Een logisch maar alternatief examen

Dit semester gaf ik het vak marketingcommunicatie aan de studenten van Birm. Na een aantal lessen begon het me te dagen dat een zuiver theoretisch examen tekort zou doen aan het doel van de lessen. Kennis mag dan macht zijn, the proof of the pudding enzoverder enzovoort.

Dus liet ik mijn laatste les vallen en organiseerde ik gisteren een case-examen. Eén van de doelstellingen van de module luidt niet voor niets “de cursist kan een reclamecampagne ontwikkelen”. Net dat liet ik hen doen. Eerst dacht ik een cultuurproduct te laten promoten omdat ik daar nogal thuis in ben maar uiteindelijk werd het Google TV. Kwestie van het voor hen niet te moeilijk te maken om informatie te bemachtigen.

De opdracht: ontwikkel mij een campagne rond de lancering van GoogleTV in België. Een aantal uitgangspunten en analyses verzon ik zelf bij elkaar, de rest lag in hun kamp. Samenwerking, planning en creativiteit centraal. Ze deden dat goed, echt waar.

Beginnen met een swot-analyse, de concurrentie analyseren, pas daarna beslissen wat de boodschap wordt, alles netjes op een rij. Goed samengewerkt,, goed nagedacht, goed voorbereid, goeie ideeën. Toch twee dingen vergeten waar ik in de les nogal de nadruk op had gelegd. Dat vond ik spijtig voor hen, omdat ik weet dat ze het eigenlijk wisten maar niet gezegd is niet gescoord. In mijn tijd (want ik hoor bij de laatste licentiaten) heette dit “we zijn er vanaf”.

Ik ga dat volgende keer (dat zal vermoedelijk in academiejaar 2011-2012 zijn) opnieuw doen, zo’n praktisch pre-examen. Voor mijn huidige studenten volgt volgende week nog een theoretisch examen waarvan ik weet dat ze dat allemaal goed gaan doen en dan zit het jaar erop.

Termen

Ik geef les. Communicatieanalyse. Aan graduaatsstudenten van het CVO Birm in Antwerpen. Voor de mensen die in een recent of ver verleden communicatiewetenschappen of andere hebben gestudeerd: bron, zender, ontvanger, effect, ruis en context, die dingen. Shannon & Weaver, de Saussure, Chomsky, die gasten. Nogal wat psychologie en sociologie ook.

Zeer interessant maar dat is allemaal niet gemakkelijk. Ik vind dat zelf ook. Drie uur (ik geef 3uur op één avond) geef ik maar van jetje en dan smijt ik de termen ertegen dat het een aard heeft. De verschillende aspecten van de bron, de elementen van de boodschap, de kenmerken van talen. Een woordenboek. Een encyclopedie. Helemaal vol.

Het zou anders moeten kunnen, misschien, met wat minder termen, met wat minder woorden van meer dan 7 letters en meer voorbeelden maar ik vind dat niet de taak van de lesgever. Mij is gevraagd kennis bij te brengen. Ik zie het als mijn taak om die termen aan te reiken, niet als blokmateriaal maar als werkmateriaal. Ik geloof niet in de alwetende docent die de klas kan gaan uitleggen wat ze van de media moeten denken, hoe ze evoluties moeten analyseren. Ik geloof niet in termen die, gezien de evolutie van de media vandaag, morgen of gisteren verouderd kunnen zijn.

Waar ik in geloof, zijn actieve docenten en kritisch-actieve studenten die het materiaal dat voorhanden is, vastpakken en door elkaar schudden. Docenten die zichzelf relativeren en studenten die niet als alles opnemende sponsen in klas zitten en maar aannemen wat de mens met de slides zo allemaal komt vertellen, op zijn verhoogje.

Alles is googlebaar geworden, kennis ligt op straat. De taak van de docent is leren kijken. Niet door het eindeloos met voorbeelden voor te doen, waarna studenten als aapjes achterop zijn alwettende kar kunnen springen maar door een bril aan te geven. Een manier van kijken aan te leren en kritische zin aan te wakkeren.

Kijken doe je met een woordenschat, de woordenschat die je gebruikt om na te denken en de woordenschat die je gebruikt om over dingen te spreken. Termen. Het zijn gebruiksvoorwerpen, net als hersenen en een powerpoint. Het gaat erom hoe je ze gebruikt.

Als er lezers zijn van deze blog, die doceren of les krijgen van docenten, ik hoor graag uw mening.