Categorieën
Uncategorized

De parabel van de CD-handelaar

Langs een drukke steenweg die Internet heette, lag een grote CD-winkel. Steven Taakjes, de eigenaar van de winkel had niet slecht geboerd. De parking al even ruim als de keuze binnen. Sedert kort kon je er zelfs de hele CD-collectie van The Beatles kopen. Voor die gelegenheid was Taakjes er zelfs in geslaagd de lokale pers bijeen te krijgen.

Zo ging het immers altijd. Taakjes slaagde erin de verwachtingen zo hooggespannen te laten worden dat er zelfs op voorhand gespeculeerd werd van wat hij nu weer zou aankondigen.

Taakjes was een graag geziene gast. Op een dag was het hoofd van de lokale radio, Jan-Otto Kaas bij hem komen aankloppen. “Taakjes”, zo sprak hij, “ik heb een idee”. Kaas legde uit hoe hij zijn radioprogramma’s zou opnemen en Taakjes zou die dan via zijn winkel kunnen verdelen. Terwijl de mensen in zijn winkel kwamen, zouden ze ook CD’s van hem kopen. Taakjes was meteen overtuigd en sedert die dag lagen er ook gratis CD’s in zijn winkel.

De tijden veranderden en Taakjes begon meer te verkopen dan alleen CD’s. Computerspelletjes en programma’s, video’s en boeken. Daarvoor had hij een nieuwe vleugel laten bijbouwen. Aan de kassa stonden inmiddels enkele week- en maandbladen.

Dat had de eigenaar van de lokale krant gezien. Ook hij zag het succes van Taakjes’ handeltje en wilde zijn graantje meepikken. Pedro Del Prado pakte het slim aan. Hij verpakte zijn magazines in plastic en vertelde Taakjes dat hij ze gratis mocht weggeven. Binnenin waren immers toch enkel lege pagina’s. Door geld te storten op de rekening van Del Prado, verschenen de letters als bij wonder.

Taakjes aarzelde even maar stemde toch toe. Hij zou Del Prado immers nog nodig hebben om over zijn nieuwe producten te schrijven. Samen met Robert Verwater, een oude krantenhandelaar die nooit veel van de steenweg had moeten weten, begon hij echter ook plannen te smeden voor een eigen weekblad.

Taakjes had immers door dat de magische pagina’s van Del Prado niet zo goed waren als de andere magazines die hij verkocht. Daarenboven bleek Del Prado dezelfde prijs te hanteren voor de kranten die verkocht werden via de andere winkels in de gemeente. De klanten begonnen bij Taakjes te klagen.

Hij stuurde dan maar met wat lood in de schoenen een bericht naar Del Prado en van Stylo, een andere lokale krantenmaker die steeds in het spoor van Del Prado volgde. Hij vertelde daarin dat hij, Taakjes, niet langer voor de verspreiding van de zogenaamde gratis bladen zou instaan, dat hij, net zoals op de CD’s, een percentage zou nemen.

Del Prado en van Stylo reageerden verbolgen. Dat de technologie speciaal voor de toonbank van Taakjes was geschreven en dat zij hun waren nu bij geen enkele andere kranten- of cd-boer konden slijten.

Waarmee ik maar wil zeggen: dit bericht kan toch niet helemaal onverwacht gekomen zijn, wel? Een website met een betaalslot waar iedereen aan kan, ware toch beter geweest, niet?

Overigens is deze post gebaseerd op en een reactie op een andere gelijkenis van de hand van Stef.

Categorieën
Uncategorized

Een freemiummodel voor een kwaliteitspers

Wij zijn verwend. Meer dan een muisklik en drie seconden concentratie kost nieuws niet meer. Wij klagen wanneer we ook nog een advertentie moeten wegklikken. Of als er een banner in de weg staat. Wij vinden de prijs van de krant te hoog.

De kranten schieten alle kanten op. Niet helemaal wetend van welk hout pijlen te maken. The Guardian en The Times met respectievelijk een extreem open en gesloten model als opmerkelijkste voorbeelden.

De krant verlaat binnenkort de dodebomenindustrie en zet haar rijke geschiedenis digitaal verder. Daar gaan we niet meer over discussiëren, wel? Dat alles verandert het medium totaal, zo wordt gezegd. Mijn studenten communicatieanalyse zouden hier spontaan opspringen en roepen dat niet het medium maar wel het kanaal verandert, maar dat is een ander verhaal.

Dat doet niets af van het feit dat er veranderingen op stapel staan. Mediaorganisaties veranderen in sneltempo. De content evolueert. Layout wordt design. Niets nieuws onder de zon. Ware het niet dat de online krant en de offline krant synoniemen worden. Dat is wat anders.

Snel nieuws wordt de norm. Live is beter. Hoe langer hoe meer de redactie buitenspel. Tijd geeft misschien raad maar geen pageviews. Analyse verdwijnt achter de waan die gemeenzaam de dag wordt genoemd. Sommigen zien het einde van de hoofdredacteur in zicht. Geen beslissingen meer. Alles is nieuws.

Kranten worden het afdrukmedium voor persberichten en persagentschap, zo wordt geschreeuwd. We lachen met woestijnvisgate en wanen kranten dood. Zo’n vaart loopt het niet. Niet helemaal.

In de zuivere online berichtgeving komt dat persberichtverschrijven een stuk vaker voor. Minder belangrijk nieuws.  Celebnieuws of technologie, een vreemd bericht uit Amerika of verweggistan. Makkelijke pageviews. Een krant heeft een dag tijd gehad om te rijpen. Dat scheelt aan de hoekjes.

Wat als het gedrukte medium en het online medium eerder zeker dan langzaam naar elkaar migreren? Lezen we straks op onze i- en e-readers alleen nog nieuws, rechtstreeks geporteerd van persbericht en telex? De opinie van de redacteur-specialist toe. Of mag het nieuws meer zijn? Is er plaats voor achtergrond en inzichten?

Dat geloof ik wel. Dat gaat zo: nieuws is gratis. Ad supported maar wel gratis te lezen. Die contextuele advertentiesystemen verfijnen zichzelf wel. Als de huidige kranten het niet blijven doen, zullen ze onder de voet worden gelopen door snel opererende nieuwssites.

Desnoods gaan merken (en dan bedoel ik merken in de brede zin van het woord) ons zelf het nieuws bezorgen. Iets wat een bedrijf als google bijvoorbeeld al lang door heeft. Ook de Tour de France communiceerde de wedstrijd rechtstreeks via de eigen website. Geïnteresseerd in ons nieuws? Lees de RSS-feed, surf naar de website, download de app. Whatever.

Het krantenabonnement van morgen biedt je meer dan het herwerkte persbericht. Het verhaal achter het nieuws. Wil je inzichten van redacteurs? Het oog van de specialist? Dan betaal je per journalist-personality, per onderwerp, per artikel of per krantenmerk. Dat laatste zal niet gek veel verschillen van de situatie vandaag.

Net daarom geloof ik meer en meer dat kwaliteit de overhand zal halen. Kwaliteit zoals in een doorgedreven analyse, niet de hogere astrologie die vandaag wel eens wordt bedreven. Alles gratis, alles klikbaar, pageviews voor geld is geen houdbare situatie. Alles achter slot en grendel werkt evenmin, zeker in België niet. The Times overleeft misschien op 46154 lezers op een markt van ettelijke tientallen miljoenen, qua schaalgrootte is dat voor ons land niet houdbaar.

Mensen en content zijn de sterkte van kranten. Kranten moeten hun merk in de gaten gaan houden. Argumenten als “ja maar, dit gaat niet over de krant, dit is online”, gaan niet langer op. Vandaag niet meer. Morgen al helemaal niet.

De aangekondigde revolutie is niet meer dan een verschuiving van inkt naar bytes. Van tekst met foto’s naar tekst met video, geluid, augmented reality waarschijnlijk. Ooit. 2010 wordt een dikke voetnoot in de geschiedenis van kranten.

Het is een evolutie die weliswaar bedreigend lijkt (vooral uit commercieel oogpunt) maar die, zoals het managementcliché luidt, ook opportuniteiten met zich meebrengt.