Categories
Wielrennen

Het leven zoals het is: zonder fietscomputer

Het moet van de vroege jaren 2000 zijn dat de fietscomputer op mijn oude Moser het begeven had. Het was een Cateye zoals iedereen er bij de wielertoeristen er in die tijd één had.

Bij Cateye maakten ze in die tijd goed gerief (als ik de website vandaag bekijk denk ik dat ze de trein naar een nieuw decennium gemist hebben maar dat is een ander verhaal). Mijn Cateye moet omstreeks het missen van die trein de geest hebben gegeven en werd niet vervangen. Jaren niet.

Gewoon, omdat ik dan ga zitten kijken. Hou ik de 30 in dit stuk tegen de wind in? Kan ik dat gemiddelde nog een punt of drie omhoog krijgen? Als ik het stuk naar de brug nu eens een versnelling of drie bijtik, ga ik dan meer versnellen dan verzuren?

Mijn Isaac Meson kwam dit voorjaar binnen “nieuwe fietsen krijgen een gratis fietscomputer of pedalen” wist de fietsmaker te vertellen. Daar moest ik niet over nadenken. Doe mij maar pedalen.

Een fietscomputer mijnheer, het is niet goed voor mijn gemoedsrust en weet je waar ik fietsen net zo goed voor vind? Juist ja. Dan liever een app in de achterzak die me naderhand vertelt wat ik gereden heb.

Het is leuk om Waterloo-Leuven blind te fietsen, te voelen dat de heenweg dan wel in de benen hangt maar dat je bovenaan het hellingetje weer twee keer op het knopje kan duwen. Tak. Tak. Versnellen. Maar van wat tot wat? Van 23 naar 25 of reed je toch nog aan 28, misschien?

Er zijn new kids on the bike computer block. Die hartslag meten en cadans en kracht en die de weg wijzen en die nog allemaal dingen. Het gebeurt wel eens dat ik daar naar kijk. Polar. Garmin. SRM. Natuurlijk kijk ik daar naar.

Alleen: ik wil op mijn ellebogen kunnen thuiskomen zonder dat er bellen en toeters afgaan om mij daar op te wijzen. Voorlopig toch.