Categories
Uncategorized

Ode an die Freude

“Ode an die Freude. Seid umschlungen ihr Millionen”. De hoopvolle, revolutionaire strofen klinken op in ‘vurige harmonie’, maar dringen niet door tot de uitgeputte arbeiders beneden. De zangers streven met “Alle Menschen werden Brüder naar esthetische perfectie, maar hun verlossende boodschap is niet bedoeld voor de mensen op straat voor wie die was geschreven, maar voor het concertpubliek.

Carl Schorske, Fin de Siècle, Cambridge university press 1985, p 301
Gevonden in André Klukhun, Alle mensen heten Janus

Categories
Autohagiografie

Working-class heroes

Massamedia zijn vreemde dingen. Hoe massaal ze hun teksten, beelden en klanken ook de wereld inslingeren, ze kunnen je op persoonlijke wijze aanspreken. Ze attenderen je niet alleen op hun eigen boodschap, je leest in zekere zin wie je bent.

Zo las ik deze week in De Standaard een artikel dat de titel “het glazen plafond voor arbeiderskinderen” had meegekregen. Een vlag die de lading zo ongeveer wel dekt.

Mijn vader is een technicus. Mijn moeder een gezins- en bejaardenhelpster. Twee arbeiders met twee kinderen met twee universitaire diploma’s met twee glazen plafonds. Vier sterke arbeidsethossen. Vier keer de afkeer om steeds weer schaak te spelen als het over werk gaat. Althans, zo lees ik.

Ik word daar stil en deemoedig van, van dat soort artikels. Ja, in Thinking Allowed had ik er wel eens wat over gehoord en ja, het is niet de eerste studie die duidt op een glazen plafond van welke soort ook. Dat er zoiets bestaat als een thuiskomstsociologie. Dat veel afhangt van individuele situaties.

Of dat glazen plafond bestaat weet ik niet. Ik weet dat ik misschien weinig recht van spreken heb. Mijn vader creëert in mijn ogen altijd machines. Hij herstelt wat stuk ging. Mijn moeder is gespecialiseerd. Paliatieve zorgen en dat soort dingen.

Wij zijn nooit arm geweest. Wij bezochten concerten en theater. SMAK, toneelhuisdingen, de Paardenkathedraal, dat slag. Wij gingen maandelijks naar de bib. Toen ik ging studeren kreeg ik een deftig kot. Mijn eerste stereo heb ik zelf gekocht van vakantiewerk maar tijdens mijn studies hoefde ik niets behalve mijn best doen en studeren.

Soms. Veel te weinig, besef je dan dat je een verdomde gelukzak bent. Dat je twee diploma’s hebt kunnen halen. Dat je nog nooit een job hebt gedaan die je niet leuk vond. Dat je kan bloggen en rondlopen met een fancy schmancy GSM, twee laptops. Dat je kan doen wat je leuk vindt en een hele dag kopje onder kunt gaan in cultuur.

Misschien word ik wel nooit manager. Misschien ligt dat dan aan een glazen plafond. Dat ik kan doen wat ik doe, vind ik al fantastisch. Het is mijn verdienste maar ook en misschien vooral die van hen. Twee working-class heroes. Freddy en Ludwine. Schrijf maar op.