Over Google Plus: mijn cirkeltheorie

Het beste aan Google plus is meteen het slechtste. Je moet erbij nadenken. Een nieuw netwerk is sowieso wat denken. Plaats geven. Cirkels. Wie waar en waarom?

De groei is zo snel ook. Ik zit op Plus al in meer mensen hun cirkels na een maand dan ik volgers had op Twitter na een jaar. Verwachtingen. Aspiraties.

Twee weken gebruik ik nu dezelfde theorie over cirkels. Mijn mentale algoritme is zich aan het zetten. Er wordt aan gewerkt. Alle dagen.

Als basis gebruik ik mijn Twitter-terugvolgtheorie: als het geen spam lijkt, volg ik terug. Enkele posts en een ingevuld profiel helpen mij. Dank daarvoor.

Standaard komt iedereen die mij cirkelt in de ‘following’ cirkel. Iedereen is interessant. Op haar manier. Daarnaast heb ik beroepen- en interessecirkels. Mensen die ik interessant vind. Journalisten, social media types, internet- en technologiemensen, communicatie en onderwijs.

Die gebruik ik voor gerichte posts. Vragen. Want lezen? Alles. Van iedereen. Dat lukt me niet meer op Twitter en dat spijt me. Op plus voorlopig nog wel.Hoe gebruik jij cirkels?

Waarom ik tegen crossposten ben (en het zelf ook doe)

Een van de hot topics dezer dagen op Google+ is het zogenaamde crossposten. Het (letterlijk) overnemen van content van het ene (sociale) medium naar het andere. Want trop is teveel en nog een nieuw netwerk waar je dingen op moet zetten, dat is teveel voor menig Corneel.

Dan wordt er naar manieren gezocht om het leven makkelijker te maken. Het eigen leven. Een desktopprogramma waar alles in een kan, een online dienst, een browserplugin. Want tijd is heilig. Onze tijd is heilig. Van alles is er genoeg maar niet van tijd.

Daar wringt het crosspostschoentje. Terwijl we zo bekommerd zitten te doen om onze tijd, vergooien we de tijd van anderen. Veel anderen soms. Een tweet lezen valt nauwelijks in tijd uit te drukken. Een fractie. Een blip. Dus mag het. Copy-paste. 2400 keer een halve seconde is wel in tijd uit te drukken.

Terwijl we verontwaardigd zitten te doen over kranten en die het zich wel erg makkelijk maken door de iPad app een doorslagje te maken van hun papieren versies gaan we zelf zitten gooien met onze media. Lezers, of het er nu veel of weinig zijn heilig voor mij.

The content of an new medium is an old medium. Alleen is nog maar de vraag wat hier het medium is. Is dat het sociale netwerk of is dat het internet? Zijn plus en facebook katernen van de grotere internetkrant? Pagina’s misschien of zijn het verschillende kranten?

Maar Jan, jij doet dat toch ook, crossposten? Ik zie jouw blogposts in mijn RSS-lezer, op Twitter, op Google+ en soms al eens op facebook. Klopt. Als het maar even kan probeer ik mijn blogposts gelezen te krijgen. Wel met respect voor het medium en lezers, volgers en vrienden en hun tijd. Dat gaat zo:

– Blog: ik heb veel te vertellen
RSS: had iedereen dat maar, hoefde ik niet te promoten
Twitter: kijk, er is een blogpost of ik heb wat kort te melden of ik heb iets interessant gelezen en ik wil dat jij dat ook leest
Facebook profiel: kijk, een blogpost waar ik me persoonlijk bij betrokken voel of ik wil iets persoonlijk vertellen
Facebook pagina: ligt stil, ik denk na over een strategie
Google+: dit is het onderwerp van mijn nieuwe blogpost, je kan ‘m lezen maar net zogoed meepraten zonder te lezen of ik heb wat interessants te melden waar ik in meer dan 140 karakters over wil discussiëren

Op die manier heb je verschillende discussies via verschillende netwerken. Het is geen perfect systeem en als ik het kan verbeteren, ik zal het niet nalaten. Voor mij is het het minst slechte.

Wat jij?

Flickr Foto Time over Toys in cc gegeven door the|G|