Categorieën
Maatschappij

De parabel van de bouwgrond (of het potentiële nut van sociale media)

Stel u een wereld voor waar maar twee steden zijn. De twee steden zijn perfect gelijk, zowel naar omvang als naar structuur. Zelfs de demografische samenstelling van de bevolking, de sociale structuur en de inrichting van de macht zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Elke vreemdeling die zich op het lege stuk bouwgrond in het midden van één van de twee steden zou bevinden zou nauwelijks kunnen zeggen in welke stad hij zich bevindt.

Beide steden hebben een intern communicatiesysteem maar tussen de steden is er niet in het minst contact. Je zou kunnen zeggen dat ze nauwelijks notie van elkaars bestaan hebben. Hoewel het nieuws uit de ene stad wel langzaam doorsijpelt bij de andere stad is de interesse voor de anderen beperkt.

Als bij toeval worden in beide steden verkiezingen geörganiseerd op hetzelfde moment. De inzet: het braakliggend terrein in het midden van elke stad. De meningen binnen de steden zijn verdeeld. De plannen variëren van niets doen tot een groots flatgebouw, van een park tot een museum, van torenflat tot zwembad. Sommigen houden vast aan de bestaande toestand.

De beslissing valt. In de eerste stad is er een meerderheid voor het braak laten liggen van het terrein. Er komen wat bomen om het geheel op te fleuren. Een bloemenperk ook hier en daar en paadjes om het dwarsen van het terrein te vergemakkelijken. Verder blijft het een lege plek.

Mensen steken het plein over, zeggen elkaar goeiedag, doen een praatje en gaan elk hun weg. Er zijn immers geen bankjes om even te toeven. Veel mensen merken niet dat er iets aan het plein is veranderd. Ze wonen immers aan de andere kant van de stad en verder dan de winkelstraten van het centrum komen ze niet.

Het plein in het midden van de stad verwordt tot een grote oversteekplek. Een kruispunt waar mensen als mieren door elkaar krioelen, elk beladen met zijn eigen last.

De andere stad besluit tot bouwen. Voor het eerst in de geschiedenis verschillen de steden significant van elkaar. Er komt een museum voor actualiteit. De plek, zo spreken de plannen, moet meer zijn dan zomaar een museum. Het moet een ontmoetingsplaats zijn voor mensen. Een plek waar verschillen elkaar kunnen ontmoeten, waar gelijkgestemden met gelijkgestemden kunnen samenzijn.

“Het museum”, zo spreekt de directeur die is aangesteld bij de opening, “moet de burgers bij elkaar brengen, het moet een aantrekkingspool zijn in het midden van de stad, een plaats waar iedereen zichzelf kan zijn en kan terugvinden”.

De woorden vallen niet in dovemansoren. Het publiek is razend enthousiast over de steeds veranderende tentoonstellingen. Al snel worden bijeenkomsten georganiseerd voor muzikanten en amateurfilosofen, wielertoeristen uit heel de stad verzamelen op zondagmorgen voor het plein. Mensen die ver van elkaar wonen vinden elkaar in het midden van de stad.

Dat, beste lezer, kan het nut van sociale media zijn vandaag.