Categories
Autohagiografie

De witte vlag

Een jaar lang, misschien langer, heb ik me verzet. Hard. Tegen de trend naar analoog. Tegen moleskine boekjes en tegen alles wat nog maar rook naar ‘niet meer digitaal’. Ik heb me verzet tegen het afzetten van notificaties en tegen minder toeters en bellen en dan heb ik mijn huik naar de wind gehangen.

Nu heb ik een moleskine boekje (waarover later meer) en een analoog kanbanbord (waarover ook later meer). Het zou teveel van mijn eergevoel vragen om te schrijven dat ik geplooid ben.

Eigenlijk is het gewoon zo: er is zo’n boekje in mijn schoot gevallen en er was mij gevraagd om een boekje te testen en zoals ik bij het testen van telefoons altijd boemslag overstap van telefoon ben ik nu boemslag een analoge kantoorridder geworden.

De ervaringen na een week: meetings verlopen beter, ik schrijf minder, ik kan weer schrijven, wie vindt copypaste uit voor analoog?.

Uiteraard lees ik nooit mails tijdens meetings, laat staan twitter, uiteraard zit ik steeds volop te noteren wat er gezegd wordt. Zo’n boekje heeft geen notificaties wil ik maar zeggen. Het is wel meer werk achteraf. Je moet die todo’s ergens anders kwijt. Ik weet ook wel dat ik niet maanden ga lezen wat ik moet doen.

Ik schrijf minder. Ja, er zijn ideeën en nee, ik schrijf die niet op, want een boekje uithalen, mijn pen zoeken in mijn sjakosse, opschrijven en dat achteraf nog nabekijken en weten wat ik nu weer wilde vertellen: it just doesn’t happen. Oplossing gezocht.

Wil je dat wel geloven dat ik twee dagen gesukkeld heb om weer te schrijven. Het ging me niet meer af. Mijn geschrift is nooit het mooiste ter wereld geweest maar kijk, het gaat snel want nu tater ik alweer op papier zoals in de periode toen ik student was.

Wat mij brengt bij het grootste probleem van papier. Dat heeft geen copypaste. Hoe vaak komt het voor dat iemand iets zegt dat gaat over iets wat daarvoor is gezegd maar dat heeft dan zou dan eigenlijk tussen dit en dat moeten staan maar daar staat dan al dat en dan is dat niet meer te doen.

Volgens mij ben ik een sucker voor een soort digitale pen met de voordelen van papier én van digitaal.

Verder blijft het een work-in-progress. Misschien heb ik een analoge bevlieging en hoor je er hier nooit meer iets over. Laat het mij een staakt-het-vuren noemen voorlopig.