Starbucks

Starbucks, het is een marketingfenomeen. Ze serveren koffie. Overal ter wereld en sedert kort ook in Antwerpen. Of nee. Ze serveren community en luxe en troost en draadloos internet en eenvormigheid als ik De Standaard van dit weekend mag geloven. Dat Antwerpen, dat is alvast zeker.

Vorige week lapte ik al die regels over community aan m’n laars en bezocht op mijn ukkie de nieuwe Starbucks in het centraal station. Even wat tijd te spenderen en het leek me een goede invulling. Het was niet de ervaring waar zoveel tweets, artikels en blogposts me naar hadden laten uitkijken.

Ik ben geen koffiesnob. Voor mij geen macchiato of latte. Mijn bestelling is de eenvoud zelve: een dubbele espresso. Geen tierlantijntjes. Weinig en straf. Takeout? Ik was graag hier… Niets om te eten, dank u. € 2,70, mijnheer. U krijgt uw bestelling verderop. Dankuwel. Espresso doppio! Ik zie mokken staan. Ik krijg een bekertje.

Het moet gezegd dat ik de ins en outs van zo’n Starbucksding niet ken en de hete adem van een nieuwe bestelling weerhoudt me ervan te vragen wat ik moet doen om van een bekertje over te schakelen op een echte tas en dus laat ik het maar zo.

Door de boxen klinkt Ella Fitzgerald en om me heen zitten vooral jonge mensen. Een stel dagjestoeristen vult de grote tafel. Recht voor mij puilt een vuilbak uit. Mijn koffie smaakt ok maar niet bijzonder. Dat bekertje zit me dwars. Nog steeds eigenlijk. “Ik ga dadelijk bijdragen aan de afvalberg”, zo gaat het in mijn hoofd terwijl ik observeer en nip.

Misschien ben ik een locatiesnob. Misschien ben ik echt een snob. Maar die dagjestoeristen verstoren mijn rust. Het bekertje. De uitpuilende vuilbak. Voor mij is luxe meer dan een comfortabele zetel en Ella Fitzgerald. Voor mij is luxe meer dan potjesitaliaans en te pruimen koffie.

Misschien moet ik het nog wel eens met een community proberen.