Categories
Uncategorized

Chaostheorie

Mijn vijfde verhaal uit de nanowrimo-cyclus. Het is niet mijn beste, dat is nog steeds het eerste, dit is wel het constructiefste. Het verhaal van Vicky wat aan dit verhaal voorafgaat, leek ons beiden niet helemaal af. Daarom heb ik besloten haar personage verder uit te diepen en er een extra verhaallijn aan toe te voegen.

Het is mijn hoop en overtuiging dat Gudrun deze opbouw verder kan afwerken en er een verhalenreeks binnen de verhalenreeks van kan maken.

Chaostheorie

Stefanie was uit Parijs teruggekeerd met een glimlach op haar gezicht. Ze was tot grote verbazing van haar chauffeur vooraan plaats komen nemen en had onderweg honderduit gepraat over haar afspraakje van de avond ervoor. Ze had voor een keer enthousiasme getoond over de keuze van haar ouders.

Frédéric was het beste afspraakje tot nu toe geweest en het avondje uit in Parijs had het helemaal af gemaakt. Ze vertelde over het restaurant en over de dancing waar ze nog waren beland en hoe ze, toen het al bijna ochtend was, het hotel waren binnengekomen alwaar ze afscheid hadden genomen op de gang. Ze glimlachte even toen ze het vertelde. Liep een beetje rood aan. Hij sliep één verdiep hoger, vandaar.

Ze vertelde over het ontbijt dat ze samen hadden genomen en hoe de bediening minzaam had gelachen toen ze samen de trap afdaalden. De serveuse van dienst bracht de koffie en vroeg of alles naar wens was. Ze hadden beiden zo heftig van ja geknikt en oui, oui toegevoegd dat ze samen in lachen waren uitgebarsten.

Toen had het gesprek zich gekeerd, vertelde ze, ongebruikelijk open tegen haar chauffeur. Ze hadden zich daar, aan dat ontbijttafeltje, gebogen over heerlijk ruikende koffie, croissants en toasts, afgevraagd hoe het nu verder moest. Zij zou terug naar België reizen, hij zou de andere richting uitgaan. Helemaal terug naar Zuid-Frankrijk.

Ze zouden contact houden, ze zouden elkaar mailen. Stefanie zou ook brieven sturen, dat vond ze romantisch. Haar ogen werden vochtig. 1134 kilometer hadden ze uitgerekend.

Intussen draaide de limo de lange, met eiken afgeboorde oprit van het huis op. Stefanie bleef even zitten. Ze zuchtte. “Maman zal een volledig verslag verwachten. Ik ben er niet klaar voor om dit aan haar te vertellen, geef jij haar een samenvatting? Ik ga een balletje slaan.”

Stefanie schakelde de ballenmachine in en mepte de ballen met haar racket terug. Een van de ballen vloog zo ver over de omheining dat ze die even later met een scherpe metaalklank op de paardenstallen hoorde neerkomen. Lightning, het paard van haar vader hinnikte luid. Knalde even later met de voorpoten tegen zijn kooi. Stefanie vond het wel genoeg zo. Ze liep even op en neer om het beest te kalmeren en ging via de achteringang het huis binnen. Ze hoopte haar moeder te ontlopen. Even uitstellen nog.

Ze glipte de achterdeur door, de oude dienstentrap op, de gang door, het bordes over, haar kamer binnen. Het mocht niet baten. Nauwelijks had ze de deur van haar kamer achter zich dichtgetrokken of ze hoorde drie harde tikken tegen de zware deur. “Ik maak mij klaar om te douchen, maman”, riep Stefanie terug: “ik vertel het je zo”. Stefanie zag door het dikke hout van de deur het gezicht van haar moeder op onweer trekken. Daarna hoorde ze het geruis van haar kimono wanneer ze zich omdraaide. Tenslotte voetstappen op de trap.

Stefanie ging onder de douche. Veel langer dan gewoonlijk. Het water had een verlichtende invloed op haar gemoed. Een gemoed dat sedert haar thuiskomst op een toenemend gemis had gewezen. Maar heel even waren ze samen geweest en toch. Vonken en vuur. Ze dacht aan de avond ervoor. Werd warm en koud tegelijk. Ze stapte de douche uit en plofte op bed. Uitgeteld.

Drie droge tikken op de deur waren het eerste wat Stefanie waarnam. Hoe lang had ze geslapen? Waren het minuten of uren. Het licht dat door de ramen scheen was een stuk minder geworden.
“Stefanie?”.
“Ik kom, maman, ik was in slaap gesukkeld”.

Stefanie glipte de badkamer binnen, trok snel een kleedje aan en haastte zich naar de deur. Net voor ze de sleutel wilde omdraaien opnieuw drie tikken tegen de deur. Harder deze keer. “Stefanie”, haar moeder duwde het hard en verwijtend door haar bijna gesloten mond.

Nauwelijks had Stefanie de sleutel omgedraaid of de deur zwierde al in haar richting. Stefanie wist de deur nog ternauwernood te ontwijken. Haar moeder repte zich meteen naar de hoek van het bed waar iemand duidelijk net dwars over had gelegen. Stefanies lijf stond nog duidelijk afgedrukt op het onderlaken. Met enkele rake rukken trok Stefanies moeder het onderlaken opnieuw op zijn plek.

“Heb jij net…”, haar moeder hield zich in, “vertel eens over gisteren”. Stefanie deed het verhaal zoals ze het eerder tegen haar chauffeur had gedaan. Uiteraard liet ze het deel over de late terugkomst in het hotel, het ontbijt dat ze bijna hadden gemist maar dat ze dankzij het vriendelijke personeel nog hadden mogen nuttigen tussen de middagmalende gasten en het trieste afscheid achterwege.

Ze vertelde haar moeder dat haar keuze van uitgaanspartners er met rasse schreden op vooruitging. Ze gaf haar een kus op de wang en verdween door de deur, de trap af, de tuin in. Het was warm voor de tijd van het jaar maar toch haastte ze zich al snel terug naar binnen. Ze nestelde zich op de bank. Ze hoorde haar GSM. Stefanie had behalve voor tennis en squash nooit veel gevoel gehad voor sport, maar het traplopen ging haar ineens heel goed af. Terwijl ze de trap opliep ging één, twee, drie, vier keer de GSM over Stefanie telde mee ze had tot zeven om bij de telefoon te komen. Bij tel vijf had ze het ding te grazen. Een Frans telefoonnummer. Haar hart liet één tel het ritme vallen om meteen daarna weer aan te trekken.

“Met mij”, de stem van haar vader, “hoe is het geweest?” Stefanie kon haar teleurstelling nauwelijks verbergen, maar wist nog snel haar stem naar blij om te schakelen. Ze vertelde het verhaal van de avond nu voor een derde keer en bedacht dat ze de volgende keer misschien haar laptop mee moest nemen, een verslagje schrijven en het meteen na de afspraak doorsturen. Ze hoorde zichzelf het verhaal vertellen van aankomst in het hotel tot aan het ontbijt.
“Van waar bel jij nu paps?”
“Uit Parijs, lieveling, ik ben hier voor het werk”.

Stefanie voelde een aandrang om de auto te laten voorrijden en haar vader achterna te reizen naar de lichtstad maar ze besefte dat Frédéric er helemaal niet zou zijn. Ze wilde haar vader een goede avond wensen toen ze een vrouwenstem iets hoorde roepen. “Waar ben je paps”, vroeg Stefanie haast fluisterend. “In de vergaderruimte van het hotel, we doen hier straks nog een meeting, ik zie je zondag”.

Stefanie legde dicht en bleef nog even op de rand van haar bed zitten. Haar vader had vreemd geklonken vond ze ineens en wie was die vrouw op de achtergrond? Ze herkende de stem maar kon er geen vinger op leggen.

Stefanies moeder trok inmiddels aan de bel. Stefanie vond het een stom systeem maar haar moeder was altijd van het principe geweest dat er in huis niet mocht worden geroepen. Niet dat het daarbuiten toegestaan was, maar binnen was het uitdrukkelijk verboden. Daarom was er in de gang een bel geïnstalleerd. Met een zacht trekken aan de koord weerklonk door het hele huis een getingel waar Stefanie zenuwachtig van werd en dat iedereen opriep om aan tafel te komen of om zich naar beneden te begeven omdat er vertrokken moest worden. Stefanie vermoedde dat het eten geserveerd zou worden.

Ze nam voor de zekerheid haar GSM mee naar beneden en zette het ding op trilstand. Hoewel telefoons in de regel werden uitgeschakeld wanneer er gegeten werd, zou haar moeder in dit geval wel begripvol zijn, dacht Stefanie.

De telefoon ging niet over, het eten verliep in een ongebruikelijke stilte. Zeker met haar geslaagde date had ze haar moeder iets praatgrager verwacht, al was het maar om het laatste detail van haar afspraak te weten te komen. “Je vader is naar Parijs”, meldde haar moeder ineens, strak en droog, “ik heb er geen goed gevoel bij, hij is zo afwezig de laatste tijd”. De vrouwenstem die Stefanie aan de telefoon had gehoord, flitste door haar hoofd, ze verslikte zich haast in haar reepje quornfilet. Ze herstelde zich snel.

“Hij is toch vaak in het buitenland”, stootte Stefanie eruit. Haar moeder was niet overtuigd. “Vroeger had ik zijn planning voor drie maand ver, nu moet hij vaak op het laatste moment overwerken of moet hij inspringen voor een zieke collega of gaat hij naar congressen waar hij de naam telkens weer van vergeet”. Stefanies moeder trok een zorgelijk gezicht, haar ogen werden vochtig.

Er was meer aan de hand, dat zag Stefanie zo. “Het zou niet de eerste man zijn”, besloot haar moeder met een zucht. Ze stond op en ruimde haar bord op. Het was woensdag dus ging ze sporten, dat wist Stefanie. Normaal bleef ze echter aan tafel tot iedereen klaar was. Ze verdween snel de trap op, kwam terug, telefoon in de ene, sporttas in de andere hand.

Die avond belde Frédéric nog op. Toen Stefanie ophing voelde ze zich belabberd. De situatie met haar moeder, de afstand tot Frederic. Coup de foudre? Alles aan haar was op drie dagen tijd van absolute zekerheid tot absolute chaos verworden. Zij, Frédéric, haar vader, de vrouwenstem, haar moeder, de tranen.

Stefanie trok haar jurk uit en legde zich op het bed. Ze keek naar het plafond. Dommelde in.

Categories
Uncategorized

Een dag in het spoor van…
Bart De Waele aka @netlash

Op 3 november kreeg ik een idee: zou het niet fijn zijn om ervaring op te doen door met interessante mensen een dag mee te lopen, te zien wat zij doen, hoe zij dat doen en waarom zij dat doen. Waar laat je zo’n idee op de wereld los. Juist ja, Twitter.

Blijkbaar werd het wel een interessant idee gevonden, dat zag ik aan de reply’s die vanuit verschillende hoeken mijn richting uitkwamen. Bart De Waele van Netlash was één van de eersten om te reageren. We mailden en spraken af. Gisteren. We maakten er meteen een goed gevuld dagje van. Een reconstructie:

8u55: aankomst op het kantoor van Netlash. Bart en ik maken een kort praatje en hij vraagt of ik er zin in heb om een dagje met hem door te brengen. Nou en of.

Hij maakt me even wegwijs in het kantoor, toont de koffiemachine (altijd belangrijk). Toont zijn agenda. Het kleurboek van een zevenjarige heeft er geen gelijk aan. Het is duidelijk: dit is een druk bezette mens en ik ben blij dat hij mij mee laat lopen. Naast de agenda heeft Bart nog een verrassing in petto: autokanaal.be heeft een auto met chauffeur voor hem voorzien en ik mag straks mee. Het wagentje heet Rolls Royce Phantom.

9u15: Premeeting met Bram, project manager, informatie-architect en usability expert. Bram en ik krijgen de voorgeschiedenis van het project te horen en briefings van de klant in handen. Bram weet snel waaraan en waaraf, de klant is inmiddels gearriveerd en we duiken de meetingroom in.

9u30: Meeting met de klant. Het wordt een behoorlijk complexe website met heel wat verschillende doelgroepen en bijhorende doelstellingen. Bram hoort de klant strategisch uit en laat de klant nadenken over de site die er straks zal komen te staan.

De klant heeft al een behoorlijk deel van het huiswerk gemaakt maar de puntjes dienen nog op de i te worden gezet om straks met een goed product te komen. Bram geeft zijn kennis van usability en informatiearchitectuur mee aan de klant, spijst hen met tips&tricks zodat er samen tot een goed eindproduct zal worden gekomen.

12u00: De meeting is afgelopen en ik heb een aantal vragen die Bram meteen voor me beantwoordt. Voor meer anekdotes verwijst hij door naar Bart. Dat houd ik in mijn achterhoofd. Intussen loop ik Lamazone tegen het lijf, die mij herkent van mijn avatar op twitter. Ik denk dat mijn mond, die al de hele dag op lachen staat, nu ongeveer aan beide kanten mijn oren bereikt.

12u15: Lunch. Bart gaat eten met de cameraploeg van autozone, vraagt me me. Ik bedank en haal een broodje. De wii is intussen aangezet en een aantal van de collega’s is druk doende met een racespel, anderen lezen een boekje of de krant of maken een praatje. De meeting is inmiddels een beetje dieper ingezakt en ik heb nog wat vragen. Bram staat me met de glimlach te woord. Bart komt terug en de anekdotes, o ja, die zijn er.

13u10 De rolls royce wordt voorgereden. We gaan naar een bestaande klant in Antwerpen, legt Bart uit. Karolien, sales assistant en project coördinator, neemt samen met mij plaats achter in de Rolls. De laptop gaat open, de informatie voor de klant wordt nog even doorgenomen, ik hou me stil en kijk naar een team.

We maken samen een praatje met de chauffeur en komen tot de constatatie dat we niet meteen vallen voor de looks van de Rolls, het is ons allemaal een beetje te veel, een beetje te druk. Het is wel een slee, dat moet gezegd. Aan 130 op de autostrade voelt het als 50 in een normale wagen. Als de chauffeur even op de gas duwt, voel ik kriebels in mijn buik. Een tank die van optrekken weet.

13u50 Antwerpen, mijn thuishaven. We passeren in de buurt van de school waar ik les geef, ik zwaai in mijn gedachten. Met onze auto hebben we bekijks, ook als we de parking oprijden. We bezoeken de klant. Bart legt een aantal beveiligingssystemen uit die op een bestaande Netlash site kunnen worden geïmplementeerd. De wensen van de klant worden afgetast en de mogelijkheden worden doorgenomen. De kostprijs voor een beveiliging is niet min maar je wil natuurlijk ook een veilig systeem. De keuzes liggen voor, de beslissing moet intern bij de klant nog worden doorsproken. Iedereen verlaat te meeting met een goed gevoel.

15u20 We zijn te vroeg bij deze  prospect in de buurt van Lokeren maar Bart besluit het er toch op te wagen. Beter binnen nog even wachten in een vergaderzaal dan om de hoek te zitten wachten in de auto, ook al is dat dan een Rolls. We krijgen een zaaltje toegewezen. Bart heeft inmiddels nog telefoon gekregen en is druk doende in het Engels.

15u30 Na even wachten beginnen we aan de meeting. We luisteren naar de klant die er een nare ervaring op heeft zitten met een webbedrijf en dus duidelijk weet wat hij wil maar nog meer wat hij niet wil. De wensen van de klant worden overlopen. Bart toont de bedrijfspresentatie waarin de werkwijze van het bouwen van Netlash-websites, de filosofie en alles wat Netlash wel en niet is uit de doeken wordt gedaan. Alles staat ook mooi op de site als u dat wil bekijken.

16u30 We keren terug naar Gent. Onderweg stel ik nog enkele vragen aan Bart en Karolien. Ook zij stellen nu vragen: of en wat ik er aan gehad heb. Ja dus. De dynamiek van een middelgroot webbouwbedrijf, het verschil met de cultuursector waar ik uit kom, jammergenoeg ook het gebrek aan focus op content die door de klanten wordt gelegd. Nog veel meer ontastbare en onnoembare dingen die ik hier binnenkort misschien nog aanvul.

We gaan bij Bart langs. We laten de Rolls voor wat hij is en na een korte bezichtiging van de verbouwingswerken met Gudrun, mijn NaNoWriMo-collega, keren we terug naar Netlash HQ.

Bedankt voor de dag, Bart en team.

Categories
Uncategorized

Rolls

Vandaag rondgereden in deze auto van autokanaal, samen met @netlash. Morgen het verslag, vandaag de foto.

Daar hoort een copyright vermelding bij: foto van Bart De Waele

Update: Het verslag hier

Categories
Uncategorized

Les geven…

… ik heb er vanavond van geproefd en het smaakt naar meer. Ook: leerlingen die vaak na hun job les komen volgen. Weet je wat ik daarvan vind? Respect! Als je na een dag werken nog 3 uur moet gaan luisteren naar communicatiemodellen. R.E.S.P.E.C.T.

Categories
Uncategorized

I have news

Vanmorgen hoorde ik op radio 1 een boodschap die mijn aandacht wist te trekken. Nu heb ik niet bij elke radiospot de behoefte google in te duiken en op zoek te gaan naar de URL die bij de betreffende spot hoort, maar deze was dus speciaal. Het aanbevolen product heet I have news en is te vinden op http://www.ihavenews.be. (werkt niet zonder www, #fail)

Persagentschap Belga wil duidelijk de vruchten plukken van het feit dat wij met z’n allen dragers zijn van één, in sommige gevallen zelfs meerdere apparaten waarmee wij onze omgeving en dus ook het nieuws dat in die omgeving speelt, kunnen vastleggen. Jammer dat het twee weken terug nog niet bestond. Dan had ik wel een nieuwtje gehad.

Update : Overigens blijkt burgerjournalistiek nog niet te kunnen buigen over altijd betrouwbare burgerjournalisten. Moet je even dit artikeltje lezen.

Categories
Uncategorized

Het gat van Pandora

Wat je noemt een zware bevalling, dit nieuwe nanowrimoverhaal. Het is te zeggen. Deze middag zo rond een uur of vijf had ik mijn verhaal klaar. Tot ik het doorstuurde ter nalezing en goedkeuring.

Omdat het zondag is en ik best wel wat tijd wil investeren in mijn verhalen, vond ik het nodig mij aan een experimentje te wagen. Het bleek om een mislukt experiment te gaan. In december of volgend jaar, herwerk ik die editie wel een keer en leg ik het u voor.

Dit verhaal is dus het B-verhaal. Minder tijd ingestoken, niet erg origineel. Maar wel 1872 woorden. Waarmee ik weer ruim boven mijn quotum uitkom. Kwantiteit en kwaliteit. Het blijft een dunnen lijn om te bewandelen tijdens zo’n nanowrimo-maand.

Het gat van Pandora

Benno Snijers zit op een bankje aan de rand van het water. Hij schuift zijn laptop uit zijn hoes, neemt hem op schoot en kijkt naar de onmetelijke waterplas. Sinds zijn vrouw is overleden, heeft hij geen woord meer op papier gezet. Maar hij is er vast van overtuigd dat hij vandaag opnieuw een verhaal zal neerpennen. Een kortverhaal of een stuk poëzie. Iets wat tastbaar is. Iets wat hij naar zijn uitgever op zal kunnen sturen ook. Zijn vaste uitgever doet de laatste tijd vervelend. Als hij niet snel wat zou kunnen voorleggen, dan zou zijn contract herbekeken worden. Dat ‘herbekeken’ had de uitgever vergezeld laten gaan van het bekende aanhalingstekengebaar, daarmee volstrekt duidelijk makend dat het schrijven of de deur zou worden.

Zijn uitgever had hem vijf jaar geleden met luide trom als nieuwe auteur binnengehaald. Het succes van zijn laatste boek was op dat moment tot in de hoogste regionen doorgedrongen, maar hoewel de directeur-generaal zijn literaire kwaliteiten op de druk bijgewoonde persbijeenkomst bewierookte, wist Benno wist dat hij níét daarvoor werd binnengehaald. Hij was samen met zijn uitgeverij overgenomen. In feite was hij zelfs de enige reden geweest waarom de uitgeefmastodont überhaupt geïnteresseerd was in de activiteiten van zijn voormalige pleitbezorger.

Zijn succes was er niet zonder slag of stoot gekomen. Zijn eerste boeken waren hoofdzakelijk door bibliotheken aangekocht om aan de quota voor Vlaamse auteurs te voldoen. Tot hij “Het gat van Pandora” schreef. Een populaire radiojournalist had het boek gelezen en verhief het tijdens zijn ochtendshow tot hét boek dat iedereen gelezen moest hebben. Wat iedereen prompt leek te gaan doen. Voor Benno er erg in had, verscheen zijn hoofd op de voorpagina van populaire weekbladen en gaf hij interviews in populaire talkshows op televisie. Hij maakte plots deel uit van panels op zogenaamd literaire debatten.

“Het gat van Pandora” verkocht als zoete broodjes. Zijn eerdere boeken werden heruitgegeven en in verzamelboxen van de Nederlandstalige literatuur dook zijn naam steeds meer op. Een vervolg drong zich op. Zeker na de overname van de uitgeverij werd de druk om een populair vervolg te produceren steeds groter.

Meerdere keren had zijn uitgever er tijdens het schrijven van zijn nieuwe boek op aangedrongen dezelfde stijl aan te houden als die hij bij “Het Gat van Pandora” had gehanteerd. De iets gewaagdere stukken die Benno er subtiel had proberen doorheen te weven, werden systematisch uit de uiteindelijke versie van het boek geweerd. Op die manier kreeg de uitgever waar hij om gevraagd had. Een vlot leesbaar stuk literatuur met herkenbare personages en een goed, degelijk verhaal dat vooral over de toonbanken zou vliegen.

Op één van de feestjes die de uitgeverij gaf na weer eens een bestseller van een auteur uit hun gelederen had de uitgever het Benno eens uitgelegd. Niet in het minst geremd door de grote hoeveelheid alcohol die hij gedurende de avond al achterover had gewerkt, deed hij Benno versteld staan. “Een goed verhaal, wie zoekt een goed verhaal?”, had hij geroepen, “goed verkopen doe je met marketing, niet achter je schrijftafel. Kijk maar naar die Dan Brown. Niet slecht geschreven hoor, maar nu ook weer niet dat je zegt van…” Hij zocht even naar woorden: “ach je weet wel, die Brown is geen Shakespeare en dat ben jij ook niet, dat moet je je maar eens gaan realiseren.”

Toch had Benno na het tweede succesverhaal zijn stoute schoenen aangetrokken, was op zijn uitgever afgestapt en had hem gevraagd of hij met zijn volgende boek wat meer zijn eigen ding mocht gaan doen. Het schrijven op bestelling van het tweede succesboek was hem zwaar gevallen en het zou nu of nooit worden als hij nog eens een literaire prijs wou veroveren. Dat laatste had zijn uitgever overtuigd. Of je nu boeken verkoopt door de marketingdeal die je hebt met een radiozender, of je haalt je cijfers door prijskapers in huis te hebben, cijfers zijn cijfers, dat argument konden ze boven ook begrijpen.

Benno zette zich aan het schrijven van wat zijn meesterwerk moest gaan worden. Hij was tenslotte al 63 en als hij het nu niet zou schrijven, dan zou het wel nooit meer gebeuren. De Shakespeareuitstpraak van zijn uitgever bleef wel in zijn achterhoofd hangen, maar eens hij aan de schrijftafel zat voelde hij zich Shakespeare, Dante en Joyce in één. Alleen wilden de harde zinnen niet zo goed komen.

Wanneer zijn vrouw Ella hem midden in de namiddag koffie kwam brengen, viel het hem op hoeveel hij van de gezelligheid hield. Maar daarover wilde hij nu voor één keer niet schrijven. Een verhaal over het alledaagse, dat had hij zijn hele leven al gedaan. Losliggende tegels, guitige loketbedienden met bakkebaarden, gewone mensen met gezellige huizen, vrouwen en kinderen, dat was zijn specialiteit. Deze keer zou hij het anders aanpakken. Dit boek schreef hij voor de geschiedenis.

De eerste stukken die hij aan zijn uitgever afleverde, had hij al eerder, tussen het schrijven van zijn tweede succesroman door, neergepend. De uitgever had ze veelbelovend genoemd en hoewel Benno stellig de indruk kreeg dat hij er geen woord van had gelezen, had het hem toch een hart onder de riem geleken.

Toen de volgende delen wat langer op zich deden wachten, was zijn uitgever ongeduldiger geworden. Benno had na verontruste e-mails enkele oproepen op zijn GSM gekregen. Meestal had hij impulsief naar de rode knop van zijn toestel getast. Aan voicemails deed hij niet mee.

Intussen ging het met de gezondheid van zijn vrouw bergaf. Aan het begin van het jaar werd een tumor bij haar vastgesteld. “Goedaardig”, had de behandelende arts hen toen gerustgesteld. Maar er zouden geen risico’s worden genomen. Een operatie bracht uitzaaiingen aan het licht en Ella moest in het ziekenhuis blijven. Ze zou nog twee keer naar huis komen. De eerste keer om te bekomen van haar eerste kuur, de tweede keer kort voor haar dood.

Benno hield ervan om ergens in de stad te zitten schrijven. Hij koos zijn plekken strategisch uit. Hij hield zich vaak op in het Centraal Station. Het verwelkomen, het uitwuiven. Altijd die staat van gehaastheid. “Het leven wordt geregeerd door klokken,” zei hij tegen Ella, toen hij haar meenam voor de middagkoffie in het stationsbuffet. De zaal was uitgerust met stationsklokken in verschillende groottes en verschillende stijlen.

Ook de cafés in het centrum van de stad waren plaatsen waar hij vaak kwam. Hij bestelde dan een koffie aan de bar en keek rustig in het rond. Terwijl de man of vrouw achter de toog aan de gang ging met het koffieapparaat, liet hij zijn ogen door het café dwalen, op zoek naar interessante personages. Dan zette hij zich aan een tafeltje, haalde zijn schrijfblok van tussen zijn krant, legde die zo onopvallend mogelijk op zijn schoot en begon aan het kruiswoordraadsel. Tussen 6 verticaal en 7 horizontaal liet hij zijn pen naar het papier zakken op zijn schoot zakken en schreef enkele woorden op.

Sinds hij zich een laptop had aangeschaft -zijn schrijfijzer, zoals hij hem steevast noemde- viel hij wat meer op, maar de meeste stamgasten van de cafés die hij bezocht waren eerder terughoudend. Wanneer hij aan de toog zijn koffie bestelde, hoorde hij wel eens een opmerking of werd hij herkend door een toevallige passant die dan met hem op de foto wilde. Meestal echter ging hij in het decor op en achter het scherm van zijn laptop kon hij schrijven wat hij wilde.

Toen Ella werd opgenomen, zat hij vaak in de cafetaria van het ziekenhuis te schrijven. Eén van de als verpleegster geklede diensters meldde zich op de tweede dag van Ella’s verblijf aan zijn tafeltje. “U bent Benno Snijers”, zei ze heel matter-of-factly, “ik heb het gehoord van uw vrouw, ik wens haar veel beterschap”. Benno had bedankt. Ze had zich als één van zijn trouwste fans laten kennen. “Nog voor u bekend was, had ik al uw boeken gelezen”, zei ze trots.

De volgende dag had ze die één na één laten tekenen. Sommige zagen er gloednieuw en ongelezen uit, maar Benno tekende ze met dezelfde glimlach. In sommige schreef hij een opdracht. Meestal in het thema van het boek. In zijn laatste boek schreef hij: “Waarover moet mijn volgende boek gaan?”. Hij zette er het e-mailadres voor fanmail onder dat de uitgever voor hem had aangemaakt en waaruit hij maandelijks een selectie van de grappigste, aangrijpendste en idiootste opmerkingen kreeg doorgestuurd.

De ziekenhuisomgeving kon hem echter niet inspireren voor zijn nieuwe werk. De omgeving nodigde nochtans niet uit om over alledaagse besognes te gaan schrijven. Het trieste en het zwarte dat hij tussen de bezoeken aan Ella door op papier zette, schrapte hij telkens weer wanneer de hoop op haar herstel opflakkerde. “Het is geen tijd voor zwartdenken”, dacht hij bij zichzelf en tot zijn grote ontzetting begon hij weer over lampenkappen met bloemmotief en losliggende dorpels van cafés te schrijven. Ook dat materiaal schrapte hij. Dit keer wanneer de voorspellingen van doktoren opnieuw in de negatieve richting uitsloegen.

Steeds vaker hield hij zich bezig met niets schrijven. Steeds vaker zat hij uren aan een stuk te kijken naar het af- en aanrijden van ambulances en auto’s op de parking van het ziekenhuis. Op de duur liet hij zijn laptop gewoon thuis wanneer hij naar het ziekenhuis vertrok. Op die manier werd hij ook niet geconfronteerd met de nu haast eindeloos geworden eisen en smeekbedes van zijn uitgever om nieuw en uitgeefbaar materiaal.

Toen Ella stierf, zat hij achter een koud geworden koffie naar het koude inox van de ziekenhuiskeuken te staren. De dienster-verpleegster kwam naast hem staan. “Het spijt me”, zei ze. Ze legde even haar hand op zijn schouder en verdween.

Zijn uitgever had het een goede gelegenheid gevonden om de aandacht rond zijn persoon, die nu toch al enkele maanden aan het slabakken was gegaan, opnieuw op te krikken. Hij had enkele bladen gebeld met het nieuws over het tragische en onverwacht snelle overlijden van mevrouw Ella Snijers, vrouw van succesauteur Benno.
Benno ging er uiteindelijk mee akkoord om één enkel interview toe te staan. Een interview dat op dinsdag als exclusief werd aangekondigd in het weekblad dat daarvoor had betaald. En dat geheel of ten dele en al even exclusief werd overgenomen door de niet-betalende concurrentie.

Het was even een rel geweest tussen Benno en zijn uitgever. Die had hem op zijn contractuele verplichtingen gewezen en daarmee was voor hem de kous af geweest. In één adem had hij Benno gevraagd of hij nu nog wel schrijver wou zijn. Benno had bevestigend geantwoord. Dat was gisteren.

Vandaag zit hij met opgeladen laptop op de plaats waar hij zijn eerste verhaal heeft geschreven. Aan de kant van het water.

Categories
Uncategorized

Als de mens…

… uit je podcasts niet lijkt op de persoon die je je voor hebt gesteld, dan is dat altijd even schrikken. Schrik. Paul Bloom van Yale university. Mijn virtuele professor psychologie.

Categories
Uncategorized

Les voorbereiden

Sedert ik weet dat ik les moet gaan geven, ben ik opnieuw de boeken ingedoken. De cursus die ik aangeleverd kreeg, moet een beetje naar mijn hand worden gezet, geüpdatet en van voorbeelden voorzien. De schema’s en de voorbeelden gooi ik in een keynote-presentatie. Daarvoor vlieg ik van boek naar boek, van studentencursus naar nota’s en terug naar het interwebz. Opleuken doe ik met Flickr-foto’s.

In het proces wat ik nu in sneltempo doormaak, merk ik hoe leuk ik het vind om tussen de boeken te toeven. Al die kennis overbrengen aan studenten, ik vind het nog altijd waw. De eerste twee lessen zitten min of meer in elkaar en het beeld van waar ik in de 40 uur die me ter beschikking staan naartoe wil, begint uit te kristaliseren. Intussen nog een beetje werken…

Categories
Uncategorized

Breaking news (x2)

Nou ja, breaking, het nieuws is 2 dagen oud maar toch even updaten voor de untweeps onder u. Dinsdag lanceerde ik mijn profi site: http://www.ikomunikado.com. Toen ik hier met een schone lei herbegon, was dat het uitgangspunt: mijn persoonlijke blog en mijn op-weg-naar-freelance-bestaan van elkaar splitsen. Wat moest gebeuren is dus bij deze min of meer gebeurd. Dat is dus één bericht.

Het tweede bericht luidt: ondergetekende gaat les geven. Jawel, inderdaad. Vanaf volgende week (dat is heel snel) geef ik het vak communicatieanalyse aan 17 leerlingen ondernemingscommunicatie aan het stedelijk centrum voor volwassenenonderwijs, BIRM. Momenteel werk ik mij als gek door nieuwe en oude cursussen, denk ik na over communicatiemodellen en probeer ik sociologische en psychologische aspecten van communicatie op een lijn te zetten om vanaf maandag in scherpe presentaties van een uur of drie kennis over te brengen.

Druk, druk, druk.

Categories
Uncategorized

Club Intermezzo (werktitel)

Mijn derde verhaal in de Nanowrimocyclus die ik met Anne, Vicky en Gudrun schrijf, heeft als werktitel ‘Club Intermezzo’ meegekregen. Werktitel omdat het verhaal nog niet helemaal staat zoals het er staat.

Het is een huis met heel veel kamers geworden maar met veel verloren ruimte en een kast kan je er door de schuine muren niet makkelijk in kwijt. Een bouwwerk met meer lagen dan er eigenlijk in hadden gekund. Jammergenoeg is een deel van Nanowrimo ook loslaten en meer tijd dan dit heb ik momenteel niet te spenderen. Ik post het hier dus for what it’s worth.

Wat voorafging (of toch min of meer) leest u op everythingisastory.

Club Intermezzo

Het beloofde weer één van die avonden te worden. Na the usual suspects was een groep tieners en een groep meiden bij de club komen aanzetten. Eén van hen voorzien van oren en een staartje zoals een playboy bunny. Dirk De Vos, buitenwipper van Club Intermezzo, wist hoe laat het was.

Vanavond zouden in de Intermezzo cocktails worden gedronken en de combinatie met het goedje dat daarbinnen rondging, zou er vóór drie uur voor zorgen dat Dirk zijn GSM ter hand zou moeten nemen en 112 zou indrukken. Ook dat was een terugkerend fenomeen.

Sinds de club een jaar geleden in het stadsmagazine haar opwachting had gemaakt als hipste club van de stad, was het hier elke zaterdag aanschuiven. Het publiek van hippe twintigers en vroege dertigers vond elkaar hier. Maar het zou niet lang meer duren of de plaats zou zich verleggen.

Dirk was nu zes jaar buitenwipper en had plaatsen die avond aan avond volliepen even snel weer zien leeglopen om hetzelfde publiek bij zijn volgende werkgever opnieuw aan te treffen. Na de Local en de Bar Antique was de Au plage de Paris gekomen en daarna dus de Intermezzo. Steeds met nieuwe eigenaars, nieuwe kaarten, nieuwe verwachtingen.

Het was de natuurlijke circle of life van de hippe club: beginnend als bar met beperkt publiek, een overmaatse rookmachine om de te grote ruimte kunstmatig te vullen, een kaart met naast wijn en bier enkele cocktails. Daarna kwam er een betere DJ en samen met hem de pioniers die de weg zouden bereiden. Vervolgens begon de naam van de nieuwe plek door de stad te gonzen en vonden meer en meer mensen de weg naar binnen.

Samen met hen kwam Dirk. De voorhoede wil immers zo lang mogelijk voorhoede blijven en dus dient ongenode gasten de deur te worden gewezen, zo niet preventief, dan toch sanctionerend als er iets misloopt. Gasten die één keer werden buitengezet, moesten er bij Dirk niet op rekenen later nog binnen te komen. Tenzij ze natuurlijk bij de voorhoede hoorden of hun excuses aanboden middels een briefje van twintig of meer. Zo royaal was zijn gage nu ook weer niet dat hij niet gevoelig was voor een bijverdienste.

Eens de zee bevolkt is met vissen, komen ook de haaien en de aaseters. Het was Dirks taak de onverlaten buiten te houden, maar telkens weer was zijn net niet fijnmazig genoeg. Dan begon het binnen te gonzen en vonden steeds meer geruchten de weg van binnen naar buiten. Het was voor Dirk het teken om naar zijn contact op het gemeentehuis te bellen. Toevallig nieuwe clubs met voldoende capaciteit bij gekomen de laatste tijd?

Daarna zou hij langsgaan en zijn kaartje achterlaten. Nu hadden ze hem immers nog niet nodig maar later misschien, in de toekomst? Zo wedde hij op drie, vier, vijf paarden en telkens weer zou er één als eerste bellen.

Dark White zou de volgende place to be worden, dat voelde hij toen hij er de eerste keer op donderdag kwam. Die avond was de Intermezzo gesloten en Dirk maakte van de gelegenheid gebruik om er een kijkje te gaan nemen. De Voorhoede, die vooral bestond uit studenten die in het weekend hockey spelen, was er al.

Hij spotte Maurice, de ex-uitbater van de Local, achter de bar en vermoedde dat Dark White zijn nieuwe cash cow zou worden. Dirk gaf hem een hand, bestelde een J&B on the rocks en kreeg er een van de zaak. Dirk gaf Maurice zijn kaartje en knipoogde. “Ik geloof erin”, riep hij. De DJ haalde de beats uit de muziek en de drop werd als een bevrijding van boze geesten onthaald.

Dat de Intermezzo geen lang leven meer beschoren zou zijn, was hem intussen wel duidelijk. Eens de voorhoede een nieuwe plek heeft uitgekozen is het een kwestie van tijd. Tot zolang het duurde zou hij echter zijn plicht aan de deur van de Intermezzo vervullen. Al te opvallende figuren haalde hij eruit, avondlijke ruzies op alcohol en straffer spul werden door hem met diplomatie als het kon, met harde hand als het moest, bijgelegd.

Het was koud geworden, merkte Dirk op terwijl hij zijn zoveelste sigaret tussen de lippen duwde, zijn zippo aanstreek en met een diepe haal het vuur in de sigaret trok. Intussen verlieten de eerste mensen de Intermezzo. Het was nog maar twee uur. Een teken dat het bergaf ging. Niet zozeer omwille van het vertrekken maar omwille van de jeugdige leeftijd van de vertrekkers. Ook voor Dirk was het geen gunstige evolutie. Jonge mensen geven geen fooien, die drinken hun centen erdoor. Een ander teken waren de vaders die hun dochters op kwamen halen voor de deur. De tijd om een nieuwe plek te zoeken was echt wel aangebroken.

Dirk ging door het adresboek van zijn GSM alsof hij dan en daar iemand zou bellen. Het gaf hem gewoon het gevoel dat hij iets deed om zijn toekomst te verzekeren.

Dat had hij tien jaar geleden niet kunnen doen. Het was 1999 en na 25 jaar trouwe dienst in de autofabriek was Dirk aan de deur gezet. Hij was er in 1974 op zijn 16de begonnen. Van school had hij nooit een hoge pet op gehad, hij was muzikaal aangelegd maar daarvan zijn beroep maken had zijn moeder niet zien zitten. Of hij niet voldoende had aan zijn tuba in de fanfare? Zijn vader had zich er niet over uitgesproken. Niet omdat hij er geen mening over had, maar omdat zijn mening ook zonder vragen wel bekend was. Het was een stilzwijgend ‘Nuts’.

Van zijn eerste loon had hij zich een gitaar gekocht, van zijn tweede loon een tweedehands effectenpedaal, zijn derde loon had hij in een pickup en platen gestoken. Daarna moest hij een deel van zijn loon afstaan. “Voor kost en inwoon, anders vergooi je het aan die djingeldjangel van u”, had zijn vader gezegd, “uw broer, die houdt van de Beatles, maar dit is echt geen muziek meer.”

Dirks platencollectie breidde zich maand na maand uit met platen van Led Zepplin, Pink Floyd, The Who. Hoe psychedelischer de muziek, hoe meer hij er van hield. Eén plaat nam een bijzondere plaats voor hem in: Wish you were here van Pink Floyd. Zijn favoriete band. Hij kocht haar meteen na de uitgave in Nederland, daar fietste hij dan naartoe omdat de plaat daar enkele dagen vroeger in de rekken lag.

Dirk haalde de hoes met de brandende man uit de zwarte plastic omslag, haalde de plaat voorzichtig uit de hoes, legde haar op de pioneer platenspeler en zette de naald zorgvuldig in de wachtgroef. Het geluid van een orgel zwol aan en werd bijgetreden door een tweede. Vage natuurgeluiden vulden in. Een saxofoon blies enkele noten. Steeds hoger. Waterdruppels. Een gitaar. Nog steeds het orgel. Hoger nu. Verder weg. Bijna stilte. Drie noten van de vervormde gitaar. Weer drie. Nog drie. Drums. Basgitaar. Een nieuwe cyclus van opbouwen. Een gitaarsolo. Een schijnbaar eindeloze sfeerzettende intro. Dan pas een stem. Remember when you were young.

Dirk hoorde zingen over jeugd, over vrijheid, over de platenindustrie. Hij hoorde alluderen op drugs. Hij hoorde zingen over zijn grote idool Syd Barret die wegens overmatig LCD-gebruik uit de band was gezet en hoe hard de andere bandleden hem misten. Niet Syd als persoon maar Syd als gedachte vulde de plaat. Dirk wilde dat hij slachtoffer was geworden van zijn succes. Dat hij nu achterover zou leunen in de luxe fauteuil met een sigaar in de mond, glas whiskey binnen handbereik, trip onder de tong. Genietend van de mastertape van zijn eigen plaat.

Wat hij hoorde, was het uitsterven van een saxofoon en het aanzwellen van een pompend geluid. Een bel. Lawaai. Steeds sneller. Een zoemer. Een oscillerende toon. Een akoestische gitaar als contrast. Welcome my son, welcome to the machine.

Dirk vereenzelvigde zich met deze tekst. Misschien was het de rebellie van de jeugd, misschien was het de herkenbaarheid. Misschien was het de toepasbaarheid op zijn leven. De pickup bleef hangen in de eindeloze groef aan het einde van de plaat. Dirk bleef zitten en dacht na. Hij dacht over het werk. Het eindeloze werk aan de eindeloze band die eindeloze auto’s in elkaar zette.

Hij ontfermde zich in die dagen over de zetels. Later zou hij doorgroeien naar stuurstangen en nog later zou hij motoren monteren. Niet veel later zou hij in een spreadsheet aan de verkeerde kant van de kosten-batenlijn vallen. Hij kreeg zijn gouden horloge van 25 jaar dienst en wat men toen een gouden handdruk noemde. De handdruk die hij kreeg was er één van ijzer. Koud en zonder waarde. Zijn nieuwe chef, een ingenieur die net van school was afgegaan, zei dat het hem speet en dat er misschien…

Dirk had hem onderbroken. Hij wenste hem succes, keerde hem de rug toe en was buiten gestapt. Hij was wel eens eerder afwezig geweest. Ook toen was hij niet onmisbaar gebleken. Er was nooit één auto minder gemaakt. Hij had lange tijd geloofd dat hij een belangrijke schakel was. Die illusie was hij al langer kwijt. Wanneer er in de beginjaren iemand ziek werd, schakelden ze de band een fractie trager. Dan zette hij zowel de bestuurderszetel als de passagierszetel erin. Hij werkte zich een shift lang in het zweet en kreeg een premie. “Voor moed en zelfopoffering”, zei Daniël, zijn toenmalige chef, wanneer hij hem met een knipoog een enveloppe toestopte.

De laatste jaren kwamen er interimmers maar alleen wanneer iemand langer dan twee weken afwezig was. Daarna kwamen ze ook . Substitutiearbeiders hadden de vakbonden gezegd, geroepen ook, maar na een vergadering met de directie werd het beeld bijgesteld en heette het een perceptiefout te zijn om te denken dat de rechten van de arbeiders geschaad zouden worden. Ook Dirk werd vervangen door een wegwerparbeider. James was Ier en had zich ingeschreven in het interimkantoor. Dirk leidde hem tijdens zijn laatste week in dienst op tot installateur van kofferdeksels.

Na zijn laatste werkdag ging hij naar huis en las de kranten. Gitaar speelde hij al lang niet meer. Hij ging op café ook. Steeds meer eigenlijk. Zo had hij iets te doen. Zo verlegde hij ook zijn levenspatroon van de dag naar de nacht. In de autofabriek had hij steeds de vroege ploeg gedaan. Het was alsof hij in Australië ging leven zonder zich te verplaatsten.

Hij zag andere mensen, leerde de andere kant van zijn eigen wereld kennen. Hij leerde dronkaards kennen en cafébazen en haalde zijn brevet om buitenwipper te worden. Hij overwoog even in dienst te gaan bij een firma maar het idee dat hij zich opnieuw in een uniform zou moeten hijsen was hem te veel. Ook al was het dan een kostuum met das. Hij was 25 jaar een machineonderdeel geweest, het was tijd voor wat vrijheid.

Dat was het wat Dirk in de jeugd die hij ontmoette, bewonderde. Het streven naar individualiteit. Ook al wist hij dat de individualiteit dan een door marketing opgelegde consumptiestimulator was.

Tussen vier en vijf hield Dirk altijd even een rustpauze. Dan verving Paolo, een stevig gebouwde garçon hem voor een drink- en plaspauze. Paolo bracht hem een Red Bull, samen rookten ze een sigaret. “Even de sanitaire voorzieningen checken”, zei Dirk dan. Paolo rechtte de borst, liet zijn armen iets van zijn heupen loskomen en ademde diep in. Dan prikte Dirk met zijn vinger even in zijn buik. “Blijven trainen”, en weg was hij.

Wanneer Dirk het rookgordijn dat eens dansvloer heette bereikte, trof hem het pulserende geluid dat door de boxen kwam. De beat maakte geen schijn van kans, daarvoor schuurde en klaagde de middentoon te hard. De dansvloer vulde zich in snel tempo opnieuw alsof de DJ een lokmiddel in zijn rookmachine had gegoten.

Armen zwiepten in de lucht, Dirk voelde zichzelf stilstaan, luisterend naar klanken die zo vreemd en zo veraf waren maar toch zo herkenbaar. Hij hoorde de stem van zijn jeugd zingen:

What did you dream? It’s alright we told you what to dream. You dreamed of a big star, he played a mean guitar, he always ate in the Steak Bar. He loved to drive in his Jaguar. So welcome to the machine.

Hij zag de vrijgevochten jongeren waarvoor hij ze steeds had gehouden een lofzang zingen op uniformisering. Hij zag de usual suspects naar hem staan lachen. Ze riepen: “dansen, Dirk, dansen!”.

In een vlaag zag hij alle jongeren die White Saturday hadden bijgewoond. A party in White had de affiche gezegd. Zo was het ook gegaan, Dirk had de opdracht gekregen iedereen die niet minstens twee witte kledingstukken aanhad, niet binnen te laten. Ook toen had hij in zijn pauze tussen vier en vijf de jongeren bekeken. Zich verwonderd over hun uniformen. Hij had het er benauwd van gekregen.

Nu hoorde hij zijn muziek en zag hen erop dansen. Een surrealistisch beeld dat al snel tot een kaleidoscoop verwerd. De spots van de dansvloer. De beat. Die stem, steeds weer die stem. Drop that beat! Wit. Overal wit.

Paolo drukte 112 en hoorde de telefoon drie, vier, vijf keer overgaan. “Paolo, van Club Intermezzo, kan u een ambulance sturen? Geen drugs, dat denk ik niet. Het is onze portier.”

Categories
Uncategorized

Inspiratie

Morgen moet ik mijn derde verhaal in de NaNoWriMo-cyclus afleveren. Deze middag begin ik eraan. Het wordt iets met het volgende nummer als centrale draad. Welcome to the machine. Van de Floyd natuurlijk.

Categories
Uncategorized

Marketeer van de maand: tandarts Vangheluwe

Sedert ik in Borgerhout woon, heb ik ook een Antwerpse tandarts, dat spreekt. Het is mijn schoonouderlijke tandarts geworden. Walter Vangheluwe, tandarts te Deurne, vlak om de hoek. Moest ik daar ook geen keuze meer in maken.

Het moet gezegd, die mens doet zijn werk goed (lees: mijn tanden zijn goed dus moet hij nooit enge dingen doen). Hij kent de marketingknepen van zijn vak daarenboven.

Bij een tandartsbezoek is het immers zo dat je, wanneer je een keer per jaar gaat, je minder remgeld moet betalen. Naast het feit dat dat beter is voor je tanden ook weer een argument pro jaarlijks tandartsbezoek.

Dus stuurt Walter Vangheluwe, tandarts te Deurne, sinds jaar en dag brieven naar zijn cliënteel om de aandacht te vestigen op het maken van een nieuwe afspraak. Zo niet dit jaar.

Krijg ik vandaag van die mens een geautomatiseerde SMS toegestuurd om mijn aandacht te vestigen op het feit dat mijn afspraak van vorig jaar bijna een jaar geleden is en of ik misschien niet eens wil bellen voor een nieuwe afspraak.

Geslaagde klantenbinding. Respect!