laatste tussenstand in de Tour de France lieten zien.

We spraken over de regie en hoe we maar niet konden achterhalen wie de renners waren. Hushovd en Edvald Boasson Hagen. Nog een paar renners. Een quiz waar we niet uit zouden geraken, de toevallige man en ik. ‘Prachtige regie dit jaar’, sprak de man, ‘veel mooie beelden van die dorpjes’.

Even dacht ik hem tegen te spreken en te zeggen dat, als ik mooie dorpjes wilde zien, wel naar Vlaanderen vakantieland zou kijken. Doch ik besloot mijn mond te houden. ‘Niet dat de mannen van de VRT daar iets van zien’, ineens verhardde zijn stem. De toevallige man keek me met vragende blik aan. Hij wilde zijn stelling bevestigd zien.

Een Belgicist ook. Ik ruik dat. Hij zuchte, kneep zijn lippen op elkaar en zoog de longen vol. Zijn neus maakte een piepend geluid dat maar net werd overstemd door de passerende tram. ‘Waarom denk je dat hij Kuvìn Pauwels zegt? waarom denk je dat hij zo blij is als Gilbert wint?’.

Hij wilde over de regeringsonderhandelingen beginnen maar ik vertelde dat ik wat haast moest maken. Ik bedankte hem voor de opheldering. De toevallige man had mij net het ‘non’ van De Wever uitgelegd, beter dan Bart het zelf had kunnen doen.

Flickr foto in CC gegeven door Celine Aussourd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.