Over lesgeven

Het moet gezegd dat ik dat na twee jaar nog altijd graag doe, dat lesgeven. Drie uur op een week. Afwisselend communicatieanalyse, marketingcommunicatie en nu dus communicatiemedia. Bij BIRM mocht u het zich nog afvragen. Avondonderwijs. Graduaten in spe.

Ik vind dat niet gemakkelijk, lesgeven. Ik steek daar delen van mijn lijf in om daar elke week wat van te maken. Je kan een boek voordragen of drie uur discussiëren over de onderwerpen die erin aan bod komen. Je kan je eigen geschiedenis staan geven en tonen wat er zoal gedaan is. Zelf conclusies trekken op andermans werk, de studenten conclusies laten trekken. Je kan spreken. Veel en eindeloos. Dat doe ik. Soms. Denk ik.

Van tijd denk ik na over de rol van de lesgever. Orator of curator van interessante informatie? Moet een les een monoloog zijn of een dialoog of een beetje van beide misschien? Moet het praktisch of academisch? Laat je het rollen of hou je het strak in de hand? Moet je studenten die je uitspraken door opsteking van papieren liken of retweeten tot de orde roepen of onbedaarlijk beginnen lachen?

Academisch met praktische uitwijdingen. Dialoog, zeer zeker. Laten rollen maar niet te hard. Lachen maar niet oncontroleerbaar. En tonen dat je erover nadenkt. Een enquête die ingevuld dient te worden door een deel van de klas voor het andere deel opvullen met een interessante TED-lezing van Jeff Jarvis die gaat over media en ook over lesgeven. Vooral over lesgeven eigenlijk.

Daarna hun mening vragen en zien dat je op dezelfde golflengte zit. Merken dat het half tien is en dan samen Youtube-filmpjes zien over mediadinges en dan naar huis en nog wat over en weer leuteren via twitter. Ik twitter over de les die zij hebben gevolgd net zoals ik twitter over het stukje dat ik net heb geschreven. Zij reageren, net alsof de les nog niet écht is afgelopen.

Lesgeven, ik vind dat echt geestig. Ik ben blij dat ik dat kan en mag doen. Bovendien heb ik een leuk publiek.