Categories
Uncategorized

De comeback van personalitymedia

De laatste tijd was er wat aan het verschuiven in de media. Iets waar ik niet heel erg goed de vinger op kon leggen. Volgens mij merkte ik het op bij de verhuis van Peter Vandermeersch naar het NRC. Dit was anders. Anders dan vroeger, toen professoren mij nog vertelden wat ik hoorde te zien. Of mij de ogen open deden voor dingen die ik zag maar toch niet écht begreep.

De foto’tjes in de weekendkrant, meer bepaald de opiniepagina’s van De Standaard deden een lichtje branden. Dit herkende ik. Dit had ik eerder gezien.

Er was een tijd dat Belgische krantenjournalisten personaliteiten waren. Althans, zo is het me verteld. Maar toen kwam eerst de radio en een stuk later de televisie en toen verschoof de focus naar nieuwsankers. Men kwam er achter dat het visuele primeert. Als communicatiewetenschapper vind ik dat interessant. Als docent hoor ik dat interessant te vinden zelfs.

Die persoonlijkheden zijn terug. Begrijpelijk, dat wel. De crisis slaat hard toe in de media. Ontslagen bij de redactie, teruglopen van lees- en advertentiecijfers. Personaliteiten zijn handig voor kranten. Ze trekken lezers aan. Adverteerders ook. Personaliteiten zijn gemakkelijk voor de lezer, ze leiden je zo door de krant. Je bekijkt de wereld door een bekende bril.

Waarop ik me dan afvraag of men daar wel goed aan doet. Hoe langer hoe meer hoor ik stemmen opgaan voor sterke journalisten die -zoals dat dan heet- niet te beroerd zijn om hun eigen mening te verkondigen. Dat heette eens verzuiling maar nu de breuklijn van de staat versus de kerk en de arbeider tegen het kapitaal zijn opgebroken en er geen einde gekomen is aan de geschiedenis heet het branding. Personal branding om precies te zijn.

Het vervelende is dat je niet langer weet door welke bril je kijkt. Journalisten zijn niet meer bekend omwille van hun mening. Ze hebben televisieprogramma’s of treden erin op. Polspoel en Desmet was een pionier maar inmiddels weet elke redacteur de weg te vinden naar de ochtend van radio1 en de avond van één.

Als je Het Volk las wist je dat je door een katholieke werknemersbril naar de wereld keek, de vooruit was er voor de socialist. Vandaag schreeuwen media al dan niet expliciet hun onafhankelijkheid uit maar willen ze tegelijk een mening hebben. Opiniestukken en bijdragen mogen geschreven door politici of hun vertegenwoordigers. Ook in de week voor de verkiezingen.

Journalisten mogen en moeten misschien een mening hebben maar als ik interviews hoor, als ik tweets doorheen de dag lees, dan hoop ik dat ze die mening voldoende van zich kunnen afzetten tijdens hun interviews en bij het schrijven en monteren van hun stukjes. Ik vorm namelijk zelf ook nog graag een mening. Op basis van en over feiten, niet over meningen.

Categories
Uncategorized

Rethinking the Role of the Journalist in the Participatory Age

The Oxford English Dictionary defines a journalist as “a person who writes for newspapers or magazines or prepares news or features to be broadcast on radio or television.” The definition is less about what a journalist actually does and more about whom they work for. It reflects how the profession of journalism developed in a mass media system, based on the production of news by paid professionals who decided what the public needs to know, when it needs to know it and how it will know it.

via MediaShift . Rethinking the Role of the Journalist in the Participatory Age | PBS.

Categories
Uncategorized

De tijd en de afgestudeerden

update (zie reacties): ook technische profielen zijn welkom al was het niet zo gezegd in het twitterbericht, mijn kritiek naar De Tijd is misschien wat te direct dan. Dat neemt niet weg dat ik me zorgen maak over de representatie van studieniveaus in de media.

De Tijd, de Belgische financiële krant, niet het theatergezelschap, zoekt “pas afgestudeerde jongeren die de krant wil volgen in hun zoektocht naar een job. Univ en hogeschool welkom…” Het kan aan mij liggen maar als ik dat lees gaan mijn haren ten berge. Univ en hogeschool welkom.

Zelf heb ik het geluk zowel een universitair als een hogeschooldiploma op zak te hebben. In die volgorde behaald ook. Eerst de theorie, dan de praktijk.

Maar over die studenten dus. Ik zou mij als beroeps of technisch opgeleide jongere vandaag echt uitgesloten voelen. Zoek ze maar eens in de krant vandaag. De dropouts en de laagopgeleiden, de generatiearmen en de kansengroepen. Het is zoeken tot je er krank van wordt. Al zeker in de kwaliteitskranten en hun jobbijlagen.

In die upmarket publicaties kom je zonder “manager” of “coördinator” op je kaartje of andere diplomavereisten niet in. Haast niet. Uiteraard niet. Journalisten zijn ook mensen en gaan op zoek in hun adressenbestand of hun facebookvrienden of hun oud-klasgenoten op linkedin. Ze gaan op straat en spreken hun eigen spiegelbeeld aan.

Ik voel me daar niet helemaal comfortabel bij. We zitten met loonkloof en een arbeidsmarkt in drie snelheden. Binnenkort worden managementfuncties erfbaar. Dat noemen we dan MBA’s die we verkopen aan € 10.000. Geen working class heroes meer. Sociale mobiliteit in de wachtkamer.

Zij die de boot missen staan voor eeuwig aan de kant. Misschien voor enkele generaties.