Categorieën
Behavioural Economics

Freelance life en het secretaresseprobleem

Als freelancer weet je dat het moment gaat komen maar als het komt, schrikt iedereen zich vermoedelijk een hoedje: er ontstond een gat in mijn agenda. Vroegere gaten hadden zich vrij snel opgevuld maar dit keer was het anders. Het bleef. Vanaf begin december zou ik twee dagen per week met mijn vingers moeten draaien.

Dus greep ik naar de grote middelen: ik mailde oude bekenden. Niets. Ik gooide mijn website om. Niets. Mijn naam verscheen in de juiste context in de krant. Niets. Ik deed een LinkedIn update: opnieuw twee dagen beschikbaar. Wat er toen gebeurde tart de verbeelding.

De voorbije twee weken liep ik van afspraak naar afspraak, als ik alle koffies had gedronken die mij werden aangeboden, had ik nauwelijks geslapen en tussendoor moest het werk dat moest gebeuren ook nog gebeuren…

Een omgekeerd secretaresseprobleem

Het gat-in-de-agenda-probleem werd alras vervangen door een omgekeerd secretaresseprobleem.

Mocht je dat niet kennen: het secretary problem zoals het in het Engels genderneutraler heet, is een vrij bekend vraagstuk uit de optimale stop theorie. Het gaat als volgt: je hebt een wachtkamer vol potentiële toekomstige secretaresses (m/v/x). Eén ervan moet je gaan aannemen. De uitdaging: na elk gesprek moet je meteen beslissen of je de kandidaat aanwerft, dan wel een nieuwe kandidaat binnen laat komen.

Vrij snel werd ik dus de aanwervende vennootschap en zat de wachtzaal vol met potentiële nieuwe klanten. Het ene aanbod al interessanter dan het andere. Ergens in de verte komt een offer you can’t refuse dat misschien als laatste de wachtkamer zal binnenstappen. Of misschien ook niet.

Het is niet mijn fort om ‘neen’ te zeggen. Ik geef dat eerlijk toe. Als ik mensen kan helpen, dan wil ik dat heel graag doen. Een werkweek is echter niet oneindig rekbaar en een gegeven ‘ja’ kan je in mijn hoofd niet twee weken later koudweg vervangen door een ‘nee’.

Uiteraard weet ik in theorie wat ik moet doen. De optimale stop theorie schuift 37 procent naar voor als optimaal stopmoment. Tegen de eerste voorstellen zeg ik dus ‘nee’ en van dan af ga ik voor het voorstel dat beter is dan de voorstellen die ik al heb gekregen. Simpel zat. Secretaresseprobleem omgelost.

Het leven is geen experiment

Alleen is het leven evenmin een laboratoriumexperiment als het een ponykamp is. Je kan tegen een potentiële klant moeilijk zeggen: bedankt voor de interesse maar ik pas voor de opdracht want de optimale stop theorie vertelt me dat dit nog niet het moment is…

Toegegeven, de stress van een berg op je agenda naar Q1 van volgend jaar, is een leukere stress dan die van een gat.

Categorieën
Behavioural Economics

Over nudges en choice architecture: de Nobelprijslezing van Richard Thaler

In oktober werd bekend gemaakt dat Richard Thaler de Nobelprijs voor de Economie in ontvangst zou nemen. Al is de Nobelprijs voor economie geen échte Nobelprijs, Richard Thaler is op vijftien jaar tijd de zesde behavioural econoom die de prijs in ontvangst mag nemen.

Categorieën
Behavioural Economics

Waarom je denkt dat Facebook je afluistert

Af en toe duikt op Facebook hetzelfde verhaal op: het bedrijf van Zuck zou via allerhande methodes meeluisteren met je gesprekken en de content die je ziet daarop afstemmen. Prachtig verhaal vind ik dat. Ontkend in alle toonaarden door het bedrijf zelf maar hardnekkiger dan het onkruid in je moestuin.

Niet verwonderlijk. Het fenomeen werd al beschreven lang voor Facebook nog TheFacebook heette. In het psychologische jargon heet het Baader-Meinhof fenomeen. Uiteraard naar de terreurgroep die ook bekend is onder de merknaam Rote Armee Fraktion. Het Baader-Meinhof fenomeen is overigens niet te verwarren met het Baader-Meinhof complex, dat laatste is een film. 

De oorsprong van het fenomeen ligt in 1994 toen op het nog vrij prille internet fora de dienst uitmaakten. Iemand hoorde binnen de 24 uur twee keer onafhankelijk van elkaar spreken over de Duitse terroristische organisatie en the rest, as they say is history.

Het Baader-Meinhof fenomeen komt vrij frequent voor. Zelf heb ik het met auto’s. Toen ik mijn estorilblauwe kar bestelde, leefde ik in de veronderstelling dat de kleur vrij weinig voorkwam. Tot ik in de dagen erop tijdens een wandeling naar de bakker en terug wel twee estorilblauwe BMW’s tegenkwam. Op zevenhonderdeneenhalve meter!

Er zijn twee psychologische effecten die ons de das omdoen, zo blijkt uit onderzoek.

Het eerste is selectieve aandacht: de mens is ook maar een beestje met kleren aan, evolutionair helpt het ons dus om te letten op dingen die nieuw zijn. Eens we die opmerken, vallen ze ons ook op andere plaatsen op.

Een tweede is confirmation bias wat je in het Nederlands zou kunnen vertalen als bevestigingsfout. Een klassieke metafoor om dat te duiden is de heksenvervolging: gooi de vermeende heks in het water: als ze blijft drijven is het een heks en moet ze gedood worden, verdrinkt ze, dan is ze onschuldig. Om maar te zeggen: eens overtuigd van iets, komt een mens daar niet zo makkelijk op terug en zijn tegenargumenten vaak onvoldoende.

Het Baader-Meinhof fenomeen is dus eigenlijk een ietwat afwijkende vorm van het recency-effect. Een effect dat in de marketing goed gebruikt kan worden om mensen kort voor een aankoop te herinneren aan het product. Wanneer je recent nog aan olifanten gedacht hebt, zal je ook sneller Côte d’or zien liggen in de winkelrekken. Ga na het lezen van deze blogpost maar eens naar de supermarkt als je mij niet gelooft.  

Categorieën
Business

Nassim Nicolas Taleb over Skin in the Game

Vermogensbeheerder Econopolis nodigde Nassim Nicolas Taleb uit voor een lezing over zijn volgend jaar te verschijnen boek Skin in the Game. Ik kreeg een uitnodiging in de bus om te gaan luisteren. Taleb’s nieuwe boek mag dan wat vertraging hebben opgelopen (het was als ik me niet vergis aangekondigd voor mei dit jaar), zijn Skin in the Game concept ook niet nieuw. Hij had het er al zijdelijngs over ten tijde van The Black Swan, wat zowat zijn bekendste boek moet zijn. Tijdens de lezing lichte Taleb alvast enkele tipjes van de game-sluier.

Intussen is Skin in the Game al wat meer uitgediept heb ik het gevoel. Als hij er in de begindagen over had, verwees Taleb naar de code van Hammurabi. In het die stenen wetboeken uit het oude Mesopotamië staan gevleugelde woorden als (en ik vertaal even de vertaling): wanneer een huis door de fout van de architect instort en de bouwheer komt hierbij om het leven, moet ook de architect gedood worden.  

Dit moet zowat de basislezing van Skin in the Game zijn: wanneer je een bepaalde winst nastreeft, moet je ook bereid zijn de consequenties ervan te dragen. Iets wat vandaag op de financiële markten bijvoorbeeld nogal eens fout loopt, zo vertelt Taleb.

De verborgen asymetrieën in de wereld

De uitbreiding die hij tijdens de lezing aan het concept gaf (en wat ook de ondertitel van zijn boek zal gaan worden) is de vaak verborgen asymmetrie die in economische relaties zit. Hij opent zijn betoog met een reprise uit The Black Swan en neemt er een voorbeeld uit Mediocristan en Extremistan bij. Dit zijn de twee stan-landen die je niet op een kaart vindt maar metafoor zijn voor normaalverdelingen en scheve verdelingen uit de statistiek.

Als twee mensen samen vier meter en tien centimeter meten, dan is de kans relatief groot dat je te maken hebt met twee mensen van om en bij de twee meter vijf. Dit is voor hem een Mediocristan voorbeeld. Wanneer het echter gaat over financiële verdelingen in de wereld schuiven we op naar extremistan. Wanneer twee mensen samen € 36 miljoen hebben, valt te verwachten dat je te maken hebt met iemand met pakweg € 100.000 en iemand met de rest.

De tweede asymmetrie, maakt het onderscheid tussen time probability en ensemble probability. Wanneer je 29 mensen met € 1500 naar een casino stuurt en je laat ze een bepaalde periode aan een eenarmige bandiet zitten, kan je zien wat de winstkans in een bepaald casino is. De winst of verlies van persoon 17 en 21 beïnvloeden echter niet die van 29. Zelfs als die twee failliet gaan, kan persoon 29 nog met winst buitenwandelen. Dit is ensemble probability. Wanneer je één iemand echter met € 1500 een casino in stuurt en je wil dit een hele periode aanhouden, dan is het zo dat wanneer de laatste jeton in de slots machine verdwijnt en de jackpot op een haar na gemist wordt, het spelletje letterlijk en figuurlijk uit is. Time probability stapelt de risico’s op.

De derde assymetrie is die van de minority rule. Het gezin van vier dat gaat eten waarbij één iemand vegetariër of lactoseintollerant of whatever is, wordt de keuze van restaurant in onevenredige verdeling beïnvloed door die ene persoon. Daarom eten jij en ik en iedereen die je kent ook veel vaker dan je zou denken kosjer of halal trouwens. Dat komt de producent nu eenmaal goedkoper uit. Drie procent van een populatie/doelgroep/klantenbestand volstaat daarmee om een hele industrie om te draaien. Het deed me denken aan Derek Sivers’ TED talk over hoe een beweging start en evolueert.

Risicovermijdend gedrag als de norm?

Het noopt Taleb er toe om het voorzichtigheidsprincipe te hanteren. What doesn’t kill you makes you stronger is aan hem niet besteed. Althans niet zonder meer. Hij grijpt daarbij zelfs terug naar Aristoteles. Kwestie van het wat gewicht te geven.

Dan komt de kat op de koord en legt Taleb tijdens zijn lezing zijn eigen wonde bloot: hij pleit voor zoveel dingen tegelijk, probeert tegen zoveel schenen te schoppen dat hij willens nillens ook eens zijn eigen voeten onderuit haalt. Tijdens het debat achteraf, is Taleb in staat om zonder meer ‘entrepreneurship’ als leidend voorbeeld te geven. Iets wat inherent verbonden is met het nemen van risico’s.

Taleb doet me daarbij steeds vaker denken aan Slavoj Žižek. Niet alleen omdat ze beide een boon hebben voor Donald Trump. Ze schoppen tegen elke scheen die zich aandient. Taleb gooit ook nogal eens met cijfers waarvan je denkt: heb je die hier nu ter plaatse verzonnen? De kans om te overlijden tijdens het oversteken is volgens hem 1 in 74000. Als dat waar is, zou er toch elke dag in een stad als Antwerpen iemand moeten overlijden op een zebrapad, juist?

De waarde van Taleb

Het is niet voor de micro-inzichten dat je naar Taleb moet luisteren. Hij slaat de bal wel eens mis op cijfers en je bent gezien zijn reputatie zo voorzichtig om niet te hard tegen te spreken dat je het graag beleefd houdt. Eigenlijk wou ik ‘m een vraag stellen over behavioural economics maar ik heb het maar zo gelaten. Hij had Thaler en Kahneman al meermaals verwijten naar het hoofd geslingerd voor er van vragen sprake was.

Naar Taleb moet je luisteren voor de grote inzichten. The Black Swan in de eerste plaats maar ook Antifragile heeft merites. Dat zal Skin in the Game ook hebben. Als het eens uitkomt. Ooit.


Categorieën
Business

Wat is het Blue Ocean Strategy Canvas en wat kan je er mee?

Na 15 jaar vonden auteurs Kim en Mauborgne van Blue Ocean Strategy de tijd rijp om een update van het boek uit te werken. Blue Ocean Shift is een boek dat meer de focus legt op de toepassingsvormen dan de theorie. Nieuwe voorbeelden toe.

De Blue Ocean Strategy blijft over de twee boeken een gelijkaardige denkwijze etaleren: door op een gefocuste manier op één cruciaal vlak het verschil te maken, kan je als bedrijf vermijden om in een drukbevolkte marktplaats te concurreren. Door niet te gaan concurreren in de markt maar je er net naast te zetten, creëer je een nieuwe markt ofte een blue ocean waar je je niet of toch veel minder van die concurrenten moet aantrekken.

Ook het Blue Ocean Strategy Canvas is blijven staan. Al is ‘canvas’ een nogal allesomvattende term om een lijndiagram te beschrijven dat punten verbindt die op twee assen worden uitgezet.

De eerste variabele is de producteigenschap waarop vandaag op de markt wordt geconcurreerd. Potentieel onderscheidende voordelen, zo je wil.  Prijs kan er één zijn maar ook kwaliteit, prestige, snelheid. Je noemt het. Op de andere as staat de mate waarin deze competing factors door verschillende concurrenten worden gebruikt.

De doelstelling van het canvas is tweeledig: enerzijds kan je er een soort ‘what is’ situatieschets van een markt mee uittekenen. Aan de andere kant, is het ook een inspiratiebron om te gaan kijken op welke vlakken je als bedrijf het verschil kan maken.

Het Blue Ocean Canvas lijkt op zich een zeer makkelijke tool maar de ervaring leert dat het toch niet altijd zo voor de hand ligt. Bepalen waarom mensen bij één concurrent kopen en niet bij een andere is soms lastiger dan je op het eerste zicht zou denken.

Vaak blijkt met name het verschil tussen wat marketing denkt en wat product owners weten nogal eens van elkaar te verschillen. Op die manier is he Blue Ocean Strategy Canvas een ideale werkvorm om interne mythes te achterhalen. Er bestaat trouwens een online versie die je toelaat om er live eentje te maken zonder dat je met kleurstiften aan de slag moet. 

Om het met de metafoor van de Blue Oceaan Strategy te zeggen: je kan het canvas gebruiken om je uitweg van de rode naar de blauwe oceaan in te zetten.

Categorieën
Behavioural Economics

Rosy Retrospection of waarom Throwback Thursday als zoete broodjes uitverkoopt

Het Sportpaleis loopt dezer dagen vier keer vol voor Throwback Thursday in het Sportpladijs. Een samenwerking tussen Studio 100 en Ketnet dat dit jaar zijn 20ste verjaardag viert. Vier keer 17000 man, dat is 68.000 man die naar Merksem afzakken voor om mee te brullen bij de Samsonrock en andere Springs.

De verklaring voor zoveel enthousiasme zit uiteraard in de nostalgie die we koesteren voor leuke gebeurtenissen in het leven. Hoe komt dat echter dat alles vroeger mooier en beter was? En wat betekent dat voor ons toekomstbeeld?

Waarom ons geheugen ons bedriegt

Ons geheugen is een machine voor zelfbedrog. Omdat we de mentale capaciteit missen om al die geheugensporen op te slaan gaan we simplificeren en (daarmee samengaand) overdrijven. Daarom ligt er tijdens de wintervakantie uit je jeugd vandaag minstens tien centimeter meer sneeuw dan er toen echt lag. De zondagochtenden met Samson en Gert zijn veel gezelliger en oma bakte veel vaker pannenkoeken.

Dat is echter helemaal niet erg want net dit fenomeen zorgt ervoor dat we een beter zelfbeeld van onszelf overhouden. In een studie werd aan studenten gevraagd om een verhaal neer te pennen dat nostalgische gevoelens bij hen opriep. Anderen werd gevraagd om ‘een gebeurtenis’ te beschrijven. De studenten die het nostalgische verhaal hadden neergepend, scoorden hoger op de daarop volgende zelfbeoordelingstest dan zij die de gewone gebeurtenis hadden omschreven.

Nostalgie zorgt er ook voor dat we een rooskleuriger beeld krijgen van de toekomst. Behalve als we er te hard op gaan focussen. Trop is teveel zoals ze dat plegen te noemen. Dat zijn de mensen die gaan leven in de idee dat vroeger werkelijk alles beter was en dat niets ooit nog hetzelfde zal zijn.

Rosy retrospection en marketing

Het fenomeen heet rosy retrospection in de behavioural economics. Het is het psychologische fenomeen dat er voor zorgt waarbij mensen het verleden disproportioneel beter herinneren dan dat ze het op het moment zelf beleefden.

Een mooie toepassing van dit inzicht las ik ergens in een voorbeeld van een reisorganisatie. Die hadden op basis van dit inzicht naar de meest speciale herinnering gepolst bij mensen die terugkwamen van reis. Zij bleken naderhand positievere herinneringen te hebben aan de vakantie dan mensen die een traditionele vragenlijst met (wat waren de mankementen aan het hotel etc) hadden gekregen.

Overigens is er niets nieuws onder de zon. Memoria praeteritorum bonorum schreef Thomas van Acquino al in zijn Summa Theologiae: het verleden wordt immer goed herinnerd. En hij had het niet eens zelf uitgevonden.

Categorieën
Business

Digitale transformatie door de ogen van een techneut

Als het over digitale transformatie (buzzword alarm) gaat, dan luidt het adagium dat het niet over technologie gaat maar over mensen. Geloof ik ook sterk in. Dat betekent echter niet dat technologie helemaal niet van tel is. Dus las ik Isaac Sacolick’s boek Driving Digital. De ondertitel ‘The Leader’s Guide to Business Transformation Through Technology’ vertelt meteen het perspectief van de auteur.

De achtergrond van Driving Digital

Sacolick is een Chief Information en Chief Technology Officer geweest bij verschillende bedrijven en wie in het boek duikt zal het geweten hebben. Niet dat hij voortdurend techneutenwoorden uit zijn hoed tovert maar wie niet een beetje notie heeft van het Agile Manifesto kan misschien beter een inleidend boek daarover lezen.

In Driving Digital wordt niet alleen over Agile gesproken al wordt het wel als gegeven aanschouwd dat dit de manier is om verder te gaan in digitale transformatie. Het gaat ook over hoe je Big Data in je bedrijf kan gaan gebruiken en hoe je digitale producten kan gaan ontwikkelen die ook nog geld opleveren. Hier en daar komt zelfs de menselijke factor om de hoek kijken.

Onderweg strooit Sacolick af en toe zout in de wonde. Dat bedrijven vandaag nog niet voldoende uit digitale transformatie en big data halen zit ‘m heel vaak in processen.

Key takeaway’s uit Driving Digital

Hij heeft overschot van gelijk als hij stelt dat, wanneer je bedrijf vandaag nog excelfiles over en weer zit te sturen waarin belangrijke data staat, dat je dan eens heel goed moet gaan nadenken. Deze ongestructureerde data zorgen niet alleen voor verwarring: is klantenlijst_2017_def_V3 écht de definitieve versie van die lijst? Het is ook nog eens heel onproductief. Toch gebeurt het nog in héél veel organisaties.

Het interessantste stuk (voor mij dan) is het luik waarin Sacolick het heeft over het genereren van (nieuwe) inkomsten door digitale innovatie. Het wijst me er nog maar eens op dat digitalisering en bedrijfsstrategie samen met marketing en innovatie echt de manieren zijn om een bedrijf vandaag vooruit te helpen. Dat een laagje marketing en communicatie over een onveranderd product, hoe goed ook, geen duurzame manier zijn om bedrijven en organisatie te ondersteunen.

Driving Digital heeft me er nog meer van ervan overtuigd dat technologie en hoe je die inzet weldegelijk een verschil kan maken in de aanpak van digitale transformatie. De nerd in mij veerde op toen ik de agile aanpak als oplossing voor bedrijfsprocessen hoorde beschrijven. Is een laatste hoofdstuk over bedrijfscultuur mogelijks wat beperkt? Ja maar daar zijn ook weer andere boeken voor.

Categorieën
Design Thinking

Een Design Thinking handboek

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]

Je kan er sedert een jaar of twee niet meer naast kijken. (Service) Design Thinking is hot and happening en de stapel beschikbare boeken is haast niet meer te overzien. Eén van de meer toepasbare boeken die ik over het onderwerp las, is Designing for Growth van Jeanne Liedtka en Tim Ogilvie.

Vier stappen in het design thinking proces

De auteurs onderscheiden vier grote stappen in het Design Thinking proces: what is, what if, what wows en what works. Vertaald uit het Engels zou je kunnen zeggen: wat vandaag is, wat zou kunnen zijn, wat enthousiasmeert en wat werkt.

Het vierstappenplan valt uiteen in 15 substappen. Van manieren voor het identificeren van opportuniteiten over research en conceptontwikkeling tot test- en lanceringsstrategieën.


De verdienste van het boek is vooral dat ze het Design Thinking proces in een overzichtelijk stappenplan presenteren. Dat is meteen ook een beetje het nadeel van het boek. Waar het naslagwerk waar ik nog het vaakst naar teruggrijp ‘This is Service Design Thinking’ vooral uitblinkt in free form, duwt dit je boek redelijk hard in de richting van een vast stramien.

Design Thinking MOOC en handboek

De auteurs hebben overigens ook een Design Thinking MOOC gemaakt waar het proces dat in het boek wordt beschreven. Het is wat minder gedetailleerd maar voor wie een soort inleiding in Design Thinking wil krijgen is het echt wel interessant.

Wie het stappenplan van het boek in de praktijk wil toepassen is er ook een Field Book beschikbaar. Omwille van het mij te rigide stramien waarin gewerkt wordt, geef ik er de voorkeur aan om zelf een traject samen te stellen. Het kan handig zijn voor iemand die het zelf wil proberen of wanneer je een basis voor een stappenplan wil hebben.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categorieën
Behavioural Economics

Wat is het IKEA-effect?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]

Wie al eens een relatiecrisis heeft meegemaakt tijdens of na het ineenzetten van een nieuwe woonkamer zou het haast niet geloven maar dat ineenzetten: it’s not a bug, it’s a feature. Een zo vaak voorkomende zelfs dat er een woord voor bestaat: het IKEA-effect.

Het is overigens niet IKEA die het voor het eerst ontdekte. Toen in de jaren ‘50 van de voorbije eeuw kant-en-klare deegmixes op de markt werden gebracht, kenden die aanvankelijk niet zo gek veel succes. Toen fabrikanten er voor kozen om het toevoegen van een ei aan de consument over te laten, schoot de verkoop wel uit de startblokken.

Ook LEGO plukt de vruchten van het IKEA-effect. Het ineenzetten van de blokken zorgt ervoor dat het eindresultaat je een pak meer waard is dan wanneer je het zo kant- en klaar zou kunnen kopen. Een gedachtensprong die mij alvast de kriebels laat krijgen.

Of het IKEA-effect de verklaring is voor het succes van de winkelketen wil ik nog wel in het midden laten. Daar zijn andere effecten zoals prijs en convenience waarschijnlijk nog een pak belangrijker in. Het is trouwens ook aangetoond dat het effect pas optreedt na het (succesvol) in elkaar zetten van het product en dat het meteen verdwijnt als het product terug uit elkaar is gehaald.

Ondernemers die slim zijn kunnen dit effect dus in hun voordeel gebruiken. Mits een goeie handleiding en het juiste aantal schroeven wordt je product ineens waardevoller voor de consument.  

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categorieën
Autohagiografie

Lees eens een boek

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]

Elke maand lees ik minstens één boek. Over digitaal en marketing omdat het mijn vak is. Over strategie en zelfs over growthhacking. Over behavioural economy omdat het een miskend onderdeel van het voeren van een business is. Over Wat ik veel minder lees, is proza. Leesboeken, zeg maar. 

In 2018 wil ik daar verandering in brengen. Omdat 1 januari de slechtste dag ever is om met iets te beginnen, ben ik er nu al aan begonnen: het lezen van een paar goede boeken. 

Mijn smaak voor boeken ligt nogal moeilijk. Ik ben nogal fan van het zwaardere werk. Zowel fysiek als inhoudelijk. De Gebroeders Karamazov bijvoorbeeld. James Joyce zijn Ulysses ook. Kwestie van een soort doelstelling boven de doelstelling te leggen ben ik dus begonnen met het project ‘lees de top 100 van boeken zoals samengesteld door Le Monde’. 

Starten bij de nummer 1 op de lijst zag ik niet zitten. Dan maar op zoek naar één van die boeken die een mens gelezen zou moeten hebben. ‘De man zonder eigenschappen’ leek me er wel zo één. Al is het maar omdat het zo oneindig dik is. Bijna 55 uur leesplezier te gaan, zo voorspelt de Kindle. Welaan dan. Lezen!

[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categorieën
Innovatie

Over atletiekpistes en probleembepaling

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]Telkens wanneer het regende, lag de atletiekpiste er slecht bij. Grote plassen maakten het lopen op de binnenbaan onmogelijk. Gravel vermengde zich met water en wie zich na een plensbui toch aan een loopje waagde besloot in ruime ovalen rond te lopen. Dus besloot het gemeentebestuur om er iets aan te doen. De oplossing voor het waterprobleem was wel duidelijk: de afvoer moest worden opgelost. De betonlaag onder de laag gemalen baksteen diende te worden opengehaald om het overtollige water toe te laten meteen in de grond te verdwijnen.  

Een aannemer werd gezocht en gevonden. Een specialist terzake die perfect kon uitvoeren wat er werd gevraagd: betonlaag open en een nieuwe laag gemalen baksteen erbij. De aannemer had gesuggereerd om ook afvoer via gootjes te voorzien, iets wat het gemeentebestuur zelf kon doen. Dan moest er geen nieuwe procedure doorlopen.

Gootjes werden aangelegd en beton opengehaald. Een nieuwe laag gravel werd aangevoerd en door een gespecialiseerd team van de aannemer over de 400 meter uitgespreid. Het probleem van het water bleef echter. In mindere mate in de binnenbaan maar zowat overal, nu.

Dus kwam de deskundige van de aannemer terug. Om te kijken wat er fout was gelopen. Het beton bleek opengehaald en het gravel aangelegd. De aangelegde gootjes waren correct geplaatst, al was 7 meter op 400 misschien wat weinig om de regen van de afgelopen dagen te kunnen slikken. Er werd besloten dat dit uitzonderlijke omstandigheden waren. Dat had noch de aannemer noch het bestuur kunnen voorzien.

Voor de zekerheid werd beslist een extra laag gemalen baksteen aan te voeren. Het probleem bleef bestaan. Enkele dagen regen zorgde voor een zompige ondergrond. Niet voor een dag zoals vroeger het geval was maar voor enkele dagen na de regenval.

“We hebben geen Finse piste besteld”, zo telefoneerde een verantwoordelijke van de gemeente naar de aannemer die, geschrokken door de felle bewoordingen en vooral door de manier waarop ze werden uitgesproken een nog deskundiger deskundige ter plaatse sturen. Samen met de deskundige keek de verantwoordelijke voor sportinfrastructuur naar de piste.

Een loper die toevallig gepasseerd kwam zag de twee. Hij informeerde naar de stand van zaken. Hij had de bordjes over de op til zijnde werken zien hangen en wilde weten wanneer hij zijn trainingsommetje zou moeten veranderen. “We zijn er mee bezig”, zei de verantwoordelijke voor sportinfrastructuur, “het komt in orde”.

De vaststelling bleef dezelfde: het beton was afdoende gebroken. Een extra laag zou mogelijks soelaas brengen. Het leek voor iedereen een goeie oplossing. Nog geen week later werd een vrachtwagen aangereden met opnieuw een berg gemalen baksteen. Het uitrijden zou de gemeente deze keer voor de rekening nemen. Het mocht niet baten. De vaste gebruikers van de piste begonnen te morren. Eén was na een looptocht thuisgekomen met schoenen die zo vuil waren dat haar man uitdagend gevraagd had of zij in het vervolg het huis zou schoonmaken.

De meest ervaren deskundige van de aannemer werd erbij gehaald. Hij bracht gespecialiseerd materiaal mee en werd door de schepen van sport zelf opgewacht. Op de weg naar de piste had hij er de offerte voor de uitgevoerde werken bekeken. Het leek hem een tekstboekvoorbeeld van wat zijn bedrijf kon doen. Uiteindelijk waren ze grondaannemers en wisten ze nu niet bepaald veel van sport, het draineren van zandleem- of kleigrond had voor hen niet de minste geheimen.

De ervaren deskundige keek naar de piste en liet zijn gespecialiseerde meetapparatuur in zijn auto liggen. Hij sprak een loper aan en vroeg naar de situatie. Daarna stapte hij op de schepen van sport aan die vond dat het nu wel dringend tijd werd om aan de slag te gaan zodat kon vastgesteld worden waar de uitvoeringsfout zat.

“Er is helemaal geen fout gemaakt”, zo stak de ervaren deskundige van wal. De gootjes zijn correct geplaatst, het beton is naar behoren opengewerkt. Het gravel is niet van de beste maar ook niet van de slechtste kwaliteit zoals aangegeven op de offerte. “Nee”, zo kondigde de deskundige aan, “hier treft niemand schuld, behalve degene die de oplossing heeft bedacht voor het probleem zelf werd geïdentificeerd”.

Het beton dat onder de gravelpiste lag, zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat het water werd afgevoerd naar de gootjes. Het beton is aanzien als een deel van het probleem terwijl het net een onderdeel van de oplossing was. Helaas is dat nu weg. “Misschien moet je de aanleg van een kunststofpiste overwegen, dat doet elke gemeente tegenwoordig”, zo besloot de deskundige.

Dit verhaal (dat linken met de realiteit vertoont) geeft aan wat er vandaag vaak gebeurt in organisaties. Of ze nu klein zijn of groot. Er wordt een oplossing gevonden voor een probleem dat niet scherp gedefinieerd is. De oplossing wordt zelfs uitgevoerd zonder dat één van de lopers (die gezegd zou hebben dat wanneer het regent je dan maar beter een dagje voor het wegparcours opteert) is geluisterd.

Ook de aannemer gaat niet vrijuit. Hij verkocht een oplossing omdat daar naar gevraagd werd. Niet de oplossing die de klant eigenlijk had moeten krijgen: ineens een nieuwe piste zoals die op de meeste plaatsen wordt aangelegd of gewoon voldoende afwatering via een goot die de gemeente zelf had kunnen installeren. Drie keer werd de atletiekpiste aangepakt. Mensen en materieel zijn ingezet. Kosten gemaakt langs elke kant. Het resultaat? Slechter dan het oorspronkelijke probleem waarbij de piste enkele dagen per maand onbruikbaar bleef.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categorieën
Maatschappij

De Catalaanse tunnel van Rajoy

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]Dit weekend werd in Catalonië een poging gedaan om een referendum te organiseren rond de onafhankelijkheid van de noordelijke Spaanse provincie. Het Spaanse antwoord weerklonk in alle uithoeken van de wereld: de guardia civil trad op zijn minst gezegd stevig op tegen (meestal) vreedzame stemmers en passieve protesten.

Hoe kan dat toch vroegen specialisten en gewone burgers zich in koor af? Hoe kan het dat eerste minister Rajoy het bevel gaf om zo hardhandig op te treden op de verkiezingsdag en om in de aanloop ervan politici en andere ambtenaren op te pakken? De link naar de dictatuur van Franco was niet alleen in de Spaanse media toen al gelegd.

‘Laat de Catalanen stemmen en verklaar de stembusslag naderhand ongeldig’, zo opperde iemand tijdens een vox pop. Makkelijk zat, zou je denken. In opiniepeilingen blijken de voor- en tegenstanders van Catalaanse onafhankelijkheid meestal rond de 50% te hangen. Die beslissing zou je nog wel makkelijk naast je neer kunnen leggen, Madrid zijnde.

Niet dus. Rajoy gooide in de aanloop naar de verkiezingen een rode loper uit voor de separatisten. Politieagenten in vol ornaat voor hoofdkwartieren van politieke partijen. De situatie was dan al hopeloos. De overwinning van de onafhankelijkheidsdenkers (90% van de stemmen op een opkomst van 42% stond dan al vast). Iedereen zag het aankomen. Behalve Rajoy.

Nochtans had hij kunnen weten waar hij aan begon. Het is wat die vervelende middenvakrijder doet als er ergens in de verte iemand zijn rem even aanraakt. In de ogen van de bestuurder kondigt het remlicht een gevaar aan. Hij ziet zijn leven aan zich voorbij schieten en dus gaat hij ook remmen. Vol.

Cognitive tunneling heet dat in het psychologische jargon. Het is een diepmenselijke reactie die ons op scherp stelt. Cognitive tunneling zorgt ervoor dat je, wanneer je gaat lopen voor een beest in de savanne, in de rapte je speer meeneemt of net niet, wanneer dat alleen maar extra risico betekent. Het is ook het systeem dat er voor zorgt dat projecten eindeloos doorgaan ook al is het voor iedereen duidelijk dat het nergens heen leidt.

De reactie van Rajoy is net zo’n cognitieve tunnel. Het Catalaanse referendum moet hem en zijn omgeving een doorn in het oog zijn geweest. Ze werden daarin bevestigd door het grondwettelijk hof dat een streep trok door de geldigheid van het referendum. Daarmee werd de stembusslag voor de Spaanse premier het probleem dat opgelost moest worden.

De achterliggende idee van het referendum, laat staan de oorzaak van de vraag om het te organiseren -de onafhankelijkheidsgedachte zelf- schoof hierdoor niet alleen naar de achtergrond, het verdween helemaal uit beeld. De separatisten konden, hoewel hun initiatief officieel onwettig was, de democratiekaart trekken.

Het is zoals de eerder vernoemde bestuurder die in de verte een signaal ziet maar met zijn actie mogelijk erger veroorzaakt, niet in het minst voor zichzelf. Het antwoord voor de vraag waarom Rajoy met beide voeten vooruit in de tackle ging op het referendum is dus een pak minder verwonderlijk als je zou denken.

De cognitieve tunnel waar hij en zijn omgeving in terecht waren gekomen moet zo duidelijk de enig mogelijke weg zijn geweest dat het bevel om hard op te treden onvermijdelijk werd. Hierbij zichzelf in de voet schietend.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]